Parkeerbelastingen aanwijzingsbesluitHet college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal; gelet op artikel 9 van de Verordening parkeerbelastingen 2015; b e s l u i t : l.de plaats waar en het tijdstip waarop mag worden geparkeerd tegen betaling van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Verordening parkeerbelastingen 2015 vast te stellen zoals vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage “Plaatsen en werkingsduur van betaald parkeren”; ll.vast te stellen het volgende voorschrift: Voorschrift in werking stellen van parkeerapparatuur. Ter zake van het betaald parkeren geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het inwerpen van euro muntstukken van € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 of € 2,00 of via een chipcard. Er dienen ten minste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur te worden geworpen als nodig zijn om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. Bij gebruik van een chipcard dient ten minste zoveel te worden afgeschreven als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren. Indien bij het betaald parkeren gebruik wordt gemaakt van parkeerapparatuur welke na het inwerpen van muntstukken een parkeerkaartje afgeeft, dient dit parkeerkaartje met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht. In afwijking van het bepaalde in onderdeel 1, kan het inwerking stellen van de parkeerapparatuur tevens geschieden door het via een telefoon inloggen op de centrale computer van één van de bedrijven waarmee de gemeente Oldenzaal een overeenkomst heeft gesloten als bedoeld in artikel 1, letter f, van de verordening Parkeerbelastingen. Hiertoe dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij een bedrijf waarmee de gemeente Oldenzaal een overeenkomst heeft gesloten. Hij dient te beschikken over een geldige parkeerkaart van het bedrijf. Deze kaart dient op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig te worden aangebracht. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode telefonisch door te geven aan het bedrijf. Tevens neemt de belastingplichtige de overige voorwaarden van het bedrijf in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van artikel 6 en geldt de betalingstermijn zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 8 van de Verordening parkeerbelastingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.