Artikel1.Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: concessie: het bij besluit van het dagelijks bestuur verstrekte recht om met uitsluiting van anderen openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaald tijdvak, als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000; concessiebesluit: het besluit van het dagelijks bestuur tot het verlenen van een concessie; concessiehouder: de vervoerder aan wie door het dagelijks bestuur een concessie is verleend na een aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000; Concessiehouder Materieel B.V.: 100%-dochtervennootschap van de concessiehouder, welke vennootschap is opgericht overeenkomstig de oprichtingsakte en statuten van bijlage 3; dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Stadsregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder b, van de Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam; garantieovereenkomst: de tussen de uiteindelijke moedervennootschap en de Stadsregio Amsterdam te sluiten garantieovereenkomst conform bijlage 5 van deze regeling; kredietovereenkomst: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Stadsregio Amsterdam anderzijds te sluiten kredietovereenkomst conform bijlage 2 van deze regeling; oprichtingsakte: de oprichtingsakte van Concessiehouder Materieel B.V. conform bijlage 3 van deze regeling; pandakte: de tussen Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder enerzijds en de Stadsregio Amsterdam anderzijds te sluiten pandakte conform bijlage 4 van deze regeling; Regioraad: de Regioraad van de Stadsregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder a, van de Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam; Stadsregio Amsterdam: de publiekrechtelijke rechtspersoon die is ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke regeling Stadsregio Amsterdam; subsidieontvanger: Concessiehouder Materieel B.V. en concessiehouder, als gedefinieerd onder c en d; subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ingevolge afdeling 4.2.5 van de Algemene wet bestuursrecht; subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit ingevolge afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht; subsidieverordening: Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Stadsregio Amsterdam 2015; subsidieverstrekking: de verzamelterm voor het toekennen van subsidie, in de vorm van subsidieverlening of subsidievaststelling; uiteindelijke moedervennootschap: de uiteindelijke moedervennootschap in de groep (ultimate parent) als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek waarvan concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken. Artikel2.Toepassingsbereik Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking door het dagelijks bestuur voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten. Artikel3.Activiteiten 1.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de financiering van het verwerven van bussen en de herfinanciering van reeds verworven bussen waarmee openbaar personenvervoer ter uitvoering van een concessiebesluit wordt verricht. 2.Subsidie wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een lening op basis van de kredietovereenkomst. Artikel4.Doelgroep:subsidieaanvrager en subsidieontvanger Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door Concessiehouder Materieel B.V. Artikel5.De subsidie 1.De subsidie bevat de aanspraak op financiële middelen voor de in de subsidieverordening en deze regeling beschreven activiteiten die bestaat uit een lening. 2.De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 3.De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten. 4.De subsidieverleningsbeschikking bevat ten minste de hoogte van de lening die wordt verstrekt en de looptijd van de lening. 5.De subsidieverleningsbeschikking bevat het rentepercentage dat de subsidieontvanger moet betalen. Het dagelijks bestuur bepaalt het rentepercentage op de dag van de bekendmaking van de subsidieverlening in overeenstemming met de wijze waarop het referentiepercentage als bedoeld in Commissiemededeling 2008/C 14/02 wordt vastgesteld, dan wel, in overeenstemming met de wijze zoals bepaald in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000. De in de subsidieverleningsbeschikking bepaalde rente is ook de rente die ingevolge de kredietovereenkomst is verschuldigd. 6.Concessiehouder Materieel B.V. wordt opgericht in overeenstemming met de oprichtingsakte. 7.De subsidieontvanger is verplicht zekerheden te verstrekken aan de Stadsregio Amsterdam overeenkomstig de pandakte. 8.Indien concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. onderdeel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek dan verbindt de uiteindelijke moedervennootschap zich tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft, alsmede verbindt zij ter zake haar hele vermogen tot zekerheid. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze uiteindelijke moedervennootschap de garantieovereenkomst met de Stadsregio Amsterdam. 