(2012)adressen per klasse Zeer stedelijk gebied 1 > 2.500 0 Sterk stedelijk gebied 2 1.500 -2.500 0 Matig stedelijk gebied 3 1.000 -1.500 0 Weinig stedelijk gebied 4 500 – 1.000 865 Niet stedelijk gebied 5 < 500 9.935 Tabel 1: Verdeling stedelijkheidsgraad gemeente Nieuwkoop (Statline, 2012) Op basis van de gegevens van het CBS baseren wij onze parkeernormen op de kencijfers van het CROW voor de categorie ‘niet stedelijke gebied’. 3.2.2 Autobezit Het autobezit in een gemeente is een graadmeter bij de bepaling van de parkeernormen in woongebieden. In gemeenten met een laag autobezit kan een lagere parkeernorm per woning worden gehanteerd dan in gemeenten met een hoog autobezit. Gemeente Nieuwkoop Zuid-Holland Nederland Autobezit per 1000 inwoners 502 420 472 Gemiddeld autobezit per huishouden 1,22 0,91 1,04 Tabel 2: Autobezit gemeente Nieuwkoop in vergelijking met Zuid-Holland en Nederland (Statline, 2012) Het autobezit in de gemeente Nieuwkoop ligt hoger dan het landelijke gemiddelde. Wij kiezen er daarom voor om de parkeernormen te baseren op een bovengemiddeld autobezit. 3.2.3 Gebiedskenmerken Uit een studie van het CROW blijkt dat het benodigde aantalparkeerplaatsen wordt bepaald door de locatie en het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerwijzen. Functies in centra hebben een lagere parkeervraag dan functies van dezelfde aard elders in de bebouwde kom. Dit komt door het verschil in aanbod en kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen, zoals openbaar vervoer in het centrum. Hierdoor komen niet alle gebruikers van die functie met de auto. Op een locatie buiten het centrum is het aanbod van alternatieve vervoerswijzen veelal lager en de kwaliteit minder. Dit is voor het CROW aanleiding geweest om voor de parkeerkencijfers onderscheid te maken in: centrum schil overloopgebied rest bebouwde kom buitengebied De verschillen in inrichting en bebouwing in de kernen van de gemeente Nieuwkoop zijn te klein om een onderscheid te maken naar gebiedskenmerken. Dit is anders in grotere gemeenten, waar in het centrum vaak geen ruimte is voor parkeren. In de gemeente Nieuwkoop zijn de verschillen tussen de dorpskernen en het overige deel van de bebouwde kom wat betreft autobezit en autobezoek klein en is er weinig verschil in de aanwezigheid van alternatieve vervoerswijzen. Bij het opstellen van de parkeernormen gaan wij uit van de kencijfers ‘rest bebouwde kom’. 3.2.4 Functionele indeling Bouwprojecten kennen verschillende functies. Voor elke functie gelden specifieke parkeernormen. De functies kunnen in vier groepen worden onderverdeeld: Wonen Werken Winkels Overig Binnen deze functies zijn er verschillende subcategorieën. De uitgebreide tabellen voor de parkeernormen per functie zijn opgenomen in § 3.
- Hieronder volgt een toelichting voor enkele specifieke categorieën. 3.2.4.1 Woningen algemeen De parkeerkencijfers van het CROW zijn gekoppeld aan het type woning in combinatie met het prijssegment. Wij sluiten hierbij grotendeels bij aan, waarbij het onderscheid in prijs wordt losgelaten. Wij kiezen hier voor, omdat de prijzen van een woning van gemeente tot gemeente flink kan verschillen. Een woning van € 300.000 kan bij de ene gemeente als duur worden beschouwd, maar in een andere gemeente als goedkoop. De volgende typen woningen worden in dit parkeerbeleid voor woningen onderscheiden: Koop, vrijstaand Koop, twee onder een kap Koop tussen, hoek Koop etage 1 Bij Koop etage heeft de gemeente Nieuwkoop de parkeernorm van Koop etage midden gekozen (ASVV blz. 255) Huurhuis vrije sector Huurhuis sociale huur Kamerverhuur Aanleunwoning/serviceflat Bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte, worden parkeerplaatsen op eigen terrein betrokken. Het niet meerekenen van deze parkeerplaatsen zou leiden tot een te hoge parkeernorm. In tabel 3 is aangegeven in welke mate het aanbod aan