(4)de fase waarin constateringen uit de controles leiden tot het inzetten van juridische handhavinginstrumenten. Bijlage1 Toetsingsniveaus Voor het toetsen gelden 3 toetsingsniveaus. Dit zijn: Niveau 1 - Sneltoetsen: Kloppen de uitgangspunten? Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Indien deze stukken niet zijn bijgevoegd, dan wordt de aanvraag/vergunning op dit onderdeel niet aangehouden of geweigerd. Niveau 2 - Visueel toetsen: Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitgangspunten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de stukken die moeten worden aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, aanwezig zijn en of deze in de juiste vorm zijn. Indien deze stukken niet zijn bijgevoegd, dan wordt de aanvraag aangehouden. Niveau 3 - Representatief toetsen: Controle van de belangrijkste onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. De belangrijkste berekeningen worden gecontroleerd dan wel nagerekend. Opgemerkt dient te worden dat niveau 4 (integrale toetsing) slechts in twee situaties (zie het onderdeel constructie) voorkomt, zodat dit niveau verder onbesproken blijft. Onderdeel: algemeen bouwkundig Onderdeel Bouwfysica Onderdeel: Brandveiligheid Onderdeel: Constructief Onderdeel: Installaties Bijlage2Stappenplan Handhaving horeca In dit stappenplan wordt omschreven welke handhaving strategie wordt gevolgd bij geluidsoverlast (muziek) afkomstig van horeca inrichtingen. Klachten betreffende geluidsoverlast moeten ingediend worden bij de centrale meldkamer van de politie (via 0900-8844). Stappenplan Na ontvangst van de geluidklacht wordt door de politie, indien mogelijk, de klacht beoordeeld op basis van het gehoor (geen geluidsmeting). Indien het een terechte klacht betreft (muziekgeluid duidelijk waarneembaar boven het stemgeluid) krijgt de ondernemer een waarschuwing én er wordt tevens een aanzegging gedaan. Dit wordt gemeld aan de ODRN die een brief naar de overtreder verstuurt met het voornemen tot het treffen van een bestuurlijke maatregel (stap 1); Bij herhaalde constatering van de (vermoedelijke muziek) geluidsovertreding wordt een geluidsmeting uitgevoerd (Abovo). De centrale meldkamer geeft hiertoe opdracht. Na geconstateerde (door geluidmeting) overtreding wordt de overtreding gemeld aan de ODRN zodat vervolgens een dwangsombeschikking uitgevaardigd kan worden. De politie (bijzondere wetten) kan bij deze stap proces-verbaal opmaken (stap 2); Na elke constatering van overtreding van geluidsvoorschriften (geluidmeting door Abovo) wordt de dwangsom van rechtswege verbeurd. Wederom kan de politie proces-verbaal opmaken. Er wordt direct een besluit tot het invorderen van de dwangsom gemaakt (stap 3). Indien er binnen zes maanden géén of ongegronde klachten over het bedrijf worden ingediend, dan zal het bedrijf één stap zakken. Een bedrijf zit bijvoorbeeld in stap 1 (voornemen) en binnen zes maanden worden er geen klachten (of ongegronde) ingediend dan verdwijnt het bedrijf uit het stappenplan. Deze systematiek geldt niet voor stap 2 naar stap 1. Ingeval van een opgelegde dwangsom kan op verzoek van de overtreder de dwangsom worden ingetrokken als de beschikking een jaar van kracht is geweest zonder dat de dwangsom is verbeurd (art. 5:34 lid 2 Awb). Zolang de dwangsom van kracht is kan de ondernemer geen gebruik maken van de ontheffingsmogelijkheid van de geluidsvoorschriften ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening (lees: Festiviteitenregeling, incidentele festiviteiten of incidentele ontheffingen). Dit geldt niet voor de collectieve dagen. Dwangsombedrag voor geluidsovertreding bedraagt € 1.000,00 per overtreding met een maximum van € 5.000,00 (dus maximaal 5 keer innen). Indien de overtredingen, na vijf maal verbeuren, blijven bestaan dienen andere handhavingsmiddelen ingezet te worden (bestuursdwang of dwangsom verhogen). Werkwijze behandelen geluidklachten (extern) Bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (hierna: ODRN) komen geregeld vragen binnen hoe om te gaan met geluidsklachten, opdracht voor het behandelen van geluidsklachten en het uitvoeren van geluidsmetingen. Voor de oprichting van de ODRN, 1 april 2013, had iedere gemeente een eigen lokale werkwijze hoe men om ging met dergelijke geluidsvraagstukken. Na oprichting van de ODRN is een regionale werkwijze nog