← Nederland

Verordening Geurhinder en veehouderij 2016 gemeente Uden (Uden)

Verordening Geurhinder en veehouderij 2016 gemeente UdenDe raad van de gemeente Uden; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 februari 2016; gelet op artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; b e s l u i t vast te stellen de Verordening geurhinder en veehouderij 2016 gemeente Uden Artikel1:Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: Veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren. Wet: de Wet geurhinder en veehouderij. Geurbelasting: de waarde ter plaatse van de gevel van het gevoelige object, berekend met V-Stacks vergunning, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid. Geurgevoelig object: zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij. Odour units (ouE/m

  1. P98): geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie”. In deze verordening wordt voor de geurbelasting uitgegaan van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie. Dat betekent dat de – met een verspreidingsmodel – berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de tijdseenheid niet wordt overschreden. Bebouwde kom: de gebieden A en B zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en gewaarmerkte kaart: Normenkaart behorende bij de Verordening geurhinder en veehouderij 2016 gemeente Uden. Buiten de bebouwde kom: de gebieden C, D en E zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en gewaarmerkte kaart: Normenkaart behorende bij de Verordening geurhinder en veehouderij 2016 gemeente Uden. Traditionele huisvesting rundvee zonder vastgestelde emissiefactor: huisvesting als bedoeld in de Regeling ammoniak en veehouderij onder A 1.100, A 2.100 en A 7.
  2. Emissiearme huisvesting melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar: huisvesting als bedoeld in de Regeling ammoniak en veehouderij anders dan categorie A 1.100 met uitzondering van afkalfstal en ziekenstal. Artikel2:Aanwijzing gebieden Als gebied als bedoeld in artikel 6 lid 1, 3 en 4 van de Wet wordt aangewezen het volgende gebied: het gehele grondgebied van de gemeente Uden. Het gebied als bedoeld in lid 1 wordt aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte Gebiedsvisie en bijbehorende gewaarmerkte kaart (Normenkaart behorende bij de Verordening geurhinder en veehouderij 2016 gemeente Uden). Voor de gebiedsindeling zoals onderscheiden in de artikelen 3 en 4 van deze verordening wordt verwezen naar de in het tweede lid genoemde Normenkaart behorende bij de Verordening geurhinder en veehouderij 2016 gemeente Uden. Artikel3:Andere waarden voor de geurbelasting In afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2 lid 1 van deze verordening: Woonkernen Volkel, Uden 3,0 odour units / m
  3. Woonkern Odiliapeel 3,0 odour units / m
  4. Overgangsgebied 8,0 odour units / m
  5. Agrarisch ontwikkelingsgebied 14,0 odour units / m
  6. Buitengebied 10,0 odour units / m
  7. Artikel4:Andere waarden voor de afstanden In afwijking van artikel 4, lid 1 van de Wet, bedraagt de afstand tussen een rundveehouderij en een geurgevoelig object niet minder dan de in tabel 1 genoemde afstanden. bij traditionele huisvesting worden meegeteld: melk- en kalfkoeien, zoogkoeien en overig rundvee ouder dan 2 jaar. Jongvee, fokstieren en dieren waarvoor een emissiefactor is vastgesteld, worden niet meegeteld. De afkalfstal en ziekenstal worden buiten beschouwing gelaten; bij emissiearme huisvesting worden geteld: melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar. De afkalfstal en ziekenstal worden buiten beschouwing gelaten; bij de bepaling van het aantal dieren dat niet emissiearm is gehuisvest wordt de telling gedaan als bedoeld onder artikel 4 lid 1a. Tabel 1: andere vaste afstanden totaal aantal melk-, kalf-, zoogkoeien, en overig rundvee ouder dan 2 jaar afstand tot object buiten de kom (gebied C t/m E) afstand tot object binnen de kom (gebieden A en B) traditionele huisvesting meer dan 50% van de dieren emissiearm gehuisvest alle dieren emissiearm gehuisvest traditionele huisvesting meer dan 50% van de dieren emissiearm gehuisvest alle dieren emissiearm gehuisvest 0-200 50 m 50 m 50 m 100 m 100 m 100 m 201-300 100 m 75 m 50 m 280 m 215 m 150 m 301-400 170 m 130 m 90 m 360 m 280 m 200 m 401-500 200 m 150 m 100 m 430 m 335 m 240 m > 501 230 m 180 m 130 m 500 m 390 m 275 m In afwijking van artikel 4, lid 1 van deze verordening bedraagt de afstand tussen een rundveehouderij met dieren waarvoor geen emissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Artikel5:Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening geurhinder en veehouderij 2016 gemeente Uden”. Artikel6:Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Artikel7:Overgangsrecht De “Verordening geurhinder en veehouderij 2008” vervalt op het moment dat de “Verordening geurhinder en veehouderij 2016 gemeente Uden” in werking treedt. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 maart 2016.De Raad voornoemdde griffier de burgemeesterdrs. G.B. Gnodde drs. H.A.G. Hellegers

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.