← Nederland

Regeling klokkenluiders gemeente Druten 2008 (Druten)

Regeling klokkenluiders gemeente Druten 2008Klokkenluiders Regeling klokkenluiders InhoudsopgaveArtikel 1 Begripsbepalingen Interne procedure Artikel 2 Interne melding Artikel 3 Standpunt Externe procedure Artikel 4 Het meldpunt Artikel 5 Melding bij het meldpunt Artikel 5a Rechtstreekse melding bij het meldpunt Artikel 6 Ontvangstbevestiging en onderzoek Artikel 7 Niet ontvankelijk Artikel 8 Inhoudelijk advies van het meldpunt Artikel 9 Nader standpunt Artikel 10 Jaarverslag Artikel 11 Inwerkingtreding Artikel 1 BegripsbepalingenIn deze regeling wordt verstaan onder: ambtenaar: de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a en artikel 1:2, onderdeel a; d; e en f van de Gemeentelijke Arbeidsvoorwaardenregeling (GAR); vertrouwenspersoon: de functionaris die als zodanig door het college is aangewezen; meldpunt: een externe commissie of persoon die als zodanig door het college is aangewezen; vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de gemeentelijke organisatie waar de ambtenaar werkzaam is omtrent: een strafbaar feit; een schending van regelgeving of beleidsregels; het misleiden van justitie; een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of het bewust achterhouden van informatie over deze feiten. Interne procedure Artikel 2 Interne meldingLid 1De ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden, doet dit bij zijn direct leidinggevende, diens leidinggevende of de vertrouwenspersoon; Lid 2De ambtenaar kan de vertrouwenspersoon verzoeken zijn identiteit bij het college niet bekend te maken. De ambtenaar kan dit verzoek te allen tijde herroepen. Lid 3De leidinggevende dan wel de vertrouwenspersoon draagt er zorg voor dat het college onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is; Lid 4Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand stelt het college onverwijld een onderzoek in; Lid 5Het college zendt aan de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en het moment waarop de ambtenaar het vermoeden aan de leidinggevende of de vertrouwenspersoon heeft gemeld. Artikel 3 StandpuntLid 1Het college stelt de ambtnaar dan wel de vertrouwenspersoon, binnen zes weken schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. Lid 2Indien het standpunt niet binnen zes weken kan worden gegeven, kan het college de afhandeling voor ten hoogste vier weken verdagen. het college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon hiervan schriftelijk in kennis. Externe procedureArtikel 4 Het meldpuntLid 1Het college wijst een of meer personen aan die het meldpunt vormt of vormen. Lid 2Het meldpunt heeft tot taak een door de ambtenaar gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en het college daaromtrent te adviseren. Lid 3Indien het meldpunt uit meerdere personen bestaat, is dit altijd een oneven aantal, inclusief de voorzitter. Tevens kunnen in dat geval de secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en andere plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij beslissen bij gewone meerderheid van stemmen. Artikel 5 Melding bij het meldpuntLid 1De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand binnen een redelijke termijn melden bij het meldpunt, indien: hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 3; hij geen standpunt ontvangen heeft binnen de termijnen bedoeld in artikel 3. Lid 2 De ambtenaar kan het meldpunt verzoeken zijn identiteit niet bekend te maken. Hij kan dit verzoek te allen tijde herroepen. Artikel 5a Rechtstreekse melding bij het meldpuntIn het geval zwaarwegende belangen de toepassing van de interne procedure in de weg staan, kan de ambtenaar, in afwijking van de artikelen 2, 3 en 5, eerste lid, het vermoeden van een misstand rechtstreeks melden bij het meldpunt. Artikel 6 Ontvangstbevestiging en onderzoekLid 1Het meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een vermoeden van een misstand aan de ambtenaar die het vermoeden heeft gemeld. Lid 2Indien het meldpunt dit voor de uitoefening van zijn taak noodzakelijk acht, stelt het een onderzoek in. Lid 3Ten behoeve van het onderzoek omtrent een melding van een vermoeden van een misstand is het meldpunt bevoegd bij het college alle inlichtingen in te winnen die het voor de vorming van zijn advies nodig acht. Het college verschaft het meldpunt de gevraagde inlichtingen. Lid 4Het meldpunt kan het onderzoek of gedeelten daarvan opdragen aan één van de leden of een deskundige. Lid 5Wanneer de inhoud van bepaalde door het college verstekte informatie vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van het meldpunt dient te blijven, wordt dit aan het meldpunt meegedeeld. Het meldpunt beveiligt informatie met een vertrouwelijk karakter tegen kennisneming door onbevoegden. Artikel 7 Niet ontvankelijkHet meldpunt verklaart de melding niet ontvankelijk indien: de misstand niet van voldoende gewicht is; de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 niet heeft gevolgd en artikel 5a niet van toepassing is, of de ambtenaar de procedure bedoeld in artikel 2 heeft gevolgd, maar de termijnen bedoeld in artikel 3 nog niet zijn verstreken. de melding niet binnen redelijke termijn is geschied. Artikel 8 Inhoudelijk advies van het meldpuntLid 1Indien het gemelde vermoeden van een misstand ontvankelijk is, legt het meldpunt binnen zes weken zijn bevindingen omtrent de melding van een vermoeden van een misstand neer in een advies aan het college. Het meldpunt zendt een afschrift van het advies aan de ambtenaar met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van de aan het meldpunt verstrekte informatie. Lid 2Indien het advies niet binnen zes weken kan worden gegeven, wordt de termijn door het meldpunt met ten hoogste vier weken verlengd. Het meldpunt stelt het college alsmede de ambtenaar daarvan schriftelijk in kennis. Lid 3Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van aan het meldpunt verstrekte informatie en de terzake geldende wettelijke bepalingen openbaar gemaakt op een wijze die het meldpunt geëigend acht, tenzij zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Artikel 9 Nader standpuntLid 1 Het college stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies bedoeld in artikel 8, de ambtenaar alsmede het meldpunt, schriftelijk op de hoogte van zijn nader standpunt. Lid 2Aan de ambtnaar die het meldpunt heeft verzocht zijn identiteit niet bekend te maken geschiedt de berichtgeving van het nader standpunt via het meldpunt. Lid 3Een van het advies afwijkend nader standpunt wordt gemotiveerd. Artikel 10 JaarverslagLid 1Jaarlijks wordt door het meldpunt een verslag opgemaakt. Lid 2In dat verslag wordt in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de terzake geldende wettelijke bepalingen gemeld: het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een misstand; het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek geleid heeft; het aantal onderzoeken die het meldpunt heeft verricht, en; het aantal adviezen en de aard van de adviezen die het meldpunt heeft uitgebracht. Lid 3Dit jaarverslag wordt aan het college en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt. Artikel 11 InwerkingtredingDe regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2008.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.