niet bepaald. In deze memo wordt een voorstel gedaan hoe we in regionaal verband om zouden kunnen gaan met geluidsklachten. Soorten geluidsklachten Er zijn verschillende soorten geluidsklachten, te weten: geluidsoverlast afkomstig van bedrijvigheid (geen horeca); geluidsoverlast afkomstig van bedrijvigheid (horeca); geluidsoverlast afkomstig van evenementen/buurtfeesten/inrichtingen* (APV vergunningen). *Hierbij moet gedacht worden aan incidentele en collectieve ontheffingen op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening. Zie hoofdstuk 2 voor een toelichting hierop. Hoe komen geluidsklachten binnen? Klachten over ervaren geluidsoverlast komen telefonisch, via e-mail, digitaal via S@men of op schrift binnen bij de ODRN. Indien het klachten betreft die gaan over bedrijvigheid (inrichtingen) worden deze opgenomen in S@men. Hiermee houden we overzicht en is bekend wat de stand van zaken is. Geluidsoverlast afkomstig van bedrijvigheid (geen horeca) Het betreft hier klachten over ervaren geluidsoverlast van bedrijvigheid die geen horeca-inrichting zijn. Deze klachten kunnen afkomstig zijn van installaties, laad- en los activiteiten of andere activiteiten die geluidhinder veroorzaken. Deze klachten worden in behandeling genomen door de ODRN. De klager wordt gehoord, het bedrijf wordt geraadpleegd (telefonisch of door middel van bezoek), gewaarschuwd en gevraagd om de overlast te voorkomen/beperken. Indien er geen verbetering optreedt (de klachten blijven bestaan) dan zal een inspecteur van de ODRN in eerste instantie een indicatieve geluidmeting uitvoeren. Indien hieruit blijkt dat er sprake is van een overtreding dan wordt handhavend opgetreden door de ODRN. 1.1.1 Inzetten specialist Indien blijkt dat het een complexe situatie betreft dan wordt een specialist ingeschakeld om een representatieve geluidmeting uit te voeren. In de meeste gevallen kunnen de geluidmetingen tijdens kantooruren worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is zal in overleg met specialist besloten worden of een geplande geluidmeting buiten kantooruren uitgevoerd kan worden. Geluidsoverlast afkomstig van bedrijvigheid (horeca) Geluidsoverlast van horecabedrijven kan veroorzaakt worden door de aanwezige installaties en/of door muziekgeluid. Hieronder worden deze situaties afzonderlijk beschreven. 1.2.1 Installaties Geluidsoverlast afkomstig van installaties van horeca activiteiten zullen op dezelfde wijze als ‘geluidsoverlast afkomstig van bedrijvigheid (geen horeca)’ worden behandeld. 1.2.2 Muziekgeluid Geluidsoverlast van horeca activiteiten betreft met name muziekgeluid buiten kantoortijden. In dergelijke gevallen zal bij de eerste klacht contact op worden genomen met het bedrijf om de klachten te bespreken en waarschuwing af te geven om aan de normen te voldoen. Mochten de klachten blijven dan wordt opgetreden conform het Stappenplan Handhaving Horeca. Dit stappenplan betekent dat de klager bij geluidsoverlast van een horecabedrijf de meldkamer van de politie (0900-8844) kan bellen. Zie ‘Stappenplan handhaving horeca’. Geluidsoverlast afkomstig van evenementen/buurtfeesten/inrichtingen 1 Het betreft hier horeca-inrichtingen die een ontheffing van de geluidsvoorschriften verleend hebben gekregen door middel van APV-vergunning (incidentele festiviteit) en/of vallen onder collectieve festiviteit. (APV vergunningen) Er komen geregeld klachten bij de ODRN binnen die betrekking hebben op verleende APV vergunningen. Hierbij moet gedacht worden aan evenementen en buurtfeesten, maar ook na aanleiding van verleende incidentele ontheffingen voor horeca-inrichtingen. Klachten hierover kunnen door de ODRN in behandeling worden genomen om zo tot een eenduidige regionale werkwijze te komen. APV-gerelateerde klachten duren vaak niet lang omdat het vaak eenmalige activiteiten betreffen. Ontvangen klachten zullen bij organisatie bekend worden gemaakt. Tevens wordt een waarschuwing gegeven voor een eventueel vervolg evenement. Het jaar erop kan een preventieve geluidmeting plaatsvinden en bij overschrijding handhavend opgetreden worden. Mochten de klachten blijven dan zal met de APV-vergunningverlener van uw gemeente besproken worden of een vervolgvergunning aangepast of wellicht geweigerd moet worden. Incidentele of collectieve ontheffing Onder een incidentele ontheffing/festiviteit wordt verstaan een activiteit ín en óp het terrein van een inrichting. Op grond van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (artikel 2.21, lid onder
