Evenementenbeleid 2016Inhoud HOOFDSTUK 1 INLEIDING 4 1 Aanleiding en doel nota 4 2 Deregulering 6 3 Status beleidsregel 7 4 Inspraak 7 5 Inwerkingtreding en titel 7 6 Evaluatie 8 7 Leeswijzer 8 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER 10 1 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Westerveld 10 2 Dienstenrichtlijn/Dienstenwet 13 3 Algemene wet bestuursrecht (Awb) 13 4 Gemeentewet 14 5 Drank- en Horecawet 14 6 Zondagswet 14 7 Winkeltijdenwet 15 8 Wet op de kansspelen 15 9 Wegenverkeerswet 1994 / Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer / Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 16 10 Regeling Verkeersregelaars/ Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer 17 11 Bouwbesluit, tijdelijke bouwwerken 18 12 Vuurwerkbesluit 18 13 Wet algemene bepalingen omgeving (Wabo), Bestemmingsplan 19 14 Wet geluidhinder 20 15 Wet milieubeheer 20 16 Gezondheids- en welzijnswet dieren 20 17 Legesverordening 21 18 Wet Luchtvaart 21 19 Overige regels 22 HOOFDSTUK 3 Maximumstelsel 23 3.
(6x)St. Brinkactiviteiten/Organisatie bureau Thomas09 Kerstmarkt Stichting Volksfeestcommissie Havelte Frederiksoord: Kolonie zomermarkt Stichting Maatschappij van Weldadigheid Lentefair Stichting Gehandicaptentuin Frederiksoord Winter Boschfestijn Stichting Maatschappij van Weldadigheid Wateren: ·Jaarmarkt Organisatiebureau Thomas09 Zorgvlied ·Kerstmarkt Ondernemersvereniging WWZ De burgemeester kan, andere dan hierboven genoemde, jaarlijks terugkerende braderieën en markten aanwijzen waarvoor onderstaande regels en criteria niet geldt indien deze hun kwalitatieve bestaansrecht hebben bewezen. Deze worden dan op de bovenstaande lijst toegevoegd. Anderzijds kunnen onderstaande regels ook van toepassing verklaard worden op bovenstaande braderieën en markten indien in de toekomst blijkt dat deze braderieën of markten geen positieve uitstraling meer hebben of overlast of openbare ordeproblemen veroorzaken. 3.1.4 Regels en criteria overige braderieën en markten Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen voor een evenementenvergunning voor het houden van braderieën en markten die nog niet hun bestaansrecht in Westerveld hebben aangetoond op grond van kwaliteit, bezoekersaantallen en/of culturele bijdrage aan de gemeente. Ook zijn deze regels voor organisatiebureaus die vanuit een commercieel belang beroepsmatig (meerdere) braderieën en markten organiseren binnen Westerveld: Voor braderieën en markten kunnen in principe geen dorpskernen en/of hoofdverkeerswegen worden afgesloten. Bij een aanvraag voor een evenementenvergunning voor een braderie of markt wordt de locatie per geval op geschiktheid beoordeeld. Er mogen slechts drie braderieën of markten per jaar per dorpskern (brinken) plaatsvinden. Dit maximum aantal geldt naast de in 3.1.3 genoemde braderieën en markten. Deze braderieën en markten dienen door verschillende organisatoren gehouden te worden. Hierbij is de volgorde van binnenkomst van een volledige aanvraag om een vergunning bepalend. De aanvraag kan echter niet aangevraagd worden eerder dan 1 januari van het jaar waarvoor het evenement wordt aangevraagd. Echter indien een organisator minimaal twee jaar achter elkaar op een locatie op eenzelfde tijdsperiode een braderie of markt heeft georganiseerd, heeft deze voorrang boven een nieuw te organiseren braderie of markt. Iedere organisator mag maximaal vier braderieën of markten per jaar per dorpskern (brinken) organiseren, elk in een ander dorp binnen de gemeente. Elk jaar zijn er organisatoren van braderieën of markten die een vergunning aanvragen voor een groot aantal braderieën of markten per jaar. Om andere organisatoren ook een kans te bieden en om de diversiteit van de braderieën en markten te waarborgen, wordt een maximum gesteld van vier braderieën of markten per organisator per jaar. Indien dezelfde rechtspersonen of natuurlijke personen verschillende handelsnamen gebruiken, wordt deze beschouwd als dezelfde organisator. Om moverende redenen kunnen organisatoren in onderling overleg een braderie of markt “ruilen” zodat deze in een dorpskern maximaal drie braderieën of markten kan organiseren (met het maximum van vier binnen de gemeente). Buiten de dorpskernen, met name de Brinken, kunnen braderieën plaatsvinden buiten het in sub c en d gestelde indien hiervoor geen wegen hoeven te worden afgesloten, er in de directe omgeving geen agglomeratie van huizen is gelegen en omliggende huizen en bedrijven bereikbaar blijven. Hierbij kan gedacht worden aan de evenemententerreinen (zie paragraaf 4.5). Indien er voor een bepaalde locatie aanvragen zijn door meerdere organisatoren, zullen de data tussen deze organisatoren worden verdeeld. Een braderie of markt mag maximaal één dag duren. Evenementen leggen een druk op de omgeving, zoals de omwonenden en winkeliers. Door een maximum van één dag per braderie en markt te stellen, in combinatie met een maximum aantal braderieën en markten per jaar per locatie, wordt de ‘activiteitendruk’ op een locatie gereguleerd. Het houden van een braderie op een zaterdag of door de weekse dag heeft de voorkeur boven de zondag. Niet alleen wordt hiermee de zondagsrust gerespecteerd en hoeft geen ontheffing voor de Zondagswet afgegeven te worden, maar ook de lokale economie kan hierdoor profijt trekken van de aantrekkende werking van de braderie op toeristen. Tijdens een braderie en markt geldt een minimum van 10 ‘gevulde’ kramen. Hierbij geldt de voorwaarde dat er geen lege kramen opgesteld mogen zijn. ‘Gevuld’ wil zeggen dat de kraam gevuld moeten zijn met goederen die verkocht/gekocht kunnen worden, dan wel gepresenteerd worden. (Nagenoeg) lege kramen zorgt voor een rommelige en slechte uitstraling van zowel de braderie en markt als de omgeving. Door de eis te stellen van een minimum aantal ‘gevulde’ kramen, wordt gedeeltelijk een rommelige en slechte uitstraling voorkomen. Indien blijkt dat een organisator zich meer dan eens niet aan deze voorwaarde heeft gehouden, zullen vergunningaanvragen door deze organisator in de toekomst worden geweigerd. Tijdens een braderie en markt dienen de kramen (nagenoeg) aangesloten te staan. Om geen onnodig beslag te leggen op de openbare ruimte en om een rommelige uitstraling tegen te gaan, dienen de kramen dicht bij elkaar te staan en niet verspreid over de ruimte. Bij een braderie dienen bij voorkeur ook culturele activiteiten aanwezig zijn. Culturele activiteiten zijn bijvoorbeeld activiteiten voor kinderen, spel en attracties, vertoon van kunsten (zoals theater en muziek), het uitoefenen van een ambacht et cetera. Verenigingen van plaatselijk belang of plaatselijke winkeliersverenigingen kunnen aan een organisatiebureau verzoeken namens hun een braderie te organiseren. Deze criteria worden vertaald naar de voorschriften voor het organiseren van een braderie of markt. Op grond van openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid en/of milieu kunnen nadere voorschriften aan de evenementenvergunning worden verbonden. De burgemeester kan bepalen dat één of meer criteria niet gelden voor een aangevraagde braderie, dan wel markt. Indien een braderie op zondag voor 13.00 uur wordt gehouden, zal een ontheffing op grond van de Zondagswet noodzakelijk zijn. Zoals onder ‘de Zondagswet’ in paragraaf 2.6 is aangegeven, zal de ontheffing voor een begintijd voor 13.00 uur niet worden gegeven indien de braderie of markt in de nabijheid van een kerk plaats vindt waar op zondagochtend een kerkdienst wordt gehouden. 