← Nederland

Gemeentelijk rioleringsplan Kampen 2016-2020 (Kampen)

Gemeentelijk rioleringsplan Kampen 2016-2020Het belang van een GRP. Het GRP is een belangrijk gemeentelijk beleidsdocument. Het geeft inhoudelijke, financiële en programmatische sturing aan het rioleringsbeheer. Dit is uit oogpunt van volksgezondheid, bewoonbaarheid en milieubescherming één van de kerntaken van elke gemeente. Sinds enkele jaren gaat het niet alleen om de zorgplicht voor het afvalwater, maar ook voor hemelwater en grondwaterstand. Deze zorgplichten vergen financiële middelen en verdienen daarom een zorgvuldige benadering. Enerzijds moet gewoon gedaan worden wat noodzakelijk en verplicht is, anderzijds zijn op onderdelen beleidskeuzes mogelijk. Het riool is er voor ons allemaal en wordt mede mogelijk gemaakt door ons allemaal, want de middelen worden opgebracht door burgers en bedrijven middels de rioolheffing. Ook hierin zijn enkele belangrijke keuzes te maken. Het nieuwe GRP leent zich ervoor om de bestuurlijke keuzes zorgvuldig te maken en daarna voortvarend aan de slag te gaan. Leeswijzer. Hoofdstuk 1 van het GRP gaat in op de wettelijke basis en de procedure van het plan, inclusief evaluatie van het vorige GRP. Het vormt de inleiding tot het nieuwe GRP. Hoofdstuk 2 geeft het beleid voor de gemeentelijke zorgplichten vanuit de wet gemeentelijke watertaken. De start met de visie en ambitie van de gemeente en de gestelde doelen voor het rioleringsbeheer. Concreet wordt per zorgplicht aangegeven welk beleid in de gemeente geldt. Het geeft de handvaten bij vragen of de gemeente aan zet is om iets te doen of dat de bal ligt bij een burger of bedrijf. Voor nieuwbouw worden de kaders meegegeven. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de belangrijkste voorzieningen die onder het plan vallen. Er wordt kort ingegaan op de toestand waarin de objecten verkeren en de wijze van beheer hiervan. Dit hoofdstuk is object georiënteerd. Hoofdstuk 4 gaat in op de organisatie van het rioleringsbeheer. Er wordt ingegaan op de omgang met meldingen en de spelregels bij verstoppingen. Verder wordt stilgestaan bij de samenwerking met andere afdelingen binnen de gemeente en die met de waterbeheerders. Tot slot wordt ingegaan op de nieuwe ontwikkeling om niet langer uit te gaan van cyclische vervanging van oude riolen, maar in te zetten op een risicobenadering in combinatie met nieuwe renovatietechnieken. Hoofdstuk 5 kijkt vooruit naar de maatregelen voor de planperiode. Het geeft de lezer een beeld wat in de komende jaren mag worden verwacht aan grote activiteiten. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitgaven voor het rioleringsbeheer. Daarbij wordt aandacht gegeven aan de kwestie welke kosten je toerekent aan het rioleringsbeheer, zowel in de sfeer van de exploitatie en de begroting als bij projecten met rioolvervanging. Hoofdstuk 7 betreft het vermogensbeheer. Het gaat over langjarig afschrijven, over sparen in een voorziening, over het ideaalcomplex en over rente en inflatie. Een onderwerp dat vooral op lange termijn verschil maakt en een consistente lijn door de jaren heen vraagt. Hoofdstuk 8 beschrijft de vormgeving van de rioolheffing. Bij wie wordt de nota van de rioolheffing neergelegd en op welke wijze wordt het tarief verdeeld over de verschillende belanghebbenden. Hoofdstuk 9 geeft de doorrekening naar de benodigde rioolheffing om voldoende geld te hebben voor het beheer en de geplande projecten. De gegevens en de keuzes van de voorgaande hoofdstukken komen hier bij elkaar en leiden tot de benodigde rioolheffing. Voor gehaaste lezers volstaat het lezen van de samenvatting. Samenvatting Gemeente Kampen voert het beheer over 272 kilometer vrijverval riolering, 37 st. rioolgemalen en 11 st. bergbezink-bassins/riolen met voorzieningen en regenwaterschuiven voor afvalwater, grondwater en hemelwater, 18.217 kolken en enkele bijzondere voorzieningen. Het hoofddoel van dit omvangrijke systeem is om afvalwater uit de directe leefomgeving in te zamelen en transporteert ten behoeve van de volksgezondheid. Daarnaast komt riolering de bewoonbaarheid in de kernen ten goede doordat wateroverlast en stank worden voorkomen. Verder is het milieu gediend met goed functionerende riolering. De vervangingswaarde van het systeem wordt geraamd op 237 miljoen euro. Dit getal maakt duidelijk dat het een kostbaar systeem betreft. Zorgvuldig beheer is daarom geboden. In dit GRP wordt uiteengezet hoe het beheer in de gemeente Kampen wordt gevoerd. Het is een doorontwikkeling van het beleid uit het vorige GRP (2011-2015). Het beheer van de riolering in de gemeente Kampen wordt gevoerd conform de wetgeving. Het systeem voldoet aan geldende richtlijnen. Binnen de gemeentelijke organisatie is een klein team belast met de werkzaamheden voor de riolering. Gedeelten van het werk worden uitbesteed aan gespecialiseerde marktpartijen. Voor de gemeentelijke zorgplichten op gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater is in dit GRP concreet beleid geformuleerd. Dit biedt houvast bij nieuwbouw en bij klachten. Afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in afkoppelmaatregelen om wateroverlast bij zware buien te voorkomen en lozingen via de overstorten uit het gemengde stelsel te reduceren. De afkoppelmaatregel vergroot de capaciteit van het rioleringssysteem en draagt bij aan een robuust en klimaatbestendig systeem. Voor de komende jaren wordt de toestand van de objecten in de gaten gehouden en is budget gereserveerd om de kwaliteit op peil te houden. Nieuw is dat daarbij wordt uitgegaan van risico gestuurd beheer. Een riool wordt niet vanzelfsprekend vervangen als hij 50 jaar oud is, zoals tot nog toe werd aangenomen. Op basis van gedetailleerde inspecties per wijk en door het uitvoeren van plaatselijke reparaties en de inzet van moderne renovatietechnieken, kan een riool dikwijls veel langer meegaan. Bovendien wordt bij riolen in een woonstraat iets meer veroudering geaccepteerd dan bij hoofdriolen onder drukke wegen of met een groot achterliggend gebied. Hierdoor is minder budget benodigd voor rioolvervanging en wordt overlast voor burgers tot een minimum beperkt. Keerzijde van dit nieuwe beleid is dat in woonstraten iets vaker dan voorheen reparaties nodig zijn die tot enig ongemak kunnen leiden. De financiële middelen, die nodig zijn om alle taken van het rioleringsbeheer te kunnen uitvoeren, worden betaald door de inwoners van Kampen met een 100% kostendekkende rioolheffing. In 2015 was de hoogte van de rioolheffing € 159 per woning. Bij bedrijven wordt de rioolheffing berekend op basis van WOZ-waarde tot een maximum van € 1.

  1. In het GRP 2011-2015 waren grote investeringsbedragen opgenomen voor rioolvervanging in de periode 2016-
  2. Door het toepassen van het risicogestuurde beheer zijn deze grote investeringen verspreid over een langere tijdsperiode en kan in veel gevallen met lagere investeringen de levensduur van de riolering worden verlengd. Hierdoor kan de rioolheffing voor 2016 met € 25,80 omlaag. Hiermee is in de perspectiefnota 2016-2019 al rekening gehouden. Inhoudsopgave Het belang van een GRP. ii Leeswijzer.iii Samenvatting iv Inhoudsopgave 1 Hoofdstuk 1 – Inleiding tot het nieuwe GRP. 3 1.1 – Kerngedachte van het GRP. 3 1.2 – Wettelijke basis voor het GRP. 4 1.3 – Documenten bij dit GRP. 5 1.4 – Geldigheidsduur van het GRP. 5 1.5 – Tot standkomings proces van het GRP. 6 1.6 – Terugblik op het vorige GRP. 7 1.7 – Korte historie van de riolering in gemeente Kampen. 10 Hoofdstuk 2 – Beleid voor de zorgplichten: afvalwater, grondwater en hemelwater. 12 2.1 – Beleidskaders voor de zorgplichten riolering. 12 2.1.1 – Visie van de gemeente Kampen. 12 2.1.2 – Rivus visie afvalwaterketen
  3. 14 2.1.3 – Overige relevante dossiers en lokale afspraken. 16 2.2 – Afvalwaterbeleid. 21 2.2.1 – Verplichting vanuit de Wet. 21 2.2.2 – Taakopvatting van de gemeente op het gebied van afvalwater. 22 2.2.3 – Concrete uitwerking van het afvalwaterbeleid. 23 2.2.4 – overige aandachtspunten 25 2.3 – Grondwaterbeleid. 29 2.3.1 – Verplichting vanuit de Wet. 29 2.3.2 – Taakopvatting van de gemeente op het gebied van grondwater. 30 2.3.3 – Concrete uitwerking van het grondwaterbeleid 30 2.3.4 – overige aandachtspunten 32 2.4 – Hemelwaterbeleid. 36 2.4.1 – Verplichting vanuit de Wet. 36 2.4.2 – Taakopvatting van de gemeente op het gebied van hemelwater. 37 2.4.3 – Concrete uitwerking van het hemelwaterbeleid. 38 2.4.4 – overige aandachtspunten 39 Wetgeving 41 Aanpak bij de bron 42 De zorgplicht 42 Hoofdstuk 3 – Rioleringsvoorzieningen. 44 3.1 – Overzicht van de voorzieningen die onder dit GRP vallen. 44 3.2 – Huis en bedrijfsaansluitingen 46 3.3 – Kolken en goten. 47 3.4 – Vrijverval riolen. 47 3.5 – Gemalen en persleidingen. 48 3.6 – Riolering buitengebied. 49 3.7 – Riooloverstorten en hemelwateruitlaten. 51 3.8 – Overige voorzieningen. 58 Hoofdstuk 4 – Rioleringsbeheer 60 4.1 – Meldingen van burgers en bedrijven. 60 4.2 – Spelregels bij verstoppingen. 61 4.3 – Communicatie en bewustwording. 61 4.4 – Hydraulische berekeningen. 62 4.5 – Monitoring van het functioneren. 62 4.6 – Beschouwing van de personele omvang 63 4.7 – Samenwerking binnen de gemeente. 66 4.8 – Samenwerking met de waterbeheerders. 66 4.9 – Samenwerking in de Regio. 69 4.10 – Leren vanuit de landelijke benchmark. 69 4.11 – Riolering en calamiteiten. 70 4.12 – Gevolgen voor het milieu. 70 4.13 – Van cyclische vervanging naar risico gestuurd beheer. 70 Hoofdstuk 5 – Maatregelen in de planperiode. 73 5.1 – Maatregelen voor onderzoek en planvorming 73 5.2 – Maatregelen voor beheer en onderhoud 74 5.3 – Maatregelen voor renovatie en vervanging 74 5.4 – Verbeteringsmaatregelen 74 Hoofdstuk 6 – Uitgaven voor het rioleringsbeheer. 75 6.1 – Exploitatiekosten. 75 6.1.1 – Kostentoerekening aan de rioleringszorg. 75 6.1.
  4. – Gemengde activiteiten. 80 Hoofdstuk 7 – Vermogensbeheer. 81 7.1 – Noodzaak en vormgeving van een demper voor de heffing. 81 7.2 – Demper in gemeente Kampen. 82 Hoofdstuk 8 – Vormgeving van de rioolheffing. 84 8.1 – Wettelijke basis. 84 8.2 – Vormgeving van de rioolheffing in gemeente Kampen. 84 Hoofdstuk 9 – Berekening van de rioolheffing. 85 Hoofdstuk1– Inleiding tot het nieuwe GRP. Dit inleidende hoofdstuk gaat in op de kerngedachte van het GRP, de wettelijke basis en de gevolgde procedure om tot het plan te komen, inclusief evaluatie van het vorige GRP. 1.1 – Kerngedachte van het GRP. Het belangrijkste doel van riolering is om bij te dragen aan de volksgezondheid. Zonder afvoer van afvalwater uit de directe leefomgeving, bestaat in dichtbevolkte gebieden een reëel gevaar voor epidemieën. De volksgezondheid in een stad is waarschijnlijk het meest gediend met goede voedselveiligheid, een goede eerstelijns gezondheidszorg en een goed functionerende waterketen. Daarnaast is riolering van belang voor de bewoonbaarheid van de leefomgeving en bescherming van het milieu. Riolering is vooralsnog onmisbaar in stedelijk gebied. De aanleg en het beheer ervan is een kostbare aangelegenheid. Reden genoeg om als gemeente een rioleringsplan te willen hebben waarin staat aangegeven: welk beleid de gemeente voert voor de zorgplichten riolering, wat de gemeente aan rioleringsvoorzieningen heeft, hoe deze worden beheerd, welke voorzieningen aan vervanging of renovatie toe zijn, welke verbeteringen nog nodig zijn, onder meer voor het milieu, hoeveel dat alles kost en hoe deze kosten op de burgers en bedrijven worden verhaald. Dit is de kerngedachte van het gemeentelijk rioleringsplan ofwel het GRP. Het rioleringsbeleid van de gemeente wordt door het GRP transparant gemaakt. In het GRP wordt niet alleen gekeken naar het afvalwater, maar ook naar hemelwater en grondwater. Dit wordt wel eens aangeduid met de term verbreed en dan wordt het plan VGRP genoemd. In de wet heet het echter nog gewoon GRP, vandaar dat deze term wordt gehanteerd. Van belang is dat de lezer inziet dat het gaat om rioleringszorg in brede zin van het woord en dus meer omvat dan enkel de rioolbuizen. 1.2 – Wettelijke basis voor het GRP. De wettelijke basis voor het GRP wordt gevormd door artikel 4.22 van de Wet milieubeheer. 1.3 – Documenten bij dit GRP. De tekst van het GRP is bewust compact gehouden om de leesbaarheid te bevorderen. Lezers die meer achtergrondinformatie wensen, kunnen dit vinden in de documenten die staan vermeld in bijgaand overzicht. Eerst worden enkele relevante landelijke documenten genoemd, daarna documenten die specifiek inzoomen op de situatie in gemeente Kampen. 1.4 – Geldigheidsduur van het GRP. De gemeente is vrij om de geldigheidsduur van het GRP te kiezen. Gezien het belang van goed functionerende riolering en gezien de grote financiële bedragen die ermee zijn gemoeid, is het verstandig met enige regelmaat een nieuw GRP op te stellen en te bespreken met de gemeenteraad. Lange plantermijnen zijn onverstandig omdat tussentijds belangrijke wijzigingen kunnen optreden, zoals: Wijzigingen in de sfeer van nieuwe wetgeving of (Europees) beleid. Het beschikbaar komen van nieuwe inspectieresultaten die een ander beeld geven van noodzakelijke reparaties en vernieuwingen. Opgedane ervaring op diverse vlakken. Afwijkingen bij de inkomsten, de uitgaven of het vermogensbeheer, waardoor het financiële plaatje anders wordt. Na een aantal jaren ontstaat zodoende behoefte aan bijsturing. Voor het onderhavige GRP is gekozen voor de planperiode 2016 – 2020, dus een looptijd van vijf jaren. Het eindjaar is gelijkgetrokken met de andere gemeenten binnen RIVUS die hebben meegewerkt aan de gezamenlijke basis voor dit GRP. Naast genoemde argumenten speelt mee dat 2020 een belangrijk jaar is volgens het Bestuursakkoord Water. De resultaten van de evaluatie in 2020 worden meegenomen bij het opstellen van het volgende GRP dan ingaat vanaf
  5. 1.5 – Tot standkomings proces van het GRP. De Wet milieubeheer geeft in artikel 4.23 de kaders voor betrokkenheid van bestuursorganen bij het opstellen van het GRP. Het samenwerkingsverband RIVUS is trekker geweest van het proces om te komen tot zoveel mogelijk harmonisatie tussen de GRP’s. Het GRP is opgesteld in de loop van