- b)is het een inrichting toegestaan voor een bepaald aantal dagen per jaar meer geluid te produceren dan het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer voorschrijft (voorschrift 2.17, 2.19, 2.20 dan wel 6.12). Het aantal aan te wijzen dagen dient vastgelegd te worden in een gemeentelijke verordening en mag niet meer bedragen dan 12 per kalenderjaar. Naast de incidentele ontheffing/festiviteit (maximaal 12 per kalenderjaar mist vastgelegd in gemeentelijke verordening) zijn er collectieve ontheffingen/festiviteiten (artikel 2.21 lid 1 onder a). Collectieve ontheffingen/festiviteiten zijn niet gebonden aan één of een klein aantal inrichtingen. Hierbij moet gedacht worden aan carnaval en koningsdag. De collectieve dagen moeten jaarlijks door burgemeester en wethouders worden vastgesteld (zie Algemene Plaatselijke Verordening). Aan het aantal collectieve dagen wordt in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer geen maximum gesteld. Artikel 2.21 lid 2 geeft aan dat bij gemeentelijke verordening (de APV) voorwaarden verbonden kunnen worden ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Hierin kunnen dus geluidsvoorschriften opgenomen worden die ruimer zijn dan vie volgen uit het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Artikel 2.21 1. De waarden bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19, 2.20 dan wel 6.12 zijn voor zover de naleving van deze normen redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van: festiviteiten die bij of krachtens een gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor de verordening geldt; andere festiviteiten die plaatsvinden in de inrichting, waarbij het aantal bij of krachtens een gemeentelijke verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van inrichtingen kan verschillen en niet meer mag bedragen dan twaalf per kalenderjaar. 2. Bij of krachtens gemeentelijke verordening kunnen voorwaarden worden verbonden aan de festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder. 3. Een festiviteit als bedoeld in het eerste lid die maximaal een etmaal duurt, maar die zowel voor als na 00.00 uur plaatsvindt, wordt beschouwd als plaatshebbende op één dag. Bijlage3Sanctiestrategie Milieu De sanctiestrategie Milieu wordt volledig ingevuld conform de Landelijke Handhavingstrategie (versie 1.7 van 24 april 2014). Deze strategie kent vijf stappen om tot een passende interventie te komen, welke (zie hieronder) zijn overgenomen in het gemeentelijke beleid. STAP 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix In onderstaande interventiematrix wordt aangegeven hoe de gevolgen van de overtreding en het gedrag van de overtreder leiden tot een passende wijze van optreden. Figuur: de interventiematrix De handhaver bepaalt in welk segment van de interventiematrix hij de bevinding positioneert door het beoordelen van de gevolgen van de overtreding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie en door het typeren van de normadressant. De mogelijke gevolgen van de bevindingen vrijwel nihil; beperkt; van belang: aanmerkelijk risico op maatschappelijke onrust, milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging, doden, zieken, gewonden (mens, plant en dier); aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar: ernstige maatschappelijke onrust, milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging, veel doden, zieken of gewonden (mens, plant en dier). Gedrag van de normadressaat Goedwillend; Onverschillig/ reactief: neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de bevindingen en de gevolgen van zijn handelen laten hem/haar koud; opportunistisch/ calculerend: bewust belemmeren van toezichthouders, sprake van mogelijkheidsbewustzijn, de gevolgen van het handelen worden op de koop toegenomen, bewust risico nemend; bewust en structureel regels overtredend, crimineel: deel uitmakend van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting, witwassen. Als de handhaver niet in staat is om de normadressaat te typeren, dan is typering B het vertrekpunt. Positionering aanpassen indien nodig De handhaver bepaalt of er verzachtende of verzwarende argumenten zijn. Bij verzachtende