parkeerplaatsen op eigen terrein bij de functie “wonen” wordt meegeteld bij de berekening van het benodigde aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Theorie Berekening Enkele oprit 1 0,8 Lange oprit zonder garage (minimaal 10 meter) 2 1,0 Dubbele oprit (minimaal 4,5 meter breed) zonder garage 2 1,7 Garage zonder oprit bij woning 1 0,4 Garagebox niet bij woning 1 0,5 Garage met enkele oprit (minimaal 5 meter diep) 2 1,0 Garage met dubbele oprit (minimaal 10 meter) 3 1,3 Garage met dubbele oprit (minimaal 4,5 meter breed) 3 1,8 Tabel 3: berekeningswijze parkeergelegenheden (CROW publicatie 317 blz. 92). 3.2.4.2 Zorgwoningen Er worden diversen typen zorgwoningen onderscheiden met elk een specifieke parkeernorm.Het type zorgwoning geeft de kenmerken van de bewoner(s) weer, in mate van zelfstandigheiden mate van zorgbehoefte. Op basis van deze twee kenmerken kan gekeken wordennaar de parkeerbehoefte voor elke type zorgwoning. De mate van zelfstandigheid bepaaltof een bewoner nog in staat is zelf over een auto te beschikken. De mate van zorgbehoeftebepaalt óf en hoeveel bezoek (in de vorm van verpleging, arts, thuiszorg en dergelijke) er kanworden toegerekend. Daarnaast is er het bezoek van familie, vrienden en kennissendie meetelt in de bepaling van de parkeerbehoefte. Hieronder worden negen categorieën toegelicht, oplopend in zorgbehoefte en zorgafhankelijkheid. Nultredenwoningen Deze woningen zijn niet speciaal voor ouderen bestemd en ook niet speciaal aangepast, maarwel zonder trap toegankelijk en bedoeld voor zelfstandig wonen (bijvoorbeeld veel flatgebouwenmet een toegankelijke lift). De zogenaamde primaire ruimten (keuken, sanitair woonkamer enminimaal een slaapkamer) bevinden zich op dezelfde woonlaag. Drempels in de woning zijn laag of ontbreken. Ouderenwoningen zonder voorzieningen (ouderenwoning “sec”) Dit type woning is wel speciaal voor ouderen bestemd, maar bewoners kunnen geen gebruikmaken van zorg of ondersteunende diensten in de directe omgeving. Bedoeld voor zelfstandigwonen (bijvoorbeeld seniorenflats zonder bijzondere voorzieningen). Woningen met ingrijpende aanpassingen (aangepaste woning) Deze woningen zijn niet speciaal voor ouderen bestemd, maar zijn wel uitgerust met specialevoorzieningen voor mensen met beperkingen. Bedoeld voor zelfstandig wonen (bijvoorbeeldWet Maatschappelijk Ondersteuning (Wmo) aangepaste woningen). Ouderenwoningen met diensten (woning met diensten) Woningen met gebruik van ondersteunende diensten van een dienstencentrum of steunpunt inde buurt of in het wooncomplex. Bestemd voor zelfstandig wonen (bijvoorbeeld serviceflats). Serviceflat: een uit zelfstandige woningen bestaand flatgebouw waarin de bewoners naast eenveelal aangepaste huisvesting bepaalde diensten worden geboden. Kenmerkend voor een serviceflat is het servicepakket (bijv. schoonmaken, maaltijden, alarmering, huismeester, onderhoud). Eventueel is er 24-uurs verpleging aanwezig. Die is dan echter uitsluitend bedoeld voor calamiteiten. Mensen die zorg nodig hebben, moeten dit zelf regelen door het aanvragen van een indicatie voor zorg.Het servicepakket verschilt van complex tot complex. In het gebouw zijn tevens gemeenschappelijke ruimten opgenomen. De nieuwe complexen kennen vaak driekamerwoningen met een vloeroppervlak van 100 m² of meer. Ouderenwoningen met zorg (woning met zorg) Woning met gebruik van verpleging of verzorging in een bij de woning gelegen instelling, voorzelfstandig wonen (bijvoorbeeld aanleunwoningen). Een aanleuningwoning is een zelfstandige,aangepaste woning in de nabijheid van een dienstverlenend instituut, meestal een verzorgingshuis of zorgcentrum. De bewoner kan op het moment dat er behoefte ontstaat gebruik maken van de hulp en de diensten van het huis of centrum. Beschermd wonen Bij beschermd wonen is sprake van een aantal volwaardige een- of tweepersoonswooneenheden