Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2011De raad van de gemeente Oldenzaal; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 november 2010, nr. 45/10 , reg.nr. INT-10-00819; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2011 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam reinigingsrechten worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van door de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2.De rechten bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal containers in de loop van het belastingjaar toeneemt, worden de rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, respectievelijk de hogere rechten ter zake van het toegenomen aantal containers, geheven voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal containers, nog gedeelten van kalendermaanden of volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal containers in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, respectievelijk de lagere rechten ter zake van het verminderde aantal containers, als er in dat jaar, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht, respectievelijk de vermindering van het aantal containers, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de reinigingsrechten worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt in het geheel geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van reinigingsrechten. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 1.De Verordening reinigingsrechten 2010 van 17 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de vierde dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.