GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING TUSSEN DE COLLEGES VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTEN DE MARNE EN GRONINGEN DE COLLEGES VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTEN DE MARNE EN GRONINGEN, gelet op: de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de Gemeentewet; overwegende: Dat samenwerking tussen de beide gemeenten ter behartiging van de belangen van het op milieuhygiënisch verantwoorde wijze inzamelen en bewerken van afvalstoffen gewenst is; Dat daarmee de continuïteit van de afvalinzameling beter gewaarborgd is; BESLUITEN: De hierna volgende gemeenschappelijke regeling vast te stellen: Artikel 1Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Deelnemers : de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten De Marne en Groningen Diftar : differentiatie in de afvalstoffenheffing door afrekening op basis van volume frequentie. Artikel 2Doel De regeling heeft als doel het behartigen van de belangen van, en het tot stand brengen van een samenwerking tussen, de deelnemers, op het terrein van het inzamelen van afvalstoffen en mogelijk andere milieu- en reinigingstaken. Artikel 3Taken 1.De deelnemers werken in ieder geval samen terzake van het inzamelen van huishoudelijk afval. Een nadere uitwerking van deze taak wordt gegeven in bijlage 1 van de regeling. 2.De deelnemers kunnen andere milieu- en reinigingstaken aanwijzen die gezamenlijk worden uitgevoerd. Voor de uitwerking van deze andere taken zullen bijlagen aan de regeling worden toegevoegd. Artikel 4Vergoeding 1.Burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen ontvangen van burgemeester en wethouders van de gemeente De Marne een vergoeding voor de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel
- De tarieven worden in de desbetreffende bijlagen opgenomen. 2.De vergoeding wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de NEA-index voor fijnmazige distributie. De bekendmaking van de hoogte van de indexering vindt plaats in de maand december voorafgaand aan het jaar waarop de verhoging betrekking heeft. Artikel 5Vertegenwoordiging Bij de uitvoering van de rechten en verplichtingen die burgemeester en wethouders van resp. de gemeente Groningen en de gemeente De Marne aangaan met het treffen van deze regeling, worden zij vertegenwoordigd door resp. de algemeen directeur van de Milieudienst en door het hoofd van de afdeling Bouwen & Infrastructuur. Artikel 6Inwerkingtreding en looptijd 1.Deze regeling treedt in werking op 1 juli
- 2.De regeling wordt aangegaan voor de duur van vijf jaar. 3.De regeling wordt telkens stilzwijgend verlengd voor een termijn van drie jaar tenzij een van de deelnemers een jaar voor de afloop van de geldigheidsduur van de regeling schriftelijk te kennen heeft gegeven de regeling te willen beëindigen. Artikel 7Wijziging, opheffing en toetreding 1.Deze regeling kan alleen worden gewijzigd bij een eensluidend besluit van de deelnemers. 2.Deze regeling kan alleen worden opgeheven bij een eensluidend besluit van de deelnemers. 3.Toetreding tot deze regeling kan alleen bij een eensluidend goedkeuringsbesluit van de deelnemers en de toetredende gemeente. Artikel 8Slotbepalingen 1.Burgemeester en wethouder van de gemeente Groningen dragen zorg voor toezending van de regeling aan Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen. 2.De deelnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling. 3.De deelnemers nemen de regeling op in het register als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Gedaan te Groningen in de collegevergadering van 6 juni 2006.De burgemeester, J.Wallage.De secretaris,H.P. Bakker.