Besluit parkerenHet college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal; gelet op artikel 9 van de Verordening parkeerbelastingen 2014; b e s l u i t : l.de plaats waar en het tijdstip waarop mag worden geparkeerd tegen betaling van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening parkeerbelastingen 2014 vast te stellen zoals vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage “Plaatsen en werkingsduur van betaald parkeren”; ll.vast te stellen het volgende voorschrift: Voorschrift in werking stellen van parkeerapparatuur. Ter zake van het betaald parkeren geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het inwerpen van euro muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 of € 2,00 of via een chipcard. Er dienen ten minste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur te worden geworpen als nodig zijn om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. Bij gebruik van een chipcard dient ten minste zoveel te worden afgeschreven als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. Als bij het betaald parkeren gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur die na het inwerpen van muntstukken dan wel na gebruik van een chipcard een parkeerkaartje afgeeft, dient dit parkeerkaartje met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht. In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1, kan het inwerking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het via een telefoon inloggen op de centrale computer van een van de bedrijven, waarmee de gemeente Oldenzaal een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon. Hiertoe dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij een van die bedrijven. Hij dient te beschikken over een geldige parkeerkaart van een van die bedrijven. Deze kaart dient op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode telefonisch door te geven aan een van die bedrijven. Tevens neemt de belastingplichtige de overige voorwaarden van een van die bedrijven in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 6 en geldt de betalingstermijn zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 8 van de Verordening parkeerbelastingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.