3.1.5 Aanvraagprocedure Voor het organiseren van een braderie of markt dient een aanvraag voor een evenementenvergunning via de digitale balie ingediend te worden. Voor een goede beoordeling dient bij de aanvraag gevoegd te worden: een beschrijving van de te verkopen waren en attracties op de braderie dan wel markt; het aantal kramen, attracties en eetkramen die men wil plaatsen; een plaatsbepaling van de braderie of markt, zo nodig met een situatietekening op schaal, met de indeling van de braderie dan wel markt; Voor de beoordeling van de braderie dan wel markt, kan een situatietekening op schaal met de indeling van de braderie of markt worden gevraagd indien deze nodig is in verband met de beoordeling van de bereikbaarheid van de hulpdiensten en de situatie ter plaatse op het moment van de braderie dan wel markt (uitvoerende werkzaamheden, ruimteverdeling et cetera). -indien er sprake is van een onderneming en/of rechtspersoon: een recent uittreksel van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (niet ouder dan drie maanden) waaruit blijkt dat de organisator activiteiten, waaronder het organiseren van een braderie dan wel markt, ontplooit; Indien een aanvrager (organisator) van een evenementenvergunning voor braderieën en markten niet ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel, is moeilijk uit te maken of sprake is van een zelfde aanvrager onder een andere naam (zie onder de criteria). Zonder duidelijke identificatie van de aanvrager is tevens de eventueel benodigde handhaving op voorschriften in de evenementenvergunning lastig (wie moet worden aangeschreven?). Indien de aanvrager de bovengenoemde stukken niet overlegt terwijl dit wel noodzakelijk is om de aanvraag te kunnen beoordelen, kan de aanvraag buiten behandeling gelaten worden. 3.2 Overige evenementen 3.2.1 Inleiding Jaarlijks komen tussen de 160 en 200 aanvragen voor een evenementenvergunning en meldingen klein evenement binnen bij de gemeente Westerveld. De aanvragen/meldingen betreffen met name braderieën en markten, dorpsfeesten, concours hippique, optochten, wielerrondes, muziekfestivals, kermis, circus, buurtfeesten, stuntshows, de viering van Koningsdag, toertochten, bloemencorso, wedstrijden en sportieve evenementen. Veel van deze evenementen vinden jaarlijks plaats. Zoals in de inleiding al is vermeld, geven de weigeringsgronden voor een vergunning in de APV niet altijd de mogelijkheid te sturen op de hoeveelheid en de locatie van evenementen. Een veelvoud aan evenementen, vaak van eenzelfde soort zoals braderieën, geeft overlast aan bewoners, verkeer en winkeliers. Ook kunnen evenementen op een locatie zorgen voor beschadiging van de locatie en kosten voor herstel van de gemeente. Hierbij kan gedacht worden aan de brinken in dorpskernen. De historische brink in Dwingeloo is in 2012 heringericht. Om deze kwetsbare plek in het beschermd dorpsgezicht te beschermen, zullen daar slechts bepaalde evenementen plaats kunnen vinden. 3.2.2 Toegestane evenementen De beleidsregels zijn er niet op gericht evenementen die al jaren plaatsvinden en vele bezoekers trekken te ontmoedigen maar om te sturen in verband met de leefbaarheid in dorpen voor de bewoners en ondernemers. De volgende evenementen (niet zijnde de braderieën onder paragraaf 3.1) hebben een plek op de ‘evenementenkalender’ van Westerveld. Lijst van ‘vaste’ evenementen Dorp: Organisator Locatie Diever: LR + PC concours hippique LR + PC Huneruiters Diever Wittelte Diever LIeVeEr Stichting Diever Live Diever Dwingeloo: Dwingelermarkt (2 x per jaar) Stichting Dwingelermarkt Brink Sterrenfestival Stichting Sterren Brink Kuna Festival Taribush Events Kamp de Marke Westhoek paardendagen C.H. de Westhoek evenemententerrein Paardenvierdaagse St. Hippische Week Dw’loo Dwingelderveld Old & Nei * St. Old & Nei Brink Vledder: Lus van Vledder Wielercomité Vledder centrum Endurance St. Paardenrecreatie DFW Drents Friese Wold e.o. Frederiksoord: Bloemencorso Florialiacorso Frederiksoord Majoor van Swietenlaan Flodderfeest St. Flodderfeest Majoor van Swietenlaan Van Swietenfestival St. Pop & Events Westerveld Majoor van Swietenlaan Concours Hippique Rijvereniging Van den Bosch Sterrenbos Bosschoord: -Paard en Erfgoed St. Paard & Erfgoed Hoeve Bosschoord Lhee -Oogstdag St. Oogstdag Lhee Zorgvlied Ringsteken Ringsteekcie. Zorgvlied Zorgvlied Paardenvierdaagse Stichting Paardenvierdaagse Zorgvlied e.o. Overig: Wampex Vledder Stichting Wampex Vledder e.o. Wampex Dwingeloo Stichting Wampex Dwingeloo Dwingeloo e.o Drentse 8 Ronde van Drenthe Dwingeloo e.o. Drentse Fiets4daagse Drentse Fiets4daagse Westerveld * Onder voorwaarde dat de voorschriften niet worden overtreden. Organisatoren van evenementen geven er veelal de voorkeur aan hun evenement in een dorpskern plaats te laten vinden. Dit geeft meer aanloop (van met name toeristen) en heeft veelal meer sfeer. Vanuit het oogpunt van het tegengaan van overlast voor omwonenden, verkeer, winkeliers en aan de (kwetsbare) dorpsbrinken, verdient het aanbeveling grote evenementen op de daarvoor geschikte evenemententerreinen te houden (zie paragraaf 4.5). 3.2.3 Regels en criteria overige evenementen Voor zover de aangevraagde vergunningen voor evenementen niet op grond van hun historie zijn opgenomen in bovenstaande lijst (met uitzondering van omissies op deze lijst), zullen zij bij voorkeur op evenemententerreinen dienen plaats te vinden. Met inachtneming van bovengenoemde lijst kunnen er jaarlijks per dorpskern, met uitzondering van Dwingeloo, maximaal vier vergunningplichtige evenementen van enige omvang plaatsvinden. Braderieën en markten tellen hier niet mee. Hiervoor zijn onder 3.1.4 beleidsregels opgenomen. Voor de evenementen in de dorpskernen, voor zover zij niet in bovengenoemde lijst zijn opgenomen, zijn de volgende beleidsregels van toepassing: Bij een aanvraag voor een evenementenvergunning wordt de locatie per geval op geschiktheid beoordeeld; Er mogen slechts vier evenementen van enige omvang per jaar per dorpskern plaatsvinden. Dit maximum aantal geldt naast de hierboven genoemde ‘vaste’ evenementen. Bij dit maximum wordt er naar gestreefd dat de evenementen bij voorkeur met een minimale tussenpoos van twee weken moet plaatsvinden, waarbij aangetekend wordt dat dit in de zomermaanden niet kan worden behaald. De evenementen dienen bij voorkeur door verschillende organisatoren gehouden te worden. Hierbij is de volgorde van binnenkomst van een volledige aanvraag om een vergunning bepalend. De aanvraag kan echter niet eerder aangevraagd worden dan 1 januari van het jaar waarvoor het evenement wordt aangevraagd. Echter indien een organisator minimaal twee jaar achter elkaar op een locatie in eenzelfde tijdsperiode evenement heeft georganiseerd, heeft deze voorrang boven een nieuw te organiseren evenement; Indien een nieuw evenement een aantal jaar zijn bestaansrecht in Westerveld heeft aangetoond op grond van kwaliteit, bezoekersaantallen en/of culturele bijdrage aan de gemeente, kan dit evenement op de in lijst van ‘vaste evenementen’ van paragraaf 3.2.2 worden opgenomen. Iedere organisator die niet namens een plaatselijke belangenvereniging optreedt mag maximaal vier evenementen per jaar organiseren, elk in een ander dorp binnen de gemeente. Om diverse organisatoren een kans te bieden en om de diversiteit van de evenementen te waarborgen, wordt een maximum gesteld van evenementen per organisator per jaar. Indien dezelfde rechtspersonen of natuurlijke personen verschillende handelsnamen gebruiken, wordt deze beschouwd als dezelfde organisator; Een evenement mag maximaal drie aaneengesloten dagen duren. Evenementen leggen een druk op de omgeving. Door een maximum van drie dagen per evenement te stellen, in combinatie met een maximum aantal per jaar per locatie, wordt de ‘activiteitendruk’ op een locatie gereguleerd. 