  6. Op 16 januari 2015 hebben de Rivus gemeenten Dalfsen, Wijhe-Olst, Staphorst, Zwolle en Kampen tijdens een startoverleg besloten om samen te werken en gezamenlijk een nieuw GRP op te gaan stellen. Voor het proces en het opstellen van een gezamenlijke basistekst GRP is Rob van der Velde van het bureau WATERmaat gevraagd om ons hierbij te ondersteunen en het proces te bewaken. Het waterschap Groot Salland is bij dit proces betrokken en uiteindelijk heeft elke gemeente voor zich naast de algemene tekst de gemeente specifieke onderdelen aangevuld, omdat elke gemeente uniek is en hun eigen regels en beleid moet verantwoorden. Op 18 maart 2015 heeft een startoverleg plaats gevonden in de raadzaal van het stadhuis Kampen. Voor het startoverleg GRP Kampen waren 41 personen uitgenodigd tijdens een lunchpauze. Hierbij waren van de interne organisatie aanwezig Eenheidsmanagers RO en BOR en de teamleiders van de verschillende teams. De betrokken medewerkers van de teams en medewerkers van stichting Beter-wonen en Delta-wonen en Parkmanagement Zuiderzeehaven namens het bedrijfsleven en Waterschap Groot Salland en Rijkswaterstaat, district Oost-Nederland en Midden Nederland waren uitgenodigd. De wethouder M.M. Ekker heeft de bijeenkomst geopend en na een voorstel ronde is een toelichting gegeven door Rob van der Velde van WATERmaat over het te lopen proces, de samenwerking tussen de Rivus gemeenten Dalfsen, Wijhe-Olst, Staphorst, Zwolle en Kampen die gezamenlijk een GRP opstellen, de workshop van 22 april 2015 en uitgelegd wat de wettelijke status is van een GRP en wat in GRP moet komen te staan. Het nieuwe GRP Kampen moet uiteindelijk een product opleveren dat door de gehele organisatie wordt gedragen. Dit kan alleen als goed wordt samen gewerkt en iedereen betrokken blijft. De start is een succes nu de rest nog. Op 22 april 2015 is met interne en externe betrokkenen en organisaties de een workshop GRP Kampen gehouden in de Cellesbroederspoort. Hiervoor waren 41 personen uitgenodigd en er waren 23 personen aanwezig bij de workshop. Alle medewerkers van disciplines van de interne organisatie waren aanwezig bij de workshop (Belasting en Inning, BOR-civiel, BOR-algemene zaken, Waterbeheerder, Wegbeheerder, Milieu bodem en duurzaamheid, Financiën, Vergunningen, Handhaving en toezicht, Verkeer en vervoer, Stedenbouw, Ruimtelijke ordening (bestemmingsplan), Rioolbeheerder, Groenbeheerder, Infrastructuur en Monumenten. Van buiten de organisatie waren aanwezig de woningstichtingen Delta-wonen en Beter-wonen en Parkmanagment Zuiderzeehaven namens de bedrijven. Van de workshop is een verslag gemaakt toegezonden aan de aanwezige personen. Waterschap Groot Salland is het gehele traject betrokken en heeft bijgedragen aan de discussies en de tekst van het GRP. Tijdens het opstellen van dit GRP bevindt het waterschap Groot Salland zich in een fusie met het waterschap Reest en Wieden. De nieuwe naam zal worden: Drents Overijsselse Delta. Op het moment van schrijven van dit GRP is niet duidelijk of alle beleid van Groot Salland letterlijk wordt overgenomen door het nieuwe waterschap, vandaar dat nog dikwijls de naam van Groot Salland wordt genoemd. Rijkswaterstaat is beperkt betrokken geweest bij het opstellen van dit GRP. De vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat gaf aan dat het beleid van waterschap Groot Salland als basis kon worden aangehouden. Provincie Overijssel is beperkt betrokken geweest bij het opstellen van dit GRP. Via de mail zijn enkele aandachtspunten gecommuniceerd. De rol van de provincie voor een GRP is momenteel kleiner dan voorheen. Het concept GRP 2016-2020 is behandeld in het college van B&W en toegelicht in de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling met advies om GRP 2016-2020 te laten vaststellen door de gemeenteraad in de vergadering van 10 december
  7. 1.6 – Terugblik op het vorige GRP. Voorafgaand aan dit GRP 2016-2020 was er het Verbreed GRP 2011-2015 met ongeveer dezelfde doelstelling. In bijgaand overzicht een terugblik op enkele punten van het vorige Verbreed GRP 2011-2015 dat een beeld geeft van de uitgevoerde werken, aanpassingen van het beleid, nieuwe ontwikkelingen en de niet uitgevoerde geplande werkzaamheden gedurende looptijd. De groei van de voorziening riolering is op basis van de investeringsplanning bij de vaststelling van het VGRP 2011 – 2015 gemeld aan de gemeenteraad. Zie onderstaande samenvatting uit het raadsbesluit van 21 juli
  8. In het VGRP 2011-2015 wordt het rioleringsbeleid omschreven incl. kosten en dekking in de komende vijf jaar. Het tarief van de rioolheffing 2011 is door de gemeenteraad vastgesteld op € 168, - per jaar voor woningen en voor niet-woningen op 0,08% van WOZ-waarde tot een maximum van € 1.500, -. Het streven is om het huidige tarief van € 168, - , zonder inflatiecorrectie, voor de komende 5 jaar te handhaven. Uit het kostendekkingsplan blijkt dat de voorziening riolering, bij gelijkblijvend tarief, vanaf 2011-2015 zich positief ontwikkeld en stijgt van 2,7 miljoen naar 3,4 miljoen. Vanaf 2016-2025 stijgt de voorziening tot maximaal 4,0 miljoen in 2017 en daarna daalt de voorziening geleidelijk naar 0,4 miljoen in 2025; De kosten van het GRP 2011-2015 worden gedekt uit de voorziening riolering. Het product riolering is 100% kostendekkend. Aanpassingen in de looptijd van VGRP 2011 - 2015: Ontwikkelingen/wijzigingen die plaats hebben gevonden gedurende de looptijd van VGRP 2011 – 2015 zijn een aanpassing van de verordening in de rioolheffing voor boerderijen in het buitengebied i.v.m. WOZ waarde van het bedrijfsgedeelte. De WOZ-waarde van het bedrijfsgedeelte wordt niet meegenomen in de rioolheffing. Een boerderij betaald dezelfde rioolheffing als een woning n.l. € 168 (11int00052). In 2013 is een soortgelijke aanpassing doorgevoerd voor tuinbouwbedrijven (raadsbesluit 15 november 2012). Beide aanpassingen hebben gevolgen op de inkomsten van rioolheffing en vervolgens rechtstreeks ook op de ontwikkeling van de voorziening riolering. Omdat de WOZ-waarde kan wijzigen wordt de verordening rioolheffing voor niet woningen jaarlijks afgestemd op de WOZ-waarde. Een aanpassing van het percentage wordt door belasting en inning verwerkt in de verordening rioolheffing. De rioolheffing voor woningen is in 2015 verlaagd van € 168 naar € 159 en voor niet woningen is het percentage voor de WOZ aangepast. De maximale rioolheffing blijft op € 1500 gehandhaafd. De verwachting is dat de rioolheffing de komende jaren 2016-2020 zal dalen. Een aanpassing in de werkmethode heeft plaats gevonden omstreeks
  9. De rioolinspecties worden niet meer bekeken op basis van het jaar van aanleg maar er wordt wijkgericht per wijk geïnspecteerd en gerepareerd. Dit komt voort uit het wijkgericht werken en is ingevoerd door de rioolbeheerder. Omstreeks 2012/2013 zijn de maatregelen tabellen om schade gevallen wel/niet te repareren aangepast en daarmee is ook de urgentie om wel/niet in te grijpen anders komen te liggen. Het resultaat hiervan is dat alleen de maatregel “reparatie groot “ indien echt noodzakelijk wordt uitgevoerd en de maatregel “reparatie beperkt” niet meer wordt meegenomen in het uitvoeringsprogramma. Ook zijn de eenheidsprijzen per maatregel herberekend op basis van nacalculatie. Dit geldt vooral voor de investeringen van vervangingsmaatregelen uit GBI die ca. 78% van de middelen van het GRP omvatten. De uitvoeringsplanning om daadwerkelijk over te gaan op vervangen riolering of gemalen is bepaald op harde feiten en bij twijfel werd niet vervangen. Er is nooit riolering of een rioolgemaal vervangen op basis van enkel en alleen de financiële afschrijving. De niet uitgevoerde werkzaamheden van geplande investeringen in een jaarschijf is door financiën, nadat het jaar om was, overgeboekt naar de voorziening riolering. Soms is voor bepaalde werkzaamheden meer tijd nodig om te komen tot uitvoeringsplan. Het aanbestedingsbeleid speelt daarbij een rol en vraagt om bundeling van opdrachten, onderzoek, afkoppelkansen, stedelijke wateropgave en actualiseren van BRP’s die verspreid staan over meerdere jaren. De laatst genoemde werkzaamheden waren geraamd op € 220.000 en moeten nog worden uitbesteed. De geraamde werkzaamheden die betrekking hebben op het uitbreiden en monitoren van het grondwatermeetnet Kampen en IJsselmuiden zijn uitgevoerd door Rijkswaterstaat. Voor de Zomerbed verlaging Beneden IJssel (ZBIJ) en de aanleg Reevediep (Bypass Kampen) zijn door Rijkswaterstaat ca. 250 peilbuizen beschikbaar om te monitoren. De vervanging van de persleiding vanaf Roggebot naar Kampen bleek niet nodig te zijn omdat de persleiding ondanks de leeftijd nog voldoende goed is. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de leiding verlegd moet worden i.v.m. verlegging Flevoweg. Bij herstraatwerk wordt ook rioleringswerk gecombineerd uitgevoerd om die reden is het budget in de beheerbegroting verhoogd met ca. € 200.000 per jaar. 1.7 – Korte historie van de riolering in gemeente Kampen. In de middeleeuwen werd de straat vaak als vuilnisbelt gebruikt. Met een flinke regenbui spoelde al het straatvuil (slachtafval, uitwerpselen en afvalwater) naar het oppervlaktewater (o.a. Burgel en IJssel). De Burgel was toen een open riool dat werd doorgespoeld door het getij van eb en vloed, omdat de afsluitdijk nog niet was aangelegd en Kampen aan de Zuiderzee lag. De omgeving kon de toenemende ontlasting, urine en ander afval niet meer op een natuurlijke manier verwerken en kwamen de eerste poephuisjes (of gemak). Deze poephuisjes loosden in een soort septictank (beerput). Deze beerputten vormden vaak een gezondheidsprobleem, doordat het met micro-organismen besmette beervocht wegsijpelde in de nabij gelegen waterputten. In de 19e eeuw werden deze beerputten vervangen door zogenaamde poeptonnetjes. Het gemeentebestuur van Kampen gaf hiervoor in 1876 opdracht. De mest werd verkocht door de pachters aan tuinders in de Bollenstreek en werd per schip getransporteerd vanuit Kampen. De mest werd opgeslagen op het Van Heutzplein aan de kade in een grote verzamelbak voordat het met een schip werd afgevoerd. Het laatste poeptonnetje werd in 1982 afgevoerd. In de 19e eeuw werd het ondergrondse regenwaterstelsel uitgebreid om wateroverlast te voorkomen in stedelijk gebied. In de 2e helft van de 19e eeuw met de uitvinding van het watercloset was het verleidelijk om de afvoer van huishoudelijk afvalwater aan te sluiten op de leiding van het regenwaterstelsel. Op deze manier ontstonden de eerste gemengde stelsels die hun inhoud loosden op de Burgel en de IJssel. Hieraan kwam een eind toen de rioolwaterzuiveringen werden gebouwd door gemeenten en waterschappen en het huishoudelijkafvalwater en bedrijfafvalwater eerst gezuiverd werd voordat het mocht worden geloosd op de rivier. De kern IJsselmuiden is in ca. 1953 aangesloten op de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Bergweg die in eigen beheer was van de gemeente IJsselmuiden. In de overige kernen was geen riolering aanwezig en loosden deze kernen op sloten (openriool). In 1959 is de kern Grafhorst aangesloten, Wilsum

(1976), Zalk
(1978), De Zande
(1983)en ’s-Heerenbroek
(1984)op riolering (gemengd stelsel) en is gelijktijdig met de kern drukriolering aangelegd in De Zande en ’s-Heerenbroek voor het aansluiten van verspreide bebouwingen. De gemeentelijke RWZI IJsselmuiden is door de gemeente in 1978 overgedragen aan waterschap IJsseldelta. In Kampen is op Haatland door het waterschap een grote RWZI gebouwd voor de kern Kampen. Het gemengde rioolstelsel van de stad Kampen is hierop aangepast en aangesloten. In die periode zijn veel woningen gebouwd die direct werden aangesloten op riolering. Omstreeks 1979 is de persleiding aangelegd vanaf IJsselmuiden naar nieuwe RWZI Kampen en de oude RWZI IJsselmuiden afgebroken. De persleiding kruist het Ganzendiep en IJssel. Rechtstreeks lozen op oppervlaktewater was niet meer toegestaan om vervuiling van oppervlaktewater te voorkomen. Nieuwe woonwijken in Kampen en IJsselmuiden zijn aangesloten op het bestaande gemengde rioolstelsel. Na 1980 is in het buitengebied van Kamperveen, Oosterholt en de Noord drukriolering aangelegd. Op grond van de Wet bodembescherming en de Wet verontreiniging oppervlakte moesten op 1 januari 2005 alle bodem en oppervlaktewaterlozingen zijn gesaneerd. Dit betekende dat de percelen in het buitengebied een goed werkende voorziening moesten hebben. Een groot deel van het buitengebied is destijds aangesloten op drukriolering. Er is toen ca. 138 km persleiding aangelegd en zijn ca. 376 drukriool gemaaltjes geplaatst in het buitengebied. Percelen die niet zijn aangesloten hebben zelf een andere voorziening getroffen (IBA of lozing op mestkelder). Door de uitgevoerde werken aan het rioolstelsel in het kader van de volksgezondheid is de waterkwaliteit en de leefomgeving in Kampen verbeterd. Dit is bereikt door een goede samenwerking tussen gemeente en het waterschap. Hoofdstuk2– Beleid voor de zorgplichten: afvalwater, grondwater en hemelwater. In dit hoofdstuk wordt de beleidsmatige basis gelegd voor het GRP. Dit beleid is mede gebaseerd op: De visie van de gemeente Kampen De “Rivus visie afvalwaterketen 2030”. Relevante overige dossiers en afspraken tussen gemeente en waterschap. Deze onderwerpen worden behandeld in de eerste paragraaf. Vervolgens wordt concrete invulling gegeven aan de drie gemeentelijke zorgplichten voor de riolering. Deze zijn in de Wet gemeentelijke watertaken aan gemeenten opgedragen: Zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater. Zorgplicht om in stedelijk gebied structurele nadelige gevolgen van hoge of lage grondwaterstanden te voorkomen of te beperken, voor zover doelmatig. Zorgplicht voor inzameling en verwerking van hemelwater, voor zover doelmatig. 2.1 – Beleidskaders voor de zorgplichten riolering. De gemeente dient beleid te formuleren voor de drie zorgplichten van de riolering, te weten afvalwater, grondwater en hemelwater. Deze vinden hun basis in een wettelijk kader. Daarnaast spelen enkele andere kaders een rol. Deze kaders worden in deze paragraaf behandeld. Het geeft mede sturing aan de zorgplichten voor de riolering. 2.1.1 – Visie van de gemeente Kampen. Het college van B&W van de gemeente Kampen heeft een toekomstvisie opgesteld. Deze toekomstvisie heeft de titel ‘Kampen Merkbaar Beter’ (KMB) meegekregen. KMB en zijn inhoudelijk speerpunten vormen de basis voor gesprekken met organisaties en bedrijven in Kampen die zich als partners van de gemeente beschouwen en mee optrekken in de uitvoering van ‘Kampen merkbaar beter’. Daarnaast is KMB het toetsingskader waarmee de raad in de gelegenheid wordt gesteld om nieuwe beleidsvoornemens en plannen van het college te toetsen op de vraag of het betreffende voorstel bijdraagt aan de in KMB gestelde doelen, en of de uitvoering ervan gebeurt conform de vijfde speerpunt. 2.1.2 – Rivus visie afvalwaterketen 2030. Binnen het Rivus samenwerkingsverband is een visie opgesteld voor de afvalwaterketen. Bijgaand plaatje toont belangrijke doelen. Die doelen vormen opgaven voor de langere termijn, maar dikwijls is het vandaag al mogelijk om stappen in de goede richting te zetten! De “Rivus visie afvalwaterketen 2030” laat in de afbeelding enkele principes zien die houvast bieden bij de uitwerking van de gemeentelijke zorgplichten: Het afvalwater wordt ingezameld met een rioolstelsel en getransporteerd naar de zuivering. Het afvalwater is meer dan een afvalproduct, want energie en grondstoffen worden zoveel mogelijk benut. Het hemelwater is prominent in beeld en wordt overwegend oppervlakkig afgevoerd naar het watersysteem. De kwaliteit is zodanig goed dat het geen belemmering vormt voor recreatief medegebruik van het oppervlaktewater. Extreme buien leiden niet tot overlast. Het watersysteem is ecologisch gezond en nodigt uit tot positieve beleving. Perioden van droogte en extreme neerslag kunnen goed worden doorstaan. In bijgaand kader staat de geschreven Rivus versie samengevat. Elementen daaruit komen terug in de paragrafen over het gemeentelijke beleid voor de zorgplichten voor afvalwater, grondwater en hemelwater. Waterschap Groot Salland heeft zijn ambitie voor de afvalwaterketen geformuleerd in termen van een lonkend perspectief. Het staat samengevat in bijgaand kader. 2.1.3 – Overige relevante dossiers en lokale afspraken. Naast de hiervoor besproken algemene visie van de gemeente Kampen en de RIVUS waterketenvisie 2030 zijn er nog enkele zaken die er toe doen bij de formulering van het concrete beleid voor de gemeentelijke zorgplichten betreffende afvalwater, grondwater en hemelwater. In deze paragraaf worden deze kort besproken. Uitkomsten en afspraken ZON. Ook bij het huidige klimaat zijn er situaties van droogte met schade tot gevolg. Zo waren 1976 en 2005 extreem droge jaren, waarin nauwelijks in de vraag naar zoetwater kon worden voorzien. Het is nu tijd om het zoetwatervraagstuk aan te pakken. Om de huidige watertekorten het hoofd te kunnen bieden en om tijdig in te kunnen spelen op effecten van de klimaatverandering is onderzoek nodig. Wat is de huidige situatie, wat zijn gevolgen van de klimaatverandering en welke maatregelen zijn nodig voor de korte en de lange termijn