voor mensen met psychische of psychosociale problemen in een woongebouw met gemeenschappelijke voorzieningen en zorgruimte. De opzet biedt mogelijkheden voor begeleiding en/of assistentie op afroep, maar niet voor 24-uurszorg of toezicht. Situering bij voorkeur binnen een woonzorgzone op loopafstand van een zorgpost. Groepswonen Huisvesting in groepsverband met onzelfstandige woonruimten waarbij woonvoorzieningen(woonkamer, keuken, zorgruimte) worden gedeeld en de woongroep minder dan 12 bewonerstelt (bijvoorbeeld groepswoningen gehandicaptenzorg, groepswoningen psychiatrie). Verzorgingstehuis Bedoeld voor mensen die niet meer zelfstandig kunnen blijven wonen en een bepaalde matevan hulp of zorg nodig hebben bij het dagelijks functioneren. Verpleegtehuis Hier verblijven of wonen mensen die langdurig zware zorg behoeven. De bewoners verblijvenop kamers ingericht voor meerdere personen. Overdag verblijft men in huiskamers. Er is 24-uurs zorg of toezicht aanwezig. Levensloopbestendige woning Naast de aangegeven typen zorgwoning bestaat er ook nog de levensloopbestendigewoning. Dit is een woning, die vanwege externe en interne toegankelijkheid in principe geschikt is voor bewoning in alle levensfasen, dus ook voor ouderen en mensen met een handicap, maar bovendien voldoet aan een aantal aanvullende eisen. Van een levensloopbestendige woning wordt verwacht dat deze tevens gelegen is op een ouderengeschikte locatie, dat wil zeggen binnen loopafstand van basisvoorzieningen: winkels voor dagelijkse levensbehoefte, halte openbaar vervoer, bankfiliaal etc. Aangezien de bewoners van deze woningen zich in verschillende levensfasen kunnen bevinden,kan niet met één parkeernorm worden volstaan. Hiervoor wordt een bandbreedte aangegeven(0,8 – 2,2 pp per woning/appartement), zodat bij elke specifieke situatie gekeken kanworden welke parkeernorm hier het beste toegepast kan worden. Hierbij dient er echter rekeningmee gehouden te worden, dat de beoogde bewoners in de toekomst kunnen veranderenen mogelijk een andere parkeerbehoefte met zich mee brengen. Om deze reden is gekozenvoor een gemiddelde of iets boven gemiddelde parkeernorm (1,7 pp per woning/appartement) 3.3 parkeernormen gemeente Nieuwkoop Hieronder zijn de belangrijkste parkeernormen voor de gemeente Nieuwkoop weergegeven. De tabel omvat niet alle functies. Voor de overige functies wordt verwezen naar de ASVV 2012 blz. 253-340, waarbij moet worden uitgegaan van het getal dat ligt tussen het gemiddelde en het maximum voor ‘rest bebouwde kom’ van de categorie ‘niet stedelijk’. Functie Rest bebouwde kom Eenheid Aandeel bezoek Opmerking Woning Koop vrijstaand 2,5 woning 0,3 pp Minimaal 0,3 pp openbaar toegankelijk2 Bij alle woningen moet minimaal 0,3 pp. openbaar toegankelijk zijn Koop twee onder een kap 2,4 woning 0,3 pp Koop tussen/hoek 2,2 woning 0,3 pp Koop etage 2,1 woning 0,3 pp Huurhuis vrije sector 2,2 woning 0,3 pp Huurhuis sociale huur 1,8 woning 0,3 pp Levensloopbestendige woning 1,7 woning 0,3 pp Zorgwoningen Nultredewoning 2 woning Ouderenwoning “sec” 1,9 woning Aangepaste woning 1,8 woning Woning met diensten 1,5 woning Woning met zorg 1,3 woning Beschermd wonen 0,8 woning Groepswonen 0,8 woning Verzorgingstehuis 0,7 bed Verpleegtehuis 0,7 bed Kantoren Kantoren zonder baliefunctie 2,7 100 m2 bvo 5% bezoekers Kantoren met baliefunctie 3,7 100 m2 bvo 50% bezoekers Loods/opslag, transportbedrijf 1,2 100 m2 bvo 5% bezoekers Industrie, laboratorium, werkplaats (arbeidsintensief) 2,5 100 m2 bvo 5% bezoekers Bedrijfsverzamelgebouw 2,1 100 m2 bvo Winkels Buurtsupermarkt 4,8 100 m2 bvo 89% Discountsupermarkt 8,3 100 m2 bvo 96% Full service Supermarkt 6,7 100 m2 bvo 93% Buurt en Dorpscentrum 4.6 100 m2 bvo 72% Tuincentrum 2,8 100 m2 bvo 89% Bouwmarkt 2,5 100 m2 bvo 87% Outletcentrum 10,9 100 m2 bvo 94% Voorzieningen Bibliotheek 1,3 100 m2 bvo 97% Dansstudio 5,8 100 m2 