3.3 Hardheidsclausule Dit beleid is erop gericht het aantal evenementen binnen een bepaalde mate van overlast van bewoners en omgeving te houden. De beleidsregels zijn echter niet bedoeld om in alle gevallen op aantallen te oordelen. Indien een evenement wordt aangevraagd dat op grond van de beleidsregels niet is toegestaan omdat de maximale aantallen al behaald zijn, kan de burgemeester besluiten op grond van de aantrekkelijkheid van het evenement en met het afwegen van diverse belangen, besluiten alsnog een evenementenvergunning te verlenen. HOOFDSTUK4BELEIDSREGELS EN EVENEMENTENTERREINEN 4.1 Kleine evenementen Tot de vaststelling van de APV in 2010 was voor elk evenement een vergunning nodig. In de APV van 2010 werd opgenomen dat wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan, sprake is van een klein evenement waarvoor een meldingsplicht geldt. Deze voorwaarden zijn: het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 25 personen; het evenement tussen 09.00 en 00.30 uur plaats vindt; geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats; slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; er een organisator is; de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. In de praktijk werden deze voorwaarden nog als te beperkt ervaren, mede gezien de aanzienlijke verhoging van de leges voor een evenementenvergunning. Hierdoor kwamen kleine, lokale evenementen zoals kinderspeeldagen of optochten in gevaar. Door een wijziging van de APV in 2012 zijn de voorwaarden voor een klein evenement iets ruimer geworden: het aantal deelnemers voor een klein evenement is maximaal 50 personen en een klein evenement kan ook plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats als dit geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten. Hierdoor kunnen ook kinderstraatspelen of buurtbarbecues met een melding volstaan voor zover deze niet op een doorgaande weg plaatsvinden. In de APV van 2012 is tevens opgenomen dat een stille tocht of herdenkingstocht een klein evenement is. In de APV van 2012 is ook opgenomen dat het college kan bepalen wanneer er sprake is van een klein evenement waarvoor geen vergunning nodig is, maar volstaan kan worden met een melding. Door het college aangewezen kleine evenementen dienen wel altijd een organisator te hebben en dienen binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement gemeld te worden. Het is echter de burgemeester die bevoegd gezag is inzake evenementenvergunningen. De burgemeester is van mening dat ook de bij volgende activiteiten sprake is van een klein evenement waar volstaan kan worden met een melding: een uitbreiding van het kleine evenement in de APV tot 100 personen onder sub a.; optochten voor kinderen zoals lampiontochten, Palmpasenoptochten, Sint Maartenoptochten; Sinterklaasintochten (zonder risicovolle randactiviteiten); optochten zonder praalwagens of ander gemotoriseerde vervoersmiddelen; spelactiviteiten voor kinderen; kleinschalige wandel- en fietsactiviteiten (tot 250 deelnemers); oriënteringsritten of andere kaartleestochten; oldtimer- of toertochten (tot 50 voertuigen of 15 paarden); herdenkingsplechtigheden; een braderie of snuffelmarkt van maximaal 10 kramen waarbij tweedehands spullen en/of zelfgemaakte goederen en/of zelfgemaakte etenswaren worden verkocht en waar geen ambulante handel plaatsvindt en waar geen alcoholhoudende drank wordt verkocht. Het aantal aanwezigen als voorwaarde voor een klein evenement als bedoeld in artikel 2.25, lid 2, sub a dient gelezen te worden als zijnde op enig tijdstip tijdens het evenement. Dit betekent dat het totale aantal aanwezigen gedurende het hele evenement hoger kan liggen. De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding het organiseren van een meldingsplichtig evenement verbieden indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 4.2 Vergunning voor meerdere jaren Op grond van artikel 1.7 van de APV wordt de vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd afgegeven, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. In de praktijk werden tot op heden evenementenvergunningen voor de duur van het evenement jaarlijks afgegeven. Dit gebeurde ook voor evenementen die jaarlijks plaatsvinden. Gezien de wens naar deregulering wordt vanaf 2014 voor evenementen die jaarlijks terugkeren en waarbij geen substantiële veranderingen plaats vinden en die geen hoog risico hebben, door de burgemeester een vergunning voor vijf jaar afgeven. Dit geldt ook voor de verkeersbesluiten die jaarlijks gelijk zijn en waarvoor voor het betreffende evenement een vergunning voor vijf jaar is afgegeven. Hierbij kan aansluiting gezocht worden voor de jaarlijkse braderieën van paragraaf 3.1.3 en de jaarlijkse evenementen van paragraaf 3.2.
- Maar ook evenementen die al minimaal 3 jaar achter elkaar plaats hebben gevonden en waarbij voor volgende edities geen substantiële wijzigingen of risico’s te verwachten zijn. Voorwaarde hierbij is wel dat eventuele wijzigingen, zoals data, de opstelling van tenten/kramen, een andere activiteit, contactpersonen, telefoonnummers en andere zaken, uiterlijk acht weken voorafgaand aan het evenement worden doorgegeven. De organisator is hier toe verplicht omdat de vergunning is verleend op basis van aangedragen gegevens voor de ‘lopende’ vergunning. Indien men de wijzigingen niet (tijdig) aan de gemeente doorgeeft zijn (gewijzigde) activiteiten niet vergund en is de organisator op grond van de APV in overtreding. Gedacht kan worden aan de jaarlijks terugkerende dorpsfeesten waarvoor echter jaarlijks andere randactiviteiten worden gehouden. Voorschrift bij een meerjarige vergunning is dat de organisator uiterlijk vier weken voorafgaand aan het evenement de gemeente meldt dat het evenement op de bepaalde datum doorgang vindt. Deze melding achten wij noodzakelijk zodat van gemeentewege de eventueel benodigde acties in werking gezet kunnen worden zoals publicatie van het evenement en eventuele wegafzettingen, het op de hoogte brengen van (hulp)diensten, het verzorgen van dranghekken etc. Indien de vergunninghouder dit voorschrift niet nakomt, zal de meerjarige vergunning worden ingetrokken. Samengevat kunnen meerjarige vergunningen worden afgegeven indien: de organisator/aanvrager de afgelopen 3 jaar het evenement heeft georganiseerd en er zich geen problemen hebben voorgedaan; het een jaarlijks terugkerend evenement betreft met jaarlijks gelijke activiteiten; het een evenement betreft waar vooraf geen risico’s aan kleven of; het evenement is opgenomen in de lijsten van 3.1.3 of 3.2.
- 4.3 Ongewenste evenementen: evenementen van bijzondere aard Als het gaat om het soort evenementen, dan willen wij vooraf – voor zover mogelijk – vaststellen welks soort evenementen als onwenselijk worden beschouwd. Het gaat hier in ieder geval om de volgende evenementen: a.Vechtevenementen/evenementen in strijd met de menselijke waardigheid Kooigevechten en andere soortgelijke vechtevenementen, waarbij niet of nauwelijks regels gelden, en het sportieve karakter dus niet of nauwelijks een rol speelt, zijn in Westerveld in beginsel niet toegestaan. Het gaat hier dus niet om reguliere vechtsporten zoals boksen of judo. Naar ons oordeel zijn kooigevechten en dergelijke evenementen in strijd met de openbare orde aangezien ze in strijd zijn met menselijke waardigheid. Hetzelfde geldt voor andere evenementen waarbij de menselijke waardigheid in het geding is zoals bijvoorbeeld ‘dwergwerpen’. De gemeente staat in beginsel uitsluitend vechtsportevenementen toe die onder auspiciën staan van koepelorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF. b.Evenementen met dieren/circus Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (Gwwd) (en Wet Dieren na inwerkingtreding) voor dieren gelden er regels voor het gebruik van dieren bij evenementen. Zo is het verboden om een dier als prijs, beloning of gift uit te reiken bij wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere dergelijke evenementen (artikel 57 Gwwd). De wet bevat ook een verbod om dierengevechten te organiseren of dieren aan dierengevechten te doen deelnemen (artikel 61 Gwwd). Artikel 65 van de wet bevat de mogelijkheid om bij AMvB regels te kunnen stellen ten aanzien van het tonen van dieren wegens ‘recreatieve, sportieve of opvoedkundige doeleinden”. Circussen met dieren vallen hier bijvoorbeeld onder. Sinds september 2015 is het niet meer toegestaan met wilde dieren deel te nemen aan een circus of een ander optreden (zie verder onder paragraaf 4.10.3). In Westerveld zullen geen evenementenvergunningen worden verleend voor evenementen waarbij bekend is dat dieren worden mishandeld, gekweld of en waarbij tevens de gezondheid van het dier in gevaar kan komen (kamelenraces, rodeo’s met dieren et cetera). c.Snelheidswedstrijden met gemotoriseerde voertuigen Snelheidswedstrijden met auto’s, motoren of andere gemotoriseerde voertuigen op de openbare weg waarbij in beginsel uitsluitend of hoofdzakelijk de snelheid van het voertuig doorslaggevend is, zijn in beginsel in Westerveld niet (meer) toegestaan. De redenen hiervoor zijn de volgende: een dergelijke wedstrijd betekent in de praktijk dat de openbare weg gedurende geruime tijd moet worden afgesloten. Dit veroorzaakt overlast voor omwonenden en eigenaren van omliggende percelen. Naar ons oordeel verdraagt een dergelijke afsluiting zich niet met het waarborgen van de bruikbaarheid van de weg en de vrijheid van het verkeer (artikel 2, lid 1, sub c en d Wegenverkeerswet 1994) en met