VERORDENING PEUTERSPEELZALEN OEGSTGEEST 2005 De raad van de gemeente Oegstgeest; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 november 2004, nr. 180/04; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 20 van de Welzijnswet 1994; b e s l u i t : vast te stellen de volgende VERORDENING PEUTERSPEELZALEN OEGSTGEEST 2005 HOOFDSTUK1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1 Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan onder: a.burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van Oegstgeest; b.peuterspeelzaal : een ruimtelijke voorziening uitsluitend voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij basisonderwijs kunnen volgen, met een maximale verblijfsduur van 3,5 uur per dag; c.functionaris : in een peuterspeelzaal werkzame persoon die werkzaam-heden verricht, opgenomen in de voor peuterspeelzaalwerk geldende CAO, en die over de voor die werkzaamheden benodigde opleiding beschikt; d.begeleider : de in een peuterspeelzaal werkzame persoon die anders dan als functionaris belast is met het bieden van verzorging en opvoeding of onderdak en begeleiding aan kinderen; e.NEN : Nederlandse Eenheidsnorm. Artikel2 Vergunningplicht Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders, een peuterspeelzaal open te stellen of te houden. Artikel3 Weigering en ontheffing Burgemeester en wethouders weigeren in ieder geval de vergunning indien niet wordt voldaan aan de in of krachtens hoofdstuk 2 van deze verordening gestelde kwaliteitsregels. In afwijking van lid 1 zijn burgemeester en wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van de voorschriften in artikel 17 en de op artikel 11 gebaseerde nadere regels. Artikel4 Voorschriften en beperkingen Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing is verleend is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel5 Behandeling aanvragen Op in behandeling genomen aanvragen is afdeling 3.4 Awb van toepassing. Eenieder kan zijn zienswijze over de aanvraag naar voren brengen. Artikel6 Termijnen Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning of op een verzoek tot ontheffing binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag of het verzoek is ontvangen. Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel7 Aanhouding Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om vergunning of het verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een beslissing hebben genomen over de aanvraag voor een bouwvergunning overeenkomstig artikel 40, lid 1, van de Woningwet. In afwijking van het bepaalde in artikel 6 nemen burgemeester en wethouders, voor zover de aanhouding bedoeld in het eerste lid langer duurt dan de in artikel 6 gestelde termijnen, de beslissing op een aanvraag om vergunning of een verzoek tot ontheffing zo spoedig mogelijk na afloop van de in artikel 6 bedoelde termijnen. Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag tevens aan totdat door hen, op advies van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zuid-Holland Noord, is vastgesteld dat de inrichting voldoet aan de bij of krachtens deze verordening gestelde eisen op het gebied van hygiëne, gezondheid en veiligheid. Artikel8 Duur van de vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing wordt verleend voor maximaal vijf jaar. Artikel9 Verplichtingen van de houder De vergunning of ontheffing is niet overdraagbaar. De houder is verplicht aan burgemeester en wethouders gegevens te verstrekken die door of namens hen in verband met de huisvesting, verzorging en begeleiding van de kinderen van belang worden geacht. De houder is voorts verplicht om bij wijziging van de gegevens die zijn verstrekt bij de vergunningaanvraag daarvan onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en wethouders. De vergunninghouder is verplicht om de vergunning op een zichtbare plaats in de peuterspeelzaal op te hangen. Artikel10 Intrekken of wijzigen van vergunning of ontheffing Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing intrekken of wijzigen: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is verstrekt; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen de termijn van één jaar; indien de houder dit verzoekt. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen tijdelijke of blijvende sluiting van een peuterspeelzaal gelasten, indien naar hun oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven. Hoofdstuk 2 KWALITEITSREGELS Artikel11 Nadere regels De peuterspeelzaal dient hygiënisch en veilig te zijn en een deugdelijke inrichting te hebben. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen, waaraan de peuterspeelzaal, de houder en de in de peuterspeelzaal werkzame functionarissen en begeleiders moeten voldoen. Deze regels kunnen betrekking hebben op: de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de kinderen; de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van de peuterspeelzaal voorzover deze eisen noodzakelijk zijn voor de kinderopvang en hierin niet wordt voorzien bij of krachtens de Woningwet; de aan functionarissen en begeleiders te stellen eisen van gezondheid; de aanwezigheid van gegevens in de peuterspeelzaal. Artikel12 Invloed van functionarissen, gastouders, ouders en begeleiders op het beleid van de houder De houder zorgt ervoor dat de invloed van functionarissen, gastouders, ouders en begeleiders op het beleid van de houder gewaarborgd is. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te stellen over de wijze waarop inspraak van de ouders is geregeld bij niet gesubsidieerde instellingen voor peuterspeelzaalwerk. Artikel13 Informatie aan ouders/verzorgers De houder van een peuterspeelzaal informeert ouders/verzorgers voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst schriftelijk over: het te voeren beleid, waaronder het pedagogisch beleid en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 15, derde lid; de wijze waarop klachten worden behandeld; de wijze waarop de inspraak is geregeld; de wijze waarop het contact met de ouders/verzorgers wordt onderhouden. Artikel14 De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.