bvo 93% Museum 1,2 100 m2 bvo 95% Fitnessstudie/sportschool 5,1 100 m2 bvo 90% Sportveld 23,5 ha netto terrein 95% Sporthal/sportzaal 3 100 m2 bvo 96% Tennishal 0,6 100 m2 bvo 87% Squashhal 2,8 100 m2 bvo 84% Zwembad openlucht 13,4 100 m2 bassin 99% Zwembad overdekt 12 100 m2 bassin 97% Café/bar/cafetaria 7,5 100 m2 bvo 90% Restaurant 15,5 100 m2 bvo 80% Huisartsenpraktijk 3,4 behandelkamer Apotheek 3,5 vestiging Fysiotherapiepraktijk 2,1 behandelkamer Consultatiebureau 2,3 behandelkamer Tandartsenpraktijk 2,7 behandelkamer 47% Gezondheidscentrum 2,6 behandelkamer Kinderdagverblijf 1,5 100 m2 bvo Excl. kiss & ride Basisonderwijs 0,9 leslokaal Excl. kiss & ride Middelbaar onderwijs 18 100 leerlingen Tabel 4: parkeernormen gemeente Nieuwkoop In de normering voor kinderdagverblijven en basisonderwijs, is geen rekening gehouden met “kiss & ride”-zones en parkeerplaatsen. Bij alle basisscholen moet worden voorzien in “kiss & ride” gelegenheid en/of parkeerplaatsen. Het aantal plaatsen is afhankelijk van de omvang, type en verzorgingsgebied van de school. Bij nieuwbouw moet worden aangegeven op welke wijze een “kiss & ride”-zone en parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet hiervoor onderzoek (laten) uitvoeren en een onderbouwing indienen. Met behulp van de parkeernormen uit tabel 4 en deaanwezigheidspercentages voor gecombineerd gebruik, kan de parkeervraag per periode worden bepaald. De aanwezigheidspercentages voor de verschillende periodes van de dag/week zijn weergegeven in tabel
- De percentages worden toegepast wanneer minimaal twee functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorziening. Werkdag-ochtend Werkdag-middag Werkdag- avond Koop- avond Werkdag- nacht Zaterdag-middag Zaterdag- avond Zondag- middag Woningen bewoners 50% 50% 90% 80% 100% 60% 80% 70% Woningen bezoekers 10% 20% 80% 70% 0% 60% 100% 70% Kantoor/bedrijven 100% 100% 5% 5% 0% 0% 0% 0% Commerciële dienstverlening 100% 100% 5% 75% 0% 0% 0% 0% Detailhandel 30% 60% 10% 75% 0% 100% 0% 0% Grootschalige detailhandel 30% 60% 70% 80% 0% 100% 0% 0% Supermarkt 30% 60% 40% 80% 0% 100% 40% 0% Sportfuncties binnen 50% 50% 100% 100% 0% 100% 100% 75% Sportfuncties buiten 25% 25% 50% 50% 0% 100% 25% 100% Bioscoop/theater/podium 5% 25% 90% 90% 0% 40% 100% 40% Sociaal medisch 100% 75% 10% 10% 0% 10% 10% 10% Verpleeg 50% 50% 100% 100% 25% 100% 100% 100% Ziekenhuis 60% 100% 60% 60% 5% 60% 60% 60% Ziekenhuis medewerkers 75% 100% 40% 40% 25% 40% 40% 40% dagonderwijs 100% 100% 0% 0% 0% 0% 0% 0% avondonderwijs 0% 0% 100% 100% 0% 0% 0% 0% Tabel 5: Aanwezigheidspercentages 3.4 Gehandicaptenparkeerplaatsen Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorzien in voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen. Als maatstaf hanteren wij 2% van alle parkeerplaatsen bij een winkelgebied. Ook bij alle solitaire voorzieningen, zoals huisartsenpraktijken, kerken, bibliotheken en verzorgingstehuizen moeten voldoende parkeerplaatsen voor gehandicapten worden gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen liggen op strategisch goede locaties, zo dicht mogelijk bij de ingang, bij voorkeur op maximaal 25 meter. De maatvoering en bebording moeten voldoen aan de richtlijnen in het ASVV (Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen) en het Handboek voor Toegankelijkheid. 