het in deze nota genoemde beleid inzake afsluiten van wegen; de verkeersveiligheid voor voetgangers kan niet voldoende worden gegarandeerd (artikel 2, lid 1 onder a en b Wegenverkeerswet 1994). Dit vanwege het feit dat een dergelijke wedstrijd plaats vindt op de openbare weg en omwonenden toch van deze weg gebruik moeten maken om hun huis/perceel te bereiken; dergelijke wedstrijden kunnen overlast, hinder of schade voor omwonenden veroorzaken, alsmede negatieve gevolgen hebben voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer (artikel 2, lid 2, sub a). Hierbij valt te denken aan geluidsoverlast, stankoverlast, schade aan de veestapel en flora en fauna; naar onze mening vormt een dergelijk evenement een aantasting van het karakter en de functie van het gebied (artikel 2, lid 2, onder b Wegenverkeerswet). Met andere woorden: een dergelijk evenement past niet in onze landelijke gemeente waar het accent ligt op rust, ruimte en groen. Het voorgaande houdt in dat wij in beginsel alleen nog maar ontheffingen o.g.v. artikel 148 Wegenverkeerswet verlenen voor wedstrijden op of aan de weg in het geval het gaat om niet gemotoriseerde voertuigen of een wedstrijd met gemotoriseerde voertuigen zonder snelheidselement. Ook kan het mogelijk zijn een ontheffing te verlenen indien de te beschermen belangen zoals genoemd onder 1 tot en met 4 door de wedstrijd niet zullen worden aangetast gezien de locatie van de wedstrijd. Evenementen met gemotoriseerd verkeer op een locatie niet zijnde de openbare weg zijn in beginsel nog wel toegestaan. Ook evenementen met gemotoriseerde voertuigen die wel gebruik maken van de openbare weg maar waarbij snelheid geen rol speelt (bijvoorbeeld een oldtimertocht) zijn wel toegestaan. Dit hangt samen met het feit dat de overlast als gevolg van dit soort evenementen minder groot is (de wegen hoeven niet te worden afgesloten) en de milieubelasting lager is vanwege de lagere (normale) snelheid. De jaarlijkse Enduro motorcross georganiseerd door MC Havelte is nog wel toegestaan. d.Evenementen met een seksistisch dan wel racistisch karakter Evenementen met een expliciet seksueel karakter zijn in beginsel niet toegestaan. Het gaat hier niet zo zeer om bijvoorbeeld een erotische beurs als wel om optredens met een expliciet pornografisch karakter. Naar het oordeel van het gemeentebestuur zijn dergelijke evenementen in strijd met de menselijke waardigheid en derhalve strijdig met de openbare orde. Hetzelfde geldt voor evenementen met een expliciet racistisch karakter. e.Evenementen in natuurgebieden Binnen de gemeente zijn diverse gebieden aangewezen waarbinnen natuurbehoud en natuurontwikkeling voorop staat. Hierbij moet natuurlijk gedacht worden aan de Nationale parken Dwingelderveld, het Drents-Friese Wold en aan het Natura2000 gebied Holtingerveld. Het gebied Oosterzand nabij Uffelte zal in de toekomst stiltegebied worden. In beginsel worden in of in de directe nabijheid van een dergelijk gebied geen evenementen toegestaan die dermate milieu- en/of omgevingsbelastend zijn dat ze de natuur- en/of milieuwaarden van het gebied kunnen aantasten. Dergelijke evenementen moeten worden geweigerd vanwege de bescherming van het milieu en de strijdigheid met de openbare orde. Ook volgens het provinciaal omgevingbeleid, vastgelegd in de Omgevingsvisie Drenthe (dit vervangt het tweede Provinciaal omgevingsplan (POPII)) is het doel om in stiltegebieden rust te behouden. Er geldt op grond van de Omgevingsvisie voor niet-natuurlijke geluidsbronnen een richtwaarde van 35 dB(A) voor het Leq en 40 dB(A) voor het Lmax, alsmede een streefwaarde van 30 dB(A) voor het Leq en 35 dB(A) voor het Lmax. Dit betekent bijvoorbeeld dat geen toestemming zal worden verleend voor evenementen in of vlakbij natuurgebieden waarbij veel geluid wordt geproduceerd (bijvoorbeeld een concert) of met een sterk verkeersaantrekkend karakter. Kleinschalige evenementen die passen binnen het gebied (bijvoorbeeld een biologische markt) zijn in beginsel wel toegestaan. De Toegangspoort Holtingerveld is echter in het bestemmingsplan aangewezen als evenemententerrein. Evenementen die passen binnen dit gebied zijn dan ook toegestaan. Het spreekt vanzelf dat de grondeigenaar (zoals Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten) ook altijd nog toestemming zal moeten verlenen voor het gebruik van het terrein. De gemeente Westerveld heeft een regio-promotieplan ontwikkeld om de zuid - west hoek van Drenthe nadrukkelijke op de toeristisch recreatieve kaart te zetten. Onder de merknaam “Het nationale park van Drenthe” worden initiatieven genomen om meer één – en meerdaagse activiteiten in het genoemde gebied te laten groeien. Hierbij ligt de focus op de 5 belangrijkste pijlers, namelijk natuur, cultureel erfgoed en monumenten, archeologie, duisternis en sterren en de Koloniën van Weldadigheid. 4.4 Begin- en eindtijden evenement en Zondagswet In beginsel worden de tijden van het evenement aangehouden zoals deze in de aanvraag zijn opgenomen. In sommige situaties kan er echter aanleiding zijn om hier kritisch naar te kijken (bijvoorbeeld voor een evenementen in de nabijheid van woningen). Voor de begintijden van een evenement geldt dat op maandag tot en met zaterdag een start van het evenement vóór 09.00 uur in beginsel niet is toegestaan. Een uitzondering hierop kan zijn het opbouwen van het evenement en de activiteiten op Koningsdag. De Zondagswet geeft regels inzake de zondagsrust. Indien een evenement op zondag voor 13.00 uur zal beginnen, dan kan en zal de burgemeester in beginsel ontheffing verlenen op grond van de Zondagswet. Indien het evenement echter in de nabijheid van een kerk plaatsvindt, wordt deze ontheffing in beginsel niet afgegeven. Ook de opbouw van een evenement mag in de nabijheid van een kerk niet voor het einde van de ochtenddienst plaatsvinden. Voor wat betreft de eindtijden van een evenement wordt in beginsel de maximale eindtijd aangehouden die in de APV wordt gehanteerd ten aanzien van incidentele en collectieve festiviteiten. Dit betekent dat evenementen die op zondag tot en met donderdag plaatsvinden/beginnen tot 01.00 uur mogen duren en evenementen op vrijdag en zaterdag (aanvang) tot maximaal 02.00 uur. In concrete gevallen kan er echter aanleiding zijn om die eindtijd te vervroegen. Dit is mogelijk indien het evenement in de nabijheid van een groot aantal woningen wordt gehouden of in het kader van alcoholmatigingsbeleid (een evenement voor jongeren). Aan de andere kant kan er ook aanleiding zijn om te eindtijd op een later tijdstip vast te stellen indien het evenement, de locatie en/of de historie hier aanleiding toe geeft of omdat het evenement niet in de nabijheid van een agglomeratie van woningen is geleden. Hierbij kan gedacht worden aan het Corsofeest. De eindtijd zal echter nooit later mogen zijn dan 03.00 uur, met uitzondering van Oud en Nieuw-feesten. De vaststelling van eindtijden voor evenementen op dagen voorafgaand aan een algemeen erkende zon- en feestdag zoals de dag voor Koningsdag of Hemelvaartsdag is maatwerk, waarbij als enige restrictie geldt dat evenementen om maximaal 02.00 uur zijn beëindigd. 4.5 Evenemententerreinen Binnen de gemeente Westerveld kunnen de hieronder genoemde terreinen worden aangemerkt als evenemententerreinen. Dit zijn terreinen die geschikt zijn voor het gelijktijdig huisvesten van een groot aantal bezoekers en waarop een aantal grote evenementen per jaar zijn toegestaan. Het houden van grote evenementen op de evenemententerreinen geeft grosso modo minder overlast voor omwonenden, winkeliers en verkeer dan evenementen in de dorpskernen. Op deze evenemententerreinen zijn ook water en/of stroom beschikbaar. Wij hebben de volgende aangewezen evenemententerreinen: Havelte: Eursingerkerkweg Dwingeloo: Bruges Vledder: Wellegiesweide Op deze locaties is een stroomvoorziening en op de evenemententerreinen in Havelte en Dwingeloo is tevens een water- en rioolvoorziening. Het evenemententerrein in Dwingeloo is door de gemeente verhuurd aan een particulier. Deze draagt zorg voor onderhoud en herstel van het terrein. Het is de huurder toegestaan om aan gebruikers van het evenemententerrein een bedrag ad € 75 per dag te vragen. Op de genoemde evenemententerrein zijn vijf grote evenementen per jaar toegestaan. Dit om mogelijke overbelasting van de verschillende gebieden te voorkomen. Aangezien voor de aanwijzing van circussen en kermissen aparte beleidsregels geleden, valt de verdeling van het aantal circussen en kermissen niet onder het aantal van maximaal vijf grote evenementen op deze locaties Naast de bovengenoemde evenemententerreinen in de dorpskernen is er in het bestemmingsplan ‘Holtingerveld’ van 2010 ook een evenemententerrein op de locatie Toegangspoort. Dit evenemententerrein ligt dicht bij een Natura2000 gebied. Welke evenementen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden volgt uit het bestemmingsplan. 