Beloningsbeleid gemeente TholenNo.: Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tholen; gelet op de gewijzigde regelgeving in de CAR/UWO; gelet op het instemmingsadvies van de commissie voor Georganiseerd Overleg d.d. 14 december 2015; gelet op het gestelde in artikel 160 van de Gemeentewet; b e s l u i t e n : vast te stellen het navolgende 'Beloningsbeleid gemeente Tholen' als aanvulling op het vigerend hoofdstuk 3 van de CAR/UWO HOOFDSTUK1– Periodieke verhoging Artikel1– Vaste verhogingsdatum De periodieke verhogingen worden jaarlijks per 1 januari toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt. Artikel2– Extra periodieke verhoging Aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van zeer goede of uitstekende vervulling van de betrekking. Artikel3– Aanvullende voorwaarden periodieke salarisverhoging 1.Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor hem de in artikel 3.4 lid 1 CAR/UWO bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten. 2.Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhoging, welke met toepassing van het eerste lid achterwege is gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht alsnog wordt toegekend. HOOFDSTUK2– Aanstelling/plaatsing in functie Artikel4– Salaris bij aanstelling/plaatsing in een functie met een hogere functieschaal 1.Aanstelling in een functie met een hogere functieschaal vindt plaats in de bij de functie behorende aanloopschaal. 2.Bij aanstelling bedoeld in lid 1 vindt horizontale inpassing in de nieuwe aanloopschaal plaats. Komt in de aanloopschaal geen zelfde salarisbedrag voor dan vindt inpassing naar het naasthogere bedrag plaats. 3.Ingeval de functieschaal ten gevolge van een herwaardering van de functie in een hogere functieschaal wijzigt, is lid 2 van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 4.Indien als gevolg van een herwaardering van de functie de functieschaal in een lagere functieschaal wijzigt, behoudt de ambtenaar zijn huidige schaal. 5.Op grond van bijzondere omstandigheden kan van het bepaalde in de leden 1 en 2 worden afgeweken. HOOFDSTUK3– Bevordering Artikel5– Bevordering van aanloop- naar functieschaal 1.Bevordering van de aanloop-naar de functieschaal vindt plaats als de ambtenaar: voldoet aan de eisen, die aan de functie zijn verbonden; de functie volledig vervult; ten minste functioneert volgens de gestelde functie-eisen; een bepaald aantal jaren in de aanloopschaal dienst heeft gedaan afhankelijk van indeling van de functie in de hoofdgroep zoals bedoeld is in de Regeling organieke functiebeschrijving -en waardering. 2.Het in lid 1 sub d bedoelde aantal jaren bedraagt: voor functies ingedeeld in de hoofdgroepen I en II: 1 jaar; voor functies ingedeeld in hoofdgroep III: 2 jaar; voor functies ingedeeld in hoofdgroep IV: 3 jaar; voor functies ingedeeld in hoofdgroep V: 4 jaar. 3.In geval van benoeming van de ambtenaar in of bevordering van de ambtenaar naar een hogere functieschaal, telt het aantal jaren doorgebracht in de aanloopschaal- dan wel functieschaal van de vorige functie mee voor de bevordering naar de functieschaal, indien de oude en nieuwe functie dezelfde hoofdgroep hebben. 4.In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de termijnen genoemd in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.