← Nederland

BELEIDSREGEL Fonds Energieke Initiatieven gemeente Utrecht (Utrecht)

BELEIDSREGEL Fonds Energieke Initiatieven gemeente UtrechtBELEIDSREGEL Fonds Energieke Initiatieven gemeente Utrecht (collegebesluit van 1 maart 2016). Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht: Overwegende dat zij krachtens de Algemene Subsidieverordening 2014 (ASV 2014) bevoegd zijn tot verstrekking van subsidies; Gelet op het raadsbesluit Energieplan d.d. 11 februari 2016 Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet Bestuursrecht en op artikel 3 lid 2 ASV 2014; Gelet op de wenselijkheid om initiatieven uit de stad te ondersteunen om de energietransitie te versterken. BESLUIT vast te stellen de volgende BELEIDSREGEL FONDS ENERGIEKE INITIATIEVEN Artikel1.Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht Initiatief: een initiatief of activiteit die een aantoonbare bijdrage levert aan het verminderen van de CO2 –uitstoot in de gemeente Utrecht door minder energie te verbruiken of duurzame energie op te wekken. Initiatiefaanvraag: het verzoek om in aanmerking te komen voor ondersteuning vanuit het Fonds Energieke Initiatieven. De activiteiten worden uitgevoerd in de gemeente Utrecht. Initiatiefnemer: inwoners van de stad Utrecht (bewoners, leerlingen, ouders, sporters etc.) die een initiatiefaanvraag indienen. Draagvlak: steun van mensen voor de uitvoering van een initiatief. Artikel2Beleidsdoelstelling De gemeente Utrecht wil inwoners stimuleren met initiatieven in de stad om de CO2 uitstoot te verminderen door energie te besparen of duurzame energie op te wekken. Deze subsidieregeling vormt een aanvulling op de instrumenten die al aangeboden worden in de Utrechtse Energieagenda’s 2016 –