9.In afwijking van het vorige lid, kan het dagelijks bestuur een andere vennootschap uit de groep dan de uiteindelijke moedervennootschap aanwijzen die zich verbindt tot de volledige terugbetaling van de lening waarop de aanvraag betrekking heeft en die ter zake haar hele vermogen tot zekerheid verbindt. Ter uitvoering van hetgeen is gesteld in de vorige volzin, sluit deze door het dagelijks bestuur aangewezen vennootschap de garantieovereenkomst met de Stadsregio Amsterdam. Artikel6.Subsidieuitvoeringsovereenkomsten 1.Ten behoeve van de subsidie worden in ieder geval de volgende drie overeenkomsten gesloten: de kredietovereenkomst; de pandakte; en de garantieovereenkomst. Artikel7.Subsidieplafond 1.Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is op de datum van inwerkingtreding van deze nadere regeling het volgende subsidieplafond van toepassing: € 100.000.000,- (zegge: honderd miljoen euro). 2.Het dagelijks bestuur kan bij besluit het subsidieplafond van lid 1 wijzigen of een nieuw subsidieplafond vaststellen. Artikel8.Aanvraag omtrent subsidieverlening 1.Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat is opgenomen als bijlage 1. 2.De aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening wordt elektronisch ingediend bij het op het aanvraagformulier vermelde e-mailadres. 3.Een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening dient betrekking te hebben op het verwerven van bussen die samen een waarde van ten minste € 5.000.000,- (zegge: vijf miljoen euro) bedraagt. 4.Aan Concessiehouder Materieel B.V. kan gedurende de looptijd van een concessie slechts éénmaal subsidie worden verstrekt. 5.In gevallen waarin dat in de aanbesteding als bedoeld in artikel 61 Wet personenvervoer 2000 is bepaald en in bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur afwijken van hetgeen is bepaald in lid 4. 6.Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over, bij gebreke waarvan het dagelijks bestuur kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht: drie door Concessiehouder Materieel B.V. en de concessiehouder ondertekende exemplaren van de kredietovereenkomst; een door de notaris gepasseerde oprichtingsakte en statuten van de Concessiehouder Materieel B.V.; drie door de concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. ondertekende exemplaren van de pandakte; twee door de uiteindelijke moedervennootschap, dan wel de door het dagelijks bestuur aangewezen andere vennootschap, ondertekende exemplaren van de garantieovereenkomst; een beschrijving van de verworven dan wel te verwerven bussen en het aantal verworven dan wel te verwerven bussen; bewijs dat Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van de bussen heeft verkregen dan wel bewijs op welke termijn en op welke wijze Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van de bussen zal verkrijgen; indien de bussen nog niet verworven zijn, een opgave van de verwachte werkelijke kosten en een financiële onderbouwing van deze opgave, een planning van de uitvoering van de verwerving, alsmede een onderbouwing van de kostenopgave, bijvoorbeeld in de vorm van een offerte; indien de bussen reeds verworven zijn, een opgave van de resterende financieringsbehoefte, alsmede een taxatie- en inspectierapport van een daartoe gecertificeerde onderneming, dan wel een door het dagelijks bestuur aan te wijzen te goede naam en faam bekende staande onderneming, waaruit blijkt wat de waarde van de bussen is en wat de staat van onderhoud van de bussen is; overige in de kredietovereenkomst genoemde gegevens; een overzicht van de wijze waarop de aanvrager invulling zal geven aan de verplichtingen bij of krachtens artikel 8 van de subsidieverordening; een rapportage aan de hand waarvan de kredietwaardigheid van de aanvrager kan worden beoordeeld; eventuele andere gegevens waarvan het dagelijks bestuur het noodzakelijk acht dat zij in het kader van de aanvraag worden overgelegd; 7.Een aanvraag om een subsidie kan uitsluitend tussen 1 januari en 1 april van de kalenderjaren 2016 tot en met 2021 worden ingediend. 8.Het dagelijks bestuur kan, in aanvulling op lid 7, extra periodes waarin aanvragen kunnen worden ingediend vaststellen. Artikel9.Wijze van verdeling 1.Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening van de aanvraag bij het dagelijks bestuur, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2.Voor het bepalen van de volgorde van indiening van de aanvraag als bedoeld in lid 1 is het moment waarop de aanvraag binnenkomt bij het dagelijks bestuur bepalend. 3.Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. 4.Indien twee of meer aanvragen op hetzelfde moment ingediend worden, maar verlening van deze aanvragen in verband met het subsidieplafond niet mogelijk is, dan zal als subsidiaire verdelingsmethode geloot worden. Artikel10.Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Voor subsidie komen in aanmerking de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3. 