4.5.1 Grote evenementen op andere locaties Van een groot evenement is sprake indien dit evenement kan zorgen voor een grote belasting op de omgeving wat betreft bijvoorbeeld geluid, aantal bezoekers en belasting van het terrein op de door de organisator gewenste locatie. Aanvragen voor grote evenementen op andere locaties dan de evenemententerreinen worden geweigerd, tenzij de locatie en het evenement zodanig aan elkaar gerelateerd zijn dat het evenement op de locatie moet plaatsvinden. Voorbeelden hiervan zijn de viering van een jubileum van een sportclub op een sportveld. Naast de aangewezen evenemententerreinen zijn er nog terreinen en brinken die niet als evenemententerrein zijn aangewezen, maar die wel geschikt zijn voor niet al te grote evenementen: Diever: het marktterrein aan de Bosweg de Brink Havelte: het Piet Soerplein Dwingeloo: de Brinken Frederiksoord: terrein voor De Tuinen Ook is in de nabij van deze locaties een stroomvoorziening aanwezig en bij een aantal is een water- en/of rioolvoorziening. 4.5.2 Ontheffingsmogelijkheid voor andere locaties De burgemeester heeft de mogelijkheid om twee maal per jaar ontheffing te verlenen van het hierboven genoemde beleid ten aanzien van grote evenementen op evenementenlocaties en de uitzondering ten aanzien van aan een locatie gerelateerde grote evenementen. De burgemeester kan een ontheffing weigeren indien in de directe omgeving van de gewenste locatie in de afgelopen twee maanden andere evenementen hebben plaatsgevonden, indien het houden van het evenement op de gewenste locatie ontoelaatbare overlast zal veroorzaken op het gebied van geluid en verkeer en indien de openbare orde en veiligheid het niet toelaat dat op de gewenste locatie het gevraagde evenement te organiseren. Deze ontheffing staat los van de beoordeling of een vergunning op grond van artikel 2.25 van de APV afgegeven wordt. 4.6 Beschermd dorpsgezicht Dwingeloo Zoals hierboven is aangegeven is de dorpskern van Dwingeloo beschermd dorpsgezicht en is de brink in 2012 geheel gerenoveerd. Formeel is er sprake van ‘De Brink’, maar deze brink is in verschillende graslocaties opgedeeld en in de volksmond is sprake van de ‘Kleine Brink’, ‘Grote Brink’ en ‘Schuine Brink’ of ‘Schapenbrink’. Het is ongewenst dat er op De Brink te veel, te grootschalige en, voor de kwetsbare brink, te belastende evenementen plaatsvinden. In overleg met de klankbordgroep bestaand uit ondernemers, de dorpsgemeenschap, Dwingels Eigen en bewoners van De Brink uit Dwingeloo, is in overleg afgesproken dat slechts kleinschalige en traditionele markten en evenementen op De Brink kunnen plaatsvinden waarbij het niet noodzakelijk is dat voertuigen de grasmat moeten betreden. Niet toegestaan zijn evenementen die een grote belasting vormen voor de grasmat en/of begroeiing op De Brink zoals hippische evenementen, circussen en evenementen met gemotoriseerd verkeer, alsmede evenementen waarbij de grasmat wordt geschaad door het plaatsen van tenten en/of het afdekken met vlonders. In overleg met de klankbordgroep Dwingeloo is afgesproken dat de evenementen die al vele jaren op de brink plaatsvinden, dit ook in de toekomst kunnen blijven doen, ook als hierdoor een belasting op de brink zal plaatsvinden die voor een ‘nieuw’ evenement niet is toegestaan. Dit zijn bijvoorbeeld de Siepeldagen, de Keramiekmarkt, de Dwingeldermarkt, de Kerstmarkt en het Sterrenfestival. 4.7 Brinken Brinken zijn van oorsprong de plaatsen waar het sociale leven in de dorpen plaatsvond. Wij zijn dan ook van mening dat het houden van evenementen ook nu en in de toekomst een functie van de brinken moet zijn. Het komt de leefbaarheid en het trekken van toeristen in de kernen ten goede. Evenementen die een te grote belasting op de grasmat geven, zullen op een andere locatie moeten plaatsvinden. Wel kunnen de evenementen die al sinds jaar en dag op de brinken plaatsvinden (zie hierboven) ook in de toekomst op de brinken plaatsvinden. Het is echter, ook voor deze evenementen, niet toegestaan tijdens een evenement auto’s op de brinken te parkeren. In het ‘Beleid- en Beheerplan brinken gemeente Westerveld’ door het college op 12 maart 2013 vastgesteld, is besloten tot maatregelen om het verder verval van de waardevolle, cultuurhistorische brinken te voorkomen. Behoud van een vitaal bomenbestand is de kern van dit plan. Belangrijk hierin is dat te allen tijde wordt voorkomen dat op de brinken nieuwe, al dan niet tijdelijke, bouwwerken worden geplaatst. Dit betekent dat de tijdelijke plaatsing van bijvoorbeeld een feesttent niet is toegestaan. Indien door het houden van een evenement schade wordt toegebracht aan de brink, zoals grasmat, bomen of paden, is de organisatie hiervoor verantwoordelijk. Indien deze schade door of namens de gemeente wordt hersteld, zullen de kosten hiervan op de organisatie worden verhaald. Het verdient dan ook aanbeveling om een schouw te laten plaatsvinden voor en na afloop van een (groot) evenement. Ook kan overwogen worden voor evenementen op de brinken een waarborgsom of bankgarantie van de organisator te vragen. Te overwegen valt om in de toekomst een privaatrechtelijke overeenkomst met de organisatie van een evenement op een brink af te sluiten en een vergoeding te vragen voor het gebruik van de brink om de onderhoudskosten aan de brink deels bij de organisatoren van evenementen neer te leggen. Hierdoor zal een organisator van een evenement moeten afwegen of hij/zij het evenement op de kwetsbare maar centrale brink wil houden tegen meerkosten, of op een minder centraal gelegen evenemententerrein. 4.8 Schuurfeesten Het gaat hier om een feest in een schuur of loods die meestal een agrarische bestemming heeft. Gebleken is dat schuurfeesten nogal eens overlast veroorzaken (onder andere overmatig alcoholgebruik, geluidsoverlast en verkeersonveiligheid als gevolg van vertrek van bezoekers). Gelet op de risico’s en verkeersoverlast die zijn verbonden aan schuurfeesten mogen er maximaal drie schuurfeesten per kalenderjaar gehouden worden binnen de gemeente. Indien tijdens de schuurfeesten alcohol wordt verstrekt, is de minimumleeftijd voor bezoekers van het schuurfeest 18 jaar. Een voorwaarde is tevens dat alleen alcoholhoudende drank tegen betaling per consumptie mag worden verstrekt en niet een betaling van een bedrag bij de toegang van het feest. 4.9 Subsidie Via subsidiebeleid kan de gemeente sturen op evenementen. De gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen om bepaalde evenementen, zoals van culturele of sportieve aard, te stimuleren. Westerveld heeft momenteel als twee subsidieregelingen voor evenementen. De eerste is de ‘notitie vervolg culturele alliantie en stimuleringsbudget’. In dit budget zit een jaarlijks structureel bedrag van € 24.102