(2050)? Het project Zoetwatervoorziening Oost-Nederland gaat deze vragen beantwoorden. Het project levert daarmee ook de regionale inbreng voor het landelijke deelprogramma Zoetwater van het Deltaprogramma. Het projectgebied beslaat het gebied van de waterschappen Vechtstromen, Reest en Wieden, Groot Salland, Rijn en IJssel en Vallei en Veluwe en Rijkswaterstaat Oost-Nederland. De provincies Overijssel, Drenthe en Gelderland, de waterschappen, Rijkswaterstaat, de gemeenten en Vitens nemen deel in het project. De gemeente Kampen onderschrijft als partner de doelstellingen van het project ZON, en levert via een aantal afkoppelprojecten haar bijdrage aan de totale investeringsagenda (2016-2021). Uitkomsten en afspraken waterkwaliteitsspoor. Het waterkwaliteitsspoor is gericht op het oplossen van knelpunten in de waterkwaliteit in het stedelijk gebied. Zie bijgaand kader voor meer informatie. In totaal zijn 16 waterpartijen binnen de gemeente Kampen beoordeeld in het waterkwaliteitsspoor. Uit de analyse komen vijf knelpunten in de waterkwaliteit naar voren: De Beek in IJsselmuiden; Enkele sloten op het industrieterrein Spoorlanden en industrieterrein Zendijk; De Burgel in Kampen; De Stadsgracht in Kampen; Sloot langs Quarles van Uffordweg in Wilsum. De oorzaak of oorzaken van de vijf knelpunten variëren van vervuiling door emissies uit een fabriek in IJsselmuiden tot aan de combinatie van een ecologisch ongunstige inrichting met een emissie uit een overstort of inrichting met diverse emissies. Op één locatie zijn al diverse maatregelen uitgevoerd. Hier wordt de actuele waterkwaliteit vastgesteld om de effectiviteit van de maatregelen vast te stellen. Op elf locaties zijn er voor het waterkwaliteitsspoor geen knelpunten. Gemeente en Waterschap houden elkaar op ambtelijk niveau op de hoogte van actuele ontwikkelingen op de locaties. Daarnaast worden voor enkele locaties evaluaties gehouden op momenten die zijn genoemd in de bij het waterkwaliteitsspoor behorende factsheets. Bescherming drinkwatervoorzieningen. Drinkwater is van levensbelang. De voornaamste bron voor drinkwater in Overijssel is grondwater. In Overijssel wordt op 24 plaatsen grondwater uit de bodem gehaald. Uiteindelijk komt dit als drinkwater uit de kraan. De provincie is verantwoordelijk voor de bescherming van de openbare drinkwatervoorziening. De provincie Overijssel beschermt haar openbare drinkwatervoorziening op twee manieren, namelijk: Via het voorzorgsprincipe in het beschermingsbeleid Via voorkantsturing in de ruimtelijke ordening Beide methoden beogen het weren van activiteiten met een risico voor drinkwater, of laten alleen functies toe met een laag risico (zogenoemde harmoniërende functies). Voor beide methoden is het belangrijk om de risico’s voor drinkwater en voor duurzaam veilige drinkwatervoorzieningen in kaart te hebben. Op grond van de Waterwet kent de provincie functies toe aan het watersysteem, zoals drinkwaterfunctie. De provincie wijst daarvoor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden aan en stuurt via ruimtelijke ordening en milieu op goede kwaliteit van het grondwater. In de gemeente Kampen vindt op dit moment geen drinkwaterwinning plaats. Wel is er een gebied aangewezen als potentieel intrekgebied voor oppervlaktewaterwinning. In dit gebied is het beleid gericht op het verminderen van de risico’s op verontreiniging van het grondwater. In de omgevingsverordening staat dat bestemmingsplannen alleen mogen voorzien in een aanduiding voor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden, waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor drinkwatervoorziening. Afvalwaterakkoord gemeente Kampen en Waterschap Groot Salland Het afvalwaterakkoord omvat een door het college van B&W van de gemeente Kampen en het dagelijks bestuur van het Waterschap Groot Salland getekende overeenkomst, een toelichting en een aantal modules met waarin de nadere afspraken voor de afvalwaterketen binnen het grondgebied van Kampen zijn uitgewerkt. Het afvalwaterakkoord is een dynamisch document dat jaarlijks wordt geactualiseerd en zo nodig wordt aangevuld met nadere afspraken. Beleidsregel aansluiting riolering Kampen Middels de Beleidregel aansluiting riolering Kampen worden de gebruikers geïnformeerd betreffende regelgeving die gelden voor de aanleg, onderhoud, vervanging, wijzigen of laten vervallen van een aansluitleiding op het openbare riool. Deze beleidsregel is op 7 september 2010 vastgesteld door B&W. Verordening eenmalig aansluitrecht 2007 Het project riolering buitengebied is per 1 januari 2007 beëindigd. Bij dit project konden eigenaren van woningen en bedrijven tegen betaling van een eigen bijdrage, vrijwillig aansluiten op de riolering. Niet alle percelen in het buitengebied hebben meegedaan aan dit project. Voor de percelen die niet hebben meegedaan aan het project is deze verordening van kracht (lijst met adressen gekoppeld aan verordening). Voor nieuwe percelen in het buitengebied geldt deze verordening niet, daarvoor geld aansluiting tegen werkelijke kosten. Tijdelijke subsidieverordening riolering Tuinbouwgebied de Koekoek wordt tot ontwikkeling gebracht door Ontwikkelingsmaatschappij Koekoekspolder. De kosten voor een rioolaansluiting voor nieuwe woningen/bedrijven zijn niet verdisconteerd in de grondprijs. Op 21-12-2002 is een “tijdelijke subsidieverordening riolering” vastgesteld die alleen van toepassing is op het tuinbouwgebied de Koekoek. 2.2 – Afvalwaterbeleid. In deze paragraaf wordt de gemeentelijke zorgplicht betreffende afvalwater uitgewerkt. Bij deze zorgplicht gaat het erom dat het afvalwater wordt ingezameld zodat het geen gevaar vormt voor de volksgezondheid. Kort gezegd: De taak van de gemeente voor afvalwater is om dit in te zamelen of toe te zien op een goed alternatief. 2.2.1 – Verplichting vanuit de Wet. De wettelijke basis voor de gemeentelijke zorgplicht voor afvalwater staat verwoord in artikel 10.33 van de Wet milieubeheer. Relevante wetgeving bij het lozen op de riolering en het hebben van een aansluiting op de riolering valt uiteen in twee gedeelten: Het lozen op de riolering valt onder de milieuwetgeving. Het gaat dan vooral om de Lozingenbesluiten. In bijgaand kader staan essenties van dit beleid samengevat. De aansluiting op de riolering en de daarbij behorende technische eisen vallen onder de bouwwetgeving. Het gaat dan vooral om het Bouwbesluit 2012. 2.2.2 – Taakopvatting van de gemeente op het gebied van afvalwater. De gemeente hanteert de volgende taakopvatting: Binnen de perceelsgrenzen is de lozer zelf verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van het huishoudelijk afvalwater. Ook is de lozer verantwoordelijk voor het lozingsgedrag. Het doorspoelen van bijvoorbeeld vet, natte billendoekjes, luiers en doeken is verboden. Het kan leiden tot een verstopping in de aansluitingleiding in het openbare gebied. Kosten voor herstel worden bij de lozer in rekening gebracht. De gemeente draagt zorg voor het inzamelen en transporteren van het stedelijk afvalwater dat vrijkomt binnen het gebied van Kampen. Hierbij is wel vereist dat het afvalwater wordt aangeboden volgens de daaraan gestelde regels (lozingenbesluiten) De gemeente is verantwoordelijk voor het transporteren van het afvalwater naar een met het waterschap Groot Salland afgesproken punt (overnamepunt). Het afvalwater van de gemeente Kampen wordt via verschillende overnamepunten bij het waterschap aangeboden. Het waterschap is verantwoordelijk voor het transport van het afvalwater vanaf een afgesproken punt (overnamepunt) naar de RWZI en de zuivering van het afvalwater. Voor een goede en effectieve invulling van deze verantwoordelijkheden is onderlinge afstemming over het overnamepunt noodzakelijk. Hierbij maken waterschap en gemeente afspraken ten aanzien van de hoeveelheid afvalwater die door het waterschap van de gemeente moet worden afgenomen (afnameverplichting waterschap). De afnameverplichting wordt in principe jaarlijks onderling overeengekomen. De gemeente is bevoegd gezag voor de indirecte lozingen op de riolering en kan conform de Lozingenbesluiten eisen stellen aan de hoeveelheid en samenstelling. Deze eisen hebben tot doel het functioneren van de riolering en zuivering en de bescherming van het oppervlaktewater te waarborgen. Het waterschap heeft een adviesfunctie (in sommige gevallen is dit advies bindend) en een toezichtbevoegdheid voor alle indirecte lozingen. De gemeente of de provincie (Wabo-bevoegd gezag) is verantwoordelijk voor de handhaving. Om het advies en toezicht zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen heeft de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) IJsselland in 2014 met de waterschappen een dienstverleningsovereenkomst (DVO) gesloten. Hierin staan de afspraken waar en wanneer het waterschap advies geeft plus toezicht uitvoert en hoe gemeenten of provincie met deze adviezen omgaan. De provincie is verantwoordelijk voor de bescherming van de openbare drinkwatervoorzieningen. De lozer is verantwoordelijk voor de goede werking van en het onderhoud aan zijn eventueel aanwezige IBA. In geval van lozing op de bodem is de gemeente bevoegd gezag, terwijl bij lozing op oppervlaktewater het waterschap bevoegd gezag is. Het gaat hier om de Lozingenbesluiten. 2.2.3 – Concrete uitwerking van het afvalwaterbeleid. Gemeente Kampen voert als beleid om het huishoudelijk afvalwater en het (eventueel voorgezuiverde) bedrijfsafvalwater in te zamelen met de riolering. In totaal wordt circa 99,5% van het ontstane afvalwater ingezameld en getransporteerd naar de zuivering: In de kernen is bijna ( Haatlandhaven 4, 35 en 37 en Cellesbroeksweg 2a) iedereen aangesloten op de riolering. In het buitengebied zijn 581 stuks pompunits in de drukriolering die de inzameling van afvalwater van 1185 stuks woningen, woonboten en bedrijven verzorgd. Daarnaast zijn 123 stuks woningen, schepen, huishoudens niet aangesloten op riolering. Van de 123 stuks percelen die niet zijn aangesloten zijn de meeste agrarische bedrijven die lozen op hun eigen gierkelder en het afvalwater vermengd met dierlijke mest uitrijden op het weiland. Enkele woningen hebben een lozingsvoorziening op de bodem en enkele percelen hebben een septictank en enkele woningen en een woonboot hebben zelf een IBA. Sommige woonboten zijn niet aangesloten op de riolering en lozen op rijkswater. Voor scheepvaart (beroepsvaart en chartervaart) is aan de loswal een inzamelpunt voor het lozen van huishoudelijkafvalwater beschikbaar aan de kade. De lozing van huishoudelijkafvalwater op dit lozingspunt is nog gratis. Woonboten die lozen op het gemeentelijk riool hebben zelf een voorziening aan boord om het huishoudelijkafvalwater te lozen op de gemeentelijke riolering. Wanneer op de ligplaats een andere/nieuwe boot of andere/nieuwe eigenaar/gebruiker komt is deze verplicht een soortgelijke eigen voorziening te hebben om gebruik te mogen maken van de ligplaats. Nieuwe aansluitingen op de riolering moeten worden aangevraagd bij de gemeente. De kosten worden in rekening gebracht bij de aanvrager. Voor nieuwe aansluitingen op de riolering geldt het volgende beleid: Aansluitregels voor de afvoervoorzieningen staan in het Bouwbesluit 2012. Deze regels vervangen wat vroeger vaak in de bouwverordening stond. Hoofdregel is dat een bouwwerk zodanige voorzieningen voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater moet hebben dat het water zonder nadelige gevolgen voor de volksgezondheid is af te voeren. Dikwijls zijn de eisen voor een nieuwe aansluiting onderdeel van de omgevingsvergunning voor een bouwwerk. Zie module A2100 van de Leidraad Riolering voor meer informatie. Zoek contact met de afdeling bouwen van de gemeente betreffende het Bouwbesluit 2012. De gemeente mag kosten in rekening brengen voor een nieuwe aansluiting op de riolering. Dit kan met een verordening en een beschikking, of met beleidsregels en een privaatrechtelijke overeenkomst. Gemeente Kampen werkt in het buitengebied met een verordening eenmalig rioolaansluitrecht gemeente Kampen 2007 (collegebesluit 25 oktober 2006, registratie 06/10043 en raadsbesluit 30 november 2006) het aansluittarief dat geldt, is € 10.000 voor aansluitingen op een drukrioleringssysteem van de bestaande percelen in de gebieden zoals deze staan vermeld op de bij deze verordening behorende adressenlijst. Nieuwbouw in het buitengebied is verplicht aan te sluiten als er riolering aanwezig is en betaald daarvoor de werkelijke kosten om de aansluiting te realiseren. Dat geldt ook voor het geval er een drukrioleringsunit geplaatst moet worden conform de verordening beleidsregel aansluiting riolering Kampen. Voor boot eigenaren geldt dat de pompinstallatie in de boot eigendom is van boot eigenaar en het beheer en onderhoud bij de booteigenaar ligt. Wanneer de boot/schip verplaatst en/of verwijderd/vervangen wordt kan/mag de ligplaats alleen worden gebruikt door een boot/schip met dezelfde voorziening. In de overeenkomsten met eigenaren in het buitengebied is vastgelegd dat als de woning is aangesloten en het bedrijfsgedeelte voor 01-01-2015 ook wordt aangesloten op de riolering hiervoor betaald moet worden. Na 01-01-2015 wordt er geen eigenbijdrage meer gevraagd voor het aansluiten op de riolering voor het bedrijfsgedeelte. Voor het aansluiten van het bedrijfsgedeelte gelden de “Beleidsregel aansluiting riolering Kampen” en moet door de eigenaar/gebruiker vergunning worden aangevraagd bij de gemeente voor het realiseren van de bedrijfsaansluiting op het rioleringsysteem conform de Wm. Voor wasplaatsen in het buitengebied waar drukriolering ligt geldt dat de wasplaats indien dit mogelijk is overkapt moet worden. Het terrein rond de wasplaats mag niet aflopen naar de afvoer van de wasplaats. Het terrein buiten de wasplaats moet afwateren naar de berm of watergang om te voorkomen dat regenwater in het drukrioleringssysteem