BezoldigingsverordeningDe raad van de gemeente Dronten, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 26 maart 1996, no. 103078/ca; gelezen de ledenbrief van het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden d.d. 20 december 1996; gelet op het advies/de adviezen van de Commissie(s) "II" d.d. 10 april 1996; gelet op artikel 3:1 van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling; B E S L U I T: I. in te trekken de Bezoldigingsverordening, vastgesteld bij besluit van 21 december 1995; II. vast te stellen de volgende Bezoldigingsverordening. AFDELINGI.BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: ambtenaar: hij die overeenkomstig de bepalingen van de gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling in openbare dienst van de gemeente is aangesteld, met uitzondering van hen, wier salaris bij of krachtens de wet is geregeld; de werknemer in de zin van artikel 2:5 van de gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling; bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders; bezoldiging: de bezoldiging bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, van de gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling; conversietabel: de tabel die de versnelde toekenning van periodieke verhogingen regelt; functie: het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten, krachtens hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen en te onderscheiden in: volledige functie: gemiddeld 38 werkuren per week; deeltijdfunctie: minder dan gemiddeld 38 werkuren per week; functiewaardering: het op methodische wijze naar zwaarte rangordenen van functies met als criterium de relatieve zwaarte van het werk; functionele schaal: de naar aanleiding van het functiewaarderingsonderzoek aan de functie verbonden salarisschaal; maximum salaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal, dat kan worden bereikt door jaarlijkse salarisverhogingen; salaris: het voor de ambtenaar geldende bedrag van de op zijn ambt betrekking hebbende salarisschaal, zoals vermeld in bijlage II en IIa behorende bij de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling; salarisnummer: een aanduiding, bestaande uit een getal of een letter en een getal, die in een salarisschaal voor een salaris is vermeld; salaris per uur: 1/165 deel van het salaris bij een volledige werktijd (een 38-urige werkweek); salarisschaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid, van de gemeentelijke Arbeidsvoorwaardenregeling, opgenomen in bijlage II en IIa van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling. AFDELINGII.SALARISSEN Artikel2.Tijdstip ingang, einde en uitbetaling bezoldiging 1.Het recht op bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling ingaat. Indien in het bericht van aanstelling geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht van de bezoldiging aan met de dag, waarop met de aan de betrekking verbonden werkzaamheden feitelijk is begonnen. 2.Het recht op bezoldiging eindigt op de dag van ingang van het ontslag of met ingang van de dag, na het overlijden van de ambtenaar. 3.De bezoldiging wordt als regel per maand uitbetaald op een door het bestuursorgaan te bepalen dag, doch uiterlijk op de laatste dag van de maand. Artikel3.Vaststelling salarisniveau, instroom in nieuwe structuur per 1 april 1996 1.De ambtenaren worden aangesteld of in dienst genomen in één der schalen, genoemd in de bijlagen II en IIa van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling, rekening houdend met het gemeentelijk functiewaarderingssysteem. 2.Bijlage II omvat de indeling van de schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling en is van toepassing op die ambtenaar die ook op 31 maart 1996 reeds een salaris genoot op grond van deze bijlage, tenzij op grond van het gestelde in lid 3 bijlage IIa op hem van toepassing is. 3.Bijlage IIa omvat de indeling van de schalen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling en is van toepassing op: de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een betrekking aanvaardt in de zin van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling, zonder direct daaraan voorafgaand een betrekking in de zin van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling of CAR te hebben vervuld en de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe betrekking in de zin van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling aanvaardt, direct voorafgaand door een andere betrekking in de zin van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling of CAR, waarbij aan die nieuwe betrekking een beter salarisperspectief is verbonden. Hierbij wordt een betrekking mede als nieuw aangemerkt ingeval een bestaande aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd, als gevolg van een wijziging in de uit te voeren taken. 