argumenten, waaronder de mogelijkheid tot legalisatie, wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en één segment naar onder verplaatst. Bij verzwarende argumenten, waaronder recidive, één segment naar rechts en één segment naar boven. Maximaal vindt één verplaatsing plaats. In aanvulling op de landelijke handhavingstrategie kan de handhaver het PV als sanctiemiddel inzetten voor kleine overtredingen, zoals overtredingen in de openbare ruimte en parkeren, tot en met de bedragen die zonder inmenging van het OM als sanctiebedrag mogen worden opgelegd door onze BOA’s. Dit geldt voor de segmenten A1, A2 en B1 van de interventiematrix. Verder is afwijken van de landelijke handhavingstrategie toegestaan indien dit aantoonbaar effectiever is. STAP 2 – Bepalen verzwarende aspecten binnen de segmenten De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijke handhaving ook strafrechtelijk te handhaven. De volgende verzwarende aspecten worden afgewogen: 1. Verkregen financieel voordeel (winst of besparing). De normadressaat heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald, of financieel voordeel halen was het doel. 2. Status verdachte/ voorbeeldfunctie. De normadressaat is: een regionaal of landelijk maatschappelijk aansprekende of bekende (rechts)persoon, een overheid, een toonaangevend brancheonderdeel, een certificerende instelling, een persoon die een openbaar ambt bekleed, de eigen organisatie. 3. Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect. Een bestuurlijke boete kan waarschijnlijk niet geïnd worden of is waarschijnlijk door de normadressaat als (bedrijfs)kosten ingecalculeerd. 4. Combinatie met andere relevante delicten. Andere handelingen zijn gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrifte, corruptie of witwassen. 5. Medewerking van deskundige derden. De normadressaat is bij zijn handelen ondersteund door deskundige derden, zoals vergunningverlenende of certificerende instellingen, keuringsinstanties en brancheorganisaties. De handhaver moet onderbouwen op grond van welke aanwijzingen hij het vermoeden heeft dat de deskundige derde op de hoogte was en/of medewerking heeft verleend aan de geconstateerde bevinding(en). 6. Normbevestiging. Strafrechtelijke handhaving vindt mede plaats in het kader van normhandhaving of normbevestiging met het oog op grotere achterliggende te beschermen rechtsbelangen. Hierbij speelt de openbaarheid van het strafproces een grote rol. Als in het openbaar, door middel van een onderzoek ter rechtszitting of de publicatie van een persbericht bij een transactie of strafbeschikking, verantwoording wordt afgelegd van gepleegde strafbare feiten, krijgt de normhandhaving of normbevestiging het juiste effect. 7. Waarheidsvinding. Soms kan strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding en afdoening aangewezen zijn. Bijvoorbeeld als een controle of inspectie aanwijzingen aan het licht brengt dat er meer aan de hand is, maar de bestuursrechtelijke instrumenten ontoereikend zijn om de waarheid aan het licht te brengen. STAP 3 – Bepalen of overleg tussen bestuur, en politie en OM over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is Overleg over een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alléén het strafrecht is noodzakelijk als de handhaver de bevinding na stap 1 heeft gepositioneerd in de middensegmenten (A4, B3, B4, C2, D2 en D1) of zware segmenten (C3, C4, D3 en D4) van de interventiematrix. Overleg kan ook zinvol zijn bij bevindingen in lichtere segmenten, waarbij er op grond van stap 2 sprake is van één of meer verzwarende aspecten. Bestuursrechtelijke handhavers gaan indien noodzakelijk in overleg met politie en OM en omgekeerd. In situaties waarin een handhavinginstantie een Bestuurlijke Strafbeschikking oplegt, is overleg met het OM niet geïndiceerd en is strafrechtelijk optreden door het OM niet aan de orde. Als de handhaver concludeert dat overleg geïndiceerd is, wordt gehandeld op basis van tussen bestuursrechtelijke handhavinginstanties, politie en OM gemaakte algemene afspraken over hun samenspel, waarmee accuraat en effectief optreden in voorkomende gevallen wordt gewaarborgd, in het bijzonder als er sprake is van spoed en heterdaad. Situaties waarin de gemaakte algemene afspraken niet voorzien, zullen in regulier overleg of ad hoc door de respectievelijke