komt. Indien een overkapping niet mogelijk is kan het regenwater dat op de wasplaats valt alleen maar afwateren naar de afvoer van de wasplaats. In dat geval moet de afmeting van de wasplaats zo minimaal mogelijk worden gehouden en moet de eigenaar aanvullende maatregelen treffen om de goede werking van het drukrioleringssysteem niet in gevaar te brengen. Voor opvang van vuilwater afkomstig van het wassen (hogedrukspuit) en de opvang van hemelwater dat op de wasplaats valt moet de eigenaar in het buitengebied een buffertank of bufferput plaatsen met een inhoud van minimaal 48 mm maal de oppervlakte van de wasplaats. In de wasplaats moet een slibvang aanwezig zijn en achter de slibvang een olie/benzine afscheider (conform wet Wm). Omdat buien in de toekomst steeds extremer worden kan een lozer, eigenaar, gebruiker ook kiezen voor een grotere buffertank/bufferput. De lozer, eigenaar, gebruiker kan de gemeente nooit aansprakelijk stellen voor overlast. De drukriolering heeft een beperkte inhoud voor het huishoudelijkafvalwater afkomstig van de woning en een deel bedrijfsafvalwater. In stedelijk gebied (binnen de bebouwde kom) zijn alle bestaande panden verplicht om aan te sluiten op het gemeentelijk riool. De gemeente zorgt in dit geval voor een lozingspunt/aansluitpunt. Reden hiervan is dat vroeger toen de riolering in stedelijk gebied is aangelegd, de bestaande bebouwing geen aansluitkosten heeft betaald. Nieuwe aansluitingen in stedelijk gebied (binnen de bebouwde kom) zijn verplicht om aan te sluiten op de gemeentelijke riolering en betalen de werkelijke kosten om de aansluiting te realiseren conform de verordening beleidsregel aansluiting riolering Kampen. De werkelijke kosten met een overhead van 15% worden in rekening gebracht (beleidsregels aansluiting riolering Kampen, besluit 7 september 2010, registratie 10int01050). Bij exploitatiegebieden zijn de kosten van de aansluiting op de riolering in de meeste gevallen verwerkt in de grondprijs en worden de kosten niet extra doorberekend. Ook wanneer een bestaand gebouw wordt omgebouwd tot appartementen dan dient elk appartement een aansluiting te hebben. Het realiseren van de aansluitingen wordt door de initiatiefnemer betaald. Als op een bedrijfsterrein vervuild hemelwater en/of afvalwater vrijkomt, is dat de verantwoordelijkheid van de gebruiker/eigenaar. De gebruiker/eigenaar moet conform de wetgeving duurzaam omgaan met afvalwater en hemelwater en moet de nodige maatregelen nemen om vervuiling van afvalwater en hemelwater te verkomen of te beperken en moet daarbij gebruik maken van de best beschikbare techniek (BBT). Als de eigenaar/gebruiker dit niet kan oplossen op eigen terrein of kan voorkomen dat het afvalwater en/of hemelwater vervuild raakt en aangetoond is dat het technisch en maatschappelijk gezien te kostbaar wordt dan kan hij de gemeente vragen onder welke voorwaarden het vervuilde afvalwater of hemelwater geloosd kan/mag worden op het gemeentelijke riool. De gemeente hanteert hiervoor afspraken met waterschap zoals die zijn vastgelegd in module 7 van het afvalwaterakkoord. De hieruit voortvloeiende kosten aan het rioleringssysteem en rioolwaterzuivering worden door de gemeente en waterschap doorberekend aan de eigenaar/gebruiker van de lozing. Eigenaren en gebruikers dienen zich ervan bewust te zijn dat ruimten die beneden straatniveau zijn gelegen niet rechtstreeks mogen lozen op de openbare riolering. De lozing kan alleen plaats vinden als de eigenaar/gebruiker een eigen pompinstallatie plaats die voorzien is van een terugloop blokkering/balkeerklep. Voor lozingen groter dan 1 m3/dag, dus meer dan een normale huishoudelijke lozing, geldt dat de kosten in rekening worden gebracht die nodig zijn om het stelsel geschikt te maken voor deze grotere lozing. Denk hierbij aan een grotere leiding, rioolgemaal met dubbele pompen en extra elektronica. Dit geldt voor nieuwe lozingen en voor bestaande lozingen die worden uitgebreid. 2.2.4 – overige aandachtspunten In deze paragraaf wordt kort ingegaan op de onderwerpen kringloopsluiting, buitengebied, foutieve aansluitingen, overnamepunten en lozingspunten. Kringloopsluiting. Gemeente Kampen streeft op lange termijn naar een duurzame oplossing met kringloopsluiting en hergebruik van waardevolle stoffen. Experimenten met nieuwe sanitatieconcepten worden gevolgd via de samenwerking in de afvalwaterketen in Rivus verband. Buitengebied. Gemeente Kampen volgt de landelijke ontwikkelingen op het gebied van riolering in het buitengebied. Zie bijgaand kader. Foutieve aansluitingen. De capaciteit van drukriolering is niet berekend op de afvoer van hemelwater. Daarom moet hemelwater in het buitengebied geloosd worden op oppervlaktewater of worden geïnfiltreerd in de bodem. Als wel hemelwater wordt geloosd op de drukriolering komt de goede werking van het rioleringsysteem in gevaar. Daarom is de lozing van regenwater op drukriolering niet toegestaan. Foutieve aansluitingen op gescheiden stelsels vormen een ondermijning van het afvalwaterbeleid. Zie bijgaand kader voor achtergrondinformatie. Overnamepunt(en). De gemeente en het waterschap zorgen gezamenlijk voor de verwerking van het afvalwater. Zij doen dat door het afvalwater in te zamelen, te transporteren en te zuiveren. Dit wordt de afvalwaterketen genoemd. Ook het transport van ingezameld vervuild regenwater is onderdeel van de afvalwaterketen. Beide organisaties hebben daarin hun eigen wettelijke verantwoordelijkheid en zorgplicht, voortkomend uit de Waterwet (Wtw) en de Wet milieubeheer (Wm). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inzamelen van afvalwater binnen de gemeentegrenzen en het transport daarvan naar het overnamepunt (meestal gemaal). Het waterschap is verantwoordelijk vanaf het overnamepunt voor het verdere transport van het afvalwater en het zuiveren van het afvalwater voordat het wordt geloosd op het oppervlaktewater. Het overnamepunt is in eigendom, beheer en onderhoud bij het waterschap en is in het verleden gezamenlijk met de gemeente vastgelegd. In principe heeft elke woonkern één overnamepunt, meerdere overnamepunten zijn uit doelmatigheidsoverwegingen mogelijk. Daarnaast komt het voor dat een gebied die als recreatieconcentratiepunt wordt gezien, ook een overnamepunt heeft. Voor een goede en effectieve invulling van deze verantwoordelijkheden is onderlinge afstemming over het overnamepunt noodzakelijk. Hierbij maken waterschap en gemeente afspraken ten aanzien van de hoeveelheid afvalwater die door het waterschap van de gemeente moet worden afgenomen (afnameverplichting waterschap). De afnameverplichting wordt in principe jaarlijks onderling overeengekomen. Lozingspunten. Als gevolg van de hele wetgevingsoperatie (wet gemeentelijke watertaken, waterwet, wabo) is het afstemmingsregime veranderd, om te komen tot minder vergunningen en ontheffingen en meer algemene regels. Eén van de effecten hiervan is dat vanaf 1 juli 2011 alle lozingsvergunningen voor overstorten zijn komen te vervallen en vervangen zijn door algemene regels. Deze regels zijn genoemd in het Besluit Lozen Buiteninrichtingen. Het huidige Bestuursakkoord Water geeft o.a. aan dat gemeenten en waterschappen gezamenlijk moeten zorgen voor een goede waterkwaliteit, waarbij het waterschap en gemeente hun zorgplichten wel blijft behouden. Er moet niet worden gewerkt vanuit verplichtingen, maar legt de Waterwet een sterke focus op een doelmatige samenwerking. Ten aanzien van lozingen vanuit de riolering op oppervlaktewater betekent dit, dat deze lozingen dienen voldoende te worden omschreven in het GRP om deze doelmatige samenwerking mogelijk te maken. Daarnaast zal in het GRP duidelijk worden gemaakt hoe de gemeente met deze lozingen op de riolering omgaat. Daarvoor worden alle lozingspunten op oppervlaktewater in het GRP omschreven, waarmee hun status wordt geformaliseerd. Deze opsomming wordt jaarlijks met het waterschap geactualiseerd. Aanpassingen aan de lozingssituatie of hoe een nieuwe lozingssituatie wordt uitgevoerd, zal worden afgestemd met het waterschap. 2.3 – Grondwaterbeleid. Gemeenten hebben een beperkte zorgplicht voor de grondwaterstand in stedelijk gebied. Het is geen volledige verantwoordelijkheid voor het grondwater. Delen van het grondwaterbeheer liggen namelijk bij andere overheden zoals waterschap en provincie. Daarnaast is er een belangrijke rol voor de eigenaar van de grond. Verder geldt dat grondwater zich slechts ten dele laat beheersen. Vergelijk het met het weer, daarvoor is geen overheid verantwoordelijk, want het is een natuurlijk proces. Grondwater is eveneens een natuurlijk proces. Maar wel eentje waarbij we als maatschappij nadrukkelijk hebben ingegrepen middels waterlopen, polders, drainage, drinkwaterwinningen en dergelijke. Hiermee samenhangend is voor bepaalde aspecten van het grondwater een zorgplicht toegekend aan enkele overheden, waaronder de gemeenten. 2.3.1 – Verplichting vanuit de Wet. De wettelijke basis voor de gemeentelijke zorgplicht voor grondwater staat verwoord in artikel 3.6 van de Waterwet. Enkele punten uit de wettekst zijn van belang om de taak van de gemeente af te bakenen: Dragen zorg voor: deze woorden maken duidelijk dat het hier om een zorgplicht gaat en niet om een resultaatsverplichting. In het openbaar gemeentelijk gebied: deze formulering is essentieel. Het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van een woning om deze bouwkundig in goede staat te laten verkeren wat betreft vochtdichtheid van verblijfsruimten. De gemeente kan maatregelen treffen in het openbare gebied. In de eerste plaats om schade aan de wegconstructie door verzakking en opvriezen te voorkomen. Daarnaast werkt ontwatering van de openbare ruimte in positieve zin door naar de omgeving. Structureel nadelige gevolgen: het gaat niet om het bestrijden van incidenten, maar alleen om structureel nadelige gevolgen. Kortstondige overlast in natte perioden is geen reden tot ingrijpen. Voor de aan de grond gegeven bestemming: dit betekent bijvoorbeeld dat een groenzone of een garagebox natter mag zijn dan een woning. Zoveel mogelijk voorkomen of beperken: deze woorden geven aan dat er grenzen zijn aan het effect van maatregelen. Gemeenten hebben een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting. Voor zover het doelmatig is: dit is enerzijds een belangrijke afbakening van de zorgplicht en anderzijds een grote verantwoordelijkheid. Het is aan de gemeente om kosten en baten van maatregelen af te wegen en gemotiveerde keuzes te maken. Deze woorden weerspiegelen de kern van de gemeentelijke autonomie in dit dossier. Voor zover het niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort: vooral het peilbeheer door het waterschap heeft invloed op de grondwaterstanden. In het buitengebied is het waterschap het meest bepalend voor de grondwaterstanden, eventueel aangevuld met particuliere sloten en drainage. In stedelijk gebied speelt het oppervlaktewater dat in beheer is bij het waterschap ook een belangrijke rol voor de grondwaterstanden. In de praktijk is vaak sprake van een historisch gegroeide situatie. Maatregelen van waterschap en gemeente kunnen elkaar versterken of tegenwerken. De wetgever stelt in de toelichting dat het de bedoeling is dat gemeente en waterschap samen op trekken, onderling goede afspraken maken en eventueel kosten delen. Verwerking van het ingezamelde grondwater: het is aan de gemeente te beoordelen of een apart stelsel voor afvoer van het grondwater wordt aangelegd of dat de hoeveelheden zodanig gering zijn dat afvoer via de riolering doelmatig is. De wet ziet niet toe op oude gevallen maar is gericht op nieuwe situaties: De wettelijke zorgplicht beoogd nieuwe grondwateroverlastproblemen te voorkomen en patstellingen bij bestaande problemen te doorbreken. Daarnaast wil artikel 3.6 overbodige en ondoelmatige maatregelen voorkomen. Het artikel stelt bewust niemand verantwoordelijk of aansprakelijk voor de handhaving van een bepaalde grondwaterstand. Particulier, gemeente, waterschap en provincie hebben ieder eigen verantwoordelijkheden en mogelijkheden om maatregelen te treffen. 2.3.2 – Taakopvatting van de gemeente op het gebied van grondwater. De gemeente hanteert de volgende taakopvatting: De particulier is verantwoordelijk voor de goede staat van zijn eigendom. Hij zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op zijn eigen terrein en voor de eigen woning (zoals een vochtdichte vloer of een lekvrije kelder). De gemeente is het aanspreekpunt voor de burger. Zij behandelt klachten en zorgt voor een doelmatige aanpak van grondwaterproblemen, ook als grondeigenaar van het openbare gebied. Pas als aanpak door de particulier niet doelmatig is en de problemen structureel zijn, is het aan de gemeente om in het openbare gebied maatregelen voor de afvoer van overtollig grondwater te treffen. Het waterschap beïnvloedt via het oppervlaktewaterpeil de grondwatersituatie. Ook zorgt het waterschap voor de afvoer van door de gemeente of particulier ingezameld grondwater via het oppervlaktewater. Sinds eind 2003 is de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan verplicht om vroegtijdig advies in te winnen bij het waterschap over hoe om te gaan met water. Het waterschap moet een gefundeerd advies geven over het omgaan met alle facetten van het water in het plan. Dit is de zogenaamde ‘Watertoets’. De provincie is strategisch grondwaterbeheerder. Dat wil zeggen dat de provincie erop toeziet dat er voldoende grondwater van de gewenste kwaliteit beschikbaar is. In dit kader geeft de provincie vergunningen af, bijvoorbeeld aan de drinkwaterbedrijven, voor grote industriële onttrekkingen en voor warmte- en koude opslag. In de vergunning kan zij voorschriften voor de beëindiging van de onttrekking opnemen. De gemeente heeft bij dit alles de regie. Bij klachten over grondwateroverlast maakt de gemeente een analyse van oorzaken, gevolgen en mogelijke maatregelen. 2.3.3 – Concrete uitwerking van het grondwaterbeleid Het treffen van maatregelen in de openbare ruimte door de gemeente worden doelmatig geacht wanneer er sprake is van structurele grondwateroverlast zoals hieronder beschreven en de kosten voor het treffen van maatregelen in verhouding staan tot de nadelige gevolgen. Er is sprake van structurele grondwateroverlast als: De gebruiksfunctie van percelen volgens het bestemmingsplan door de grondwaterstand structureel over een groter gebied (meer dan 5 percelen of 0,50 ha per locatie) en gedurende een langere periode (> 31 dagen) wordt belemmerd; De belemmering onder punt 1 zich minimaal twee achtereenvolgende jaren voordoet en; De gemiddeld hoogste grondwaterstand minder is dan 0,70 meter beneden de kruin van de weg in de openbare ruimte (belemmering met betrekking tot verblijfsruimte) of; De gemiddeld hoogste grondwaterstand minder is dan 0,50 meter beneden de kruin van de weg in de openbare ruimte (belemmering met betrekking tot tuin/plantsoen). De gemeente treft geen maatregelen als er sprake is van grondwateroverlast als gevolg van een schijngrondwaterstand. Dit fenomeen komt voor als er sprake is van een water afsluitende klei- of leemlaag die boven de grondwaterstand zit. Hier kan het water langdurig op blijven staan en overlast tot gevolg hebben. Het lokaal verbeteren van de bodemopbouw is een verantwoordelijkheid van de particulier. De concrete uitwerking van dit beleid staat in het volgende kader. Concrete uitwerking van het grondwaterbeleid. 