Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2016De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 januari 2016 (raadsvoorstel nr. 16bb283); raadsstuk 16bb1195; gelet op de artikelen 108, 149 en 156 van de Gemeentewet; overwegende dat: het sinds 1 januari 2015 niet meer mogelijk is om aan groepen AOW-gerechtigden met een laag inkomen en kinderen van ouders die een laag inkomen hebben, een categoriale inkomenstoeslag te verstrekken op grond van de Participatiewet; de raad van de gemeente Rotterdam deze doelgroepen wil blijven stimuleren om te participeren in de maatschappij; deze doelgroepen vaak financieel beperkt zijn in hun mogelijkheden tot maatschappelijke participatie; de raad deze doelgroepen wil faciliteren om noodzakelijke participatie te kunnen realiseren; besluit vast te stellen: Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2016 Artikel1Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.AOW-gerechtigde: een persoon die op de peildatum de leeftijd heeft bereikt waarop hij aanspraak kan maken op een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet en een woonadres heeft in Rotterdam; b.doelgroep: AOW-gerechtigden met een laag inkomen en kinderen die ouders hebben met een laag inkomen; c.huishouden: een gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Participatiewet; d.kind: een kind van vier jaar of ouder dat op de peildatum nog minderjarig is en een woonadres heeft in Rotterdam; e.laag inkomen: een inkomen van ten hoogste 110% van het wettelijk sociaal minimum; f.peildatum: de datum van ontvangst van de aanvraag; g.Rotterdampas: een stadspas, uitgegeven door de gemeente Rotterdam, die een persoon in Rotterdam kan aanvragen en die de mogelijkheid biedt om met reductie deel te nemen aan participatie bevorderende activiteiten; h.tegoed: een AOW- of Jeugdtegoed dat op grond van deze verordening kan worden uitgekeerd aan de doelgroep; i.woonadres: het woonadres waar een persoon staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Artikel2Reikwijdte en doelstelling verordening 1.Deze verordening heeft betrekking op de verstrekking van een tegoed ten behoeve van personen die tot de doelgroep behoren. 2.Het tegoed is bestemd voor de bevordering van noodzakelijke maatschappelijke participatie van de doelgroep. Artikel3Nadere regels en beleidsregels Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen ten aanzien van de uitvoering van deze verordening. Artikel4Aanvraag 1.De aanvraag voor een tegoed wordt ingediend op een door het college vast te stellen aanvraagformulier. 2.In afwijking van het eerste lid kan het college een tegoed ook ambtshalve verstrekken. 3.Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen omtrent de aanvraag van het tegoed ten aanzien van in ieder geval: de uiterste aanvraagdatum; de door de aanvrager te overleggen gegevens. Artikel5Doelgroep, voorwaarden en beschikking 1.Het college besluit op de aanvraag voor een tegoed. 2.Het college kan nadere regels en beleidsregels vaststellen ten aanzien van in ieder geval: de doelgroep; de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tegoed; de berekening van het inkomen; de toekenning van het tegoed; en het wijzigen of intrekken van het besluit op de aanvraag. Artikel6Wijze van verstrekken AOW- en Jeugdtegoed Het tegoed wordt beschikbaar gesteld door middel van een storting op de Rotterdampas. Artikel7Hoogte AOW- en Jeugdtegoed 1.Het AOW-tegoed bedraagt € 300,- per huishouden. 2.Het Jeugdtegoed bedraagt € 250,- per kind. Artikel8Bestedingsduur AOW- en Jeugdtegoed 1.Het tegoed kan uitsluitend worden besteed gedurende de geldigheidsduur van de Rotterdampas waarop het tegoed is gestort. 2.Een eventueel saldo van een tegoed op de Rotterdampas vervalt met ingang van de dag waarop de in het eerste lid genoemde periode is verstreken. Artikel9Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de AOW-gerechtigde of het kind afwijken van de bepalingen van deze verordening of de daarop gebaseerde regels, als toepassing van deze regelgeving naar het oordeel van het college tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel10Inwerkingtreding en duur 1.Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgend op de maand van bekendmaking in het Gemeenteblad en werkt, voor zover deze dag ligt na 1 maart 2016, terug tot en met 1 maart 2016. 2.Deze verordening vervalt met ingang van 1 maart 2017. Artikel11Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2016. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 februari 2016.De griffier,J.M.van Midden De voorzitter,A.Aboutaleb Toelichting op de verordening AOW- en Jeugdtegoed 2016 Algemene toelichting Met de inwerkingtreding van de Participatiewet op 1 januari 2015 zijn de categoriale regelingen bijzondere bijstand voor AOW-gerechtigden en kinderen van ouders met een minimuminkomen komen te vervallen. De wetgever heeft zich op het standpunt gesteld dat het generieke inkomensbeleid voorbehouden dient te zijn aan het rijk. De Participatiewet richt zich alleen op de participatie van personen vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd, waarbij participatie gekoppeld is aan werkaanvaarding en sociale activering. De participatie van AOW-gerechtigden en kinderen is geen doel binnen de Participatiewet. De Gemeente Rotterdam is van mening dat juist voor de doelgroepen AOW’ers en kinderen maatschappelijke participatie van groot belang is. Daarom is in 2015 voor deze doelgroepen een nieuwe regeling opgezet: het AOW- en Jeugdtegoed. De regeling houdt in dat een financieel tegoed wordt gekoppeld aan de Rotterdampas van Rotterdammers die tot de doelgroep behoren. In het najaar van 2015 is de regeling opgenomen in beleidsregels en zijn tegemoetkomingen verstrekt. Met deze verordening is het voornemen uitgevoerd om de regeling vanaf het jaar 2016 te baseren op een verordening, uit te werken in nadere regels en beleidsregels. Omdat deze regeling niet uitgevoerd kan worden op basis van de Participatiewet, zoals hierboven toegelicht, is deze verordening gebaseerd op artikel 108, eerste lid en 149 van de Gemeentewet. In artikel 108, eerste lid Gemeentewet is de autonome verordenende bevoegdheid van het gemeentebestuur geregeld (dus niet zijnde de verordenende bevoegdheid op grond van medebewind). In artikel 149 van de Gemeentewet is bepaald dat de raad de verordeningen maakt die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. In de verordening wordt een aantal bevoegdheden met betrekking tot de verstrekking van het AOW- en Jeugdtegoed door de raad ter nadere regeling gedelegeerd aan het college. Deze bevoegdheden van het college worden uitgewerkt in de door het college vast te stellen nadere regels. Ter uitwerking van deze nadere regels worden tevens beleidsregels vastgesteld. Artikelsgewijze toelichtingArtikel 1 DefinitiesAanvrager Het AOW-tegoed wordt aangevraagd door de AOW-gerechtigde. Het Jeugdtegoed wordt aangevraagd door de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.