handhavinginstanties worden beoordeeld. Uit het overleg volgt of de bevinding alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alléén strafrechtelijk wordt opgepakt. Standaard wordt aangifte bij het OM gedaan als toezichthouders de volgende bevindingen doen: situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt gemaakt, zoals het weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en poging tot omkoping. situaties waarin de toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van verkeerde informatie. STAP 4 – Optreden met de interventiematrix Interventie start in principe zo licht mogelijk en is gericht op herstel, maar zwaardere interventies volgen snel als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix daarbij als volgt: De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van de interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 heeft gepositioneerd. De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(
- s)in de betreffende situatie passender is. Waar in de interventiematrix ‘PV’ staat, betreft het de middelzware en zware segmenten die in stap 3 zijn afgestemd tussen handhavinginstantie(
- s)en OM. Als in overleg is besloten dat het OM niet optreedt, zijn de in het segment aangegeven bestuursrechtelijke interventies te overwegen, en ook de Bestuurlijke Strafbeschikking als strafrechtelijke interventie. De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(
- s)in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, zet de handhaver zwaardere (combinaties van) interventie(
- s)in. In algemene zin geldt voor termijnen het volgende: Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor dient geen of hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen. In alle andere gevallen, waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn, geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij rekening houdend met de technische en organisatorische realiseerbaarheid in die termijn. Naast het optreden op grond van de interventiematrix kunnen handhavinginstanties aanvullend ook hun toezichtstrategie bij het betreffende bedrijf aanpassen, bijvoorbeeld door het verhogen/verlagen van de toezichtfrequentie of het herijken van de vergunningensituatie, etc. STAP 5 – Vastlegging De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd in het registratiesysteem, op zo’n manier dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan: het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid. Communicatie bij bestuursrechtelijke herstellende maatregelen Bij positionering in de lichte segmenten van de interventiematrix dient zorgvuldig naar de overtreder te worden gecommuniceerd, waarbij de reden van het ingrijpen duidelijk wordt uitgelegd. Ook de nazorg dient zorgvuldig te gebeuren, waarbij zowel het bestuur als het OM (bij flankerend beleid) worden geïnformeerd. Bij positionering in de lichte of middensegmenten en wanneer de overtreder niet in kolom D wordt ingedeeld nemen we - indien redelijkerwijs contactgegevens zijn te achterhalen - contact op met de overtreder voordat een brief uitgaat. Hierdoor kunnen misverstanden snel opgehelderd worden, kunnen onvoorziene relevante punten naar voren komen en voelt de burger of ondernemer zich menselijker behandeld. Verder kan de burger of ondernemer op zijn eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken en kunnen afspraken worden gemaakt voor herstel. Zie ook de vastgestelde protocollen waarin de momenten van communicatie zijn aangegeven. Gemotiveerd kan worden afgeweken van bovenstaande wijze van communiceren. Handhavinginstrumentarium - toelichting interventies van licht naar zwaar Voor een volledige uiteenzetting verwijzen wij naar de integrale tekst van de Landelijke handhavingstrategie te vinden via: http://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/landelijke/introductie/ Instrumenten bestuursrecht, herstellend Aanspreken/informeren Waarschuwen – brief met hersteltermijn Bestuurlijk gesprek Verscherpt toezicht Last onder bestuursdwang – LOB Tijdelijk stilleggen (van activiteiten) Last onder dwangsom – LOD Instrumenten bestuursrecht, bestraffend Bestuurlijke boete Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning Exploitatieverbod, sluiting Instrumenten strafrecht Bestuurlijke strafbeschikking milieu – Bestuurlijke Strafbeschikking Proces-verbaal (PV)