Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2015 en Reglement van orde voor de vergaderingen en werkwijze van de referendumcommissie gemeente Oisterwijk 2015Referendumverordening Gemeente Oisterwijk 2015 De raad van de gemeente Oisterwijk, gelezen het voorstel van de griffie d.d. 29 april 2015, raadsvoorstel nr. 15/38; gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet, besluit : vast te stellen de Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2015 onder gelijktijdige intrekking van de Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010; vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen en werkwijze van de referendumcommissie gemeente Oisterwijk 2015 onder gelijktijdige intrekking van het Reglement van Orde Referendumcommissie gemeente Oisterwijk Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2015 Hoofdstuk1Algemeen Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: referendum: een volksstemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen besluit: vakantieperiode: de periode, waarin in de gemeente Oisterwijk geen basisonderwijs wordt gegeven. kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden overeenkomstig artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Oisterwijk. Artikel2.Toepassingsgebied 1.Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondgebied van de gemeente Oisterwijk. 2.Indien op grond van artikel 6, derde lid, van deze verordening een raadplegend referendum wordt beperkt tot een deelgebied binnen de gemeente, dan wordt het bepaalde in deze verordening gerelateerd aan de kring van kiesgerechtigden binnen dat bewuste deelgebied. Artikel3.Referendumcommissie 1.De raad stelt per referendum een referendumcommissie in. 2.De commissie bestaat uit drie leden, die geen deel uitmaken van en niet werkzaam zijn bij of onder verantwoordelijkheid van de gemeente Oisterwijk. 3.Het lidmaatschap van de raad, van het college of van een gemeentelijke commissie is niet verenigbaar met het lidmaatschap van de referendumcommissie. 4.De commissie heeft als taak: toezicht houden op het verloop van de referendumprocedure; gevraagd en ongevraagd te adviseren aan het college en/of de raad over de toepassing van deze verordening; adviseren over de vraagstelling van het referendum; het toetsen van het door de gemeente te gebruiken voorlichtingsmateriaal over de procedure van het referendum; het behandelen van en adviseren over klachten over de referendumprocedure. 6.De raad benoemt en ontslaat de leden van de commissie en stelt een reglement vast ten aanzien van de vergaderingen en de werkwijze van de commissie. 7.De commissie wordt ondersteund door de griffier of door een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie. Artikel4.Onderwerp van referendum 1.De raad kan op grond van een inleidend verzoek zoals bedoeld in artikel 7 besluiten dat een referendum kan worden gehouden over een voorgenomen raadsbesluit. 2.Een referendum kan niet worden gehouden over: een voorgenomen raadsbesluit in bezwaar- en beroepsprocedures en tot het voeren van een rechtsgeding; een voorgenomen raadsbesluit over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen en rechtspositionele regelingen aangaande de griffier of griffiemedewerkers; een voorgenomen raadsbesluit over de vaststelling van gemeentelijke belastingen en tarieven, de gemeentelijke begroting en de programmarekening; een voorgenomen raadsbesluit over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; een voorgenomen raadsbesluit in het kader van deze verordening; een voorgenomen raadsbesluit om toe te treden tot, tot wijziging van, of om uit te treden uit een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen; een voorgenomen raadsbesluit dat een gehele of gedeeltelijke uitwerking is van of uitvoering geeft aan een eerder door de raad genomen besluit, waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; een voorgenomen raadsbesluit over onderwerpen waarover de raad geen beslissingsbevoegdheid heeft. een voorgenomen raadsbesluit waarvan de raad van mening is dat er andere dan de in de onderdelen a t/m h van dit artikel genoemde redenen zijn om geen referendum te houden. Hoofdstuk2:Raadplegend referendum Artikel5.Initiatief raad 1.De raad kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van deze verordening, besluiten tot het houden van een referendum. 2.Het bepaalde in artikel 10 en verder van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. 