Regeling Uitvoering beloningsbeleidRegeling Uitvoering Beloningsbeleid Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze regeling wordt verwezen naar de begrippen onder artikel 1:1 CAR UWO en hoofdstuk 3 CAR UWO Lid 1 Aanvullende begrippen Conversietabel: De tabel die een koppeling legt tussen de resultaten van de functiewaardering HR21 en de salarisschalen. Functieschaal: De salarisschaal zoals die volgens de Procedureregeling HR21 (functiewaardering) aan een functie is gekoppeld. Maximumsalaris: Het hoogste bedrag van de salarisschaal behorend bij een betreffende functie. Periodiek: De stappen waaruit een salarisschaal is opgebouwd, waarbij de salarisopbouw tussen het minimum- en maximumbedrag behorend bij de betreffende salarisschaal die in bijlage IIa van de CAR-UWO is opgenomen. Personeelsbeoordeling: De eindbeoordeling voortvloeiende uit de jaarlijkse gesprekscyclus zoals vastgesteld in de nota “gesprekscyclus Nuth”. Paragraaf 1 Salaris Artikel 1 Recht op salaris Gelet op het gestelde in artikel 3:2 van de CAR-UWO gelden de volgende aanvullende bepalingen. Lid 1 Een medewerker heeft recht op salaris vanaf de dag waarop het dienstverband (aanstelling of arbeidsovereenkomst) van de medewerker ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit of de arbeidsovereenkomst geen ingangsdatum is opgenomen, vangt het recht op salaris aan op de dag waarop de medewerker feitelijk werkzaamheden is gaan vervullen. Lid 2 Het salaris wordt gebaseerd op de gemiddelde arbeidsduur per week en uitbetaald per maand. Lid 3 Wanneer het salaris of een salaristoelage moet worden berekend over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het bedrag naar evenredigheid vastgesteld. Lid 4 Het recht op salaris eindigt in geval van ontslag met ingang van de dag waarop het einde van het dienstverband ingaat, tenzij er sprake is van een uitzonderingssituatie als gevolg van artikel 16:1:2 CAR-UWO (disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim). Een dergelijke situatie wordt altijd voorgelegd aan het college van B&W gemeente Nuth, waarbij er sprake is van onderbouwing van redenen die deze uitzondering rechtvaardigen. Artikel 2 Inpassing in salarisschaal Lid 1 In aanvulling op het gestelde in artikel 3:3 van de CAR-UWO geldt een aanloopschaal voor de medewerker die nog niet voldoet aan de in zijn functiebeschrijving opgenomen functie-eisen. Lid 2 Wanneer voor de medewerker een salarisschaal gaat gelden met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op een bedrag, gelegen onmiddellijk boven het salaris, dat de medewerker in de oude schaal zou hebben genoten. Indien deze bevordering tegelijkertijd plaatsvindt met een periodieke verhoging vindt eerst de periodieke verhoging plaats en vervolgens de inschaling vanwege de bevordering. Lid 3 Indien bij toepassing van het tweede lid van dit artikel het verschil tussen het oude salaris en het salaris in de nieuwe schaal minder dan 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de medewerker laatstelijk genoot en het naast hogere bedrag in de oude schaal dan volgt een extra periodieke verhoging. Lid 4 Wanneer de in het derde lid benoemde vergelijkingsystematiek niet mogelijk is omdat de medewerker het maximum van de salarisschaal behorende bij zijn oude functie reeds had bereikt, dient te worden vergeleken met het verschil tussen het bedrag behorende bij periodiek 10 en 11 in de oude schaal. Artikel 3 Periodieken Met inachtneming van artikel 3:4 CAR-UWO en nadere uitwerking van lid 2, 3 en 4 zijn de volgende aanvullende voorwaarden voor het toekennen of onthouden van periodieken van toepassing Lid 1 Het salaris van de medewerker wordt bij minimaal voldoende functioneren binnen de voor hem geldende salarisschaal jaarlijks periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag. Een beoordeling van het functioneren gebeurt gemotiveerd volgens de geldende beoordelingsregeling. Lid 2 Bij onvoldoende functioneren vindt er geen periodieke verhoging plaats. Een beoordeling van het