Subsidieverordening godsdienst en levensbeschouwelijke vormingsonderwijs Raad: 17 maart 2004 . . DE RAAD VAN DE GEMEENTE HARLINGEN; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 januari 2004; gelet op de Gemeentewet; gelet op de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t: vast te stellen de " Subsidieverordening godsdienst en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs ”. Artikel 1 Begripsomschrijvingen. In deze verordening wordt verstaan onder: godsdienstonderwijs: het onderricht in geschiedenis, en cultuurgeschiedenis van een geloofsovertuiging; levensbeschouwelijk vormingsonderwijs: het leveren van een bijdrage aan de geestelijke en zedelijke vorming van de leerlingen. Artikel 2 Bevoegdheid burgemeester en wethouders Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het nemen van besluiten als bedoeld in deze verordening. Artikel 3 Reikwijdte verordening Aan kerkelijke gemeenten, kerken en verenigingen, als bedoeld in artikel 51 van de Wet op het Primair Onderwijs alsmede aan rechtspersoonlijkheid bezittende organisaties op geestelijke grondslag, wordt door de gemeente subsidie verleend in de kosten, voortvloeiende uit het doen geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, waaronder humanistisch vormingsonderwijs aan leerlingen van gemeentelijke scholen voor basisonderwijs in de gemeente Harlingen. Artikel 4 Algemene bepaling De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs berust bij instanties, die dit onderricht doen geven. Zij zorgen ervoor dat dit onderwijs op psychologisch-didactisch verantwoorde wijze wordt gegeven. Het onderwijs wordt in de schoolgebouwen gegeven aan de leerlingen van de daarvoor in aanmerking komende klassen gedurende de daarvoor op de lesroosters van de scholen vrijgegeven uren, voor zover de ouders, voogden of verzorgers daarom hebben verzocht. De met het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs belaste personen onthouden zich van iets te leren, te doen of toe te laten wat in strijd is met de algemeen geldende wettelijke bepalingen. Zij volgen de aanwijzingen op van de schoolleider en verstrekken hem alle gewenste inlichtingen. Artikel 5 Hoogte van het subsidie Het in artikel 3 bedoelde subsidie is gerelateerd aan de salarisschaal LA trede 12 voor groepsleerkrachten basisonderwijs. Hierbij is de lesduur tenminste gelijk aan die, welke geldt voor andere vakken, waarin aan de school les wordt gegeven. Artikel 6 De aanvraag
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.