Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitsregels peuterspeelzalen 2013Het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal; gelet op het bepaalde in artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 1.61, 1.65, 1.66, 1.72, 2.19, 2.23, 2.24 en 2.28, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; b e s l u i t : vast te stellen de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitsregels peuterspeelzalen 2013 Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Toepassing Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gestelde regelgeving. Artikel2Vormen van sanctioneren Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden: herstelsanctie; bestraffende sanctie. Artikel3Kwaliteitseisen 1.De kwaliteitseisen, waar aan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle aanverwante regelgeving. Ze worden tevens expliciet in het door de toezichthouder opgestelde rapport genoemd. 2.In deze Beleidsregels handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen gemeente Oldenzaal wordt uitgegaan van deze kwaliteitseisen. 3.In het afwegingsoverzicht dat als bijlage aan deze beleidsregels is toegevoegd worden voor de prioritering en de hoogte van de bestuurlijke boete per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven. Hoofdstuk2Herstellend traject Artikel4Herstelsancties 1.Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en voorkoming van herhaling van de overtreding(-en). 2.Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college de volgende stappen: stap 1: aanwijzing stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang, stap 3: exploitatieverbod stap 4: verwijdering uit het landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen
- Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. 4.De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. 5.Bij het opleggen van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit hoog: maximaal 1 maand prioriteit gemiddeld: maximaal 3 maanden prioriteit laag: maximaal 6 maanden Artikel5 Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voor wat betreft de te registreren voorzieningen (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal) zal de registratie worden verwijderd uit het landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen. Hoofdstuk3Bestraffend traject Artikel6 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op gesubsidieerde peuterspeelzalen. Artikel7Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete Het college kan, met in acht name van Titel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht, een bestuurlijke boete opleggen bij: overtredingen met de prioriteit “hoog, gemiddeld en laag” zoals opgenomen in het afwegingsoverzicht in de bijlage; overtreding van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder “overige overtredingen” Artikel8Hoogte bestuurlijke boete 1.Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72, eerste lid en artikel 2.28, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht als uitgangspunt gehanteerd. 2.In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang als uitgangspunt dat het boetebedrag zoals neergelegd in het afwegingsoverzicht wordt gehalveerd. Artikel9Recidive Bij de vaststelling van de boete wordt uitgegaan van: 1,5 maal het onder artikel 8 bepaalde boetebedrag indien een door een bestuurlijke boete te handhaven overtreding plaatsvindt binnen een periode van twee jaar nadat een eerdere overtreding van dezelfde wettelijke norm heeft plaatsgevonden; 2 maal het onder artikel 8 bepaalde boetebedrag indien er sprake is van een derde of volgende overtreding van dezelfde wettelijke norm binnen een periode van twee jaar nadat de daaraan voorafgaande overtreding zich heeft voorgedaan. Artikel10Matiging 1.Het college kan de boete afstemmen, onder toepassing van artikel 5.46 van de Algemene wet bestuursrecht, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, boeteoplegging volgens deze Beleidsregels handhaving onevenredig is. 2.Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze Beleidsregels niet is voorzien. Artikel11Samenloop De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel12Uitvoering Het college van burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de uitvoering van deze beleidsregel nadere regels vaststellen. Artikel13Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze beleidsregel niet voorziet beslist het college van burgemeester en wethouders. Artikel14Citeertitel Deze beleidsregels kan worden aangehaald als Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gemeente Oldenzaal. Artikel15Inwerkingtreding en intrekking Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2014, onder gelijktijdige intrekking van het Afwegingsmodel handhaving Wet kinderopvang en kwaliteit peuterspeelzalen 2013 vastgesteld bij collegebesluit van 18 december 2012 nr. INTB-12-
- Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 november 2013.het college van burgemeester en wethoudersde secretaris de burgemeesterToelichting behorende bij het besluit van het college van 19 november 2013, reg.nr. INTB-13-01061 Toelichting behorende bij het besluit van het college van 19 november 2013, reg.nr. INTB-13-01061