functioneren gebeurt gemotiveerd volgens de geldende beoordelingsregeling. Lid 3 Bij uitstekend functioneren kan er een extra periodieke verhoging plaatsvinden. Een beoordeling van het functioneren gebeurt gemotiveerd volgens de geldende beoordelingsregeling. Een medewerker functioneert uitstekend als deze twee jaar achtereenvolgens de hoogst mogelijke beoordeling heeft gekregen (uitsluitend score A op onderdeel resultaten). Lid 4 Als er een besluit wordt genomen dat er een extra periodieke salarisverhoging of geen periodieke salarisverhoging wordt toegekend, dan zal de medewerker daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte worden gesteld. Dit besluit bevat tevens de redenen die aan dit besluit ten grondslag liggen. Lid 5 De diensttijd die als medewerker in tijdelijke dienst wordt doorgebracht en die onmiddellijk gevolgd wordt door een aanstelling of arbeidsovereenkomst, komt in aanmerking voor een beoordeling en de daaruit voortvloeiende salarisconsequentie als bedoeld in dit artikel. Lid 6 Als er in een betreffend jaar niet meer dan zes maanden arbeid is verricht, kan niet in redelijkheid worden vastgesteld of sprake is van voldoende functioneren. De volgende tijd kan aangemerkt worden als het niet verrichten van arbeid: tijd doorgebracht met verlof zonder salaris, indien het verlof is verleend uitsluitend in het belang van de medewerker, dan wel is verleend onder voorwaarde, dat bedoelde tijd niet zal meetellen voor de vaststelling van de diensttijd; tijd doorgebracht met verlof zonder salaris, voor zover deze een tijdvak van een half jaar te boven gaat; tijd gedurende welke de ambtenaar in de uitoefening van zijn functie is geschorst: bij wijze van disciplinaire straf; van rechtswege, behoudens in geval van plaatsing of in bewaringstelling in een inrichting; op grond van het feit, dat een strafrechtelijke vervolging terzake een misdrijf tegen hem is ingesteld, of hem het voornemen tot oplegging van de straf is aangezegd, dan wel hem een straf is opgelegd; omdat het belang van de dienst de schorsing vorderde, tenzij het tot schorsen bevoegd gezag het tegendeel bepaalt; tijd doorgebracht wegens arbeidsongeschiktheid. Lid 7 Een periodieke verhoging wordt per 1 januari van het jaar volgend op de beoordeling toegekend. Paragraaf 2 Overgangsrecht Artikel 4 Garantie- en afbouwtoelagen Lid 1 De salaristoelagen zijn geregeld in hoofdstuk 3 CAR-UWO. De medewerker ontvangt een schriftelijke besluit van de salaristoelagen waarop hij uit hoofde van hoofdstuk 3 CAR UWO recht heeft inclusief de van toepassing zijnde overgangsrechtelijke vergoedingen of rechten en de wijze van berekening van deze vergoedingen of rechten. Lid 2 Bestaande (garantie)toelagen Het recht op toelagen - ongeacht de benaming - die naast het salaris structureel onderdeel uitmaken van het vaste inkomen van medewerkers die op 31-12-2015 in dienst waren bij de gemeente Nuth en van oorsprong bedoeld zijn als garantie om een terugval in emolumenten en toelagen op te vangen, blijft bestaan. De toelage wordt omgezet in een garantietoelage als bedoeld in artikel 3:15 CAR UWO. Lid 3 Bestaande toelagen met einddatum Tijdelijke toelagen met een schriftelijk vastgelegd eindpunt lopen door conform de daarbij gemaakte afspraken en voorwaarden en eindigen op de afgesproken datum. Lid 4 Structurele toelage Overgangsrecht (TOR) Toelagen zonder een schriftelijk vastgelegd eindpunt worden omgezet in een toelage Overgangsrecht waarbij de gemaakte afspraken en voorwaarden worden gehonoreerd. Uitgangspunt is dat de zittende medewerker er niet op achteruit gaat. Lid 5 Tijdelijke toelage overgangsrecht (tijdelijke TOR) Tijdelijke toelagen zonder een schriftelijk vastgelegd eindpunt worden omgezet in een tijdelijke toelage Overgangsrecht waarbij de gemaakte afspraken en voorwaarden worden gehonoreerd. Dat wil tevens zeggen dat bij beëindiging van de tijdelijke TOR de afbouwregeling wordt gehanteerd die van toepassing was op 31-12-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.