3.Een raadplegend referendum kan worden beperkt tot een deelgebied binnen de gemeente, indien de aangelegenheid slechts dat deel van de gemeente betreft en het voorgenomen raadsbesluit buiten dat gebied geen effecten kan hebben. Artikel6.Aanhouden beslissing 1.Wanneer de raad besluit tot het houden van een referendum zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van deze verordening, dan wordt het voorgenomen raadsvoorstel op de gangbare wijze in twee termijnen behandeld. 2.Besluitvorming over het voorgenomen raadsbesluit wordt echter aangehouden tot de eerstvolgende raadsvergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden. Over de ingediende amendementen wordt wel gestemd, zodat de uitslag daarvan bij het te houden referendum kan worden betrokken. Hoofdstuk3:Raadgevend referendum Artikel7.Inleidend verzoek 1.Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een voorgenomen besluit van de raad. 2.Dit inleidende verzoek moet ten minste vijf werkdagen voor de raadsvergadering, waarvoor het voorgenomen raadsbesluit is geagendeerd, schriftelijk bij het college worden ingediend. 3.Het inleidend verzoek moet worden gedaan door een aantal kiesgerechtigden, dat tenminste gelijk is aan 1% van de kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Oisterwijk ten tijde van de laatst gehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad . 4.In het inleidend verzoek wordt aangegeven om welk voorgenomen raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. 5.De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt standaard formulier, dat ter ondertekening op het gemeentekantoor ligt. Bij het plaatsen van een handtekening op het formulier dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. 6.Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden van een referendum. 7.Uiterlijk vóór 16.00 uur van de dag voorafgaand aan de dag waarop de raadsvergadering wordt gehouden waarvoor het voorgenomen raadsbesluit is geagendeerd, maakt het college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek. 8.De raad beslist in de raadsvergadering waarvoor het voorgenomen raadsbesluit is geagendeerd of aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek is voldaan en besluit tevens of over het voorgenomen raadsbesluit, met inachtneming van de weigeringsgronden uit artikel 4, tweede lid, van deze verordening een referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn beslissing eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering. 9.Indien de raad van mening is dat de weigeringsgrond uit artikel 4, tweede lid, aanhef en onder g of h van deze verordening van toepassing is, verzoekt de raad de referendumcommissie hierover een advies uit te brengen. In dat geval wordt de beslissing op het inleidende verzoek verdaagd tot de eerstvolgende raadsvergadering. Artikel8.Het definitieve verzoek 1.Kiesgerechtigden kunnen, binnen zes weken na de dag waarop de raad bekend heeft gemaakt dat op grond van het inleidend verzoek is besloten dat over een voorgenomen raadsbesluit een referendum kan worden gehouden, schriftelijk een verklaring tot ondersteuning van het inleidend verzoek bij het college indienen. Indien de afloop van de hiervoor bedoelde termijn in een vakantieperiode valt, verlengt het college deze termijn met ten hoogste zes weken. 2.De verklaring tot ondersteuning moet worden gedaan door een aantal kiesgerechtigden dat ten minste gelijk is aan 10% van de kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Oisterwijk ten tijde van de laatst gehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad. Voor de vaststelling van de in de vorige volzin van dit artikellid bedoelde aantal worden de kiesgerechtigden die het inleidend verzoek hebben ingediend, meegerekend. 3.In de verklaring tot ondersteuning wordt aangegeven om welk voorgenomen raadsbesluit het gaat. Deze verklaring gaat vergezeld van een handtekening van elke kiesgerechtigde, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. 4.De in het derde lid van dit artikel genoemde persoonsgegevens worden geplaatst op een daartoe door het college verstrekt standaard formulier dat ter ondertekening op het gemeentekantoor ligt. Bij het plaatsen van een handtekening op het formulier dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. 5.Het definitieve verzoek tot het houden van een referendum wordt gevormd door het totale aantal geldige verklaringen ter ondersteuning van het inleidend verzoek. 