3.5 Parkeren en nieuwe ontwikkelingen Uitgangspunt voor elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente, waarbij functies worden toegevoegd, is dat een project, of dat nu gaan om een in- of uitbreidingslocatie voor meerdere woningen of individuele woning of bedrijf, zelf voorziet in voldoende parkeergelegenheid binnen de grenzen van het project. Voor een woningbouwlocatie betekent dit dat parkeervoorzieningen, binnen de plangrenzen, zowel in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd als op eigen terrein of in een combinatie daarvan. Voor de woningtypen “vrijstaand” en “twee onder één kap” gaan wij bij woningbouwontwikkelingen uit van parkeren op eigen terrein. Naarmate meer parkeerplaatsen worden gerealiseerd in de openbare ruimte, betekent dit dus dat in het stedenbouwkundige ontwerp rekening moet worden gehouden met een groter percentage niet uitgeefbare grond. Bij de ontwikkeling van bedrijven en kantoren of vergelijkbare functies wordt als uitgangspunt gehanteerd dat het parkeren plaats vindt op eigen terrein. Voor de ontwikkeling van bedrijvenlocaties worden eveneens geen parkeervoorzieningen aangelegd in de openbare ruimte en dienen parkeervoorzieningen op eigen terrein te worden aangelegd. 3.6 Beroep en bedrijf aan huis Het uitvoeren van bedrijfsmatige activiteiten aan huis kan leiden tot een extra parkeerdruk in de woonomgeving. Op basis van vaste jurisprudentie is het uitoefenen van een beroep aan huis binnen bepaalde voorwaarden zonder meer toegestaan. Een beroep wordt omschreven als het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied. De uitoefening van het beroep moet plaatsvinden door de bewoner van de woning en moet ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. Het begrip ‘ondergeschikt aan de woonfunctie’ is in de meeste (recente) bestemmingsplannen gedefinieerd als maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen, tot een absoluut maximum van 45 m2 per woning. Omdat dit gebruik rechtstreeks is toegestaan, kunnen ook geen aanvullende eisen worden gesteld met betrekking tot parkeren. Alles wat niet valt onder het begrip beroep aan huis, moet worden aangemerkt als een bedrijf aan huis. Hieronder vallen bijvoorbeeld kappers, schoonheidsspecialisten, trimsalons, reparatiebedrijven, klussenbedrijven en schilders. Voor het vestigen van dergelijke bedrijven is op basis van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning vereist. Het beschikbaar zijn van voldoende parkeerruimte is één van de aspecten die moet worden meegewogen bij de vraag of een dergelijke vergunning kan worden verleend. Als 1,0 extra parkeerplaats beschikbaar is, boven de normale parkeerbehoefte bij de woning zelf, per behandelkamer c.q. arbeidsplaats, moet er van worden uitgegaan dat in de aanvullende parkeerbehoefte is voorzien. Het kan echter ook zijn dat door de aanvrager aannemelijk wordt gemaakt dat op een andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien of dat met minder parkeerruimte volstaan kan worden. Voor bijvoorbeeld klussenbedrijven ligt het voor de hand om een extra parkeerplaats te verlangen, daar waar het gaat om het parkeren van bedrijfsbussen. Deze worden immers geparkeerd op het moment dat de parkeervraag hoog is (in de avonduren). Voor bedrijven die alleen geopend zijn in de dagperiode, als in woonwijken de parkeerdruk laag is, kan mogelijk volstaan worden met het gebruik van de bestaande (openbare) parkeerplaatsen. Ook elementen als de vraag hoeveel cliënten gelijktijdig aanwezig zijn en of er wel of niet (uitsluitend) op afspraak gewerkt wordt, kunnen bij de beantwoording van die vraag een rol spelen. Voor alle beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis geldt dat zelfstandige detailhandel niet is toegestaan. Detailhandel is op beperkte schaal alleen toegestaan in relatie tot de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten. Een bijzondere categorie bedrijven en beroepen aan huis vormen de internetbedrijven. Voor zover die uitsluitend een kantoorfunctie en het per post verzenden van bestelde goederen betreft, zijn deze gelijk te stellen met een beroep aan huis. Voor de gevallen waarbij er sprake is van opslag, eventueel een showroom en/of een afhaalpunt, moeten dergelijke activiteiten worden gekwalificeerd als een bedrijf aan huis. Met name in relatie tot het hebben van een afhaalpunt kan het noodzakelijk zijn om in (extra) parkeerruimte te voorzien. 