GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING MEERSTAD 2009DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN; (bijlage raadsverslag nr. 374); gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2008; De Raden, de Colleges van Burgemeester en Wethouders en de Burgemeesters van de gemeenten Groningen en Slochteren, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn; Overwegende: dat de gemeenten Groningen en Slochteren reeds ter zake van een verdere ontwikkeling, realisatie van de integrale gebiedsontwikkeling Meerstad samenwerken in de rechtsvorm van een publiek-privaatrechtelijke samenwerking genaamd Grondexploitatie Maatschappij Meerstad; dat genoemde gemeenten het verder wenselijk achten in dit kader samen te werken daar waar het hun publieke taken betreft; dat genoemde gemeenten hebben besloten met inachtneming van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen een nieuwe gemeenschappelijke regeling “Gemeenschappelijke Regeling Meerstad” aan te gaan; dat de genoemde gemeenten het noodzakelijk achten de regeling vast te stellen conform de hierna volgende tekst; dat naast deze gemeenschappelijke regeling er overeenkomsten zullen worden gesloten en nadere afspraken zullen moeten worden gemaakt ter uitvoering van het in deze gemeenschappelijke regeling bepaalde, Gelet op: de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet; Besluiten: de Gemeenschappelijke regeling Meerstad vast te stellen. 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1Begrippen 1.In deze regeling wordt verstaan onder: het project: het project Meerstad: de deelnemende gemeenten: de gemeenten Groningen en Slochteren; de raden: de raden van de deelnemende gemeenten; Gemeenschappelijke Regeling Meerstad: de bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 3; het taakgebied: het gebied van de bedrijfsvoeringsorganisatie zoals omschreven in artikel 3, lid 3; publieke voorzieningen: voorzieningen van (gemeentelijke) overheidszijde geregeld met een algemeen nut, zoals (maar niet uitsluitend) scholen, multifunctionele centra, sportvelden en bibliotheken; het bestuur: het bestuur als bedoeld in de artikelen 7-12; het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur als bedoeld in de artikelen 13-18; de voorzitter: de voorzitter als bedoeld in de artikelen 19-20; de secretaris: de secretaris als bedoeld in de artikelen 21-
- 2.Daar waar in deze regeling artikelen en bepalingen van enige wet of andere regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, dienen in die artikelen in plaats van “de gemeente”, “de raad”, “het college van burgemeester en wethouders”en “de burgemeester” te worden gelezen onderscheidenlijk: “de bedrijfsvoeringsorganisatie”, “het bestuur”, “het dagelijks bestuur”en “de voorzitter”. Artikel 2Duur 1.De regeling is van tijdelijke aard en is van kracht gedurende de realisatie van Meerstad. 2.De regeling zal in overleg met de betrokken gemeenten bepalen op welk moment bepaalde taken en bevoegdheden aan de betrokken gemeenten zullen worden overgedragen. Artikel 3Openbaar lichaam 1.De deelnemende gemeenten richten bij deze regeling een bedrijfsvoeringsorganisatie op als bedoeld in artikel 8, lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2.De bedrijfsvoeringsorganisatie is genaamd “Gemeenschappelijke Regeling Meerstad” en is gevestigd te Groningen/Slochteren. 3.Het taakgebied van de bedrijfsvoeringsorganisatie is gelijk aan het gebied zoals is aangeduid op de in bijlage I opgenomen kaart. IIDOEL, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4Doel Deze regeling heeft als doel het nemen van besluiten over de beleidskaders voor het ontwikkelen van publieke voorzieningen in Meerstad. Artikel 5Taken en bevoegdheden 1.De Gemeenschappelijke Regeling Meerstad oefent haar functie uit binnen het taakgebied als bepaald in artikel 1, in samenhang met artikel 3, derde lid; en binnen de in artikel 4 vastgestelde doelstelling. 2.Indien tijdens de voortgang van het project Meerstad mocht blijken dat het noodzakelijk is dat er taken en bevoegdheden aan de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad moeten worden overgedragen, kunnen de betrokken gemeentelijke bestuursorganen daartoe, in overleg met het bestuur, een afzonderlijk besluit nemen. IIIINRICHTING Artikel 6Organen De organen van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad zijn: het bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter. III AHET bestuur [vervallen] III BHET DAGELIJKS BESTUUR Artikel 13Dagelijks bestuur:samenstelling 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter als bedoeld in artikel 20 e.v. en twee andere leden door en vanuit het bestuur te benoemen. 2.Ieder der deelnemende gemeenten is in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd met twee leden in het bestuur, die ook deel uitmaken van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende deelnemende gemeente, zoals bedoeld in artikel 7, lid 3 van deze regeling. Artikel 14Dagelijks bestuur:einde lidmaatschap 1.Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege doordat om welke reden dan ook het betreffende lid geen deel meer uitmaakt van het college van burgemeester en wethouders als genoemd in artikel 7 lid
