Beleidsregel Wet Taaleis ParticipatiewetHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp; gelet op: Artikel 7, 8a, 10 en 18b Participatiewet Artikel 10.1, 4.81 en 4.84 Awb b e s l u i t vast te stellen de volgende: Beleidsregel Wet Taaleis Participatiewet Begripsbepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a.b en w het college van burgemeester en wethouders van Weesp; b.uitkering de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet c.belanghebbende Aanvragers of ontvangers van algemene bijstand d.Wet Taaleis de wet tot wijziging van de Participatiewet met inbegrip van het Besluit taaltoets Participatiewet e.referentieniveau het fundamentele niveau (F-niveau) taal volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid f. inburgering de Wet inburgering g.Afstemmingsverordening Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Weesp 2015 Kennis van de Nederlandse taal Artikel2Aantonen kennis Nederlandse taal In de volgende situaties kan belanghebbende aantonen te voldoen aan de eis tot beheersing van de Nederlandse taal: Belanghebbende heeft in de leeftijd tussen 5 en 16 jaar tenminste acht jaren in Nederland gewoond. In deze situatie kan ervan uitgegaan worden dat door belanghebbende gedurende acht jaar Nederlandstalig onderwijs is gevolgd. Belanghebbende overlegt een diploma inburgering als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering of een gelijkwaardig diploma (artikel 2.3 Besluit inburgering). Dit geldt als bewijs dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst en aan de taaleis voldoet. Belanghebbende overlegt een ander document waaruit blijkt dat de belanghebbende de vaardigheden op minimaal het referentieniveau 1F (A2) beheerst. Hierbij kan worden gedacht aan: Een (kopie van het) diploma van Nederlandstalig (voortgezet) onderwijs. Voorbeelden hiervan zijn in ieder geval een diploma van basisonderwijs in de Nederlandse taal, voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs (pro), volwassenenonderwijs, VMBO, Havo, VWO, MBO, HBO of WO. Een uittreksel uit het diplomaregister van de DUO geldt ook als bewijsstuk. Een certificaat van een erkende/gecertificeerde opleiding/onderwijsinstelling, of taalinstituut, waaruit blijkt dat belanghebbende de Nederlandse taal op 1F (A2) niveau beheerst. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkende opleiding/onderwijsinstelling of een onderwijsinstelling die in het bezit is van een ISO-9001:2008 certificaat of vergelijkbaar certificaat. Dit kan ook particulier of Nederlandstalig onderwijs in het buitenland zijn. Een bewijs van de uitslag taaltoets (certificaat) of een beschikking van een andere gemeente, inclusief certificaat/uitslag taaltoets, waaruit blijkt dat de werkzoekende voldoet aan de Wet taaleis Deze taaltoets dient te voldoen aan het Besluit taaltoets Participatiewet. Belanghebbende overlegt een arbeidsovereenkomst van minimaal een half jaar voor een functie waarvoor het beheersen van de Nederlandse taal (niveau 1F/A2) noodzakelijk is. Belanghebbende tekent een eigen verklaring zoals tijdens een gesprek verstrekt door de gemeente, waarin belanghebbende verklaart dat hij of zij voldoet aan de Wet taaleis Participatiewet (artikel 18b van de Participatiewet 2016). Deze eigen verklaring kan alleen aangeboden worden door de klantmanager/consulent van de gemeente als niet getwijfeld wordt dat de belanghebbende de Nederlandse taal beheerst op niveau 1F (A2). De gemeente behoudt zich het recht voor de belanghebbende (in een later stadium) alsnog om een bewijsstuk te vragen, dan wel aan te melden voor een taaltoets. De taaltoets Artikel3.Taaltoets De taaltoets wordt uitgevoerd door een instituut dat voldoet aan de voorwaarden, zoals gesteld in het Besluit taaltoets Participatiewet. De taaltoets moet binnen 8 weken vanaf aanvraag uitkering worden afgenomen. Artikel4.Niet verwijtbaarheid en daarom geen taaltoets Van een taaltoets wordt in de volgende situaties afgezien: Indien belanghebbende bezig is met de inburgeringsplicht De volgende situaties zijn voorbeelden van niet verwijtbaarheid, waarbij (tijdelijk) sprake kan zijn dat de belanghebbende niet wordt gehouden aan de Wet taaleis Participatiewet: dyslexie, analfabetisme, leerproblemen, cognitieve problemen, psychosociale problemen; gezondheidsredenen en/of medische gronden, audio- en visuele beperkingen. Eerder een taalcursus is gevolgd en vastgesteld is door de educatie-instelling dat door in de persoon gelegen factoren, belanghebbende niet in staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau machtig te worden Uit zijn aard