3.7 Fiets- en scootmobiel parkeren De verplichting om in een woning een bepaald percentage bergruimte op te nemen voor (brom)fietsen en scootmobielen, is in 2003 uit het Bouwbesluit geschrapt. Om de mogelijkheid dergelijke vervoersmiddelen bij de woningen te stallen te waarborgen, is de verplichting in het nieuwe Bouwbesluit van 2012 toch weer opgenomen. De verplichting geldt alleen voor de woonfunctie en niet voor utilitaire gebouwen. Het Bouwbesluit biedt in artikel 4.31 twee mogelijkheden: Een woonfunctie moet als nevenfunctie over een niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte beschikken met een vloeroppervlakte van ten minste 5 m² bij een breedte van ten minste 1,8 m en een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. Bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m² mag de bergruimte gemeenschappelijk zijn, indien de vloeroppervlakte van de bergruimte ten minste 1,5 m² per woonfunctie bedraagt. De ontwikkelaar/bouwer is vrij om te kiezen voor één van deze twee mogelijkheden. Een bergruimte zoals bedoeld in het Bouwbesluit moet vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitende terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte. Het Bouwbesluit stelt in artikel 4.30 de functionele eis dat alle woonvormen moeten beschikken over een afsluitbare buitenberging buitenberging. Echter de in artikel 4.31 opgenomen specifieke eisen gelden niet voor woonfuncties voor studenten en zorg. De maatvoering voor deze functies is moeilijk in eenduidige normen te vatten en zal per ontwikkeling moeten worden bepaald Voor een goede ruimtelijke inrichting en om het gebruik van de fiets te stimuleren, is de aanwezigheid van voldoende fietsparkeervoorzieningen bij andere functies dan wonen van groot belang. Als richtlijn worden hiervoor de kencijfers van het CROW gehanteerd (ASVV20012). De toename van het aantal ouderen maakt het noodzakelijk bij een groot aantal functies rekening te houden met opstelplaatsen voor scootmobielen. Hiervoor zijn geen normen beschikbaar. Het Landelijk Bureau Toegankelijkheid stelt dat het prettig is wanneer er naast de entree van winkels, bibliotheken, musea, en andere maatschappelijke functies voldoende ruimte is om een aantal scootmobielen te parkeren. Dit geldt ook voor verzorgingshuizen, wijk- en buurtcentra, sporthallen, e.d. De benodigde opstelruimte voor een scootmobiel is minimaal 90 x
- Om te draaien is een cirkel van 200 cm doorsnee nodig. Functie Rest bebouwde kom Eenheid Opmerking Kantoren 6,2 100 m2 bvo Detailhandel 2,7 100 m2 bvo Supermarkt 2,9 100 m2 bvo Tuincentrum, bouwmarkt, outletcentrum 0,25 100 m2 bvo Bibliotheek 3 100 m2 bvo Dansstudio 100 m2 bvo Museum 0,9 100 m2 bvo Sporthal 2,5 100 m2 bvo Sportzaal 4 100 m2 bvo Sportveld 61 ha netto terrein Fitnessstudie/sportschool 2 100 m2 bvo Zwembad openlucht 28 100 m2 bassin Zwembad overdekt 20 100 m2 bassin Afhaalcentrum//cafetaria 10 100 m2 bvo Restaurant/café 18 100 m2 bvo Apotheek 11 vestiging Huisartsen- , tandartsenpraktijk, Fysiotherapie/consultatiebureau 1,5 behandelkamer Cultureel centrum/wijkgebouw 0,4 bezoekersaantal Gezondheidscentrum 1,7 behandelkamer Kinderdagverblijf/crèche/peuterspeelzaal 2 100 m2 bvo Minimaal 3 bakfietsplaatsen per locatie Basisonderwijs 7,1 10 leerlingen Middelbaar onderwijs 14,6 100 m2 bvo Tabel 6: normen fietsparkeren gemeente Nieuwkoop 4 Aanpak bestaande parkeerproblematiek 4.1 Beleidskeuze gemeente Zoals in de inleiding al is aangegeven, ligt de oorzaak van de bestaande parkeerproblematiek voornamelijk bij het toegenomen autobezit, waardoor er steeds meer beslag wordt gelegd op de openbare ruimte voor het parkeren van auto’s. De gemeente kan hier op verschillende manieren mee omgaan. Niets doen is voor de langere termijn geen optie. Aan de andere kant is het uitbreiden van het aantal parkeerplaatsen overal waar de beschikbaarheid aan parkeerplaatsen niet voldoet aan