- 2.Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt eveneens, zodra men ophoudt lid te zijn van het bestuur of door het bestuur wordt ontslagen. 3.De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag, waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt. Zij blijven daarna hun functie waarnemen tot het moment waarop hun opvolgers door het bestuur zijn aangewezen. Artikel 15Dagelijks bestuur: werkwijze en besluitvorming 1.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht, zulks onder de schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen. 2.Voor zover deze regeling niets anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over de leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten hierover mede aan het bestuur. Artikel 168 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft ieder lid één stem. 4.In de vergadering van het dagelijkse bestuur kan alleen worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 5.Besluiten kunnen door het dagelijks bestuur slechts met volstrekte meerderheid van stemmen worden genomen, tenzij in deze regeling anders wordt bepaald. 6.Het dagelijks bestuur kan deskundigen, niet zijnde leden van het bestuur, uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van informatie en advies. Artikel 16Dagelijks bestuur: taken en bevoegdheden Tot de taken en bevoegdheden van het dagelijkse bestuur behoren: het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad te voeren, voor zover het bestuur of de voorzitter hier niet mee is belast; het voorbereiden van al hetgeen aan het bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd; het opstellen van de agenda voor de vergaderingen van het bestuur; de uitvoering van de besluiten van het bestuur; het behartigen van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen waarmee contact, overleg of samenwerking in het belang van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad is; de zorg voor de archiefbescheiden; de zorg voor het informeren van de raden en colleges van de deelnemende gemeenten omtrent de werkzaamheden en de voortgang van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad; het beheer van de gelden van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad, in het bijzonder van die als bedoeld in artikel
- Artikel 17Dagelijks bestuur: inlichtingen en verantwoording 1.Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2.Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. Artikel18 1.De leden van het dagelijks bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur respectievelijk door ieder van hen gevoerde beleid. 2.De verantwoording wordt mondeling afgelegd in een vergadering van het bestuur, waarbij de leden van het dagelijks bestuur alle door het bestuur verlangde inlichtingen geven. III CDEVOORZITTER Artikel 19Voorzitter:Benoeming 1.Het bestuur benoemt uit zijn midden de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad voor de duur van een raadsperiode met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel. 2.Het voorzitterschap eindigt indien betrokkene ophoudt lid te zijn van het bestuur. 3.Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Artikel 20Voorzitter:Taken en bevoegdheden 1.Het bestuur zendt de concept-jaarrekening toe aan de raden. Bij de jaarrekening wordt een verslag gevoegd van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de door het algemeen bestuur aangewezen registeraccountant als bedoeld in artikel
- 2.De raden kunnen binnen zes weken na toezending van de jaarrekening het bestuur van hun gevoelen doen blijken. 3.Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4.Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. IVDESECRETARIS Artikel21 1.Het bestuur benoemt op voordracht van het dagelijks bestuur een secretaris, die zal worden belast met de dagelijkse leiding van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad. 2.De secretaris kan geen lid zijn van het bestuur. Artikel22 1.De secretaris zorgt voor de verslaglegging van de vergaderingen van het bestuur en van het dagelijks bestuur. Deze verslagen worden in de eerstvolgende vergadering van het desbetreffend bestuur ter vaststelling aangeboden. 2.De secretaris ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en het dagelijks bestuur uitgaan. 3.De secretaris ziet toe op een goede voorbereiding en uitvoering van de taken en bevoegdheden genoemd in artikel
- Artikel23 Indien voor een adequate vervulling van de taken tijdelijke ondersteuning noodzakelijk is, kan de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad gebruik maken van de ambtelijke diensten van de deelnemende gemeenten dan wel van de diensten van derden. De secretaris doet daartoe – in overleg met de deelnemende gemeenten - een voorstel aan het dagelijks bestuur. VGESCHILLENREGELING Artikel23A Onverlet het bepaalde in artikel 28, eerste lid, Wet op de gemeenschappelijke regelingen, zal het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad bij geschillen rond de toepassing of uitvoering van de regeling in overleg treden met de betrokken gemeenten; De Gemeenschappelijke Regeling Meerstad zal een geschillenregeling (arbitrage) vaststellen. VIFINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 24Inkomsten De inkomsten van Gemeenschappelijke Regeling Meerstad bestaan uit: de daartoe in de begrotingen van de deelnemende gemeenten gereserveerde middelen en afdrachten; de door derden aan de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad beschikbaar gestelde middelen. Artikel 25Begroting 1.Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling door het bestuur, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. Artikel26 1.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting zes weken, voordat zij aan het bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijze is vervat, bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het bestuur wordt aangeboden. 4.Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het bestuur zo nodig de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 5.Het bepaalde in de leden 1 t/m 4 van dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. Artikel 27Kosten 1.De begroting van Gemeenschappelijke Regeling Meerstad omvat de in het komende jaar te verwachten kosten, onder meer bestaande uit de kosten van de secretaris en verdere ondersteuning 2.De uit te voeren werkzaamheden en de daarmee gemoeide kosten, als in dit artikel bedoelt, zullen jaarlijks door het bestuur worden vastgesteld en ter advisering worden voorgelegd aan de betrokken raden. Artikel 28Jaarrekening 1.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening zes weken, voor zij aan het bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden. Bij de jaarrekening wordt een verslag gevoegd van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de door het bestuur aangewezen registeraccountant als bedoeld in artikel