2.De in lid 1 bedoelde kosten zullen worden bepaald aan de hand van: de koopsom van de verworven bussen; en indien de bussen reeds verworven zijn, de resterende financieringsbehoefte voor de resterende concessieduur, alsmede de waarde van de bussen en de staat van onderhoud van de bussen. 3.Niet voor subsidie komen in aanmerking: de kosten tot verwerving van de subsidie; de te betalen of reeds betaalde omzetbelasting over de activiteiten; de kosten die gemoeid zijn met het sluiten van de kredietovereenkomst, garantieovereenkomst, pandakte en de oprichting van Concessiehouder Materieel B.V., met inbegrip van de kosten van de notaris; indien de bussen reeds verworven zijn, de eventuele kosten voor het beëindigen of wijzigen van een lopende financiering ten behoeve van de bussen. Artikel11.Aanvullende weigeringsgronden 1.Overeenkomstig artikel 7 van de subsidieverordening kan een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening worden geweigerd als: er geen kredietovereenkomst tot stand komt tussen de concessiehouder en/of Concessiehouder Materieel B.V.; Concessiehouder Materieel B.V. niet is opgericht; er geen overeenkomst tot het vestigen van een pandrecht tussen de concessiehouder en Concessiehouder Materieel B.V. tot stand komt, en de pandakte niet is gepasseerd; er geen garantieovereenkomst tot stand komt tussen de uiteindelijke moedervennootschap, dan wel de door het dagelijks bestuur aangewezen andere vennootschap, en de Stadsregio; de kosten naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet redelijk zijn; er gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de subsidieontvanger niet aan de voorwaarden, verplichtingen en bepalingen van deze regeling zal voldoen; onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidieontvanger de subsidie terug kan betalen binnen de looptijd van de lening; voor de subsidieontvanger een verzoek tot surseance van betaling of een verzoek tot faillissement is aangevraagd of verleend; aan Concessie Materieel B.V. reeds gedurende de looptijd van een concessie subsidie is verstrekt op grond van deze regeling, tenzij toepassing is gegeven aan het bepaalde in artikel 8 lid 5; de aanvraag niet voldoet aan de in artikel 8, lid 6, van deze subsidieregeling genoemde vereisten; de subsidieontvanger naar het oordeel van het dagelijks bestuur onvoldoende invulling heeft gegeven aan de wijze waarop de subsidieontvanger zal voldoen aan zijn verplichtingen gesteld bij of krachtens de subsidieverordening of deze subsidieregeling; het concessiebesluit niet meer van kracht is, dan wel, de concessiehouder is ontheven of geschorst van zijn verplichtingen ingevolge het concessiebesluit. Artikel12.Verplichtingen 1.De verworven dan wel te verwerven bussen moeten voldoen aan de daaraan gestelde eisen in het concessiebesluit en moeten goed worden beheerd en onderhouden. 2.Indien de bussen nog niet zijn verworven dan is de subsidieontvanger verplicht het recht van eigendom op de bussen te verwerven binnen de in de subsidieverleningsbeschikking opgenomen termijn. 3.Met de bussen moet openbaar vervoer worden verricht overeenkomstig het concessiebesluit. 4.Indien de bussen nog niet zijn verworven dan is de subsidieontvanger verplicht de bussen daadwerkelijk in te doen zetten voor het verrichten van openbaar vervoer binnen de in de subsidieverleningsbeschikking opgenomen termijn. 5.De subsidieontvanger betaalt de verleende subsidie, vermeerderd met de rente, terug aan het dagelijks bestuur overeenkomstig het bepaalde in de kredietovereenkomst. 6.Op de datum dat de concessie afloopt, moet de lening volledig (100%) zijn afgelost. 7.De subsidieontvanger is verplicht over het uitstaande saldo aan het dagelijks bestuur binnen door het dagelijks bestuur te bepalen termijnen, een bij de subsidieverleningsbeschikking bepaald rentepercentage te betalen, dat van toepassing blijft tot aan de betalingsverplichtingen geheel is voldaan. 8.Het dagelijks bestuur kan in de subsidieverleningsbeschikking nadere verplichtingen opleggen, die in ieder geval betrekking kunnen hebben op de zekerheidsstelling voor de terugbetaling van de subsidie. 9.Het dagelijks bestuur kan ontheffing verlenen van de verplichting de verstrekte subsidie inclusief rente, terug te betalen indien deze verplichting leidt tot zodanige financiële problemen voor de subsidieontvanger dat het voortbestaan van zijn onderneming in gevaar komt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 10.In de subsidieverleningsbeschikking kan het dagelijks bestuur nog aanvullende verplichtingen opnemen. Artikel13.Verantwoording en Controle 1.Binnen drie maanden na de datum van de subsidieverleningsbeschikking, legt de subsidieontvanger tussentijdse verantwoording af door aan het dagelijks bestuur de volgende informatie te verstrekken: bewijs waarmee wordt aangetoond dat de verstrekte subsidie wordt gebruikt overeenkomstig hetgeen bepaald in de subsidieverordening, subsidieregeling, subsidieverleningsbeschikking en uitvoeringsovereenkomsten; indien de bussen nog niet waren verworven op het moment van subsidieverlening: bewijs dat Concessiehouder Materieel het eigendom van de bussen heeft verkregen alsmede bewijs van de werkelijke kosten die gemaakt zijn voor de verwerving van de bussen. 