6.Uiterlijk vóór 16.00 uur van de dag voorafgaand aan de eerstvolgende raadsvergadering na afloop van de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn maakt het college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van een definitief verzoek. 7.De raad beslist in de in het vorige lid van dit artikel genoemde raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een definitief verzoek is voldaan en of over het voorgenomen raadsbesluit een referendum zal worden gehouden. Artikel9.Aanhouden beslissing 1.Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 7 van deze verordening van mening is dat over het voorgenomen raadsbesluit een referendum kan worden gehouden, dan wordt het voorgenomen raadsvoorstel op de gangbare wijze in twee termijnen behandeld. 2.Besluitvorming over het voorgenomen raadsbesluit wordt echter aangehouden tot de eerstvolgende raadsvergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder afwijzend op het inleidende of het definitieve verzoek wordt beslist. Over de ingediende amendementen wordt wel gestemd, zodat de uitslag daarvan bij het te houden referendum kan worden betrokken. Hoofdstuk4:Datum, vraagstelling, procedure, organisatie en informatie Artikel10.Datum referendum 1.De raad beslist binnen twee weken na de datum van het besluit als bedoeld in artikel 5 eerste lid of artikel 8 zevende lid van deze verordening over het tijdstip en de vraagstelling van het referendum. 2.Het referendum vindt uiterlijk binnen drie maanden na de datum van het besluit als bedoeld in artikel 5, eerste lid of artikel 8 zevende lid van deze verordening 3.De datum van het referendum wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekendgemaakt. 4.Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden. 5.Indien de dag van het referendum zou vallen binnen zes maanden voor het tijdstip van een algemene verkiezing, kan de raad in afwijking van het tweede lid van dit artikel beslissen dat het referendum tegelijkertijd met die algemene verkiezing wordt gehouden. 6.Indien de afloop van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde termijn in een vakantieperiode valt, kan de raad genoemde termijn verlengen met ten hoogste 6 weken. Artikel11.Vraagstelling 1.Aan de kiesgerechtigden wordt de vraag gesteld of zij voor dan wel tegen het voorgenomen raadsbesluit zijn. 2.Indien een voorgenomen raadsbesluit uit meerdere onderdelen bestaat, wordt een formulering gekozen die alle onderdelen bestrijkt. Artikel12.Organisatie en informatie 1.Het college draagt zorg voor een goede organisatie van en een zorgvuldige informatieverstrekking over het referendum. 2.De tekst van het voorgenomen raadsbesluit en het bijbehorende raadsvoorstel waarover het referendum wordt gehouden, liggen 6 weken voor het referendum ter inzage op de daartoe door het college aangewezen plaatsen. Dezelfde informatie is ook op via het raadsinformatiesysteem van de gemeente beschikbaar. 3.De burgemeester stelt een samenvatting vast van het voorgenomen raadsbesluit en het raadsvoorstel waarover het referendum wordt gehouden. De samenvatting wordt ten minste 14 dagen voor de dag van het referendum huis aan huis in de gemeente bezorgd. 4.Het college scheidt bij de informatievertrekking zoveel mogelijk de informatie over de procedure van het referendum en de informatie over de inhoud van het voorgenomen raadsbesluit waarover een referendum wordt gehouden. 5.De formulering van de vraagstelling wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekendgemaakt en aan de inwoners bekendgemaakt in de samenvatting van de burgemeester, dan wel in een begeleidend schrijven. Hoofdstuk5:Financiën Artikel13.Budget 1.Nadat is besloten tot het houden van een referendum brengt de raad een bedrag op de begroting voor voorlichting en organisatie. 2.Tevens stelt de raad een subsidieplafond vast voor subsidies aan de verzoekers van het referendum en aan maatschappelijke organisaties voor het organiseren van debat en publiciteit over het onderwerp waarop het referendum betrekking heeft. De raad bepaalt daarbij volgens welke verdeelsleutel het subsidieplafond over de groepen van subsidiegerechtigden wordt verdeeld. 3.Het college beslist op de aanvragen om subsidie in volgorde van ontvangst. Hoofdstuk6:Stemming, uitslag en gevolgen van de uitslag Artikel14.De stemming Op het stembiljet wordt de vraagstelling als bedoeld in artikel 11 vermeld en aan de kiesgerechtigde de keuze geboden zich voor of tegen het voorgenomen raadsbesluit uit te spreken. Artikel15.Stemopneming 1.Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, vindt de stemopneming plaats. 