4.Het bedrag der bezoldiging van de ambtenaar wordt met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde vastgesteld door burgemeester en wethouders. Artikel4.Vaststelling salarisniveau, instroom in nieuwe salarisstructuur per 1 april 1997 De ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II, die voor 1 april 1997 reeds het maximum heeft bereikt van de schaal en die binnen die betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal gaat eerst per 1 april 1997 een salaris ontvangen op basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa; Artikel5.Vaststelling salarisniveau, instroom in nieuwe salarisstructuur op of na 1 april 1997 De ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II, die op of na 1 april 1997 het maximum bereikt van de schaal en binnen zijn betrekking geen perspectief heeft op een hogere schaal ontvangt op de datum van het bereiken van het maximum van de schaal een salaris op basis van het maximum van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa. Artikel6.Salaris bij aanstelling Bij aanstelling kent het bestuursorgaan de ambtenaar het salaris toe dat: wanneer hij 21 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal dat is vermeld achter salarisnummer 0 van bijlage II, respectievelijk IIa; wanneer hij jonger is dan 21 jaar, in de voor hem geldende salarisschaal van de salaristabel jeugdsalarissen gemeenteambtenaren bijlage II, respectievelijk IIa, bestaande uit het getal dat overeenkomt met zijn leeftijd. Artikel7.Lagere vaststelling salaris Het bestuursorgaan kan het salaris, hetzij bij aanstelling, hetzij nadien, vaststellen op een lager bedrag dan ingevolge de overige bepalingen van deze verordening voor de ambtenaar zou gelden op grond van: niet volledige werktijd; waarneming van een ambt te zamen met één of meer andere ambten; andere gewichtige omstandigheden. Artikel8.Bijzondere gevallen 1.Bij aanstelling van een ambtenaar beneden de leeftijd van 21 jaar kan het bestuursorgaan in bijzondere gevallen bepalen dat voor de vaststelling van zijn salaris wordt uitgegaan van een hogere leeftijd dan die welke de ambtenaar heeft bereikt. 2.In bijzondere gevallen, ter beoordeling van het bestuursorgaan, kan een ambtenaar van 21 jaar en ouder wiens schaal is genoemd in bijlage II, respectievelijk Iia worden aangesteld of in dienst genomen boven het minimum bedrag van de voor hem geldende schaal. Artikel9.Periodieke verhoging 1.Op de eerste dag van elk kalenderjaar wordt bij gebleken geschiktheid en goede dienstijver aan een ambtenaar wiens schaal is vermeld in de bijlagen II en IIa, die 21 jaar of ouder is, een periodieke verhoging toegekend totdat het maximum van het aan zijn schaal verbonden salaris is bereikt. Vindt aanstelling plaats in de loop van het kalenderjaar dan gaat de eerstvolgende periodieke verhoging, onder gelijk voorbehoud, vermeld in de eerste volzin van dit artikel, in op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar. 2.Het bij aanstelling van een ambtenaar wiens schaal is vermeld in bijlage II, respectievelijk IIa, die jonger is dan 21 jaar, toegekende salaris wordt bij gebleken geschiktheid en goede dienstijver verhoogd naar gelang de leeftijd toeneemt. Artikel10.Verlof De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 3 van de gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen. Artikel11.Buiten beschouwing te laten tijd 1.Bij het toekennen van periodieke verhogingen blijft buiten beschouwing de tijd, gedurende welke de ambtenaar in de uitoefening van zijn ambt is geschorst: bij wijze van disciplinaire straf; op grond van het feit dat een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf tegen hem is ingesteld of hem door het bestuursorgaan het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan dan wel dat hij zich in verzekerde bewaring bevindt; omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde. 2.Indien vaststaat dat een schorsing, als bedoeld onder het vorige lid onder b, niet door het ten uitvoer leggen van een straf is gevolgd noch zal worden gevolgd telt de tijd van deze schorsing alsnog mee voor de vaststelling van de voor periodieke verhoging geldende diensttijd. Artikel12.Afwijking van periodieke verhoging 1.Bij buitengewone geschiktheid en dienstijver kan het bestuursorgaan bij de vaststelling van het salaris afwijken van de leeftijd van de ambtenaar dan wel de voor periodieke verhoging geldende diensttijd hoger vaststellen dan in artikel 7 is aangegeven. 2.Indien de functievervulling daartoe aanleiding geeft, blijkende uit minimaal twee beoordelingen gedurende een beoordelingsjaar, kan het bestuursorgaan bepalen dat, in afwijking van artikel 7, aan de ambtenaar een periodieke verhoging onthouden wordt. 