wijziging van de verordening op de heffing en de invordering van leges 2010 (2e wijziging Legesverordening 2010) Verordening tot 2e wijziging van de verordening op de heffing en de invordering van leges 2010(2e wijziging Legesverordening 2010) Artikel1 Artikel 4 wordt vervangen door: Leges worden niet geheven voor: de attestaties de vita ten behoeve van door publiekrechtelijke lichamen toe te kennen pensioenen, ouderdoms-, invaliditeits-, wezen- of weduwenuitkeringen; het raadplegen van de dubbelen der leggers en plans van het kadaster met of zonder ambtelijke bijstand en het maken van afschriften daarvan ten behoeve van de rijksdienst, de provinciale dienst, de dienst van een andere gemeente of van een waterschap; de inzage in stukken dan wel de verstrekking van informatie en/of stukken, welke vallen onder de werking van de Archiefwet en/of de Wet Milieubeheer, voorzover niet elders in de bij deze verordening behorende tarieventabel genoemd; het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van schriftelijke gegevens aan afnemers en bijzondere derden, op grond van artikel 10, lid 2 van het besluit Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; vergunningen uitsluitend voor een wetenschappelijk of filantropisch doel; gereserveerd; voor het in behandeling nemen van een door de gemeente Hengelo ingediende aanvraag tot het verkrijgen van een kapvergunning ingediend; voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het plaatsen van commerciële sandwichborden; het aan belanghebbende uitreiken van beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissing op een aanvraag om subsidie uit de gemeentekas. Artikel2 Artikel 5 wordt vervangen door: Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel3 Titel 2 van de legesverordening 2010 wordt vervangen door: Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen 2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 aanlegkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.2 bouwkosten: A. Uitgangspunten “standaard” bouwwerken: Bij het berekenen van de leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt voor in onderstaande tabel genoemde bouwwerken voor de legesbepaling het legesbedrag afgeleid van de kubieke meters of de oppervlakte berekend volgens NEN 2580 (oppervlakte- en inhoudsberekening bouwwerken) vermenigvuldigd met de in onderstaande tabel naar de aard van het bouwwerk opgenomen standaardbouwkosten exclusief BTW: BOUWKOSTEN . Woningen : Rijtjeswoningen € 200,= per m3 Twee onder één kapwoningen € 225,= per m3 Vrijstaande woning tot en met 600 m3 € 260,= per m3 Vrijstaande woning > 600 m3 € 290,= per m3 Appartement, één of meer bouwlagen € 260,= per m3 II. Bijgebouwen bij woningen: Latere aanbouw zoals een erker € 350,= per m3 Garage / berging / tuinhuisje Hout € 95,= per m3 Halfsteens met plat dak € 125,= per m3 Halfsteens met kap € 135,= per m3 Spouw met plat dak € 150,= per m3 Spouw met kap € 170,= per m3 Dakkapel € 1.000,= per m breedte Carport € 150,= per m2 Schuttingen en hekwerken € 100,= per m III. Agrarische bouwwerken: 1.Stallen € 43,= per m3 2.Werktuigberging / schuur Damwandprofiel € 25,= per m3 Metselwerk € 48,= per m3 3.Mestkelders onder de stallen € 83,= per m3 4.Kassen € 31,= per m2 IV. Niet agrarische bouwwerken: 1.Opslagloodsen (plaatstaal damwandprofiel) € 19,= per m3 (metselwerk) € 52,= per m3 2.Kantoren / showroom / winkel / horeca € 273,= per m3 3.Scholen / sporthal / verkoophal (grootschalige detailhandels vestiging) € 258,= per m3 4.Noodschool / kleedgebouw (sportvereniging) / semi-permanente unit € 185,= per m3 5.Industriehal (plaatstaal geïsoleerd) € 62,= per m3 (metselwerk) € 105,= per m3 B. Uitgangspunt “niet-standaard” bouwwerken: Voor bouwwerken die niet in bovenstaande tabel Bouwkosten zijn genoemd worden de bouwkosten (exclusief BTW) als uitgangspunt genomen. Onder bouwkosten wordt in deze gevallen verstaan de aan een derde te betalen aanneemsom als bedoeld in paragraaf 1, lid 1 van de “Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken ”U.A.V.”, van het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de aan een derde te betalen bouwkosten berekend op de wijze als bedoeld in normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd (exclusief BTW). 2.1.1.3 sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (UAV), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.4 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.1.5 Conceptaanvraag: voordat een aanvraag wordt ingediend tot het verlenen van een vergunning om een bouwwerk te bouwen, kan aan de hand van een schetsplan worden gevraagd naar het oordeel van het bevoegd gezag omtrent de kans op het verlenen van een vergunning voor het bouwen van een, op basis van dat schetsplan, uitgewerkt bouwplan. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk2Beoordeling conceptaanvraag 2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 om beoordeling van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit: € 100,= Hoofdstuk3Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Het tarief inclusief 1e Welstandstoets indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo bedraagt: 2,3% van de bouwkosten als bedoeld in artikel 2.1.1.2 met een minimum van; € 200,= en een maximum van: € 750.000 Verplicht advies agrarische commissie 2.3.1.2 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: € 300,= Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.3 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: 10% van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges met een maximum van € 1.000,=. 2.3.2 Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 200,= 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): 10% van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van € 175,=; 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): 10 % van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag; 2.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 3.500,= indien de bouwkosten meer dan € 150.000,- bedragen, wordt dit bedrag verhoogd met: van de bouwkosten boven de € 150.000 met een maximum van 0,42% € 40.000 2.3.3.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking): 10% van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van € 175,=; 2.3.3.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): 10% van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van € 175,=; 2.3.3.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): 25% van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van € 175,=; 2.3.3.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): 25% van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van € 175,=; 2.3.3.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): 10% van het op grond van onderdeel 2.3.1.1 verschuldigde bedrag met een minimum van € 175,=. 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 250,-; 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 250,-; 2.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): bij een perceel van maximaal 1.000m² bij een perceel groter dan 1.000m² en maximaal 5.000m² bij een perceel groter dan 5.000m² € 3.500 € 5.000 € 7.000 2.3.4.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) € 250,-; 2.3.4.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 250,-; 2.3.4.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 625,-; 2.3.4.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 625,-; 2.3.4.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 250,-; 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerstel id, onder d, van de Wabo bedraagt het tarief Dit bedrag wordt als volgt verhoogd voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte volgens NEN 2580 € 223,-- 0 tot en met 100 m² met een vast bedrag van € 223,- 101 tot en met 500 m² met een vast bedrag van € 106,50 vermeerderd met een bedrag per m² oppervlakte van € 1,17 501 tot en met 1000 m² met een vast bedrag van € 343,- vermeerderd met een bedrag per m² oppervlakte van € 0,70 1001 tot en met 1500 m² met een vast bedrag van € 497,- vermeerderd met een bedrag per m² oppervlakte van € 0,54 1501 tot en met 2500 m² met een vast bedrag van € 861,- vermeerderd met een bedrag per m² oppervlakte van € 0,29 meer dan 2500 m² met een vast bedrag van € 1.109,- Vermeerderd met een bedrag per m² oppervlakte van € 0,20 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 2.3.6.1 Gereserveerd 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht 2.3.7.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk bedraagt het tarief: 2.3.7.1.1 in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo: € 150,- 2.3.7.1.2 in gevallen waarvoor op grond van artikel 8.1.1 van de Bouwverordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, € 150,-. 2.3.7.1.3 Voor een “paraplusloopvergunning” als bedoeld in artikel 8.1.2 lid 7 van de Bouwverordening, wordt eenmalig het tarief genoemd in artikel 2.3.7.1.2 in rekening gebracht. 2.3.7.2 Asbesthoudende materialen Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.7.1.2 bedraagt het tarief, indien de in die onderdelen bedoelde aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk waarin asbest of een asbesthoudend product aanwezig is: € …0,- 2.3.8 Uitweg/inrit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:12 resp. 2.1.5.3 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 150,- De aanlegkosten worden afzonderlijk in rekening gebracht. 2.3.9 Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 50,-. 2.3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.