Subsidieregeling peuterspeelopvang en VVE, Leiden 2016Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen 1.Beroepskracht: degene die in de kinderopvang werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor de kinderopvang geldende CAO en die beschikt over een voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificatie; 2.Doelgroepkind: een kind in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar dat op basis van het opleidingsniveau van zijn ouders een leerlinggewicht heeft of dat op basis van signalering door het CJG een extra ondersteuningsbehoefte heeft in verband met een mogelijke ontwikkelingsachterstand; 3.College: college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden; 4.CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin; 5.Dagdeel: een periode van drie uur kinderopvang in de ochtend of de middag; 6.Doorgaande leerlijn: de aansluiting tussen het educatieve programma van de peuterspeelzaal of de kinderdagopvang en het educatieve programma (‘de leerlijn’) op de basisschool; 7.Groep: ruimte waarin minimaal twee en maximaal tien dagdelen per week peuterspeelopvang georganiseerd wordt of maximaal vijf dagen in de week kinderdagopvang plaatsvindt; 8.Houder: degene die één of meerdere kindercentra exploiteert; 9.Kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang; 10.Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag dat het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; 11.Kinderdagopvang: kinderopvang langer dan een dagdeel per dag; 12.LRKP: Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen; 13.Ouderbijdrage: de eigen bijdrage die ouders die geen recht op kinderopvangtoeslag hebben, betalen voor de peuterspeelopvang; 14.Peuterplaats: een rekeneenheid die overeenkomt met deelname van een peuter aan peuterspeelopvang van 2 dagdelen van 3 uur per week, gedurende 40 weken per jaar; 15.Peuterspeelzaal: een in het LRKP geregistreerde voorziening waar aan maximaal 16 peuters per groep per dagdeel peuterspeelopvang geboden wordt, anders dan kinderdagopvang of gastouderopvang; 16.Peuterspeelopvang: kinderopvang voor kinderen in de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs, voor maximaal een dagdeel per dag gedurende minimaal twee dagdelen per week en gedurende minimaal 40 weken per jaar; 17.Raad: Raad van de gemeente Leiden; 18.Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een kalenderjaar ten hoogste beschikbaar is voor subsidie zoals die op basis van deze verordening kan worden toegekend; 19.Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE): een door de gemeente gesubsidieerd programma dat gericht is op het verkleinen van onderwijsachterstanden bij doelgroepkinderen en een verbeterde instroom van deze kinderen in het basisonderwijs; 20.Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van rijkswege voor ouders in de kosten van de kinderopvang. Artikel2.Doel van de verordening 1.De deelverordening heeft tot doel om nadere regels te stellen aan de subsidiering van peuterspeelopvang en VVE. 2.Het college kan op grond van de deelverordening subsidie toekennen op aanvraag van: een kindercentrum voor peuterspeelopvang; een kindercentrum voor het werken met een VVE-programma in de peuterspeelopvang; een kindercentrum voor het werken met een VVE-programma in de kinderdagopvang; een kindercentrum, eventueel samen met andere partijen, voor het versterken van de peuterspeelopvang als onderdeel van laagdrempelige wijkgerichte netwerken van voorzieningen en verbanden voor spelen, ontmoeten en leren; een kindercentrum, eventueel samen met een school voor basisonderwijs, voor het bevorderen van een doorgaande leerlijn. Artikel3.Bevoegdheid 1.Het college is het bevoegde bestuursorgaan voor het nemen van beslissingen op grond van deze deelverordening. 2.Voor zover in deze deelverordening niet anders is bepaald, is het gestelde in de Algemene Subsidieverordening gemeente Leiden 2012 van toepassing. Hoofdstuk2.Subsidieplafond Artikel4.Subsidieplafond 1.De gemeenteraad stelt jaarlijks bij de begroting het subsidieplafond vast op beleidsniveau. 2.Per jaar kan niet meer subsidie worden verleend dan het maximaal beschikbare subsidiebedrag. Een rangorde in de toekenning zal indien nodig worden bepaald op grond van de in artikel 5 genoemde criteria. Artikel5.Verdeelsleutel Indien het maximaal beschikbare subsidiebedrag onvoldoende is om alle aanvragen te honoreren, wordt een rangorde vastgesteld op basis van de hieronder genoemde criteria: de kwaliteit van de voorziening, specifiek op het pedagogische vlak, de doorgaande leerlijn en de verbinding met wijkgerichte voorzieningen en verbanden voor spelen, ontmoeten en leren; een goede spreiding van voorzieningen over de stad; de bezetting van een voorziening; het percentage doelgroepkinderen per groep, in geval van een voorziening voor VVE; aanvragen op basis van de artikelen 2a t/m 2c hebben voorrang in de behandeling ten opzichte van aanvragen op basis van de artikelen 2d en 2e. Hoofdstuk3.Subsidie voor peuterspeelopvang Artikel6.Hoogte van de subsidie 1.Het college stelt subsidie voor peuterspeelopvang beschikbaar per peuterplaats. De subsidie is bedoeld voor een tegemoetkoming in de kosten van de volgende producten: Huisvesting; Groepsleiding; Overhead, inclusief afstemming met ouders en partners; Materiaal / activiteiten. 