1. Voor de burger is de gemeente aanspreekpunt voor eventuele grondwaterproblemen. Deze worden aangehoord. Bij herhaalde meldingen wordt lokaal onderzoek verricht naar aard en omvang. 2. De burger is in eerste instantie zelf aan zet bij grondwaterproblemen. Als er maatregelen in openbaar gebied nodig zijn voert de gemeente deze uit. De perceelseigenaar is zelf verantwoordelijk voor de afwatering en aansluiting op eigen terrein. 3. Rondom locaties met klachten over grondwateroverlast wordt een grondwatermeetnet ingericht. 4. Bij nieuwbouwlocaties krijgt elk perceel een aansluiting voor hemelwater aangeboden. De perceelseigenaar is zelf verantwoordelijk voor de afwatering en aansluiting op eigen terrein. 5. Kelders en souterrains horen waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 6. Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is 0,85 m1 vanaf vloerpeil, dus vanaf de bovenzijde van de vloer van de begane grond. Diepe kruipruimten waarin grondwater voorkomt, kunnen beter worden opgevuld. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 7. Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. 8. Om de wegconstructie te beschermen kan de gemeente drainage toepassen. 9. Bij het opstellen van plannen voor rioolvervanging is de gemeente alert op mogelijke verhoging van de grondwaterstand door het wegvallen van de drainerende werking van de oude lekke riolen en huisaansluitingen en legt zo nodig drainage aan. 10. Een bijzondere categorie wordt gevormd door problemen die ontstaan na vernattende maatregelen in het watersysteem of na stopzetting van een grondwateronttrekking. Dergelijke gevallen dienen in goed overleg tussen waterschap, vergunninghouder van de grondwateronttrekking en gemeente te worden opgelost. Uitkomst van dit overleg kan bijvoorbeeld een lokale extra ontwatering of grondwateronttrekking zijn. De gemeente treft geen maatregelen, voor eigen rekening, als er sprake is van besluiten of vergunningen die niet door de gemeente zijn genomen c.q. afgegeven maar wel van invloed kunnen zijn op de grondwaterstand zoals: Peilbesluiten door het waterschap of Rijkswaterstaat voor het oppervlaktewater(peil). Vergunningen die de Provincie afgeeft voor grondwateronttrekkingen en koude- en warmte opslagsystemen (ook het stopzetten/verminderen van grondwateronttrekkingen vallen hier onder). Vergunning die het waterschap afgeeft voor het onttrekken van grondwater en retourbemaling. In die gevallen zal de gemeente met de verantwoordelijke waterbeheerder in overleg treden om te komen tot een oplossing. 2.3.4 – overige aandachtspunten In de gemeente Kampen zijn geen meldingen bekend van grondwateroverlast door (
  1. te)hoge grondwaterstanden. Door Rijkswaterstaat zijn in het kader van Ruimte voor de Rivier IJsseldelta Zomerbedverlaging Beneden IJssel (ZBIJ) en de aanleg van Reevediep (Bypass) meerdere peilbuizen geplaatst in het stedelijke en landelijk gebied. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van bestaande peilbuizen waterschap en provincie die lange tijd bemeten zijn. Het monitoren van 152 putten en 233 filters voor de ZBIJ in het stedelijke en landelijk gebied wordt in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd. De nul-situatie grondwater ZBIJ is vastgelegd in een rapportage dossier BD4203 van april 2015 van RH/DHV. Van 22 wijken zijn de gemeten en maximaal toelaatbare opbolling in meters t.o.v. het winterpeil vastgelegd als nul-situatie voordat met de uitvoering van de ZBIJ wordt gestart door aannemer Isaladelta. Als eerste geldt dat de gemeente grondeigenaar is van de openbare ruimte en zodoende daarin ook voorgenoemde verantwoordelijkheden heeft. Daarnaast geldt dat een hoge grondwaterstand in de openbare ruimte onwenselijk kan zijn terwijl via een goede afwatering in de openbare ruimte ook grondwaterproblemen in bebouwd gebied voorkomen of verminderd kunnen worden. De gemeente zamelt aangeboden (grond)water in en heeft de taak, wegen en openbaar groen (als grondeigenaar) voldoende te ontwateren om een gezonde en veilige leefomgeving te waarborgen. Deze taak ligt vooral in het stedelijk gebied. Voor nieuwbouwwijken en uitbreidingen in stedelijk gebied gelden onderstaande ontwateringdiepte Functie Ontwateringdiepte [m-mv] o.b.v. GHG Hoofdweg 1,00 m1 Overige wegen 1,00 m1 Fietspad 0,70 m1 Parkeerterreinen 0,70 m1 Park en plantsoen 0,70 m1 Particuliere tuinen 0,50 m1 Sportterrein 0,50 m1 Volkstuin 0,50 m1 Om op een doelmatige wijze invulling te kunnen geven aan de grondwaterzorgplicht draagt de gemeente zorg voor: een goede registratie van klachten over grondwater; het gefaseerd opzetten en beheren van een grondwatermeetnet in stedelijk gebied; een goed beheer en onderhoud van alle bestaande ontwateringvoorzieningen; een goede informatievoorziening aan en communicatie met de burger; 2.4 – Hemelwaterbeleid. Gemeenten hebben een zorgplicht voor hemelwater in stedelijk gebied. Deze taak is recent vastgelegd in de wet. Maar ook voor die tijd deden gemeenten al jaren hun werk op dit gebied. Immers, in stedelijk gebied ligt overal riolering waarmee niet alleen het afvalwater naar de zuivering wordt gebracht maar waarmee ook overtollig hemelwater wordt ingezameld en afgevoerd. Nieuw is dat gemeenten bewuste keuzes kunnen maken hoe om te gaan met het hemelwater. Zij kunnen het gemengde stelsel handhaven, of een ander stelseltype aanleggen of perceeleigenaren dwingen tot afkoppelen op eigen terrein. De wet gaat uit van het principe dat de perceeleigenaar eerst aan zet is om op eigen terrein het hemelwater te infiltreren of te lozen op oppervlaktewater. Dit is fundamenteel anders dan vroeger. Kort gezegd: de taak van de gemeente is hemelwater in te zamelen en te verwerken, voor zover de perceeleigenaar niet zelf kan zorgen voor infiltratie in de bodem of lozing op een sloot. 2.4.1 – Verplichting vanuit de Wet. De wettelijke basis voor de gemeentelijke zorgplicht op het gebied van hemelwater staat verwoord in artikel 3.5 van de Waterwet. Enkele punten uit de wettekst zijn van belang om de taak van de gemeente af te bakenen: Dragen zorg voor. Deze woorden maken duidelijk dat het hier om een zorgplicht gaat en niet om een resultaatsverplichting. Doelmatige inzameling. Deze woorden zijn belangrijk. De kosten die samenhangen met de inzameling en verwerking van hemelwater zijn afgelopen jaren flink gestegen door investeringen die zijn afgesproken met het waterschap voor verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Deze kosten worden via de rioolheffing verhaald op de burger. Het is aan de gemeente om af te wegen welke maatregelen doelmatig worden geacht en welke als te duur worden aangemerkt. Van recente datum is de aandacht voor extreem zware buien die door de klimaatontwikkeling vaker lijken voor te komen dan voorheen. Het gaat om de vraag op welke plekken de enorme hoeveelheden water kortstondig geborgen kunnen worden. Verder speelt de vraag welke mate van overlast en schade acceptabel wordt geacht. Ook hier is het aan de gemeente om afwegingen van doelmatigheid te maken. Redelijkerwijs niet kan worden gevergd. Deze woorden staan te midden van een wat langere omschrijving. Zij geven aan dat de wet er in beginsel van uitgaat dat het hemelwater op het perceel waar het valt in de bodem wordt geïnfiltreerd of op de sloot wordt geloosd. Dit sluit aan bij de natuurlijke gang van zaken: regen zakt weg in de bodem of loopt weg richting een sloot. In veel gevallen kan deze weg ook worden bewandeld in stedelijk gebied. Dikwijls is de bodem geschikt voor infiltratie en dikwijls zijn sloten, greppels, vijvers en grachten aanwezig. De wet gaat er vanuit dat eerst naar deze mogelijkheden wordt gekeken. Alleen als het naar het oordeel van de gemeente teveel vergt van de particuliere eigenaar of woningcorporatie om dit te doen, dan is de gemeente aan zet om het hemelwater in te zamelen. Dit is een trendbreuk met de gangbare civiele praktijk waarbij meestal vanzelfsprekend al het hemelwater wordt ingezameld via de riolering. Met deze nieuwe wetgeving is het aan de gemeente om aan te geven in welke delen van de stad van de perceelseigenaren kan worden gevergd het hemelwater te verwerken op het eigen perceel en in welke delen van de stad de gemeente voorzieningen aanbiedt voor de inzameling van het hemelwater. Als de gemeente in bestaande gebieden wil overgaan van inzameling van hemelwater met de riolering naar een situatie waarbij particulieren zelf infiltreren of lozen op de sloot, zal een overgangstermijn nodig zijn om de particulieren in de gelegenheid te stellen eigen voorzieningen te treffen. Een en ander kan worden aangegeven in een verordening. Doelmatige verwerking. De zorgplicht van de gemeente gaat niet alleen over het inzamelen van het hemelwater, maar ook over de verwerking hiervan. Het is aan de gemeenten om hierin doelmatige keuzes te maken. In de toelichting bij de wet wordt dit benadrukt. Dit is een trendbreuk met afgelopen jaren waarin waterschappen veelal dominant waren geworden ten aanzien van deze afweging. Elders in de wet wordt wel benadrukt dat gemeenten en waterschappen goed moeten samenwerken. Het waterschap is dus niet buitenspel gezet bij het maken van de keuzes, maar op een gelijkwaardige positie gezet, waarin het niet zozeer normen aan de gemeente oplegt, maar in overleg haar belangen inbrengt. 2.4.2 – Taakopvatting van de gemeente op het gebied van hemelwater. De gemeente hanteert de volgende taakopvatting: De voorkeursvolgorde bij het omgaan met hemelwater is vasthouden, bergen en afvoeren. Het afvoeren van hemelwater is daarbij de laatste, minst gewenste keuze die alleen wordt uitgevoerd als de eerste twee mogelijkheden technisch niet kunnen of niet doelmatig zijn; Er wordt zo min verhard oppervlak op de riolering aangesloten. Schoon- en vuilwaterstromen worden zo veel mogelijk gescheiden, waarbij schoon regenwater in het watersysteem wordt gehouden en niet via de riolering naar een zuiveringsinstallatie wordt afgevoerd; De particulier is eerste verantwoordelijke voor de opvang en verwerking van hemelwater dat valt op zijn eigen terrein (aanpak bij de bron). Het is aan de gemeente om te beoordelen of redelijkerwijs van de perceeleigenaar verlangd kan worden het afvloeiend hemelwater zelf in de bodem of op oppervlaktewater te brengen; De gemeente is het aanspreekpunt voor de burger. Zij behandelt klachten en zorgt voor een doelmatige aanpak van hemelwaterproblemen, ook als eigenaar van het openbaar gebied. Het is aan de gemeente om in het openbare gebied maatregelen voor de afvoer van overtollig hemelwater te treffen en (hemel)wateroverlast te voorkomen; Het waterschap is verantwoordelijk voor het oppervlaktewater. Zij draagt zorg voor de afvoer van door de gemeente of particulier ingezameld hemelwater via het oppervlaktewater. Sinds eind 2003 is de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan verplicht om vroegtijdig advies in te winnen bij het waterschap over hoe om te gaan met water. Het waterschap moet een gefundeerd advies geven over het omgaan met alle facetten van het water in het plan. Dit is de zogenaamde ‘Watertoets’. In de gemeente Kampen zijn in het bestaande stedelijk gebied ook locaties waar infiltratie niet gewenst is zoals in de binnenstad waar de bebouwing dicht op elkaar staat. In dicht bebouwd gebied is een kans dat geïnfiltreerde water in de bodem tot overlast leidt in de kruipruimte. Er zijn wijken waar vanwege de bodemopbouw infiltratie van hemelwater niet gewenst of mogelijk is vanwege aanwezige kleilagen of waar een hoge grondwaterstand aanwezig is. Ook zijn er wijken waar het niet gewenst is de grondwaterstand te verlagen vanwege houtenpaal funderingen en/of waar woningen zand op zand zijn gefundeerd. 2.4.3 – Concrete uitwerking van het hemelwaterbeleid. Het hemelwaterbeleid richt zich in eerste plaats op in- en uitbreidingslocaties, herinrichtingen en rioolrenovaties. Op dergelijke momenten is het mogelijk te kiezen voor een (nieuw) systeem dat voldoet aan de eisen van deze tijd. Hemelwaterbeleid kan daarnaast worden ondersteund door particulier initiatief. Dit geeft kleine voordeeltjes per keer, maar kan op termijn een krachtig middel vormen om het bestaande gemengde rioolstelsel te ontlasten. De gemeente Kampen maakt de volgende beleidskeuzes: Bij rioolvervanging, wegreconstructies of herinrichting wordt waar mogelijk en doelmatig hemelwater afgekoppeld van de gemengde rioolstelsels, bijvoorbeeld door de opvang van water in het groen, infiltratie of drainage riolen of de aanleg van een hemelwaterriool met afvoer naar oppervlaktewater. Bij nieuwbouw moeten zo min mogelijk uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink worden gebruikt, om verspreiding van deze stoffen in oppervlaktewater of de bodem te voorkomen. De gemeente stimuleert duurzaam bouwen. Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft de voorkeur boven riolering. Zichtbaarheid biedt de beste garantie tegen foutieve aansluiting van afvalwater op het hemelwatersysteem en draagt bij aan bewustwording. Transport van hemelwater moet worden geminimaliseerd. Benodigde voorzieningen blijven dan klein en het risico op verontreiniging beperkt. Het beste is om hemelwater te infiltreren vlakbij de plek waar het valt, dus bij voorkeur op de kavel met een overloop van de voorziening naar de tuin en mogelijk naar openbaar gebied. Wadi’s verdienen de voorkeur als een centrale infiltratievoorziening nodig is. Een wadi is een doordachte groene voorziening en geeft retentie, zuivering, infiltratie en gedoseerde afvoer. Een goed ontworpen wadi biedt bovendien ruimtelijke kwaliteit en recreatief medegebruik. De keuze voor bovengrondse hemelwaterafvoer richting een wadi of andere centrale infiltratievoorziening impliceert dat hiermee rekening moet worden gehouden in het stedenbouwkundige plan en de civiele planuitwerking. Het gaat vooral om de detaillering vanaf regenpijp via perceelsgoot en straatgoot richting infiltratievoorziening, met de notie dat water van hoog naar laag stroomt. Dimensioneren van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater worden in overleg met het waterschap bepaald. De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten: Op drukriolering mag in geen enkel geval hemelwater worden aangeboden omdat dit de werking van het drukrioleringssysteem verstoort. Perceeleigenaren moeten eventueel op hun riolering aangesloten hemelwater afkoppelen Nieuwbouw moet voldoen aan het Bouwbesluit. Hemelwater en afvalwater worden op de erfgrens gescheiden aangeleverd. Bovendien moet hemelwater maximaal worden geïnfiltreerd op het eigen terrein waar dat niet tot overlast leidt. Bij uitbreiding van de woning of verhardoppervlak zorgt de eigenaar of gebruiker dat de afvoer naar het gemeenteriool niet toeneemt maar gedoseerd plaats vindt door een infiltratievoorziening (bijvoorbeeld kratten of een laagte in de tuin) met een inhoud van minimaal 10 mm over het verhard oppervlak op eigen terrein; Bij nieuwe woningen of bedrijven waarvan het perceel aan oppervlaktewater grenst, schoon verhard oppervlak van bijvoorbeeld de daken zoveel mogelijk rechtstreeks afvoeren naar dit oppervlaktewater. De lozingspunten mogen het beheer en het onderhoud van watergangen niet belemmeren. Er wordt gestimuleerd dat particulieren regenwater niet via de riolering afvoeren, maar op eigen terrein bergen, vasthouden en verwerken als dat niet tot verlast leidt. Hierbij kan ook gedacht worden aan een groen dak dat tevens voor koeling zorgen. De gemeente Kampen stimuleert duurzaam omgaan met schoon hemelwater maar geeft geen subsidie voor particulier initiatief. 