Nadere regels subsidie buurtfietsenstallingenHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelet op artikel 3, derde lid van de Subsidieverordening Rotterdam 2014; overwegende dat: de gemeente Rotterdam in de collegeperiode 2014–2018 enkele doelstellingen nastreeft die zich richten op de verbetering van de leefkwaliteit en het fietsgebruik in de stad; daar ondermeer onder vallen verbeteren van de woonmilieus in de ‘kansrijke wijken’, vergroening in een aantal stenige stadswijken en verbetering van de samenhang tussen burgers; het fietsgebruik in Rotterdam de afgelopen 10 jaar met 60% is gegroeid; de gemeente Rotterdam over 3 jaar ten minste 10% meer fietsers wil tellen op de belangrijkste telpunten in de binnenstad; de vraag naar fietsparkeervoorzieningen daarmee verder zal toenemen; de huidige wijze van parkeren van fietsen een hoge druk oplevert in de bestaande openbare ruimte: fietstrommels zijn groot en log waardoor er minder ruimte overblijft voor het gebruik van de stoep voor spelen en ontmoeten; de uitstraling van een buurt positief kan veranderen en de wijken aantrekkelijker worden voor gezinnen door het mogelijk maken van het inpandig stallen van de fiets, daar waar de bewoners die wens hebben; daarnaast een fiets veiliger is geparkeerd in een afsluitbare stalling; het derhalve wenselijk is de ontwikkeling en inzet van subsidie voor het parkeren van de fiets als instrument te stimuleren door onderstaande nadere regels vast te stellen; besluit vast te stellen: Nadere regels subsidie buurtfietsenstallingen Doel van de subsidie Artikel1 De gemeente Rotterdam wil de aanleg van veilige en goed toegankelijke buurtfietsenstallingen en het veilig, goed toegankelijk en gebruiksvriendelijk maken van bestaande buurtfietsenstallingen stimuleren. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de toenemende vraag om fietsparkeerplekken die het groeiende fietsgebruik in Rotterdam met zich meebrengt en aan het vrijhouden van de openbare ruimte voor spelen en ontmoeten. Begripsomschrijvingen Artikel2 College: college van burgemeester en wethouders; Subsidieaanvrager: eigenaar of huurder van de ruimte waarin de buurtfietsenstalling gevestigd is of wordt; Fietsparkeerplaats: de plek waar één fiets, e-bike of bakfiets kan worden gestald; Buurtfietsenstalling: een in het bestemmingsplan passende afsluitbare stalling hoofdzakelijk bestemd voor het stallen van de fiets, e-bike of bakfiets in de eigen woonomgeving. Het minimum aantal Fietsparkeerplaatsen in een buurtfietsenstalling bedraagt tien; Fietsparkeur: een set normen die de kwaliteit van een fietsenrek garandeert (zie http://www.fietsersbond.nl/fietsparkeur); Fietstrommel: een losse unit die is geplaatst in de straat of buurt en waarin fietsen worden gestald; Fietsnietje: hekje waaraan een fiets bevestigd kan worden; Kansrijke Wijken: gemeentelijk programma met als doel het aantrekken en behouden van kansrijke gezinnen in negen wijken rond het centrum. De negen Kansrijke wijken zijn: Liskwartier (BU05990534), Oude Noorden (BU05990535), NieuwCrooswijk (BU05990836), Kralingen-West (BU05990841), Middelland (BU05990325), Nieuwe Westen (BU05990324), Lloydkwartier (BU05990329), Katendrecht (BU05991085) en Kop van Zuid-Entrepot (BU05991079). Subsidieplafond Artikel3 1.Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidie voor de subsidiabele activiteiten en prestaties als bedoeld in artikel 4 bedraagt tot 1 juni 2018 maximaal € 600.000,–. 2.Minimaal de helft van het totale subsidiebedrag, te weten 300.00 euro, is beschikbaar voor subsidieverstrekking in de negen Kansrijke Wijken. 3.Minimaal de helft van het totale subsidiebedrag, te weten 300.000 euro, is beschikbaar voor het oprichten van nieuwe stallingen. 4.De verdeling van het binnen het eerste lid van deze bepaling beschikbare bedrag geschiedt, met in achtneming van de in het tweede en derde lid van deze bepaling opgenomen voorwaarden en de overige in deze nadere regels opgenomen voorschriften, op basis van de volgorde van ontvangst van de complete subsidieaanvragen. 5.Subsidie wordt in ieder geval niet verleend indien het ter beschikking staande budget niet meer toereikend is of een subsidieverlening niet past binnen de voorwaarden uit het tweede en derde lid van deze bepaling. Subsidiabele activiteiten en prestaties Artikel4Het college kan: 1.Eénmalige subsidie verlenen ten behoeve van een bestaande of nieuw op te richten buurtfietsenstalling voor de volgende activiteiten: het installeren/vernieuwen van een (geautomatiseerd) slot (en toebehoren); het installeren van een inbraakbestendige deur; het (bij)plaatsen/vernieuwen van fietsenrekken (die voldoen aan Fietsparkeur); het aanbrengen van adequate verlichting; het schilderen van de binnenruimte van de buurtfietsenstalling; het installeren van oplaadpunten (stopcontacten) voor e-bikes; het installeren van een herkenbaar naambord bij de ingang van de fietsenstalling. 2.Subsidie verlenen voor nader door het college aan te wijzen andere activiteiten of prestaties, voor zover deze bijdragen aan het realiseren van het in artikel 1 vermelde doel. 3.Subsidie wordt slechts verstrekt indien voor de activiteiten, werkzaamheden of prestaties als bedoeld onder het eerste en tweede lid de technische en financiële haalbaarheid onderzocht en onderbouwd is. Het subsidiebedrag Artikel5 De subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, bedraagt gezamenlijk ten hoogste € 400,00 per fietsparkeerplaats, met een maximum van € 40.000,00 per buurtfietsenstalling. Aanvraag tot subsidieverlening Artikel6 1.De subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt aangevraagd bij het college uiterlijk twaalf weken voor het tijdstip waarop een aanvang met de activiteiten of prestaties wordt gemaakt. 2.De subsidieaanvrager dient de aanvraag in via het subsidie portal van de gemeente Rotterdam (www.rotterdam.nl/subsidies). 3.De subsidieaanvrager voegt bij de subsidieaanvraag: een afschrift van een huurcontract; of een verklaring waaruit blijkt dat de eigenaar van de ruimte of plek instemt met de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd; een drietal foto’s van de ruimte of plek; een tekening van het ontwerp van de stalling inclusief het aantal fietsen dat kan worden gestald; een begroting, betrekking hebbende op de te subsidiëren activiteiten; een business plan waaruit blijkt dat de exploitatie kostendekkend is; een bewijs dat de aanvrager een rechtspersoon is. 4.Indien de aanvrager eigenaar is van de ruimte waarin de fietsenstalling wordt geëxploiteerd, zijn lid 3a en 3b niet van toepassing. Er dient dan een kopie van een bewijs van eigendom aangeleverd te worden. 5.Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tot en met 31 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.