2.Ieder stembureau stelt vast: a.het aantal kiesgerechtigden dat bevoegd is in het stemdistrict aan de stemming deel te nemen. b.het aantal stemmen dat vóór het voorgenomen raadsbesluit is waarover het referendum is gehouden; c.het aantal stemmen dat tegen het voorgenomen raadsbesluit is waarover het referendum is gehouden; d.het aantal blanco stemmen; e.de som van de onder a, b en c van dit artikel bedoelde aantal stemmen, zijnde het aantal geldige uitgebrachte stemmen; f.het aantal ongeldige stemmen; 3.Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, maakt de burgemeester de aantallen stemmen bekend. 4.De burgemeester draagt er zorg voor dat de processenverbaal en de opgave van de door hem vastgestelde aantallen stemmen worden overgebracht naar het hoofdstembureau. Artikel16.Uitslag De uitslag van een referendum geldt als een uitspraak tot afwijzing van het voorgenomen raadsbesluit, indien een meerderheid van de kiesgerechtigden zich tegen het voorgenomen raadsbesluit uitspreekt en de opkomt bij het referendum ten minste 30 % van het totale aantal kiesgerechtigden bedraagt. Artikel17.Vaststelling van de uitslag 1.Het hoofdstembureau gaat onmiddellijk nadat het de bescheiden als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van deze verordening heeft ontvangen over tot de werkzaamheden tot het vaststellen van de uitslag van het referendum. 2.Het hoofdstembureau stelt vast: het totaal aantal stemmen dat vóór het voorgenomen raadsbesluit waarover het referendum is gehouden, is uitgebracht; het totaal aantal stemmen dat tegen het voorgenomen raadsbesluit waarover het referendum is gehouden is uitgebracht; het totale aantal blanco stemmen dat is uitgebracht; de som van de onder a, b en c van dit artikel bedoelde aantal stemmen, zijnde het totaal aantal geldige uitgebrachte stemmen; het totale aantal ongeldige stemmen; het totale aantal kiesgerechtigden voor het referendum. 3.Het hoofdstembureau stelt de opkomst vast door de som van het totale aantal geldige en het totale aantal ongeldige stemmen te delen door het totale aantal kiesgerechtigden. 4.Het hoofdstembureau stelt vervolgens vast of een meerderheid van de kiesgerechtigden zich tegen het voorgenomen raadsbesluit heeft uitgesproken. 5.De voorzitter van het hoofdstembureau maakt de uitslag zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke wijze. 6.De voorzitter van het hoofdstembureau zendt een afschrift van het proces verbaal aan de raad. Artikel18.Raadsbesluit na uitslag In de eerstvolgende raadsvergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over het voorgenomen raadsbesluit dat aan een referendum is onderworpen en is aangehouden. Hoofdstuk7:Straf- en slotbepalingen Artikel19.Kieswet van overeenkomstige toepassing 1.Onverminderd bovenstaande artikelen zijn ten aanzien van organisatie en uitvoering van een referendum de bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2.De voorzitter van het hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad is tevens voorzitter van het hoofdstembureau voor het referendum. Artikel20.Strafbepaling Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: Stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; Stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft; Stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; Door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; Zich door gift of belofte tot het bij volmacht stemmen of het afleggen van een ondersteuningsverklaring laat omkopen; Een ander heeft gemachtigd voor hem te stemmen en niettemin in persoon aan de stemming deelneemt; Stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Artikel21.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van haar bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van de “Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2010”. Artikel23.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ”Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2015”. B. Reglement van orde voor vergaderingen en werkwijze van de referendumcommissie gemeente Oisterwijk 2015 Artikel1Begripsbepalingen 1.Referendum: een volksstemming waarbij kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen besluit als bedoeld in de Referendumverordening gemeente Oisterwijk 2015; 2.Commissie: de referendumcommissie ingesteld op grond van artikel 84 van de Gemeentewet als bedoeld in en ter uitvoering van artikel 3 ter uitvoering van de Referendumverordening gemeente Oisterwijk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.