2.4.4 – overige aandachtspunten Extreme buien. Extreme buien geven steeds vaker problemen met wateroverlast. Rioolstelsels zijn veelal ontworpen voor probleemloze afvoer van hemelwater tot een neerslagintensiteit van 60 l/s/ha (liter per seconde per hectare) ofwel 20 mm/uur. Dit is voldoende voor alle normale dagen en ook voor de meeste zware neerslag. Af en toe, vooral bij zomerse donderbuien, komen buien met een veel hogere neerslagintensiteit voor, tot wel 100 mm/uur. Het is te kostbaar om rioolstelsels daarop te dimensioneren. Als een dergelijke bui (of hevige cel in een bui) slechts enkele minuten duurt, is er weinig aan de hand. Het wordt een probleem als het langer aanhoudt. De verwachting is dat door de klimaatontwikkeling extreme buien vaker voorkomen. Voor nieuwbouwwijken wordt tijdens het ontwerp een waterhuishoudingplan en rioleringsplan opgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van een bui T=100+10% klimaatscenario. De benodigde waterberging binnen de plangrenzen wordt hiermee berekent. Het wordt geen eis dat de gemeente Kampen het systeem zodanig ontwerpt dat dergelijke buien probleemloos verwerkt kunnen worden. Wel staat de gemeente voor de opgave voor het ontwerp van het systeem in combinatie met de inrichting van de openbare ruimte om overlast en schade te beperken. Maar wanneer spreken we nu eigenlijk over wateroverlast? Waar ligt deze grens, in welke gevallen spreken we van wateroverlast en wanneer spreken we slechts van hinder? Wanneer nemen we maatregelen en wanneer is ingrijpen niet noodzakelijk. Zeker is dat de samenleving water op straat in de vorm van hinder zal moeten (leren) accepteren. Maatregelen zijn in ieder geval nodig als hevige regenval onacceptabele schade of overlast veroorzaakt. Voor prioritering en realisatie van maatregelen is het belangrijk heldere afspraken te maken over wat we onder wateroverlast verstaan. Wateroverlast is in de gemeente Kampen als volgt gedefinieerd: water dat via de straat gebouwen in stroomt; afvalwater dat uit de riolering op straat komt (volksgezondheid); water dat een erftoegangsweg en/of fietsroute langer dan 2 uur blokkeert; water dat langer dan 4 uur hinder oplevert voor het verkeer (met aandacht voor fietsers en voetgangers). Naast wateroverlast kan er sprake zijn van hinder. Water op straat in de vorm van hinder zullen we als samenleving moeten accepteren, zoals hinder door ondergelopen achterpaden of tuinen. Alleen als er sprake is van echt langdurige hinder kan deze hinder overlast worden. Het belangrijkste kenmerk van extreme buien is dat al het regenwater niet in de riolering past en dus op straat blijft staan en daar gaat stromen richting lage plekken. Op de lokaal laagste plekken komt alles bijeen en ontstaat overlast en schade. De nieuwe opgave wordt om het water zodanig te geleiden dat dit zonder schade kan worden afgevoerd of geborgen, bijvoorbeeld naar laag gelegen groenstroken. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen dient deze nieuwe opgave mee te spelen. In deze GRP periode zal een onderzoek worden uitgevoerd naar de situatie in de gemeente Kampen. Particulier initiatief tot afkoppelen. Hemelwaterbeleid kan worden ondersteund door particulier initiatief. Dit geeft kleine voordeeltjes per keer, maar kan op termijn een krachtig middel vormen om het bestaande gemengde rioolstelsel te ontlasten. Bijgaand kader schetst enkele opties voor de houding die de gemeente kan kiezen ten opzichte van particuliere initiatieven tot afkoppelen. Verordening grond- en hemelwater. Eén van de bedoelingen van het nieuwe beleid is dat zo min mogelijk grondwater en hemelwater wordt afgevoerd naar de zuivering. Die is namelijk bedoeld voor het zuiveren van afvalwater. Extra toevoer van relatief schoon water leidt tot hogere kosten en een lager zuiveringsrendement. Sinds de invoering van de Wet gemeentelijke watertaken is het mogelijk een verordening af te kondigen, die in aangewezen gebieden een verbod op het lozen van grondwater en hemelwater op de afvalwaterriolering behelst. De VNG heeft hiertoe een modelverordening opgesteld. De verordening is bedoeld als sluitstuk van het afkoppelbeleid. Het vormt een instrument waarmee kracht wordt verleend aan het beleid uit het GRP. De verordening gaat concreet werken in speciaal aangewezen gebieden, bijvoorbeeld: In de situatie dat het bestaande gemengde rioolstelsel wordt of is vervangen door een systeem met gescheiden afvoer of een systeem voor alleen het afvalwater. In een dergelijk geval wordt van de perceeleigenaren verwacht dat zij hun lozingssituatie aanpassen aan de nieuwe situatie in de straat. Meestal zullen eigenaren hiertoe genegen zijn, vooral als de gemeente voorziet in communicatie en hen tegemoet komt tijdens het werk. Soms zijn er echter mensen die weigeren mee te werken. In buurten met een gemengd rioolstelsel, waarbij de woningen ruime tuinen hebben en op goed doorlatende grond staan. Hier kan van de particulier worden verlangd dat hij binnen enkele jaren zijn hemelwater infiltreert in de bodem op het eigen perceel. In het buitengebied. Hier is drukriolering aangelegd waarop alleen afvalwater mag worden geloosd omdat anders overbelasting van het systeem optreedt. In straten met een gescheiden rioolstelsel met foutieve aansluitingen. De verordening is bedoeld als stok achter de deur. Niet prettig, wel nuttig. De gemeente Kampen onderzoekt in de planperiode van het GRP of een dergelijke hemelwaterverordening gewenst is. Wetgeving De wetgeving en zorgplicht geven aan dat de hemelwaterverwerking dus eigenlijk bestaat uit twee stappen: Aanpak bij de bron. Hemelwater moet mogelijk verwerkt worden op het perceel waar het valt. De gemeente moet beoordelen in welke situaties zij redelijkerwijs van particulieren kan vragen om zelf het hemelwater te verwerken. De zorgplicht van de gemeente voor een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater, dat perceelseigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. Aanpak bij de bron De eigenaar van een perceel is dus in eerste instantie verantwoordelijk voor hemelwater op eigen terrein (aanpak bij de bron). Het is aan de gemeente om te beoordelen of redelijkerwijs van de perceelseigenaar verlangd kan worden het afvloeiend hemelwater zelf in de bodem of op oppervlaktewater te brengen. De wetgeving gaat er vanuit dat hemelwater schoon genoeg is om het zonder behandeling in het milieu te laten terugvloeien. Wanneer het ingezamelde hemelwater echter wordt verontreinigd nadat het is gevallen en voordat het wordt teruggebracht in het milieu of aan de gemeente wordt aangeboden, dan dient het verontreinigde hemelwater ter plaatse, door de houder, te worden gezuiverd (IBA Individuele behandeling afvalwater, een helofytenfilter of een zuiveringsfilter of een gelijksoortige voorziening), alvorens het wordt geloosd. Voorkeursvolgorde vastgelegd in de module 7 van het afvalwaterakkoord voor de ZZH. De mogelijkheid van lozen is afhankelijk van de capaciteit van het rioleringsysteem. Als de capaciteit van het rioleringsysteem niet voldoende is dient de particulier of bedrijf het vervuilde hemelwater vast te houden (bufferen 48 mm/
  2. ha)en vervolgens gedoseerd (Max. 1 mm/uur/
  3. ha)te lozen op het rioleringsysteem. De particulier of bedrijf dient op eigenterrein de Best Beschikbare Techniek toe te passen om zo weinig mogelijk vervuild hemelwater te hoeven te lozen. Beter is natuurlijk om te voorkomen dat het vervuild raakt. Bij sommige licht vervuilende bedrijfsactiviteiten is het beter om terreinwater zonder zuivering op het vuilwater rioolstelsel aan te sluiten. De gemeente krijgt vanuit de regelgeving nieuwe bevoegdheden om eventueel aanvullende eisen te stellen via een maatwerkvoorschrift of een verordening. De gemeente kan van deze bevoegdheden gebruik maken als blijkt dat afstromend hemelwater toch te verontreinigd is om vrij in het milieu te worden geloosd en om verontreiniging van afstromend hemelwater te voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater heeft het waterschap die bevoegdheid. De zorgplicht De gemeentelijke hemelwaterzorgplicht komt pas om de hoek kijken als de perceelseigenaar zich niet op een andere wijze van het ingezamelde hemelwater van zijn perceel kan ontdoen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er geen oppervlaktewater in de buurt is waarop geloosd kan worden en/of de grondwaterstand zo hoog is dat infiltratie niet mogelijk is. Een situatie dat de perceelseigenaar het gehele perceel verhard heeft, waardoor infiltratie onmogelijk is geworden, is geen reden om een beroep te doen op de gemeentelijke zorgplicht. De zorgplicht omvat niet meer dan een door de gemeente aangeboden voorziening waar het hemelwater in geloosd kan worden. Nadat hemelwater door de gemeente is ontvangen, is het vervolgens aan de gemeente om de afweging te maken op welke wijze het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt. Dat kan een gescheiden maar ook een gemengd systeem zijn. Samenspraak met het waterschap is hierbij natuurlijk onontbeerlijk. De uiteindelijke keuze voor de wijze van omgaan met afvloeiend hemelwater wordt op lokaal niveau bepaald op basis van een integrale afweging. De wetgeving en het rijksbeleid verplichten gemeenten niet tot een gescheiden inzameling. De gemeente heeft bij uitvoering van de zorgplicht de nodige beleidsvrijheid en kan voor een aanpak kiezen die gelet op de lokale omstandigheden het meest doelmatig is. Doelmatigheid is dan ook het centrale criterium bij de gemeentelijke keuzes. Hoofdstuk3– Rioleringsvoorzieningen. Goed beheer begint met weten wat je hebt. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de voorzieningen die gemeente Kampen in eigendom en beheer heeft om invulling te geven aan de zorgplichten voor de riolering. Ook de toestand van de objecten wordt kort belicht. In dit hoofdstuk wordt algemene informatie gegeven. 3.1 – Overzicht van de voorzieningen die onder dit GRP vallen. Riolering bestaat uit diverse objecten zoals buizen, putten en pompen voor inzameling en transport van afvalwater, maar bijvoorbeeld ook wadi’s voor de infiltratie van regenwater en drainage voor beheersing van de grondwaterstand. Bijgaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste voorzieningen die behoren bij de riolering in brede zin van het woord. Voor gedetailleerde informatie over deze voorzieningen wordt verwezen naar het beheersysteem voor de riolering van de gemeente en naar diverse basisrioleringsplannen, dat zijn rapporten met bijbehorende hydraulische berekeningen van deelgebieden van het stelsel. Kerncijfers riolering eenheid 2005 2008 2011 2014 Lengte riolering km 211 244,05 255,416 272,4 Randvoorzieningen BBB/BBR st 6 9 11 11 Rioolgemalen st 22 24 32 37 Persleidingen tbv rioolgemalen km 18,395 18,465 21,303 23,595 Rioolwateroverstorten st 67 58 58 56 Regenwateroverstorten en uitlaten st 43 84 122 148 Nooduitlaten st 21 1 1 0 Opvoergemaal drukriolering st 0 4 4 4 Drukrioleringspompjes st 197 573 578 581 Persleidingen tbv drukriolering km 31.919 170,378 173,511 174,531 Straatkolken st 15.500 17.127 17.727 18.217 Aantal huis- en bedrijfsaansluitingen st 19600 20.443 20.743 21.064 Bijzondere voorzieningen Wadi’s (aantal) 34 st. Wadi’s (oppervlak vanaf insteek) 15 ha. Drainage leiding 7,0 km Inspectieputten 6682 st. Spindel en schuiven 25 st. Lijngoten 3639 m1 Vervangingswaarde van de riolering. De kosten voor de totale vervangingswaarde van de riolen in Kampen zijn indicatief geraamd. De volgende uitgangspunten zijn daarbij gehanteerd: Riool krijgt opnieuw dezelfde diameter en diepteligging. Materiaal: beton. Grondsoort: leem, klei en veen. Wegdek hergebruiken klinkers en asfalt vernieuwen over de sleuf breedte. Vrijkomende grond opnieuw gebruiken in de sleuf. Aansluitleidingen vernieuwen tot aan de woning. Kolken en aansluitleidingen vernieuwen. Inclusief WRU (winst, risico en uitvoering door aannemer) Inclusief VT (voorbereiding en toezicht door of namens gemeente) Inclusief AK (algemene kosten bij gemeente) Exclusief BTW. De totale vervangingswaarde van het rioleringssysteem bedraagt € 237.008.505,00 3.2 – Huis en bedrijfsaansluitingen Woningen en overige panden zijn meestal op de riolering aangesloten met aansluitleidingen. Via deze aansluitleidingen wordt het afvalwater ingezameld om daarna door de riolering te worden getransporteerd. Bij gescheiden stelsels is meestal sprake van twee aansluitingen, namelijk één voor afvalwater en één voor regenwater. Een ontwikkeling van de laatste jaren is dat het regenwater vaak niet rechtstreeks wordt aangesloten op de riolering. Als het regenwater dan wel afstroomt naar de openbare ruimte is er sprake van een indirecte aansluiting. Het eigendom van de aansluitleidingen is per gemeente verschillend geregeld. In de gemeente Kampen zijn de aansluitleidingen tot aan het hoofdriool in principe in eigendom bij de woningeigenaar. De gemeente is eigenaar van de hoofdriolering. De gemeente Kampen heeft voor aansluiting op de riolering de “Beleidsregel aansluiting riolering Kampen” opgesteld. Het bijgevoegde kader is een toelichting van deze beleidsregel opgenomen. Toelichting op Beleidsregel aansluiting riolering, Kampen Middels de Beleidsregel aansluiting riolering Kampen worden de gebruikers geïnformeerd betreffende regelgeving die gelden voor de aanleg, onderhoud, vervanging, wijzigen of laten vervallen van een aansluitleiding op het openbare riool. Huishoudens en bedrijven zijn verplicht om aangesloten te zijn op het openbaar riool. Omdat binnen de gemeente verschillende rioleringssystemen aanwezig zijn, zoals gemengd rioolstelsel, verbeterd gescheiden rioolstelsel, gescheiden rioolstelsel voor vuilwater en regenwater met onder- en bovengronds afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater of wadi, en drukriolering systeem waarop alleen huishoudelijkafvalwater kan worden aangesloten. Met het oog op de waterkwaliteit van het oppervlaktewater is dit reden om zorgvuldig om te gaan met de aansluiting op het betreffende rioleringsysteem en te zorgen dat de aansluiting op de juiste afvoerleiding van het openbare riool wordt aangesloten. De aansluitleiding vanaf het aansluitpunt op openbaar terrein wordt door en/of in opdracht van de gemeente aangelegd, vervangen, gewijzigd of verwijderd. De kosten worden verhaald op de aanvrager op basis van werkelijke gemaakte kosten. Bij nieuwbouw gebieden kan de gemeente er ook voor kiezen om de éénmalige aanlegkosten van de aansluitleiding in de grondprijs te verwerken. Het beheer, onderhoud en vervanging en verwijdering van het particuliere riool en de aansluitleiding op het openbaarterrein is voor rekening van rechthebbende of veroorzaker. De rechthebbende of veroorzaker meent het initiatief wanneer er problemen zijn met de afvoerleiding voor zowel particulierterrein als voor de afvoerleiding op openbaarterrein. De gemeente gaat van het standpunt uit dat gebruiker de veroorzaker is en zelf het probleem moet oplossen in de aansluitleiding door een ontstoppingsbedrijf in te schakelen. Wanneer belanghebbende of gebruiker het nodig vindt dat de leiding moet worden gecontroleerd in openbaarterrein dan zal de gemeente deze werkzaamheden uitvoeren of laten uitvoeren in opdracht van de belanghebbende. Wanneer blijkt dat de aansluitleiding op openbaarterrein beschadigd of verzakt is en de aansluitleiding daardoor verstopt raakt worden de kosten alsnog betaald door de gemeente. De kosten die in rekening gebracht zijn door het ontstoppingsbedrijf worden dan vergoed door de gemeente. Wanneer verstopping en/of schade aan de aansluitleiding ontstaat door boomwortels geldt het burgerlijk wetboek artikel 5:44 waarin deze verantwoordelijkheid is geregeld. Bij beëindiging van het gebruik van het aangesloten perceel moet rechthebbende/gebruiker de aansluitleiding op particulier- en openbaar terrein geheel verwijderen. Het verwijderen van de aansluitleiding op openbaar terrein wordt door de gemeente of in opdracht van de gemeente uitgevoerd voor rekening van de belanghebbende. 