2.Voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag is subsidiabel het verschil tussen de kostprijs van een peuterplaats en de ouderbijdrage tot een maximaal normbedrag. Dit normbedrag wordt door het college vastgesteld en jaarlijks geïndexeerd conform de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Voor ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag kan de gemeente aan de houder een tegemoetkoming per peuterplaats betalen, tot een maximaal normbedrag. Dit normbedrag wordt door het college vastgesteld en jaarlijks geïndexeerd conform de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Artikel7.Subsidieverplichtingen Om voor subsidie op grond van deze verordening in aanmerking te kunnen komen, dient de peuterspeelopvang te voldoen aan de volgende eisen: is gevestigd in Leiden en is toegankelijk voor alle peuters uit de gemeente. Minimaal 95% van de kinderen komt uit Leiden; kent een gemiddelde bezetting van minimaal 90%; hanteert in overleg met de gemeente een inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor de ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag; voldoet aan de criteria voor ambitieniveau 2; biedt kwaliteit conform de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de ‘Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen Leiden 2011’; werkt samen met het basisonderwijs, minimaal op basis van het protocol overdracht; heeft beleid voor kinderen die extra zorg nodig hebben, het signaleren van problemen en het eventueel inschakelen van externe hulpverlening (via het CJG); heeft zicht op het aantal doelgroepkinderen per peuterspeelzaal en is bereid om bij meer dan 15% doelgroepkinderen VVE-peuterspeelzaal te worden. Hoofdstuk4.Subsidie voor VVE-peuterspeelopvang Artikel8.Hoogte van de subsidie voor VVE-peuterspeelopvang Het college stelt subsidie voor VVE in de peuterspeelopvang beschikbaar per groep waar VVE-peuterspeelopvang aangeboden wordt. De subsidie is bedoeld voor een tegemoetkoming in de kosten van de volgende producten: VVE-scholing; Taakuren; Coördinatie, evaluatie en administratie van VVE-programma’s en de doorgaande leerlijn; Materiaalkosten. Het college stelt hiervoor een normbedrag vast, dat jaarlijks geïndexeerd wordt conform de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Artikel9.Subsidieverplichtingen Om voor subsidie op grond van deze verordening in aanmerking te kunnen komen, dient de peuterspeelopvang te voldoen aan de volgende eisen: is gevestigd in Leiden en is toegankelijk voor alle peuters uit de gemeente. Minimaal 95% van de bezette peuterplaatsen wordt bezet door in Leiden woonachtige kinderen; is minimaal vier dagdelen in de week geopend; is voor minimaal 15% bezet door doelgroepkinderen; voldoet aan de volgende voorwaarden voor VVE: er wordt gebruik gemaakt van een methode conform het Leidse OnderwijsKansenbeleid; er zijn per groep twee in de VVE methode geschoolde beroepskrachten; de Leidse doelgroepdefinitie, zoals opgenomen in de nota OnderwijsKansen, wordt toegepast om kinderen als zodanig aan te merken; doelgroepkinderen vanaf 2,5 jaar komen vier dagdelen; er wordt medewerking verleend aan jaarlijkse (groeps)observaties door een logopedist; er wordt medewerking verleend aan de Leidse Onderwijsmonitor; de houder neemt deel aan structureel overleg en daaruit voortvloeiende activiteiten in het kader van OnderwijsKansenbeleid. verleent voorrang aan doelgroepkinderen, indien er een wachtlijst bestaat langer dan drie maanden; werkt samen met het basisonderwijs, minimaal op basis van het protocol overdracht. Hoofdstuk5.Subsidie voor VVE in kinderdagopvang Artikel10.Hoogte van de subsidie Het college stelt subsidie vast per groep kinderdagopvang waarop VVE plaatsvindt. De subsidie is bedoeld voor een tegemoetkoming in de kosten van de volgende producten: VVE-scholingskosten; Inzet taakleiding; Coördinatie, evaluatie en administratie van VVE-programma’s en de doorgaande leerlijn; VVE-materiaalkosten. Het college stelt hiervoor een maximaal normbedrag vast, dat jaarlijks geïndexeerd wordt conform de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Artikel11.Subsidieverplichtingen Om voor subsidie op grond van deze verordening in aanmerking te kunnen komen, dient de kinderdagopvang te voldoen aan de volgende eisen: is gevestigd in Leiden; bestaat uit minimaal 15% Leidse doelgroepkinderen; voldoet aan de volgende voorwaarden voor VVE: er wordt gebruik gemaakt van een methode conform het Leidse