de parkeernorm niet haalbaar. Wij beseffen ons goed dat bepaalde wijken zijn aangelegd in een periode waarin het bezit van een auto nog geen algemeen goed was. In deze wijken willen wij, gezien het belang van een goede bereikbaarheid en voor de leefbaarheid, veiligheid en de economische ontwikkeling van de gemeente een bepaald basisniveau aan parkeergelegenheid faciliteren. Wij zijn van mening dat onze inwoners er bewust van moeten zijn dat het bezit van een auto gevolgen heeft voor de openbare ruimte. Het eventuele ongemak van een extra loopafstand naar een parkeerplaats is een logisch gevolg van een toenemend autobezit, een ontwikkeling waarvoor de gemeente niet verantwoordelijk is. 4.1.1 Minimale parkeervoorziening De minimale parkeervoorziening stellen wij vast op 1,0 parkeerplaats per woning binnen een loopafstand van 100 meter. De parkeerplaatsen op eigen terrein worden meegeteld volgens tabel 3 van § 3.2.
- Wij zijn van mening dat elke eerste auto geparkeerd moet kunnen worden binnen een loopafstand van 100 meter. Voor een eventuele tweede auto is een langere loopafstand acceptabel. Door de parkeerplaatsen op eigen terrein ook mee te tellen in de berekening van de parkeergelegenheid voor de straat willen wij het gebruik van de aanwezige parkeerplaatsen op eigen terrein stimuleren. 4.1.2 Evenredig gebruik openbare parkeervoorziening De “verdeling” van deze parkeerplaatsen wordt in eerste instantie overgelaten aan de inwoners zelf. Wij verwachten dat onze inwoners wanneer nodig met elkaar in overleg gaan over het gebruik van de parkeerplaatsen en dat er sociale controle plaatsvindt op het eventuele onevenredige gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen. Van de inwoners wordt verwacht dat zij ook de eigen verantwoordelijkheid nemen door op grotere afstand te parkeren wanneer zij meerdere auto’s bezitten. Indien blijkt dat de verdeling van de parkeerplaatsen in de buurt niet in samenspraak met elkaar kan plaats vinden kan de gemeente overwegen in te grijpen om het gebruik te reguleren. 4.1.3 Regulering parkeercapaciteit Het kan noodzakelijk zijn om in het gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen te sturen. Dat kan wanneer er sprake is van een onevenredig gebruik van parkeervoorzieningen (zoals beschreven in § 4.1.2) of wanneer met parkeercapaciteit een bepaald doel wordt beoogt. Vooral in de centrumgebieden, waar sprake is van gemengde functies, is er behoefte om tot regulering over te gaan. Bijvoorbeeld om langdurig parkeren te beperken en doorstroming van bezoekers te bevorderen. Bij regulering kan gedacht worden aan het inrichting van blauwe zones (parkeerschijfzone), het invoeren van parkeervergunningen of betaald parkeren. Op dit moment zien wij geen aanleiding voor de invoering van betaald parkeren of een parkeervergunningstelsel. Wel passen wij als instrument de blauwe zone toe. Op dit moment zijn blauwe zones ingericht in het centrum van Nieuwkoop, het centrum van Nieuwveen en op de parkeerplaats aan het Tochtpad in Noordeinde. In gevallen waarbij een inwoner die in het bezit is van een auto kan aantonen dat geen alternatieve parkeermogelijkheden beschikbaar zijn, kan ontheffing worden verleend. Dit houdt in dat de betrokkenen niet de beschikking heeft over parkeergelegenheid op eigen terrein en er geen parkeergelegenheid voor langdurig parkeren beschikbaar is binnen een loopafstand van 100 meter. 