- 2.De raden kunnen binnen zes weken na toezending van de jaarrekening het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren bij de jaarrekening, zoals deze aan het bestuur wordt aangeboden. 3.Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. Artikel 29Resultaten 1.Het bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: af te boeken van reserves, voor zover aanwezig; voor 65% ten laste te brengen voor de gemeente Slochteren en voor 35% voor de gemeente Groningen. 2.Het bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele: te bestemmen voor een egalisatiereserve; voor 65% uit te keren aan de gemeente Slochteren en voor 35% uit te keren aan de gemeente Groningen. Artikel 30Bijzondere verplichting deelnemende gemeenten De deelnemende gemeenten zijn verplicht ervoor zorg te dragen dat de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen; in dit geval gelden deze schulden als verplichte uitgaven ex artikel 193 Gemeentewet, die de gemeenten op de begroting moeten plaatsen. Artikel 31Financiën algemeen Met betrekking tot het financieel beleid, de regels voor het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle zijn de artikelen 212 tot en met 215 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 213a Gemeentewet. VIIARCHIEF Artikel 32Archief 1.Het dagelijks bestuur draagt, met in achtneming van de bepalingen van de Archiefwet, zorg voor de archiefbescheiden. 2.De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 3.Het bestuur wijst een archiefbewaarplaats aan ten behoeve van de op grond van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden. VIIITOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 33Toetreding 1.Toetreden tot deze regeling van andere publiekrechtelijke rechtspersonen is mogelijk, mits de betrokken bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten daarmee instemmen. 2.Bij toetreding van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon, niet zijnde een gemeente, dient steeds waar in de regeling sprake is van “raad”, “college van burgemeester en wethouders” respectievelijk “burgemeester” te worden gelezen de binnen de toetredende publiekrechtelijke rechtspersoon functionerende vergelijkbare bestuursorganen, één en ander binnen de kaders van de artikelen 93 en 96 Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 34Uittreding 1.Uittreding uit deze regeling is mogelijk indien de betrokken bestuursorganen van de betreffende gemeente daartoe besluiten. 2.De uittreding gaat in op één januari van het vierde jaar volgende op dat waarin het besluit tot uittreding onherroepelijk is geworden. 3.Het bestuur regelt de financiële gevolgen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Artikel 35Wijziging Deze gemeenschappelijke regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de daartoe bevoegde bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten. Artikel 36Opheffing 1.Deze gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. 2.Het dagelijkse bestuur is belast met de vereffening van de gemeenschappelijke regeling. 3.De deelnemende gemeenten Slochteren en Groningen zijn, onafhankelijk van hun status ten tijde van de vereffening, verantwoordelijk en aansprakelijk voor respectievelijk 65 en 35%. IXEXTERN KLACHTRECHT Artikel37 1.In overeenstemming met het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 10 vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, kan een ieder een klacht, zijnde een verzoekschrift zoals bedoeld in art. 9:18, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, indienen over een gedraging, in de uitoefening van zijn functie, van een bestuursorgaan van de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad of; een voor de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad werkzame ambtenaar of; een daarmee op grond van diens werkzaamheid gelijk te stellen persoon, inclusief hij die op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is voor de Gemeenschappelijke Regeling Meerstad. 2.De behandeling van klachten als bedoeld in het eerste lid is opgedragen aan de gemeentelijke Ombudsman van de gemeente Groningen. XSLOT- EN OVERGANGSBEPALING Artikel38 1.De onderhavige gemeenschappelijke regeling Meerstad treedt in werking na bekendmaking van de regeling. 2.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen draagt zorg voor het inzenden van de onderhavige gemeenschappelijke regeling Meerstad aan gedeputeerde staten van Groningen. Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 28 januari
- De griffier, De voorzitter, D.H. Vrieling. dr. J.P.(Peter) Rehwinkel. Bijlage IKaart behorend bij de Gemeenschappelijke regeling Meerstad Bijlage I Kaart behorend bij de Gemeenschappelijke regeling Meerstad Bijlage IINiet overgedragen taken en bevoegdheden Bijlage II Niet overgedragen taken en bevoegdheden