OnderwijsKansenbeleid; er zijn per groep twee in de VVE methode geschoolde beroepskrachten; de Leidse doelgroepdefinitie, zoals opgenomen in de nota OnderwijsKansen, wordt toegepast om kinderen als zodanig aan te merken; doelgroepkinderen vanaf 2,5 jaar volgen minimaal 10 uur per week het VVE programma; er wordt medewerking verleend aan jaarlijkse (groeps)observaties door een logopedist; er wordt medewerking verleend aan de Leidse Onderwijsmonitor; de houder neemt deel aan structureel overleg en daaruit voortvloeiende activiteiten in het kader van OnderwijsKansenbeleid. werkt samen met het basisonderwijs, minimaal op basis van het protocol overdracht. Hoofdstuk6.Aanvraag en weigering van de subsidie Artikel12.De aanvraag 1.Een aanvraag voor subsidie voor peuterspeelopvang of het werken met een VVE programma wordt per jaar aangevraagd en dient uiterlijk 1 september voorafgaande aan het jaar waarin het product gerealiseerd wordt, schriftelijk bij het college te zijn ingediend. Aanvragen voor versterking van wijkgerichte netwerken en voor de doorlopende leerlijn kunnen het gehele jaar worden ingediend en worden voor maximaal een jaar aangevraagd. 2.Een aanvraag omvat minimaal: een omschrijving van het product / de producten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; een omschrijving van de organisatie waarbinnen dit product gerealiseerd wordt; de pedagogische visie van de houder; een begroting en dekkingsplan. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen aangevraagde subsidies en geschatte inkomsten uit ouderbijdragen. 3.In de aanvraag dient houder te onderbouwen dat hij voldoet aan de subsidieverplichtingen zoals opgenomen in artikel 7, artikel 9 en/ of artikel 11 van deze deelverordening. Artikel13.Weigeringsgronden 1.Indien er een handhavingstraject met betrekking tot de kwaliteit op een bestaande peuterspeellocatie of kinderdagverblijf is ingesteld, kan dit voor het college aanleiding zijn om deze peuterspeellocatie of het kinderdagverblijf geen subsidie toe te kennen. 2.Indien een aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden uit artikel 7, artikel 9 en/of artikel 11, is dit voor het college reden om de aanvraag af te wijzen. Hoofdstuk7.Vaststellen van de subsidie Artikel14.Verantwoording 1.Tussentijdse afwijking van in een subsidiebeschikking vastgelegde prestatieafspraken kan alleen plaatsvinden nadat de houder hierover in overleg is getreden met het college en het college deze afwijking schriftelijk heeft goedgekeurd. 2.Over de subsidie voor peuterspeelopvang en VVE wordt uiterlijk vóór 1 mei van het jaar volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend, verantwoording afgelegd. Deze verantwoording bevat: een inhoudelijk verslag, met daarin minimaal: het aantal geplaatste (doelgroep) kinderen per ultimo jaar; het aantal geplaatste doelgroepkinderen gedurende het hele jaar; het aantal gerealiseerde plaatsen; het aantal gerealiseerde VVE-plaatsen; de gemiddelde bezettingsgraad van deze plaatsen; inzicht in de percentages ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag, apart inzichtelijk gemaakt voor reguliere plaatsen en VVE-plaatsen. een financieel jaarverslag (conform hoofdstuk 7 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Leiden 2012). 3.Het college kan bij de subsidieverlening bepalen dat aanvullende gegevens voor de verantwoording moeten worden aangeleverd. Artikel15.Vaststelling Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de verantwoording de subsidie vast. Hoofdstuk8.Overige bepalingen Artikel16.Hardheidsclausule Het college beslist in alle voorkomende gevallen waarin deze regeling niet voorziet. Het college is bevoegd om in bijzondere gevallen gemotiveerd van deze regeling af te wijken. Artikel17.Overgangsbepalingen Aanvragen voor het subsidiejaar 2016 die bij inwerkingtreding van de verordening reeds in behandeling zijn genomen, worden conform de werkwijze uit het verleden afgerekend tot het moment waarop de aanvrager de organisatorische veranderingen heeft doorgevoerd die horen bij de landelijke harmonisatie van voorschoolse voorzieningen. Artikel18.Inwerkingtreding De verordening treedt in werking vanaf de dag van bekendmaking. Artikel19.Citeertitel De deelverordening wordt aangehaald als “Subsidieregeling peuterspeelopvang en VVE, Leiden 2016”. Artikel20.Intrekking Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze “Subsidieregeling peuterspeelopvang en VVE, Leiden 2016” kunnen geen aanvragen op basis van de “Subsidieregeling peuterspeelzaalwerk inclusief VVE voor kindercentra en peuterspeelzaalwerk, Leiden 2014” in behandeling worden genomen. De “Subsidieregeling peuterspeelzaalwerk inclusief VVE voor kindercentra en peuterspeelzaalwerk, Leiden 2014” wordt per 1 januari 2017 ingetrokken. Bijlage Toelichting op de Subsidieregeling peuterspeelopvang en VVE, Leiden 2016 Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.