(2014)dat elk jaar als eenmalige stimuleringssubsidies beschikbaar wordt gesteld. ‘Kunst en cultuur zijn in staat om positieve effecten te genereren voor zowel afzonderlijke individuen, groepen mensen, als de samenleving als geheel. Kunst en cultuur scheppen voorwaarden voor economische welvaart: ze zijn gunstig voor het vestigingsklimaat van bedrijven en professionals/creatieven, zorgen voor banengroei en werkgelegenheid, vergroten innovatiekracht, versterken de concurrentiepositie en laten directe bestedingen en spin-off-inkomsten groeien. Kunst en cultuur leveren een bijdrage aan de leefbaarheid en aantrekkingskracht van gemeenten. Ze genereren een gevoel van trots op de eigen woonomgeving, zorgen voor een prettig leefklimaat en levendige steden en dorpen. Daarnaast kunnen ze bijdragen aan de groei van het toerisme. Ook ligt hier een link met ons eigen Regiopromotieplan. Daaruit blijkt dat cultureel erfgoed een belangrijke toeristische peiler is voor Westerveld en Zuidwest-Drenthe als geheel en dat er behoefte is aan het ontwikkelen van producten en het opplussen van bestaande evenementen. Besteding van een eenmalige bijdrage in dit kader kan juist hieraan een extra impuls geven.” Het doel van deze subsidieregeling is tweeledig: a.door het stimuleren van hoogwaardige culturele evenementen in de gemeente worden de leefbaarheid en de aantrekkingskracht van de gemeente bevorderd; b.door het stimuleren van hoogwaardige culturele evenementen in de gemeente wordt een impuls gegeven aan het toerisme en de lokale economie. De besteding van een incidentele bijdrage aan activiteiten/evenementen wordt gedaan aan de hand van acht vastgestelde richtlijnen, die als beleidsregels van toepassing zijn in het kader van de subsidieverordening gemeente Westerveld: de bijdrage is in subsidievorm (projectsubsidie conform de subsidieverordening); de bijdrage is eenmalig in de festivalsfeer en kan maximaal twee jaar betreffen; de gemeentelijke bijdrage is niet meer dan 25% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 10.000,-; de aanvragen zijn per kalenderjaar en kunnen doorlopend worden ingediend tot het budget in het betreffend jaar op is; de activiteit is mede gericht op stimuleren van toerisme en is daarmee in lijn met het Regiopromotieplan; de kwaliteit is aantoonbaar geborgd; thema’s voor toekenning van een subsidie liggen op het brede terrein van kunst en cultuur, met name cultureel erfgoed en combinatie met natuur, in lijn met de propositie ‘Het nationale park van Drenthe’; de activiteit heeft een bovengemeentelijke uitstraling: het is gericht op bezoekers van binnen en buiten de gemeente. De activiteit komt tot stand door samenwerking/verbinding en synergie van verschillende sectoren binnen en buiten de gemeente en met het oog op de aard van het budget is er aantoonbare samenwerking met lokale culturele infrastructuur. Deze richtlijnen zijn geen (strakke) subsidieregels maar richtlijnen. Niet elke aanvraag hoeft aan alle acht richtlijnen te voldoen. Elke aanvraag wordt naar zijn aard beoordeeld. Hiernaast is er de subsidieregeling “Beleidsregels stimuleringssubsidie meerdaagse toeristische evenementen gemeente Westerveld 2015”. Het doel van deze subsidie regeling is het stimuleren van de organisatie van meerdaagse toeristische evenementen om hierdoor de naamsbekendheid van de gemeente, bovenlokaal, regionaal en (inter)nationaal te vergroten. Tevens is een doel om de samenwerking en participatie van (lokale) organisaties en inwoners te stimuleren en een bijdrage te leveren aan het versterken van de lokale economie door meer bestedingen en overnachtingen te realiseren. Deze subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk. Nieuwe beeldbepalende meerdaags evenementen of een bestaand evenement dat potentie heeft om door te ontwikkelen en hiermee een impuls geeft aan het lokale toeristische bedrijfsleven kunnen een subsidie ontvangen indien voldaan wordt aan criteria zoals in de regeling zijn omschreven. De subsidie bedraagt een maximale bijdrage van 30% van de totale kosten van het evenement en nooit meer dan het daadwerkelijke tekort. Een tweedaags evenement ontvangt maximaal € 2.500, een driedaags evenement ontvangt maximaal € 4.500 en een evenement van vier dagen of meer ontvangt maximaal € 7.
- Het subsidieplafond bedraagt maximaal € 15.000 op jaarbasis en de regeling geldt tot 31 december
- 4.10 Circusbeleid Een circus kan worden omschreven als een speeltent met zitplaatsen waarin voorstellingen worden gegeven met de bijbehorende woon-, stal- en fouragewagens. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een klein circus, een middelgroot circus en een groot circus. Een klein circus is vooral op kinderen gericht en er wordt gespeeld in een tent met minder dan 400 zitplaatsen. Het programma wordt veelal verzorgd door één familie, soms in het bezit van enkele dieren. Een middelgroot circus presenteert zich veelal als familiecircus. De tent heeft een capaciteit van 400 tot 1000 zitplaatsen. Het programma is afwisselend, veelal versterkt door ingehuurde artiesten, en heeft vaak ook meerdere dierennummers in het programma. Grote circussen, een tent met meer dan 1000 zitplaatsen, spelen niet in een gemeente met een inwonersaantal zoals in Westerveld. 4.10.1 Locaties Een circus heeft een aantal voorwaarden voor het de locatie: een kwalitatief en kwantitatief goed vierkant terrein (klein circus 40 x 40 meter minimaal, middelgroot 80 x 80 meter minimaal), nutsvoorzieningen als elektriciteit, water en rioolafvoer, voldoende parkeerplaatsen in de directe omgeving en bij voorkeur een centrale ligging (‘zicht’locatie). Het terrein dient voldoende verhard te zijn voor zware wagens ter voorkoming van verzakking en vernielingen door de wagens. Een aanvrager voor een evenementenvergunning is zelf verantwoordelijk voor het vinden van een geschikte locatie. Echter niet elke locatie is geschikt voor het houden van een circus. Een evenementenvergunning voor een circus, hierna te noemen speelvergunning wordt bij voorkeur voor de volgende locaties verleend: het evenemententerrein in Havelte aan de Eursingerkerkweg het evenemententerrein in Diever aan de Bosweg het evenemententerrein in Dwingeloo aan de Bruges Indien een circus een andere locatie wenst, dient zelf een locatie gezocht te worden. Op de brinken zijn circussen niet toegestaan. 4.10.2 Periode en aantal Het bezoek van een circus is iets bijzonders en een circus wordt in het algemeen dan ook niet vaker dan één of twee keer per jaar bezocht. Om de spoeling niet ongewenst dun te maken en om op deze wijze het houden van een circusvoorstelling economisch aantrekkelijk te houden, beveelt De Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) aan om voor gemeenten met minder dan 100.000 inwoners niet vaker dan twee á drie keer per jaar een vergunning te verstrekken. Tevens is het van belang dat er een periode van tenminste zes weken zit tussen het optreden van verschillende circussen of evenementen waarvoor de doelgroep ten dele gelijk is zoals kermissen, 'monstertrucshow' en dergelijke. Per bovengenoemde kern worden daarom maximaal twee speelvergunningen per jaar afgegeven, bij voorkeur één in het voorjaar en één in het najaar. Tussen de speeldata van de circussen moet minimaal een periode van drie maanden liggen. Geen vergunning wordt afgegeven indien de geplande voorstellingen ligt binnen zes weken voor of na een kermis of 'monstertrucshow' . Ter voorkoming van een onevenredig hoge overlast voor de omgeving is het maximum aantal speeldagen voor een vergunning bepaald op twee speeldagen per locatie. 4.10.3 Dieren Afgelopen decennia was steeds meer protest tegen het presenteren van (wilde) dieren in een circus. tot voor kort was het niet mogelijk een circus te weren omdat het gebruik maakt van (wilde) dieren in de voorstelling. De VNCO had in het kader van zelfregulerende activiteiten op het gebied van dierenwelzijn van circusdieren richtlijnen voor het houden en laten optreden van dieren in circussen uitgegeven genaamd ‘Welzijn circusdieren’. Met ingang van 15 september 2015 is het verboden om met wilde dieren deel te nemen aan een circus of een ander optreden. ook mogen deze dieren niet worden vervoerd ten behoeve van een circus of een ander optreden (artikel 4.14 Besluit houders van dieren). Wilde dieren zijn dieren die behoren tot diersoorten waarvan de daartoe behorende dieren van nature in het wild leven (pagina 4 Nota van Toelichting Besluit van 28 augustus 2015 houdende wijziging van het Besluit houders van dieren). Bijlage IV als bedoeld in artikel 4.14 van dit besluit geeft een lijst van aangewezen soorten waar in een circus wel mee opgetreden mag worden. Op deze lijst staan dieren als paarden, ezels, honden, katten, zogenaamde boerderijdieren, lama, alpaca, kameel, dromedaris en een aantal knaagdieren. 