3.Van de in het vorige lid bedoelde bevoegdheid kan slechts gebruik worden gemaakt ten aanzien van de ambtenaar die gedurende tenminste één jaar werkelijk dienst heeft gedaan in het door hem beklede ambt. Artikel13.Salaris bij bevordering binnen de oude structuur (bijlage II) Voor de ambtenaar die bezoldigd wordt overeenkomstig bijlage II wordt bij bevordering het salaris in de nieuwe schaal zodanig vastgesteld dat een salarisverhoging wordt verkregen tot een bedrag overeenkomende met het gemiddelde bedrag van ten minste één periodieke verhoging in de nieuwe schaal. Artikel14.Salaris bij bevordering binnen de nieuwe structuur (bijlage IIa) Voor de ambtenaar die bezoldigd wordt overeenkomstig bijlage IIa wordt bij bevordering het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het naasthogere bedrag in de nieuwe schaal. In het geval dat het salarisverschil tussen dit naasthogere bedrag en het oude salaris minder bedraagt dan 75% van het salarisverschil tussen het bedrag dat de ambtenaar aan salaris zou hebben ontvangen indien hij niet zou zijn overgegaan naar de nieuwe schaal, maar in zijn oude schaal een periodieke verhoging zou hebben gekregen, en het bedrag van zijn oude salaris, wordt de ambtenaar in de nieuwe schaal ingeschaald dat direct volgt op het naasthogere bedrag. Artikel15.Conversietabel schalen 1 tot en met 5 (bijlage III) Voor de ambtenaren die op 1 april 1996 bezoldigd worden overeenkomstig bijlage II en een salaris hebben op basis van: schaal 2 tabel jeugdsalarissen schaal 2 anciënniteit 0 schaal 3 tabel jeugdsalarissen schaal 3 anciënniteit 0 schaal 3 anciënniteit 1 schaal 3 anciënniteit 2 schaal 4 tabel jeugdsalarissen schaal 4 anciënniteit 0 schaal 4 anciënniteit 1 schaal 4 anciënniteit 2 schaal 4 anciënniteit 3 schaal 5 tabel jeugdsalarissen schaal 5 anciënniteit 0 schaal 5 anciënniteit 1 schaal 5 anciënniteit 2 wordt een versnelde toekenning van periodieke verhogingen toegekend overeenkomstig de conversietabel voor de schalen 1 t/m 5, bijlage III bij deze verordening. Artikel16.Aanvang bezoldiging 1.Het genot van de bezoldiging vangt aan met de dag waarop de aanstelling of indienstneming ingaat. Indien in het desbetreffende besluit geen datum van ingang is vermeld vangt het genot van de bezoldiging aan met de dag waarop het ambt is aanvaard. 2.De bezoldiging wordt per maand uitbetaald. 3.Het genot van de bezoldiging eindigt op de dag van ontslag uit de betrekking of met ingang van de dag na het overlijden van de ambtenaar. Artikel17.Berekening bezoldiging over gebroken tijdvakken In de gevallen waarin de bezoldiging moeten worden berekend over een gedeelte van een maand wordt de bezoldiging per dag vastgesteld, door de bezoldiging of korting per maand te delen door het aantal dagen van de desbetreffende kalendermaand. Artikel18.Aanpassing van de salarissen aan de algemene salarismaatregelen Indien in de salarissen een wijziging wordt aangebracht welke een algemeen karakter draagt, past het bestuursorgaan de in de bijlagen II en IIa genoemde bedragen overeenkomstig de aanpassing van de bijlagen II en IIa van de Gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling aan. Artikel19.Minimum inkomen 1.Voor een ambtenaar van 23 jaar of ouder en werkzaam in een functie met een volledige dagtaak zijn de bij Algemene Maatregel van Bestuur vastgestelde of vast te stellen regelen omtrent minimum inkomen van overeenkomstige toepassing. Buiten aanmerking blijven hierbij overwerkgelden, vakantie-uitkering en bestemmingstoelagen, zoals rijwieltoelage en dergelijke. 2.Ingeval de in het eerste lid bedoelde bezoldiging van de ambtenaar beneden het bedrag van het minimum inkomen mocht blijven ontvangt hij, gerekend van de eerste dag der maand waarin de aanspraak ontstaat, een toelage ten bedrage van het verschil. 3.Voor ambtenaren die de leeftijd van 15 jaar, doch niet die van 23 jaar hebben bereikt en werkzaam zijn in een functie met een volledige dagtaak zijn de bij de Algemene Maatregel van Bestuur vastgestelde of vast te stellen regelen omtrent minimum jeugdloon van overeenkomstige toepassing. 4.Indien van de bezoldiging een gedeelte wordt ingehouden in verband met ziekte, schorsing of verlof wordt de toelage bepaald alsof de volle bezoldiging wordt genoten. Op de aldus vastgestelde toelage vindt een inhouding plaats overeenkomstig de inhouding op de rest van de bezoldiging. 5.Onvoldoende geschiktheid en dienstijver, alsmede strafbepalingen - met uitzondering van schorsing - hebben geen invloed op het gedrag van het minimum inkomen. AFDELINGIII.TOELAGEN EN VERGOEDINGEN Artikel20.Tijdelijke toelage 1.Aan de ambtenaar, die binnen de functie bijzonder presteert, waarbij deze prestatie, naar het oordeel van het bestuursorgaan, een incidenteel karakter draagt, kan een tijdelijke toelage worden toegekend. 2.De in het vorige lid bedoelde toelage wordt ineens en ten hoogste eenmaal binnen een tijdvak van één jaar uitgekeerd, voor ten hoogste 2 jaar en bedraagt maximaal 75% of 100% van het voor de ambtenaar geldende salarisbedrag per maand. Artikel21.Vaste toelage 1.Aan de ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt, en die naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijk heeft gegeven van een langdurige bijzondere uitoefening van de functie kan een vaste toelage worden toegekend. 2.De in het eerste lid bedoelde toelage bedraagt maximaal het verschil tussen het maximum van de voor hem geldende salarisschaal en het maximum, minus twee periodieken, van de daarop volgende salarisschaal. 3.Voor de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid die is aangesteld in salarisschaal 5 bedraagt de toelage het verschil tussen het maximum van de diensttijduitloop van de voor hem geldende salarisschaal en het maximum van salarisschaal
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.