kortdurende bijstand. Volledige ontheffing van de arbeidsplicht of een algemene ontheffing heeft op grond van psychische, fysieke of sociale problematiek. Kennisgeving, bereidverklaring en aanbod taaltraject Artikel5.Kennisgeving en bereidverklaring Is de uitkomst van de toets dat belanghebbende niet (volledig) aan de taaleis voldoet, dan wordt als volgt gehandeld: Zo spoedig mogelijk nadat de uitkomst van de taaltoets is ontvangen wordt belanghebbende indien hij niet (volledig) voldoet aan de taaltoets voor een gesprek uitgenodigd. In de uitnodiging wordt aangegeven dat belanghebbende tijdens het gesprek kan aangeven of hij bereid is tot het leren van de Nederlandse taal (Bereidverklaring). Tijdens het gesprek zal, als de belanghebbende aangeeft de Nederlandse taal niet te willen leren, beoordeeld worden of dit verwijtbaar is. Binnen 8 weken nadat de uitkomst van de taaltoets bekend is, moet een kennisgeving worden verstuurd. Dit vindt plaats nadat het eventuele gesprek heeft plaatsgevonden. In deze kennisgeving staat de uitkomst van de taaltoets, het resultaat van het gesprek en het al dan niet (aankondigen) van verlaging van de uitkering vermeld. Indien belanghebbende een bereidverklaring heeft afgegeven wordt in de kennisgeving vermeld dat de verlaging niet geldt, zolang belanghebbende voldoet aan de voortgang van het leren van de Nederlandse taal die van hem verwacht mag worden (voldoende inspanning). Indien belanghebbende zich niet bereid verklaart te starten met het leren van de Nederlandse taal gaat de verlaging van de uitkering in op datum van de kennisgeving. Artikel6.Aanbod taaltraject 1.Belanghebbende wordt tijdens het gesprek gewezen op de mogelijkheden van taaltrainingen die aangeboden en gesubsidieerd worden vanuit de Wet Educatie gelden en eventueel ander aanbod. Hierbij kan zowel gebruik worden gemaakt van het formele als het informele aanbod. 2.Inspanningen van belanghebbende worden individueel beoordeeld. Van voldoende inspanning is in ieder geval sprake als belanghebbende aantoonbaar part-time werk, gesubsidieerd werk of een werkervaringsplaats heeft, dan wel vrijwilligerswerk, een tegenprestatie doet of deelneemt aan een re-integratietraject, waarvan het college oordeelt dat beheersing van de Nederlandse taal nodig is. De voortgang van het taaltraject Artikel7.Het volgen van de voortgang van het taaltraject 1.Belanghebbende moet binnen 1 maand na de kennisgeving melden dat hij/zij gestart is met het leren van de Nederlandse taal. 2.Om de 6 maanden vindt op basis van informatie van belanghebbende en/of de aanbieder van het taalonderwijs een beoordeling plaats of belanghebbende voldoende inspanning verricht met het leren van de Nederlandse taal, mede in relatie tot gemaakte afspraken. 3.Tijdens reguliere contactmomenten zal periodiek gevraagd worden naar de voortgang (inspanning) van de afgesproken activiteiten. 4.Als beoordeeld wordt dat er onvoldoende inspanning is verricht (voortgang is), zal de belanghebbende opnieuw een taaltoets moeten doen alvorens een eventuele verlaging kan worden toegepast. 5.Een eventuele verlaging gaat in per datum van de nieuwe kennisgeving, dus niet met terugwerkende kracht tot de kennisgeving van het redelijk vermoeden. Er wordt dan gestart met de laagste categorie van afstemming. Verlaging van de uitkering bij verwijtbaar onvoldoende inspanning/voortgang Artikel8.Samenloop Het college dient bij een verlaging rekening te houden met de proportionaliteit van de verlaging Als sprake is van een gedraging die schending oplevert van meerdere in de afstemmingsverordening of artikel 18, vierde lid, van de participatiewet genoemde verplichtingen, wordt alleen het regime van artikel 18b toegepast. Artikel9.Dringende reden om af te zien van toepassing van een verlaging 1.Dringende reden om af te zien van een verlaging kan gelegen liggen in het maatschappelijk belang en de zorgplicht van de overheid in relatie tot individuele omstandigheden en kinderen in het gezin. Relatie met andere wetgeving Artikel10.Relatie met Wet inburgering Wanneer belanghebbende begonnen is met een leertraject in het kader van de Wet inburgering, kan dit worden aangemerkt als ‘voldoende inspanning’ van de kant van belanghebbende, zoals bedoeld is in de Wet taaleis. (Zie artikel 4 van deze beleidsregels) Slotbepalingen Gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien Inzake de onderwerpen die vallen onder de discretionaire bevoegdheid van het college, waarindeze beleidsregels niet voorzien, beslist het college. Artikel12.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.