Procedure Overleg lokaal onderwijsbeleid van de gemeente RotterdamDe Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 maart 2016 registratienummer dienst: 6MO02018 (raadsvoorstel nr. 16bb1636); overwegende, dat het noodzakelijk is een regeling vast te stellen voor het overleg tussen de gemeente, de schoolbesturen en de houders van kindercentra over het lokaal onderwijsbeleid, ter vervanging van de op 27 september 2012 vastgestelde Verordening Rotterdams Onderwijs Forum; gelet op de bepalingen over het op overeenstemming gericht overleg in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; alsmede gelet op het overleg gevoerd met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen primair, voortgezet, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs en de houders van kindercentra op 8 juli 2015 en het gevoerd overleg met bestuurders van de hogeschool Rotterdam en de hogeschool InHolland, alsmede de zienswijzen die wij ontvingen; besluit: Procedure Overleg lokaal onderwijsbeleid van de gemeente Rotterdam vast te stellen: Artikel1Begripsbepalingen In dit raadsbesluit wordt verstaan onder: bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een volgens de wet op het primair onderwijs, de wet op de expertisecentra, de wet op het voortgezet onderwijs, de wet educatie en beroepsonderwijs, de wet op het hoger onderwijs en de wet op het wetenschappelijk onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bekostigde school voor basisonderwijs/ voor speciaal onderwijs / voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs / voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs / voor algemeen voortgezet onderwijs / voor voorbereidend beroepsonderwijs alsmede regionaal opleidingscentrum, vakinstelling, hogeschool en universiteit die gelegen is op het grondgebied van de gemeente Rotterdam; alsmede de houder van een kindercentrum: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een voorziening exploiteert waar kinderopvang en/of peuterspeelzaalwerk plaatsvindt, anders dan gastouderopvang (Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, Stb. 2010 nr. 297), gelegen op het grondgebied van de gemeente Rotterdam; sector: de sector kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, de sector primair en speciaal onderwijs, de sector voortgezet en speciaal voortgezet onderwijs, de sector middelbaar beroepsonderwijs, de sector hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs; college: college van burgemeester en wethouders; bestuurlijk overleg:het overleg dat gevoerd wordt door bevoegde gezagen en college in de kamers en in het afstemmingsoverleg, zoals bedoeld in artikel 3; leerlingen:kinderen, leerlingen, deelnemers en studenten van de kindercentra en bekostigde scholen voor basisonderwijs, voor speciaal onderwijs / voor voortgezet speciaal onderwijs / voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs / voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs / voor algemeen voortgezet onderwijs / voor voorbereidend beroepsonderwijs alsmede regionale opleidingscentra, vakinstellingen, hogescholen en universiteiten die gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente Rotterdam. Artikel2Functie overlegorgaan 1.Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin het college met bevoegde gezagen per sector of met meerdere sectoren bestuurlijk overleg voeren over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid. 2.In het overlegorgaan komen aan de orde: de onderwerpen waarop het Op Overeenstemming Gericht Overleg van toepassing is als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; overige onderwerpen die van belang zijn voor het lokaal onderwijsbeleid. 3.Doel van het bestuurlijk overleg is te komen tot een samenhangende, integrale, effectieve en te monitoren aanpak van het onderwijs aan en opvang van leerlingen. Artikel3De inrichting en naamgeving van het overlegorgaan 1.Het overlegorgaan, bestaande uit 5 kamers en het afstemmingsoverleg, wordt aangeduid als het Rotterdams Overlegorgaan Lokaal Onderwijsbeleid, verder aan te duiden als ‘het ROLO’. 2.Het overlegorgaan kent 5 kamers waarin onderwerpen als bedoeld in artikel 2, lid 2, aan de orde komen ten behoeve van standpuntbepaling, besluiten en/of adviezen, voor zover die onderwerpen van toepassing zijn op de betreffende sector. de kamer kinderopvang de kamer primair en speciaal onderwijs de kamer voortgezet en voortgezet speciaal onderwijs de kamer middelbaar beroepsonderwijs de kamer hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs 3.Het overlegorgaan kent een afstemmingsoverleg, waarin de wethouder onderwijs en de voorzitters van de kamers zitting hebben. De wethouder onderwijs is voorzitter van het afstemmingsoverleg. Artikel4Samenstelling kamers 1.Ieder bevoegd gezag kan met één vertegenwoordiger deelnemen in de betreffende kamer. 2.Meerdere bevoegde gezagen kunnen zich laten vertegenwoordigen door één vertegenwoordiger in de kamer. 3.Een vertegenwoordiger van een bevoegd gezag in de kamer is vanuit zijn/haar bevoegd gezag gemandateerd tot standpuntbepaling, adviesformulering en besluitvorming zoals bedoeld in artikel 11. 4.Voorafgaande aan een bestuurlijk overleg in een kamer is geregistreerd welke deelnemer welk bevoegd gezag of bevoegde gezagen vertegenwoordigt. Bevoegde gezagen melden dit vooraf schriftelijk aan het secretariaat. 5.De wethouder onderwijs of een daartoe gemandateerde ambtenaar vertegenwoordigt het college in iedere kamer dan wel bij gelegenheid samengevoegde kamers. 6.De kamer kinderopvang wordt voorgezeten door een houder van een kindercentrum. De andere kamers worden voorgezeten door een vertegenwoordiger van een bevoegd gezag uit de betreffende onderwijssector. De voorzitters worden gekozen uit en door de deelnemers aan de kamer. Zij kunnen periodiek rouleren. Artikel5Secretariaat 1.De gemeente verzorgt de secretariële ondersteuning van de kamers en het afstemmingsoverleg. 2.Het secretariaat houdt een register bij van bevoegde gezagen en door wie zij vertegenwoordigd worden in de kamers. Artikel6Derden Derden kunnen, indien de voorzitter van de kamer dit wenst, het college of minstens de helft van de vertegenwoordiger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.