Onderwerp: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2010 Ons kenmerk: 09bwb00759 Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe; gelet op het overleg met de Cliëntenraad WMO van 9 december 2009; gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2008; b e s l u i t e n : vast te stellen het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2010 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Dit besluit verstaat onder: de wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning; de verordening: de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2008; het Besluit: het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Overbetuwe 2010; college: het college van burgemeester en wethouders; collectieve vervoersvoorziening: het systeem van collectief vraagafhankelijk vervoer, zoals verzorgd door de stadsregiotaxi SRAN; woonschip: een woonruimte, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c. van de Huisvestingswet; woonwagen: een woonruimte, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f. van de Huisvestingswet. Artikel2Verstrekking en verantwoording persoonsgebonden budget Verstrekking van een verleende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats, als op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget, of het budget niet zal gebruiken om een voorziening aan te schaffen. Het college kan de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder na afloop van enig kalenderjaar controleren. Degene aan wie een persoonlijk budget is toegekend, verstrekt op verzoek van het college, voor zover van toepassing: een nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; gegevens waaruit blijkt aan welke vereisten de aangeschafte voorziening voldoet; een overzicht van de salarisadministratie. Artikel3Verstrekking en verantwoording financiële tegemoetkoming Verstrekking van een verleende individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming vindt alleen plaats in de gevallen zoals in de verordening bepaald. Degene aan wie een financiële tegemoetkoming is toegekend, verstrekt op verzoek van het college, voor zover van toepassing: een nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; gegevens waaruit blijkt aan welke vereisten de aangeschafte voorziening voldoet; een overzicht van de salarisadministratie. Artikel4Indiening van de aanvraag Een aanvraag moet worden ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier of door middel van ondertekening van een kennisgeving van de aanvraag. Hoofdstuk2Hulp bij het huishouden Artikel5Eigen bijdrage Voor hulp bij het huishouden, als bedoeld in artikel 8 van de verordening, moet een eigen bijdrage, zoals bepaald in artikel 6 van dit Besluit, worden betaald. Het in rekening te brengen tarief voor hulp bij het huishouden bedraagt € 17,50 per uur. Artikel6Hoogte eigen bijdrage De in een kalenderjaar verschuldigde eigen bijdrage en het aandeel in de kosten van maatschappelijke ondersteuning dat bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming voor eigen rekening blijft, mag tezamen niet meer bedragen dan: voor de ongehuwde persoon jonger dan 65 jaar: € 17,60 per vier weken, met dien verstande dat als zijn inkomen meer bedraagt dan € 22.222,-- het bedrag van € 17,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 22.222,--; voor de ongehuwde persoon van 65 jaar of ouder: € 17,60 per vier weken, met dien verstande dat als zijn inkomen niet meer bedraagt dan € 15.256,-- het bedrag van € 17,60 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen zijn inkomen en € 15.256,--; voor de gehuwde personen als één van beiden jonger is dan 65 jaar, of beiden jonger zijn dan 65 jaar: € 25,20 per vier weken, met dien verstande dat als hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 27.222,-- het bedrag van € 25,20 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 27.222,--; voor de gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn: € 25,20 per vier weken, met dien verstande dat als hun gezamenlijke inkomen meer bedraagt dan € 21.058,-- het bedrag van € 25,20 wordt verhoogd met een dertiende deel van 15% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 21.058,--. Artikel7Omvang persoonsgebonden budget Voor hulp bij het huishouden wordt bij de vaststelling van de omvang van een persoonsgebonden budget een bedrag beschikbaar gesteld van € 15,-- per toegekend uur. Van het bestede bedrag behoeft een bedrag van ten hoogste € 250,-- niet verantwoord te worden. Artikel8Wijzigen keuze PGB – Zorg in natura Gedurende het lopende kalenderjaar kan de keuze voor de vorm van