  1. Artikel3Eisen aan de initiatiefnemer De initiatiefnemers zijn een groep van minimaal vijf natuurlijke personen die in de gemeente Utrecht wonen op vijf verschillende adressen. De initiatiefnemers kunnen zich laten vertegenwoordigen door een rechtspersoon (zoals vereniging, vereniging van eigenaren of coöperatie) . Artikel4Vaststelling subsidieplafond 1.Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast middels de subsidiestaat. Het budget voor 2016 bedraagt € 80.
  2. 2.Het fonds wordt in jaarlijks twee tranches van elk 50% van het jaarbudget ter beschikking gesteld. Artikel5Initiatieven die voor ondersteuning in aanmerking komen Het initiatief moet een aantoonbare bijdrage leveren aan het verminderen van de CO2 – uitstoot in de stad Utrecht en passen binnen het Energieplan. Er is sprake van een aantoonbare eigen bijdrage en/of inzet van de initiatiefnemers. Het initiatief heeft niet enkel een informerende, voorlichtende of motiverende functie, maar draagt concreet bij aan CO2 besparing. Het college of een ander overheidsorgaan heeft niet eerder een subsidie of een bijdrage voor hetzelfde initiatief verleend. De activiteiten van het initiatief richten zich op een doelgroep die ruimer is dan alleen de initiatiefnemers; het gaat om een collectief belang. Uitgezonderd zijn: Initiatieven die al op een andere manier door het programma Utrechtse Energie worden ondersteund. Collectieve initiatieven van bewoners voor de aanschaf, plaatsing en ingebruikname van zonnestroominstallaties voor hun woningen. Voor deze initiatieven is de beleidsregel Collectieve Zonne-energieprojecten van kracht. Concrete bijdragen aan energiebesparende materiaalkosten (isolatiemateriaal e.d.). Een initiatiefnemer kan slechts eenmaal een bijdrage vragen voor hetzelfde initiatief. Artikel6Voorwaarden aan de initiatiefaanvraag 1.Een volledig ingevuld digitaal formulier zoals verstrekt door het college van B&W. Te vinden op www.utrecht.nl/subsidie. 2.Een activiteitenplan, waarin in ieder geval staat aangegeven De doelgroep en het draagvlak voor het initiatief De te behalen resultaten en een inschatting van de te realiseren energiebesparing De inzet van de initiatiefnemer en deelnemers, in geld (co-financiering), natura of capaciteit De omvang van het bedrag, dat de initiatiefnemer aan de gemeente vraagt In hoeverre is het initiatief vernieuwend en is het opschaalbaar naar andere situaties. Artikel7Indiening van een initiatief-aanvraag 1.Initiatiefnemers kunnen een aanvraag in tranches indienen. In totaal zijn er vier tranches. Na de einddatum van een tranche wordt een aanvraag niet meer voor die tranche in behandeling genomen. Data van de tranches zijn: Tranche 1: 1 maart 2016 tot 20 mei 2016 Tranche 2: sluit 30 september 2016 Tranche 3: sluit 30 januari 2017 Tranche 4: sluit 30 juni
  3. 2.Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. 3.Voor hulp en advies bij het indienen kan de initiatiefnemer terecht bij het Utrechtse Energieprogramma: utrechtseenergie@utrecht.nl. Artikel8Vorm en hoogte subsidie 1.De subsidie aan de initiatiefnemer voor het uitvoeren van het initiatief bedraagt minimaal € 1.000,- en maximaal € 10.000,- 2.Het in een tranche beschikbare budget wordt toegekend aan de initiatieven die het beste aan de beoordelingscriteria voldoen. 3.Bij het verstrekken van de subsidie zal de gemeente indien mogelijk een contactpersoon aanwijzen die de initiatiefnemer desgewenst kan adviseren bij de uitvoering van en het verder ontwikkelen van het initiatief. Artikel9Criteria bij de beoordeling 1.De gemeente beoordeelt de ingediende subsidieaanvragen op de volgende aspecten. Het in een tranche beschikbare budget wordt toegekend aan de initiatieven die naar het oordeel van het college het beste aan de onderstaande criteria voldoen. Aanvragen voor initiatieven in een tranche worden onderling gerangschikt: De mate waarin het initiatief een aantoonbare bijdrage levert aan het verminderen van de CO2 –uitstoot in de stad Utrecht (40%). De mate waarin er aantoonbaar draagvlak in de stad is voor het initiatief (30%). De mate waarin het initiatief vernieuwend is en de resultaten opschaalbaar zijn (15%). De mate waarin er sprake is van een aantoonbare eigen bijdrage en/of inzet van de initiatiefnemers (15%). 2.De eventuele loonkosten kunnen in aanmerking komen voor ondersteuning op voorwaarde dat die in redelijke verhouding staan tot de inzet in geld of menskracht van initiatiefnemers en de deelnemers, die bij de uitvoering van het initiatief betrokken zijn. 3.Indien de initiatieven naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen of een ongunstige prijs-kwaliteitsverhouding hebben, wordt er geen subsidie verleend. Artikel10Besluitvorming 1.Het college beslist op een aanvraag binnen 8 weken na het verstrijken van de indieningstermijn van een tranche. 2.Indien na de aanvraag wordt gestart met activiteiten voordat de beslissing over de aanvraag is genomen, is dat voor risico van de initiatiefnemer. 3.Het college houdt bij de beslissing over een aanvraag rekening met subsidies of een bijdrage die op grond van enig andere gemeentelijk regeling is of kan worden verleend. Artikel11Voorwaarden aan subsidieverlening 1.De activiteiten van het initiatief zijn uiterlijk 12 maanden na de toekenning uitgevoerd. 2.De initiatiefnemer werkt mee om de successen en de geleerde ervaringen uit te dragen. 3.Er wordt een beknopte eindrapportage geleverd met foto’s en een opsomming van de behaalde resultaten. 4.Een financiële verantwoording bestaat uit een overzicht van gemaakte kosten en inkomsten en zijn voorzien van betaalbewijzen van de uitgaven. 5.Indien een initiatief niet van de grond komt of voortijdig wordt beëindigd wordt de subsidiegever hiervan op de hoogte gesteld. Artikel12Looptijd van de regeling en citeertitel Deze beleidsregel treedt op 1 maart 2016 in werking en eindigt op 31 december
  4. Najaar 2017 zal de beleidsregel geëvalueerd worden. Er kan naar deze beleidsregel worden verwezen als: Fonds Energieke Initiatieven Aldus is vastgesteld door burgemeester en wethouders van Utrecht in hun vergadering van 1 maart
  5. De secretaris de Burgemeester Drs. M.R. Schurink mr J. van Zanen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.