4.10.4 Vereisten In beginsel wordt alleen een speelvergunning aan een circus verleend dat is aangesloten bij de VNCO. Verder dient een circus aan de volgende voorwaarden te voldoen: inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel; beschikken over alle wettelijk vereiste vergunningen; er dient een WA-verzekering afgesloten te zijn; zorgdragen voor een diervriendelijk beleid. De aanvraag voor een speelvergunning dient te voldoen aan de voorschriften die worden gesteld aan een evenementenvergunning. Daarnaast dient de volgende informatie te worden aangeleverd: data van de voorstellingen; minimaal benodigde terreinoppervlakte; maximaal aantal zitplaatsen; benodigde voorzieningen; technische gegevens zoals benodigde oppervlakte van de circustent, de totale benodigde aangesloten oppervlakte van de circustent, woonwagens, dierenstalling, transportmiddelen en overige toebehoren van de karavaan alsmede de capaciteit van de circustent, installaties, stoelenplan et cetera (circus- of bouwboek). Indien dit ontbreekt wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld dit binnen 20 dagen alsnog aan te leveren. Zonder deze gegevens wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld; een situatietekening waaruit blijkt dat het circus op de gewenste locatie kan plaatsvinden; er zal een tijdelijke aanwezigheidsvergunning moeten worden aangevraagd. Hiervoor dient onder andere bij het hiervoor benodigde formulier een plattegrond van de circustent, waarop aangegeven alle (nood)uitgangen, mee te worden gezonden. Indien van toepassing dient op het formulier afzonderlijk te worden aangegeven het aantal overige tenten met maatvoering en het aantal overige opstallen met maatvoering. De VRD adviseert over de tijdelijke gebruiksvergunning. 4.10.5 Selectiecriteria en aanvraag speelvergunning De uiterlijke indieningdatum voor het aan aanvragen van een speelvergunning is 31 oktober van het jaar voorafgaande aan het gewenste speeljaar. De gemeente zal voor 15 december van het jaar voorafgaande aan het speeljaar een selectie maken en de beslissing schriftelijk aan de circussen meedelen. Selectiecriteria: circussen die in voorafgaande twee jaren een vergunning hebben gekregen, worden niet in behandeling genomen tenzij er onvoldoende aanvragen zijn ingediend; circussen die een aanvraag indienen voor de periode in de herfstvakantie of de mei/voorjaarsvakantie hebben de voorkeur; het ingediende circusboek en calamiteitenplan moeten positief beoordeeld zijn door de VRD en/of de politie; het circus moet voldoen aan de gedragscode van de VNCO; volgorde van binnenkomst van de aanvraag, waarbij de ervaringen met het circus van de aanvrager in het verleden kunnen meewegen in de beslissing. Indien vooraf minder aanvragen zijn ontvangen dan de maximaal toegestane te verlenen speelvergunningen, kan ook een vergunning afgegeven worden voor een aanvraag die later dan 31 oktober van het voorafgaande jaar is ontvangen. Een speelvergunning kan worden geweigerd wegens strijd met de bij dit beleid vastgestelde regels, alsmede in het belang van de in artikel 1.8 van de APV genoemde criteria. Ook wordt een aanvraag geweigerd indien er op de aangevraagde data een ‘vast’ evenement plaatsvindt. De burgemeester kan, in geval het op voorhand duidelijk is dat een circus om technische redenen, zoals de totale omvang, niet kan worden toegelaten, bij de beoordeling van de aanvraag hiermee rekening houden. De burgemeester kan aan een speelvergunning voorschriften verbinden in het kader van het dierenwelzijn en de omgang met dieren. Door of namens het college dient steeds in overleg met de afdeling Openbare Ruimte te worden bekeken in hoeverre een circus in aanmerking kan komen voor een bepaald terrein zover niet in dit beleid genoemd. 4.10.6 Waarborgsom Als zekerheidstelling voor het in de oorspronkelijke staat opleveren van het gebruikte terrein kan als voorwaarde worden opgelegd dat een waarborgsom van € 500,- moet worden betaald. Dit kan ook door het afgeven van een bankgarantie. De totale waarborgsom wordt terugbetaald na de definitieve komst van het circus en na aftrek van eventueel door de gemeente gemaakte kosten wegens het niet of niet volledig nakomen van de vergunningvoorschriften, alsmede bij iedere schade aan gemeentelijke eigendommen en terreinen voortvloeiende uit het gebruik van de speelvergunning. Het eventueel gebruik van nutsvoorzieningen en gemeentelijke materialen wordt apart in rekening gebracht. 4.11 Kermisbeleid Gesproken wordt van een kermis indien er gelijktijdig minimaal vijf attracties op een locatie staan. Wij geven de voorkeur aan een dorpskermis met een in beginsel nostalgisch karakter waarbinnen in ieder geval attracties als een draaimolen, een schietsalon, een oliebollenkraam en botsauto’s vallen. Een kermis is van oudsher een volksfeest, maar in de loop van de laatste decennia hebben mechanische attracties steeds meer de overhand, gepaard gaand met veel geluid en geluids- en lichteffecten. Een kermis duurt enkele dagen en geeft daarmee een extra belasting voor de omgeving. Daarom dient het aantal en de omvang van kermissen beperkt te worden. In Dwingeloo is de Dwingelermarkt in mei en oktober met daarbij een kermis al sinds jaar en dag een traditie in het voor- en najaar. In de overige dorpskernen Havelte, Vledder en Diever zijn per jaar maximaal één kermis voor maximaal vier aaneensluitende dagen toegestaan. Voor de locaties wordt verwezen naar bovenstaande bij circussen. 4.11.1 Vereisten Bij het aanvraagformulier voor de evenementenvergunning moet ten minste worden vermeld: naam, voornaam en adres van de inschrijver, dan wel correspondentieadres indien de inschrijver geen vaste woonplaats heeft, alsmede de handtekening van de inschrijver; inschrijvingsbewijs van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel; de verzekeringspolis voor het inzicht in de desbetreffende verzekering; veiligheidscertificaat/geldige keuringsrapport van de attracties zoals bedoeld in het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS); de benodigde aansluitwaarde in KWH (Watt) en benodigde stroomsterkte (ampère); het aantal woon-, slaap- en pakwagens, alsmede de afmetingen daarvan. De vergunning wordt verleend aan de aanvrager, hierna te noemen de exploitant. De exploitant is verantwoordelijk voor het uitvoeren van onderstaand voorwaarden en het nalaten van de verboden door alle houders van attracties. 4.11.2 Voorwaarden en verboden de geluidsnorm voor de kermis is 70 dB(A). De exploitant is verplicht ervoor zorg te dragen dat alle in zijn inrichting aanwezige geluidgevende installaties te allen tijde niet meer geluid produceren dan maximaal 85 dB(a) gemeten op minimaal drie meter afstand van de geluidsbox(en). De burgemeester kan bij bijzondere omstandigheden het toegestane geluidsniveau wijzigen; de kermis mag in bedrijf zijn vanaf 13.00 uur en op zondag tot en met donderdag tot 23.00 uur en vrijdag en zaterdag tot 24.00 uur; de eindtijd voor het muziekgeluid en andere geluid makende installaties zoals sirenes en hoorn is op zondag tot en met donderdag 23.00 uur en op vrijdag en zaterdag 24.00 uur; aansluitkosten en kosten voor gebruik van elektrische stroom ten behoeve van de attracties en eventueel woonwagens/caravans zijn voor rekening van de exploitant. De aansluitingen van de attracties op het elektriciteitsnet is voor rekening en risico van de exploitant; gedurende de tijden dat de kermis voor het publiek is opengesteld, dient de exploitant zijn inrichting voor het publiek open te houden en te exploiteren; het is niet toegestaan om gedurende de kermis de woonwagens/caravans en pakwagens op of langs de openbare weg te parkeren en er mag niet geparkeerd worden op het kermisterrein anders dan voor opbouw- en afbraakdoeleinden; te behalen prijzen mogen niet bestaan uit geld, dieren, alcoholhoudende drank, steek-, vuur-, imitatie- en/of andere wapens dan wel voorwerpen die geschikt zijn voor bedreiging, dan wel andere voorwerpen die strijd opleveren met de goede zeden en/of openbare orde; het verkopen of anderszins verstrekken van alcoholhoudende drank is niet toegestaan; het is niet toegestaan in de bestrating pennen, wiggen of andere soortgelijke voorwerpen te slaan, te drijven of op welke andere wijze ook in te brengen en gaten of kuilen te maken; onder alle stoom- en elektrische machines, alsmede onder alle toestellen, werktuigen en/of machinerieën waarvan olie, benzine of dergelijke kan afdruipen, moet een voorziening worden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van de bodem. De exploitant verplicht zich tevens ervoor zorg te dragen dat de standplaats en de directe omgeving worden schoongehouden; de exploitant is verplicht het risico van burgerrechtelijke aansprakelijkheid, waarin begrepen zowel wettelijke als contractuele aansprakelijkheid, voor schade aan personen en goederen, alsmede de daaruit voortvloeiende schade, direct of indirect verband houdende met de exploitatie van de inrichting, te verzekeren; de exploitant is verplicht te allen tijde ambtenaren van politie, gemeente, brandweer alsmede andere vertegenwoordigers van de gemeente toe te laten en de voorschriften op te volgen die door deze personen in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en/of goede zeden worden gegeven. Niet-naleving van deze voorschriften kan leiden tot uitsluiting van de exploitant voor volgende kermissen. 