4.2 Aanpassingen bij reconstructies Uit het in 2011 uitgevoerde parkeerdrukonderzoek is gebleken dat vooral in de oudere wijken er een tekort aan parkeerplaatsen bestaat. Het is zowel financieel als fysiek onmogelijk die knelpunten op korte termijn op te lossen. De financiële middelen die nodig zijn om de knelpunten op te lossen zijn omvangrijk en niet beschikbaar. Om die reden is toen besloten de parkeersituatie in woonwijken te verbeteren tegelijkertijd met de uitvoering van groot onderhoud en herinrichting ende financiering van maatregelen te bezien in het kader van de meerjarenbegroting. Bij de uitvoering van groot onderhoud wordt in samenspraak met de bewoners bekeken of het noodzakelijk is extra parkeergelegenheid aan te leggen en zo ja wat de meest wenselijke manier is. Er wordt daarbij rekening gehouden met de wensen en behoeften van bewoners, het aanwezige groen, de verkeerstechnische en civieltechnische mogelijkheden en uiteraard de financiën. De redenen om de verbetering van de parkeersituatie te combineren met groot onderhoud zijn: de financiële mogelijkheden van de gemeente zijn onvoldoende om alle parkeerproblemen direct aan te pakken. bij groot onderhoud worden de diverse aspecten van de openbare ruimte onderzocht, onder andere door inloopbijeenkomsten. Het is dan een goed moment om ook de parkeersituatie te onderzoeken. de gelijktijdige uitvoering van onderhoudswerkzaamheden en aanpassingen aan de (parkeer)inrichting brengt lagere kosten met zich mee dan de werkzaamheden los van elkaar uit te voeren. 4.3 Parkeren grote voertuigen Binnen alle bebouwde kommen in de gemeente Nieuwkoop geldt op grond van de Apv een parkeerverbod voor grote voertuigen met een lengte van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer dan 2,6 meter. Dit heeft tot gevolg dat vrachtauto’s zoveel mogelijk op eigen (bedrijven)terreinen moeten parkeren. Omdat die gelegenheid er niet altijd is, komt het voor dat in de kernen toch vrachtwagens worden geparkeerd. In 2013 hebben wij een inventarisatie gemaakt van knelpunten op het gebied van vrachtwagenparkeren. De omvang van het parkeerprobleem is aan de hand van tellingen in beeld gebracht. Op grond van de inventarisatie is besloten om naast de bestaande vrachtwagenparkeerterreinen in Ter Aar en Nieuwkoop een parkeervoorziening aan te wijzen op bedrijventerrein Schoterhoek in Nieuwveen. In de gemeente Nieuwkoop zijn hiermee drie locaties beschikbaar waar vrachtwagens legaal kunnen parkeren: Energieweg/Transportweg (Nieuwkoop) = 38 parkeerplaatsen Schoterhoek (Nieuwveen) = 15 parkeerplaatsen Oostkanaalweg (Ter Aar) = 18 parkeerplaatsen In totaal zijn er dus 71 officiële vrachtwagenparkeerplaatsen in de gemeente Nieuwkoop. Hiermee gaan wij er van uit dat binnen de gemeente voldoende alternatieve parkeergelegenheid voor vrachtwagens voorhanden is. Bij overtreding van het parkeerverbod voor grote voertuigen wordt dan ook strikt handhavend optreden. Een specifiek aandachtspunt in woonwijken is de toename van het parkeren van (bedrijfs)busjes. Vooral in smalle straten met een smal trottoir wordt in het weekend licht en zicht uit de woningen ontnomen. In de aanpak van deze overlast is de Apv leidend. Voertuigen die niet groter zijn dan de omschreven maximale maten mogen in woonwijken worden geparkeerd. Daarbij moet wel in acht worden genomen dat het, zoals in § 3.6 is beschreven, bij het toestaan van bedrijf en beroep aan huis wenselijk kan zijn eisen te stellen aan de beschikbare parkeerruimte. 4.4 Parkeren op het trottoir of in de berm Het (gedeeltelijk) parkeren van voertuigen op het trottoir of in de berm komt in Nieuwkoop gelukkig niet vaak voor. Daar waar dat wel gebeurt ligt de oorzaak in een verhoogde parkeerdruk in combinatie met een smal wegprofiel, maar ook omdat men graag dicht bij de woning wil parkeren. Om de auto te kunnen parkeren, en toch enige ruimte te laten voor het passeren van het overige verkeer kiest men ervoor om (gedeeltelijk) op het trottoir of in de berm te parkeren. Wij zijn van mening dat dit ongewenst is, behoudens op die plaatsen waar dit expliciet is toegestaan, en dat handhaving noodzakelijk is. De prioriteit moet hierbij liggen bij situaties waarbij het geparkeerde voertuig een belemmering oplevert voor de doorgang van het overige verkeer, waaronder hulpdiensten, en/of een verkeersonveilige situatie creëert.