3.3 – Kolken en goten. Kolken en goten vormen een essentieel element van de riolering. Op deze plekken kan straatwater in de riolering stromen. Meestromend straatvuil bezinkt grotendeels in de bak van de kolk of in de goot. Deze moeten regelmatig worden leeg gezogen. In gemeente Kampen worden kolken en goten tweemaal per jaar gereinigd. De 1e reinigingsronde wordt uitgevoerd in april/mei en de 2e reinigingsronde in oktober. Het kolken en goot reinigen, uitvoeren van reparatie aan kolken en de controle van spindels en schuiven wordt jaarlijks uitbesteed aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking van het slib. Kolken en goten moeten niet alleen onderhouden worden, soms moeten we ook reparaties uitvoeren. Tijdens het reinigen van de kolken worden eventuele gebreken aan de kolken en goten geregistreerd. Deze gebreken worden jaarlijks gelijktijdig met het kolken reinigen verholpen. De aansluitleidingen van kolken en goten kunnen ook verstopt raken. Deze verstoppingen worden in opdracht van de gemeente hersteld. 3.4 – Vrijverval riolen. Vrijverval riolen vormen het meest omvangrijke, het meest kostbare en het meest bekende onderdeel van de gemeentelijke rioleringsvoorzieningen. Riolen raken in de loop der jaren vervuild en slibben dicht. Dit speelt in Nederland sterk door het geringe afschot van onze riolen en soms door zonken ten gevolge van verzakking bij slappe bodems. Riolen moeten daarom af en toe worden gereinigd. In gemeente Kampen worden de riolen eens per 10 jaar gereinigd. Het gaat per wijk volgens een vaste volgorde. Sommige riolen vervuilen sneller dan andere riolen. Deze riolen moeten daarom vaker schoongemaakt worden. In het rioolbeheersplan staat het programma van jaar tot jaar aangegeven. Het reinigen wordt in gemeente Kampen uitbesteed aan marktpartijen die tevens zorg dragen voor afvoer en verwerking van het slib. Kleine reparaties aan de vrijvervalriolering vallen ook onder deze uitbesteding. Riolen verouderen in de loop der jaren. Het is vooraf nauwelijks te voorspellen hoelang een riool zal kunnen functioneren. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de buis, de zorgvuldigheid van de aanleg, de toestand van de ondergrond en de aard van het geloosde afvalwater. Daarnaast is van grote invloed of er op het riool wordt geloosd vanuit een persleiding. De riolering in gemeente Kampen wordt eens in 10 jaar geïnspecteerd waardoor een goed beeld is ontstaan van de staat van de riolering. Gelijktijdig met de inspectie wordt het riool ook gereinigd. De gemeente Kampen wordt gekenmerkt door een grillige opbouw van de ondergrond. Leem, klei en veen wisselen elkaar af op korte afstanden. Daarom zijn in gebieden met slechte grondslag de riolen gefundeerd op palen. Ook zijn riolen zand op zand gefundeerd. Desondanks vraagt per keer een afweging door de rioolbeheerder of een scheur kan worden gerepareerd of dat rioolrenovatie of vervanging beter is. Jaarlijks wordt ca. 27 km riool geïnspecteerd. Een jaar na de inspectie volgt de uitvoering van maatregelen. Gelijktijdig met de uitvoering van rioleringswerkzaamheden kunnen ook de herstraatwerkzaamheden e.d. worden opgepakt. Het combineren van de werkzaamheden beperkt de overlast voor burgers zoveel mogelijk. De wijkindeling voor reiniging en inspectie zijn hieronder weergegeven. De uitvoering van reparatie en vervanging in de wijk vindt plaats één jaar na inspectie. Wijk 1 Cellesbroek, Middenwetering, Hagenbroek Wijk 2 Brunnepe, Greente, Hanzewijk Wijk 3 Zuid, Bovenbroek, Flevowijk Wijk 4 Binnenstad Kampen Wijk 5 IJsselmuiden en Grafhorst Wijk 6 Groenendael, Losse Landen, Zeegraven, Oosterholt-noord Wijk 7 Spoorlanden, Zendijk, Bedrijventerrein N50, Haatlandhaven Wijk 8 Haatland Wijk 9 Onderdijks, Zalk, Wilsum, ’s-Heerenbroek Wijk 10 De Maten Inspectie van de riolering Gespecialiseerde bedrijven hebben rijdende camera’s ontwikkeld waarmee de toestand van een riool kan worden bekeken. Het riool wordt meter voor meter beoordeeld op een groot aantal aspecten en krijgt een grote lijst met rapportcijfers. Dergelijke inspecties worden uitgevoerd in alle riolen, het vaakst in oude riolen en/of riolen die eerder al matig scoorden. De resultaten kunnen aanleiding geven om reparaties uit te voeren of om het betreffende riool te programmeren voor relining of vervanging. Bij het inspecteren van riolen wordt naar diverse toestandsaspecten gekeken. Al deze aspecten leiden tot afzonderlijke beoordelingen, steeds op de plek waar een afwijking wordt aangetroffen. Het totaalplaatje kan aanleiding geven tot gewenste reparaties aan het riool. Soms zal echter spoedige vervanging nodig zijn omdat het riool ernstige tekortkomingen vertoont die niet meer te repareren zijn. De toestand van riolen word beoordeeld op 3 aspecten: . stabiliteit; . afstroming; . waterdichtheid. Bij het beoordelen van de toestand van riolen kennen we 3 categorieën: . geen maatregel nodig; . waarschuwing; . ingrijpen schadebeelden klasse 4 en 5 Bij een waarschuwing hoef je nog niet direct wat te doen, maar moet je de situatie wel meer nauwgezet monitoren. Bij een ingrijpmaatstaf moet je op korte termijn maatregelen nemen. 3.5 – Gemalen en persleidingen. Rioolgemalen vormen een essentieel onderdeel van de riolering, vergelijkbaar met het hart van het menselijk lichaam. Het ingezamelde afvalwater loopt via de riolen, die onder afschot liggen, vanzelf naar het laagste punt. De rioolgemalen pompen vanuit de diepste punten van het rioolstelsel het water omhoog naar een volgend rioleringsgebied of de zuivering. Aan de drukzijde van het gemaal zit een persleiding. Soms een korte persleiding waarmee het afvalwater wordt geloosd in het aansluitende stelsel, soms enkele kilometers lange persleiding waarmee het afvalwater wordt getransporteerd naar de zuivering. Onverhoopt disfunctioneren van rioolgemalen kan ertoe leiden dat het rioolstelsel geheel gevuld raakt en na enkele uren via de overstorten ongezuiverd afvalwater loost op het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot aanmerkelijke overlast en vissterfte en vormt een risico voor de volksgezondheid. Gemalen dienen daarom voortdurend in goede staat te verkeren. De gemeente beheert 37 st. rioolgemalen met 23,5 km persleidingen, 4 st. tunnelgemalen en 11 st. bergbezinkvoorzieningen, 25 st. terugslagkleppen en 25 st. afsluiters/schuiven en 581 st. drukriolering units met 174,5 km persleidingen. Het watersysteem is deels eigendom van de gemeente en deels van het waterschap. Het beheer en onderhoud van het stedelijk watersysteem (watervoerend en waterbergend) is in 2011 overgedragen aan het waterschap Groot Salland. De poldergemaaltjes in het watersysteem zijn gelijktijdig in 2011 in eigendom overgedragen aan het waterschap Groot Salland. Vanaf 2011 doet het waterschap Groot Salland het onderhoud van watergangen (natte profiel) incl. duikers en kunstwerken in het stedelijk gebied van Kampen. De tunnelgemalen en fonteinen zijn in eigendom, beheer en onderhoud van de gemeente maar vallen niet onder de rioleringzorg. Het beheer en onderhoud is onder de kunstwerken -en waterbeheer. Het beheer en onderhoud van hoofdgemalen en voorzieningen is door de gemeente Kampen uitbesteed aan het waterschap Groot Salland. Het waterschap verzorgt het dagelijks beheer en onderhoud, reinigen en de storingsdienst van de hoofdgemalen en voorzieningen. De onderhoudsdienst van waterschap Groot Salland bestaat hoofdzakelijk uit eigen personeel. Complexe werkzaamheden worden, in overleg met de gemeente en in opdracht van de gemeente, uitbesteed aan gespecialiseerde marktpartij. De gemalen en voorzieningen van de gemeente Kampen zijn uitgerust met een telemetrie beheersysteem (AquaWeb). Middels de telemetrie kan het beheer en storingen aan hoofdgemalen en voorzieningen op afstand geschieden gedurende 24 uur per dag. Dit geldt voor de grote rioolgemalen en voorzieningen, niet voor de drukriolering in het buitengebied. 3.6 – Riolering buitengebied. De drukriolering in het buitengebied vormt een systeem op zichzelf. De pompunits zijn enkel pomps uitgevoerd, worden eens per twee jaar geïnspecteerd en jaarlijks 2 keer gereinigd. De tussengemalen zijn dubbel pomps uitgevoerd en worden jaarlijks geïnspecteerd en onderhouden. Het ingezamelde afvalwater wordt nauwelijks geloosd op vrijverval riolering maar geïnjecteerd in persleidingen. Het onderhoud (inclusief reiniging) aan deze gemalen wordt uitgevoerd door een externe partij, ondersteund door een eigen medewerker. De pompen van de drukriolering worden via een rode lamp bewaakt. Bij meldingen worden eigen medewerkers ingeschakeld, ook in de avonden en weekenden. Enkele pompunits ontvangen afvalwater van meerdere woningen of bedrijven. Komende planperiode wordt bekeken of deze aangeduid blijven als pompunit of dat een andere aanduiding beter recht doet. Het bijpassend beheer per pompunit op basis van het aantal aangesloten percelen per pompunit zal in de loop van het GRP worden onderzocht. Als het lopende onderhoudscontact is afgelopen zal een afweging worden gemaakt of het onderhoud aan pompunits 1 maal per jaar of 1 maal per twee jaar of alleen bij storingen wordt uitgevoerd. Dit kan mogelijk kosten besparen op het jaarlijks onderhoud van drukriool units. Aantal huisaansluitingen op één unit en locatie van de unit. Aantal aangesloten percelen op een unit Aantal units Adres waar de pompunit staat 25 1 De Noord 3-30 24 1 Zuideinde West 10 21 1 De Noord 6-90 20 2 De Noord 4-52, Blekerijweg 6 18 1 De Noord 5-68 17 2 Hartogsweg 17, Zuideinderhof 16 1 Zuideinde-oost 11 13 1 De Noord 7-107 12 2 Meerzicht 1, De Noord 9-76 11 3 De Noord 8-120, IJsselzicht (appartementen), Hogeweg t/o kerk 10 1 Tuindersweg 17 9 6 Oosterholtseweg 39, Sonnebergweg 2, Tuindersweg 12, Kalverhekkenweg 24, Marnixpad 1, Zuideinde-west 1a 8 2 Weidestraat (vervalt i.v.m. Het Meer, De Noord 1-9 7 5 Kraton 1, Oosterholtseweg 32, Sonnebergweg 10, De Noord 2-13, Kattewaardweg 8 6 2 Tuindersweg 3, Wittensteinse-allee 11 5 13 Gentiaan 26, Grafhorsterweg 13, Hartogsweg 25, Kamperzeedijk 23, Koekoeksweg 1a en 18, Oosterholtseweg 19, Oosterlandenweg 25, Parallelweg 4, Tuindersweg 7, Wittensteinse-allee 5, Zuideinde-oost 1 en 3. 4 10 De Zande 3a, De Zande 6, Hartogsweg 33, Koekoeksweg 7, Ringdijk 4, Verkavelingsweg 2 en 12, Brinkweg 9, Zwolseweg 115, Zalkerdijk 41 3 34 Dit zijn 34 stuks drukrioolgemalen met 3 aangesloten percelen 2 104 Dit zijn 104 stuks drukrioolgemalen met 2 aangesloten percelen 1 289 Dit zijn 289 stuks drukrioolgemalen met 1 aangesloten percelen 1 1 Bootpomp in ponton IJsselkade Storingen door hemelwater op de drukriolering Storingen in de drukriolering treden dikwijls op tijdens neerslag. Dit geeft de indruk dat hemelwater wordt geloosd. Het systeem is daar niet op berekend. Drukriolering is alleen bedoeld voor het lozen van huishoudelijk afvalwater, niet voor mest, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Soms denken mensen dat het wel meevalt, maar illegale lozingen leiden snel tot overbelasting, soms bij de betreffende lozer maar soms ook verderop in het systeem. Binnen de gemeente Kampen zijn een aantal particulieren die met een eigen rioolgemaal en/of pomp lozen in de gemeentelijke riolering. Dit betreft de volgende adressen: Seveningseweg 1 By t/m 14 By ( 14 stuks woonboten met een eigen bootpomp) De Zande 2b, 2c en 2d (woonboten met een eigen bootpomp) Zalkerdijk 2a (woonboot met een eigen bootpomp) Zalkerbroek rioolgemaal van restaurant en tankstation langs de N50 Kamperstraatweg 25, rioolgemaal van wasplaats Hagendoornweg 4 TR, trafostation Koekoek 3.7 – Riooloverstorten en hemelwateruitlaten. De overstorten in het gemengde rioolstelsel worden niet jaarlijks geïnspecteerd en gereinigd. Het reinigen en inspecteren vindt plaats 1 x 10 jaar. Het reinigen heeft betrekking op het riool nabij de overstortmuur, op de put zelf, op de leiding naar het oppervlaktewater en op de oevers nabij het lozingspunt. Bijzonderheden worden genoteerd in het inspectierapport. Recent is bij een aantal overstorten meetapparatuur geïnstalleerd waarmee overstortingen worden geregistreerd. Deze dataloggers registreren waterstanden in de diverse rioolstelsels. Samen met gegevens over de rioolgemalen en neerslagmeting kunnen we uitspraken doen over het functioneren in de praktijk. De bedoeling is dat de rapportage hiervan wordt voorzien van een inhoudelijke analyse en jaarlijks besproken met het waterschap. Riooloverstorten Riolering is in de eerste plaats bedoeld voor inzameling en transport van afvalwater. In de vorige eeuw is de praktijk ontstaan dat overtollig hemelwater met dezelfde riolering wordt ingezameld en getransporteerd. Dit betreft het zogenoemde gemengde rioolstelsel. Het brengt in feite al het water waar je vanaf wilt naar de stadsrand. In de loop van de vorige eeuw werden aan de stadsranden zuiveringen gebouwd omdat de lozing vanuit de steden ontoelaatbaar werd voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. De waterkwaliteit is daarna sterk verbeterd. De sanering van bedrijfslozingen is ook van grote invloed geweest op de waterkwaliteit. Het zuiveringsproces is gebaat bij een vrij constante aanvoer van afvalwater en niet bestand tegen de piek van al het hemelwater. Om die reden wordt er naast het echte afvalwater slechts een beperkte hoeveelheid extra water