Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijke beleid worden betrokken Raad: 21 december 2005 DE RAAD VAN DE GEMEENTE HARLINGEN; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2005; gelet op artikel 150 van de Gemeentewet; B E S L U I T: I. in te trekken zijn besluit van 14 januari 1998, tot vaststelling van “de verordening over de wijze, waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke- en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken” (de Inspraakverordening); II. vast te stellen de “Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken” (Inspraakverordening 2005); Artikel 1 Begripsomschrijvingen De verordening verstaat onder: inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven; beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Artikel 2 Onderwerp van inspraak
- Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.
- Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.
- Geen inspraak wordt verleend: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen, bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 3 Inspraakgerechtigden Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Artikel 4 Inspraakprocedure Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het bestuursorgaan kan voor één of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. Artikel 5 Eindverslag
- Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.
- Het eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.
- Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.
- De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag. Artikel 6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt zes weken na de dag van bekendmaking in werking. Vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 21 december
- , de voorzitter. , de raadsgriffier.