verstrekking van hulp bij het huishouden niet worden gewijzigd. Hoofdstuk3Woonvoorzieningen Artikel9Algemene woonvoorziening Een algemene woonvoorziening die, al dan niet in natura, kan worden verleend, is: een standaard drempelvervanger; een standaard douche-zitje; een standaard wand- en toiletbeugel; en/of een toiletverhoger. Artikel10Omvang persoonsgebonden budget De omvang van het persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst-adequate voorziening in natura. Indien nodig, wordt dit verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, conform het tarief van de gecontracteerde leverancier. Artikel11Bijzondere bepalingen woonschip en woonwagen De hoogte van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de verordening bedraagt maximaal € 2.000,--. Artikel12Tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en (her)inrichtingskosten bedraagt maximaal € 2.800,--. In afwijking van het eerste lid bedraagt de financiële tegemoetkoming in de verhuis- en (her)inrichtingskosten maximaal € 5.600,-- als hiermee een aangepaste woning vrijkomt. Artikel13Kosten van woningaanpassing Een woningaanpassing in natura, een financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing of een persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing kan worden verleend voor de volgende kosten: de aanneemsom (hierin begrepen loon- en materiaalkosten voor het treffen van de voorziening. Als de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, dan vervalt de post loonkosten en worden alleen de materiaalkosten in aanmerking genomen); het architectenhonorarium tot ten hoogste 10 % van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in DNR2005 van de BNA en alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld; de bouwleges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de verschuldigde en niet verreken- of terugvorderbare omzetbelasting; de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet waren te voorzien; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting van openbare nutsvoorzieningen; de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor een persoon met beperkingen, voor zover de kosten onder a. tot en met g. meer bedragen dan € 3.500,--. De administratiekosten worden bepaald op maximaal € 350,--. Artikel14Kosten in verband met tijdelijke woonruimte Een financiële tegemoetkoming voor de kosten in verband met het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte of het langer aanhouden van de te verlaten woning bedraagt de werkelijke kosten met een maximum van de maximale huur waarvoor huurtoeslag wordt verstrekt. Een financiële tegemoetkoming voor de kosten in verband met het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte bedraagt de werkelijke kosten met een maximum van 50% van de maximale huur waarvoor huurtoeslag wordt verstrekt. De termijn voor het verstrekken van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in dit artikel bedraagt maximaal zes maanden. Artikel15Kosten in verband met huurderving Een eigenaar van een woning kan voor een financiële tegemoetkoming voor de kosten in verband met huurderving in aanmerking komen, als de minimale kosten van de aanpassing € 4.600,-- bedragen. Een financiële tegemoetkoming voor de kosten in verband met huurderving bedraagt 75% van de subsidiabele huur met een maximum van 75% van de maximale woonkosten waarvoor huurtoeslag kan worden verstrekt. De termijn voor het verstrekken van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in dit artikel bedraagt maximaal zes maanden. Artikel16Kosten in verband met het verwijderen van voorzieningen Een eigenaar van een woning kan voor een financiële tegemoetkoming voor de kosten in verband met verwijderen van voorzieningen in aanmerking komen, als de minimale kosten van de aanpassing € 4.600,-- bedragen. Een financiële tegemoetkoming voor de kosten in verband met verwijderen van voorzieningen wordt alleen verleend als de woning langer dan zes maanden leeg staat, of de aanpassingen zo specifiek zijn, dat het door de aanwezigheid van de voorzieningen niet mogelijk is om de woning te verhuren aan een persoon zonder beperkingen. Een financiële tegemoetkoming voor de kosten als bedoeld in dit artikel bedraagt maximaal € 500,--. Artikel17Maximumbedrag bezoekbaar maken één woonruimte Het in artikel 19, vierde lid van de verordening genoemde maximumbedrag, dat wordt verleend bij de woonvoorziening, als bedoeld in artikel 19, tweede lid van de verordening, bedraagt € 4.500,--. Artikel18Afschrijvingsschema
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.