vanuit de riolering naar de zuivering geleid. Dit wordt de pompovercapaciteit genoemd. De rest wordt tijdelijk geborgen in de riolering. Dit wordt de berging genoemd. Maar bij zware buien of langdurige neerslag schiet deze bergingscapaciteit tekort en raakt het stelsel geheel gevuld. Om overlast te voorkomen zijn overstorten aangebracht in speciale putten. Deze lozen dan verdund doch ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater. Het resulteert in stank en visuele overlast, een verminderde waterkwaliteit met soms vissterfte, verarming van ecosystemen en dikwijls verontreinigde baggerspecie. De riooloverstorten kunnen niet worden gemist omdat het gemengde stelsel dan meerdere keren per jaar leidt tot water op straat inclusief afvalwater. Riooloverstorten zijn aldus een noodzakelijk kwaad vanuit een historisch gegroeide situatie. Hemelwater wordt dikwijls rechtstreeks geloosd op oppervlaktewater. Dat kan op kleine schaal met een pijpje op eigen terrein of op grotere schaal met een gescheiden rioolstelsel met hemelwateruitlaten. De kwaliteit van het water dat vanuit hemelwateruitlaten wordt geloosd op oppervlaktewater is wel eens onderwerp van discussie geweest tussen waterbeheerders en gemeenten, maar wordt door de wetgever als onverdacht beschouwd, tenzij de waterbeheerder aantoont dat er een probleem is of een bijzondere situatie. De hemelwateruitlaten in gemeente Kampen vormen, voor zover bekend, geen probleem. Regenwater overstorten en uitmondingen zijn de constructies waaruit hemelwater wordt geloosd vanuit de zogenaamde gescheiden en verbeterd gescheiden rioolstelsels. Deze vormen meestal geen probleem voor het ontvangende watersysteem. Lozingswerken kern Kampen Overstortnr. Gemeente Type Putnr. Straatnaam Rioleringssectie Drempel-hoogte Drempel- breedte RO 01 RO 01.053 Haatlandhaven Haatlandhaven +0,91 1,50 RO 02 RO 02.149 Dieselstraat Hoofdgebied Kampen Vervallen RO 03 (int) BBB intern 02.296 Dieselstraat (BBB 400 m3) Hoofdgebied Kampen -0,57 9,66 RO 03 (ext) BBB extern 02.296C Dieselstraat (BBB 400 m3) Hoofdgebied Kampen -0,41 11,54 RO 04 RO 03.059 Loswalweg Brunnepe +1,49 4,54 RO 05 RO 04.115 Havenweg Brunnepe +1,78 2,51 RO 07 RO 04.589 De Hagen Brunnepe +1,52 1,68 RO 08 RO 04.557 Wilhelminalaan Brunnepe +1,36 2,30 RO 09 RO 05.053 Rondweg Hanzewijk Vervallen RO 10 RO 05.253 Rondweg Hanzewijk +1,72 2,10 RO 11 RO 05.505 Oranjesingel Hanzewijk Vervallen RO 13 RO 07.053 IJsselkade Binnenstad +1,38 0,90 RO 16 (int) BBB intern 07.419 Burgwal (BBB 400 m3) Binnenstad +1,05 6,00 RO 16 (ext) BBB extern 07.4192 Burgwal (BBB 400 m3) Binnenstad +1,20 6,00 RO 18 RO 07.455 Burgwal Binnenstad +1,45 1,20 RO 19 RO 07.473 Burgwal Binnenstad +1,45 1,20 RO 21 (int) BBB intern 07.975A Kennedylaan (BBB 400 m3) Hoofdgebied Kampen -0,45 6,50 RO 21 (ext) BBB extern 07.979 Kennedylaan (BBB 400 m3) Hoofdgebied Kampen -0,36 6,50 RO 22 RO 08.001 Flevoweg Hoofdgebied Kampen +0,20 1,00 RO 23 RO 09.207 Esdoornhof Hoofdgebied Kampen -0,25 1,60 RO 24 RO 09.036 Lijsterbesstraat Hoofdgebied Kampen -0,13 1,52 RO 25 (int) BBB intern 09.301 Engelenbergplantsoen Zuid +1,85 4,82 RO 26 RO 09.449 Bovensingel Zuid +1,54 2,21 RO 27 RO 09.379 Bovensingel Zuid +1,56 2,18 RO 28 RO 11.193 Lelystraat Hoofdgebied Kampen -0,25 0,90 RO 29 RO 11.259 Loriestraat Hoofdgebied Kampen -0,19 0,80 RO 30 RO 11.133 Lelystraat Hoofdgebied Kampen -0,23 2,00 RO 31 RO 11.403 Jacob Catsstraat Hoofdgebied Kampen -0,21 2,50 RO 32 RO 11.447 Bovenbroeksweg Hoofdgebied Kampen -0,23 1,82 RO 33 RO 11.179 Lelystraat Hoofdgebied Kampen 0,00 1,74 RO 34 RO 12.337 Tormentil Hoofdgebied Kampen 0,21 1,20 RO 35 (int) BBB intern 12.497 Buitenbroeksweg (BBB 180 m3) Hoofdgebied Kampen -0,20 3,00 RO 35 (ext) BBB extern 12.497A Buitenbroeksweg (BBB 180 m3) Hoofdgebied Kampen -0,35 3,35 RO 36 RO 12.453 Zwanebloem Hoofdgebied Kampen -0,34 1,50 RO 37 RO 12.251 Wederiklaan Hoofdgebied Kampen -0,46 1,76 RO 38 RO 12.417 Fluitekruid Hoofdgebied Kampen -0,30 1,47 RO 39 RO 13.013 Toon Slurinkhof Hoofdgebied Kampen -0,02 2,00 RO 40 RO 13.041 Nijverheidsstraat Hoofdgebied Kampen -0,25 2,79 RO 41 RO 13.205 Marinus Postlaan Hoofdgebied Kampen -0,30 2,00 RO 42 RO 14.399 Sterrekroos Hoofdgebied Kampen -0,04 2,72 RO 43 RO 14.147 Akelei Hoofdgebied Kampen -0,26 2,57 RO 44 RO 14.061 Veenmos Hoofdgebied Kampen -0,13 3,05 RO 45 RO 14.155 Rolklaver Hoofdgebied Kampen -0,02 2,92 RO 46 RO 14.285 Kattedoorn Hoofdgebied Kampen -0,32 1,20 RO 47 (ext) BBB extern 07.072 De la Sablonierekade Binnenstad +1,43 0,87 RO 48 Geen 02.051 St. Nicolaasdijk Hoofdgebied Kampen Bestaat niet RO 49 RWO 10.629 Citer De Maten -0,40 1,00 RO 50 RWO 10.739 Motet De Maten -0,40 1,00 RO 51 RWO 10.721 Marimba De Maten -0,40 1,00 RO 52 RWO 10.641 Concertlaan De Maten -0,40 1,00 Overstortnr. Gemeente Type Putnr. Straatnaam Rioleringssectie Drempel-hoogte Drempel- breedte RO 53 RWO 10.679 Luit De Maten -0,40 1,00 RO 54 RWO 10.879 Cantate De Maten -0,40 1,50 RO 55 RWO 10.789 Rigoletto De Maten -0,40 1,55 RO 56 RWO 10.1223 Otello De Maten -0,40 1,50 RO 57 RWO 10.1133 Kwart De Maten -0,40 1,50 RO 60 RWO 02.777 Productiestraat Haatland V -0,10 1,50 RO 61 RWO 02.752 Productiestraat Haatland V -0,10 1,50 RO 62 RWU 02.729 Montagestraat Haatland V Open uitmonding RO 63 RWU 02.702 Ertsstraat Haatland V Open uitmonding RO 64 RWU 02.714 Betonstraat Haatland V Open uitmonding RO 65 RWU 02.727 Betonstraat Haatland V Open uitmonding RO 66 RWU 02.719 Betonstraat Haatland V Open uitmonding RO 70 RWO 06463735 Carlsonstraat Bedrijvenpark RW50 -0,40 2,50 RO 71 RWO 06463725 Carlsonstraat Bedrijvenpark RW50 -0,40 2,50 RO 72 RWU 06740052u Carlsonstraat Bedrijvenpark RW50 Open uitmonding RO 73 RWU 064600204u Carlsonstraat Bedrijvenpark RW50 Open uitmonding RO 74 RWO 06520017 Van Doorneweg Bedrijvenpark RW50 -0,40 2,50 RO 75 Nooduitlaat 12.561 Onze Tuin (nooduitlaat) Onze Tuin Open uitmonding RO 76 RWO *OV4 (putnr. 4) Arend toe Boecopsingel Hanzewijk +1,40 1,50 RO 77 RWO *OV48 (putnr. 48) Arend toe Boecopsingel Hanzewijk +1,40 1,50 RO 78 RWO *OV63 (putnr 63) Arend toe Boecopsingel Hanzewijk +1,40 1,50 RO 79 RWO * t.o. Toon Slurinkhof Hagenbroek -0,35 1,00 RO 80 RWO * Marinus Postlaan nst 61 Hagenbroek -0,35 1,00 RO 81 RWO * Burg. Oldenhoflaan Hagenbroek -0,35 1,00 RO 82 RWO * Dr. Wiersemahof nst. 34 Hagenbroek -0,35 1,00 RO 83 RWO * Dr. Kolfflaan t.o. 77 Hagenbroek -0,35 1,00 RO 84 RWO * Dr. Kolfflaan Hagenbroek -0,35 1,00 RO 85 RWO * Chr. Vermeulenhof nst. 9 Hagenbroek -0,35 1,00 RO 86 RWO * Toon Slurinkhof nst 39 Hagenbroek -0,35 1,00 RO 87 RWO * Toon Slurinkhof achter 77 Hagenbroek -0,35 1,00 RO 88 RWU *04.640 Oranjesingel Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 89 RWU *07.U033 Flevoweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 90 RWU *11.U01 Lelystraat (uitmonding in RO33 Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 91 RWU *RU1 (achter put 14) Flevoweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 92 RWU *RU2 (achter put 11) Flevoweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 93 RWU *RU3 (achter put 17) Flevoweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 94 RWU *RU4 (achter put 18) Flevoweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 95 RWU * J.Lighthartstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 96 RWU * J.Lighthartstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 97 RWU * Wortmanstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 98 RWU * Wortmanstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 99 RWU * Wortmanstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 100 RWU * Vermuydenstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 101 RWU * Loriestraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 102 RWU * Jacob Catsstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 103 RWU * Wulpstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 104 RWU * Acacialaan Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 105 RWU * Wilgenstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 106 RWU * Reigerweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding Overstortnr. Gemeente Type Putnr. Straatnaam Rioleringssectie Drempel-hoogte Drempel- breedte RO 107 RWU * Ooievaarstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 108 RWU * Kievitstraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 109 RWU * Dorpstraat e.o. Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 110 RWU * Steenovensdijk Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 111 RWU * Beneluxweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 112 RWU *07.U13 3e Ebbingestraat Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 113 RWU * Burgwal Binnenstad Open uitmonding RO 114 RWU * Burgwal Binnenstad Open uitmonding RO 115 RWU * Burgwal Binnenstad Open uitmonding RO 116 RWU * Burgwal Binnenstad Open uitmonding RO 117 RWU * Burg. Berghuisplein Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 118 RWU * Burg. Berghuisplein Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 119 RWU * Hendrik van Viandenstraat Zuid Open uitmonding RO 120 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 121 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 122 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 123 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 124 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 125 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 126 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 127 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 128 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 129 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 130 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 131 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 132 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 133 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 134 RWU * Europa-allee Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 135 RWU * Flevoweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 136 RWU * Flevoweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 137 RWU * Zwanebloem Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 138 RWU * Ereprijs/Bereklauw Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 139 RWU *U1 Esdoornhof Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 140 RWU *U2 Esdoornhof Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 141 RWU * Haatlanderdijk/Kraanvogelweg Hoofdgebied Kampen Open uitmonding RO 142 RWU * Kreekrug Onderdijks Open uitmonding RO 143 RWU * Oude Strang Onderdijks Open uitmonding RO 144 RWU * Kolk Onderdijks Open uitmonding RO 145 RWU * Kolk Onderdijks Open uitmonding RO 146 RWU * Meander Onderdijks Open uitmonding RO 147 RWU * Overslaggronden Onderdijks Open uitmonding RO 148 RWU * Lange Akker Onderdijks Open uitmonding RO 149 RWU * Twiegweerd Onderdijks Open uitmonding RO 150 RWU * Twiegweerd Onderdijks Open uitmonding RO 151 RWU * Twiegweerd Onderdijks Open uitmonding RO 152 RWU * Twiegweerd/Lange Rille Onderdijks Open uitmonding RO 153 RWU * Kreekrug Onderdijks Open uitmonding RO 154 RWU * Twiegweerd Onderdijks Open uitmonding RO 155 RWU * De Omloop Molenzicht Open uitmonding RO 156 RWU * Greenterweg Brunnepe Open uitmonding RO 157 RWO 1007275.008 Genuakade Zuiderzeehaven +0,80 5,00 Overstortnr. Gemeente Type Putnr. Straatnaam Rioleringssectie Drempel-hoogte Drempel- breedte RO 158 RWO 1007275.028 Genuakade Zuiderzeehaven +0,40 5,00 RO 159 RWO 1007978.020 Genuakade Zuiderzeehaven +0,40 5,00 RO 160 RWO 10487301 Oslokade Zuiderzeehaven +0,40 5,00 RO 161 RWO 1014873.016 Oslokade Zuiderzeehaven +0,80 5,00 Lozingswerken kern IJsselmuiden (incl. Grafhorst) Overstortnr. Gemeente Type Putnr. Straatnaam Rioleringssectie Drempel-hoogte Drempel- breedte RO I RO 160135 de Baan De Baan -0,50 1,00 RO II (Int) BBB intern 160020 Zoddepark (BBB 180 m3) De Baan -0,80 3,00 RO II (Ext) BBB extern 160020A Zoddepark (BBB 180 m3) De Baan -0,79 3,00 RO III (Int) BBB intern 37015514 Lijnbaanstraat Hoofdgebied IJsselmuiden -0,65 5,00 RO III (Ext) BBB extern 37015516 Lijnbaanstraat Hoofdgebied IJsselmuiden -0,62 5,00 RO V RO 111460 Grafhorsterweg Hoofdgebied IJsselmuiden -0,39 2,22 RO VI RO 110230 Plasweg (intern) Hoofdgebied IJsselmuiden -0,40 1,88 RO VIII RO 120480 Burg. van Engelenweg (intern) Hoepelweg -0,26 2,00 RO IX (Int) BBB intern 120960 Dorpsweg (BBB 200 m3) Hoepelweg -0,30 4,00 RO IX (Ext) BBB extern 120960A Dorpsweg (BBB 200 m3) Hoepelweg -0,52 4,00 RO X BBB intern 111800 Meentheweg (Grafhorst) Hoofdgebied IJsselmuiden -0,20 1,80 RO X BBB extern * Meentheweg (Grafhorst) Hoofdgebied IJsselmuiden -0,32 2,00 RO XI (Int) BBB intern 110525 Walstro (BBB 20m3) Hoofdgebied IJsselmuiden Vervallen RO XI (Ext) BBB extern 110520 Walstro (BBB 20m3) Hoofdgebied IJsselmuiden Vervallen RO XII RO 300080 Grafhorst Branderdijk -0,50 1,00 RO 63 RO 130080 Groenendael Losse Landen -0,80 4,00 RO 95 RO 170030 Rietgors Losse Landen -2,28 1,72 RO 124 RO 131025A Karekiet Losse Landen -0,80 5,50 RO 210 (Int) BBB intern 131595 Koolmees (BBB 200 m3) Losse Landen -1,30 2,50 RO 210 (Ext) BBB extern 131595A Koolmees (BBB 200 m3) Losse Landen -1,20 2,50 RO 100 RWO 31074213 Kreeft Zeegraven -1,30 1,00 RO 101 RWO 31112507 Schelp Zeegraven -1,30 1,00 RO 102 RWO 31152201 Zeegravensingel Zeegraven -1,30 1,00 RO 103 RWO 31152231 Zeegravensingel Zeegraven -1,30 1,00 RO 104 RWO 31152233 Zeegravensingel Zeegraven -1,30 1,00 RO 105 RWO 31152253 Zeegravensingel Zeegraven -1,30 1,00 RO 106 RWO 32071566 Kleiland Zendijk -0,30 1,50 RO 107 RWO 32124501 Tasveld Zendijk -0,50 2,00 RO 108 RWO 150692 Spoorstraat Spoorlanden -0,80 2,50 RO 109 RWO 150716 Spoordwarsstraat Spoorlanden -0,80 2,72 RO 110 RWO 150732 Spoordwarsstraat Spoorlanden -0,80 2,75 RO 111 RWO * Groenendael Losse Landen -0,70 0,80 RO 112 RWO * Groenendael Losse Landen -0,70 0,80 RO 113 RWU * Dirkje Kerkemaat Hoofdgebied IJsselmuiden Open uitmonding RO 114 RWU * Dirkje Kerkemaat Hoofdgebied IJsselmuiden Open uitmonding RO 115 RWU * Thuishaven Thuishaven Open uitmonding RO 116 RWU 350680.07A Karthuizerlaan Oosterholt Noord Open uitmonding Overstortnr. Gemeente Type Putnr. Straatnaam Rioleringssectie Drempel-hoogte Drempel- breedte RO 117 RWU 350680.09A Karthuizerlaan Oosterholt Noord Open uitmonding RO 118 RWU 350717.03A Kluisstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 119 RWU 350717.13A Kluisstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 120 RWU 350670.05A Kapittelstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 121 RWU 350717.29A Kluisstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 122 RWU 350717.33A Kluisstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 123 RWU 350680.29A Kluisstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 124 RWU 350680.27A Kapittelstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 125 RWU 351045.07A Priorstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 126 RWU 351050.07A Refterstraat Oosterholt Noord Open uitmonding RO 127 RWU 350680.17D Refterstraat Oosterholt Noord Open uitmond

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.