2.Uiterlijk op 1 maart van ieder kalenderjaar legt de subsidieontvanger tussentijdse verantwoording af door aan het dagelijks bestuur de volgende informatie te verstrekken: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; een financieel verslag met daarin ten minste een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten; een inspectierapport van een daartoe gecertificeerde onderneming, dan wel, een door het dagelijks bestuur aan te wijzen te goede naam en faam bekend staande onderneming, waaruit blijkt dat de bussen goed zijn beheerd en onderhouden; een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant; een verklaring dat de bussen waarvoor de subsidie is verstrekt daadwerkelijk worden ingezet voor de uitvoering van het concessiebesluit en het vigerende vervoerplan. Artikel14.Subsidievaststelling en verantwoording 1.Een aanvraag tot subsidievaststelling bevat, in aanvulling op artikel 10 van de subsidieverordening tevens: bewijs dat Concessiehouder Materieel B.V. het eigendom van de bussen heeft verkregen; bewijs van de werkelijke kosten die gemaakt zijn voor de verwerving van de bussen. 2.De subsidieontvanger verleent op verzoek van het dagelijks bestuur medewerking aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt. 3.De subsidieontvanger verleent medewerking aan een door of vanwege het dagelijks bestuur ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek. 4.De subsidieontvanger is verplicht de op de subsidie betrekking hebbende administratie en de daarbij behorende stukken tot 7 jaar na de subsidievaststelling te bewaren. 5.Het dagelijks bestuur kan nadat een aanvraag tot subsidievaststelling is ingediend, op aanvraag van de subsidieontvanger, ontheffing verlenen van de terugbetalingsverplichting indien deze verplichting leidt tot zodanige financiële problemen voor de subsidieontvanger dat het voortbestaan van zijn onderneming in gevaar komt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Artikel15.Bevoorschotting en verrekening 1.Het dagelijks bestuur kan voorschotten verstrekken voor een subsidie die nog niet is vastgesteld. 2.Het voorschot bedraagt maximaal 100% van de hoogte van de subsidie. 3.Betaling van het voorschot vindt plaats overeenkomstig hetgeen is bepaald in de subsidieverleningsbeschikking en kredietverleningsovereenkomst. 4.Als ingevolge artikel 22 van de Wet personenvervoer 2000 of ingevolge een bij of krachtens een andere regeling een subsidie aan de concessiehouder en/of aan Concessiehouder Materieel B.V. is verleend, vindt (meerpartijen)verrekening plaats tussen de betaling van die subsidie en terugbetalingsverplichting ingevolge deze subsidieregeling, zoals nader uitgewerkt in de kredietovereenkomst. Artikel16.Slotbepalingen 1.Deze subsidieregeling treedt in werking na bekendmaking. 2.Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling voor een bussenlening in de Stadsregio Amsterdam 2016-2021. Algemene toelichting Inleiding Deze subsidieregeling vormt de verdere uitwerking van de Verordening op de subsidieverstrekking voor een bussenlening in de Stadsregio Amsterdam 2015. Op basis van deze verordening en regeling is het dagelijks bestuur bevoegd om subsidie in de vorm van een lening te verstrekken aan (een speciaal hiervoor op te richten dochtervennootschap van) concessiehouders in het Stadsregiogebied voor de financiering van het verwerven van bussen om openbaar vervoer mee te verrichten. Voor een algemene toelichting op het systeem van deze subsidieverstrekking alsmede de aanleiding en het doel voor deze subsidie wordt verwezen naar de toelichting bij de verordening. Subsidie kan worden aangevraagd voor zowel de (her)financiering van reeds verworven bussen als voor nog te verwerven bussen. Waar nodig wordt hier in de regeling expliciet onderscheid tussen gemaakt. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit artikel worden een aantal in de subsidieregeling gebruikte begrippen gedefinieerd. Artikel 2. Toepassingsbereik Dit artikel bevat de basis voor en tevens de begrenzing van de subsidieverstrekking. Op grond van dit artikel kan het dagelijks bestuur subsidies verstrekken voor de in artikel 3 omschreven activiteiten. Artikel 3. Activiteiten Dit artikel bepaalt de reikwijdte van de verordening. Op grond van lid 1 is het (uitsluitend) mogelijk om subsidie te verstrekken voor het verwerven van bussen of de herfinanciering van reeds verworven bussen. Met reeds verworden bussen wordt onder meer bedoeld de bussen die de concessiehouder reeds ter beschikking heeft uit hoofde van een sale and lease back constructie. Deze bussen moeten bovendien worden gebruikt om openbaar vervoer mee te verrichten ter uitvoering van een concessiebesluit. Hiermee wordt gegarandeerd dat de bussen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.