4.11.3 Veiligheidseisen de exploitant verplicht zich ervoor zorg te dragen dat de inrichting in zodanige staat is, alsmede dat zodanige maatregelen zijn getroffen, dat de veiligheid van het publiek dat zich in of nabij de inrichting bevindt, redelijkerwijs gewaarborgd is. Voor inrichtingen die niet deugdelijk zijn, of waarvan de deugdelijkheid niet kan worden aangetoond middels een keuringsbewijs van een erkend instituut, kan de burgemeester beslissen deze geen vergunning te verlenen, dan wel deze niet op de kermis toe te laten; in een attractie mogen op plaatsen die door het publiek moeten of kunnen worden gepasseerd geen windtunnels, ventilatoren en dergelijke in werking zijn; bij de attracties/verkooppunten waar olie en/of vet wordt verwarmd, moet in de onmiddellijke nabijheid van het verwarmingstoestel: een brandblusapparaat met een minimum inhoud van 6 kg aanwezig zijn; voldoende goedpassende metalen deksels, om elke pan c.q. bak waarin olie en/of vet wordt verwarmd te kunnen afsluiten, aanwezig zijn; verwarmingstoestellen die worden gestookt met gas moeten zijn aangesloten door middel van slangen die speciaal voor de gebruikte gassoort zijn bestemd en maximaal twee jaar oud zijn. De slangen moeten op de verbindingsplaatsen door middel van doelmatige klemmen zijn bevestigd. De slangen moeten tegen oververhitting zijn beschermd; bij attracties waar benzinemotoren worden gebruikt moeten in/bij de attractie een voor die attractie geschikt blusapparaat van voldoende inhoud aanwezig zijn. Wanneer het naar het oordeel van de VRD noodzakelijk is, moeten meerdere blusmiddelen aanwezig zijn; wanneer het naar het oordeel van de VRD noodzakelijk is, moeten houders van andere dan in de vorige leden genoemde attracties zorg dragen voor de aanwezigheid van de nodige blusmiddelen; het is verboden ballonnen met brandbaar gas te vullen of te verkopen, ter verspreiding aan te bieden of in voorraad te hebben; de houder van een attractie moet een geldig bewijs kunnen tonen van de Keuringsdienst van Waren waaruit moet blijken, dat over een deugdelijke en goedgekeurde bereidingsplaats wordt beschikt; de houder van een attractie dient er voor te zorgen dat de attractie in zodanige staat verkeert, alsmede dat zodanige maatregelen zijn getroffen, dat de veiligheid van het publiek dat zich in of nabij de attractie bevindt redelijkerwijs is gewaarborgd. Het ‘Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen’ als bedoeld op de gevaarlijke werktuigen dient in acht te worden genomen. Niet-naleving van deze voorschriften kan leiden tot uitsluiting van de exploitant voor volgende kermissen. De burgemeester is bevoegd de duur van de kermis, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, te verlengen, te verkorten of de kermis geheel te laten vervallen. 4.11.4 Selectiecriteria en vergunningaanvraag Om ervoor te zorgen dat een ieder evenveel kans heeft een kermis te organiseren, wordt voor de kermissen in Diever, Havelte en Dwingeloo geloot indien er meer aanvragen zijn dan één per kalenderjaar. Slechts aanvragen, die compleet zijn en aan de overige formele vereisten voldoen, loten mee. De uiterlijke indieningdatum voor het aan aanvragen van een evenementenvergunning voor een kermis is 31 oktober van het jaar voorafgaande aan het gewenste speeljaar. De gemeente zal voor 15 december van het jaar voorafgaande aan het speeljaar een selectie maken en, indien nodig, na een loting de beslissing schriftelijk aan de kermissen meedelen. Kermissen die een aanvraag indienen voor de periode in de herfstvakantie of de mei/voorjaarsvakantie, worden niet gehonoreerd indien er voor die periode voor de betreffende dorpskern al een aanvraag voor een circus is; kermissen die een aanvraag indienen voor de periode die ligt binnen zes weken voor of na de periode waarin voor de betreffende dorpskern al een aanvraag voor een circus is, worden niet gehonoreerd. Indien vooraf minder aanvragen zijn ontvangen dan het maximaal toegestane aantal kermissen, kan ook een vergunning afgegeven worden voor een aanvraag die later dan 31 oktober van het voorafgaande jaar is ontvangen. Een evenementenvergunning voor een kermis kan worden geweigerd wegens strijd met in dit beleid vastgestelde regels alsmede in het belang van de in artikel 1.8 van de APV genoemde criteria. De burgemeester kan, in geval het op voorhand duidelijk is dat een kermis om technische redenen, zoals de totale omvang, niet kan worden toegelaten, bij de beoordeling van de aanvraag hiermee rekening houden. In overleg met de afdeling Openbare Ruimte dient te worden bekeken in hoeverre een kermis in aanmerking kan komen voor een bepaald terrein zover niet in dit beleid genoemd. De burgemeester is bevoegd de duur van de kermis, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, te verlengen, te verkorten of de kermis geheel te laten vervallen. 4.11.5 Waarborgsom Als zekerheidstelling voor het in de oorspronkelijke staat opleveren van het gebruikte terrein kan als voorwaarde worden opgelegd dat een waarborgsom van € 500,- moet worden betaald. Dit kan ook door het afgeven van een bankgarantie. De totale waarborgsom wordt terugbetaald na de definitieve komst van de kermis en na aftrek van eventueel door de gemeente gemaakte kosten wegens het niet of niet volledig nakomen van de vergunningvoorschriften alsmede bij iedere schade aan gemeentelijke eigendommen en terreinen voortvloeiende uit het gebruik van de evenementenvergunning. Het eventueel gebruik van nutsvoorzieningen en gemeentelijke materialen wordt apart in rekening gebracht. HOOFDSTUK5EVENEMENTEN, NADERE VOORWAARDEN 5.1 Het verstrekken van alcoholische drank Indien tijdens een evenement alcoholische dranken worden verstrekt, dient hiervoor een ontheffing op grond van de Drank- en Horecawet te worden aangevraagd: een zogenaamde artikel 35-ontheffing (‘evenementenontheffing’). Deze is nodig om buiten een horeca-inrichting bedrijfsmatig of anders dan om niet zwakalcoholhoudende drank te verstrekken voor een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen. Het is aan de burgemeester om te bepalen of sprake is van een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard. Hierbij kan gedacht worden aan een kermis, braderie, muziek- of sportfeest en jaarmarkten. De burgemeester zal de ontheffing weigeren indien de bezoekers van het evenement hoofdzakelijk of uitsluitend bestaan uit personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Van het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholische drank is niet alleen sprake indien de bezoekers van een evenement per consumptie hoeven af te rekenen, maar ook indien van iedere bezoeker een algemene bijdrage wordt gevraagd ter bestrijding van de kosten van het evenement. Houders van de standplaatsvergunning of standhouders op een evenement mogen geen alcoholhoudende drank verkopen. Ook horecagelegenheden die beschikken over een drank- en horecavergunning, maar die tijdens een evenement of festiviteit alcohol schenken op een lokaliteit waarop hun drank- en horecavergunning niet van toepassing is, dienen een artikel 35-ontheffing aan te vragen. Aanvraag van de ontheffing kan door middel van indiening van het ‘aanvraagformulier verkoop zwak-alcoholische dranken’ via de digitale balie. De ontheffing kan worden aangevraagd door de aanvrager van de evenementenvergunning, maar ook door een derde. De aanvrager dient de leeftijd van 21 jaar te hebben bereikt. Het verstrekken van sterke drank buiten een horeca inrichting is niet toegestaan. Derhalve mag tijdens een evenement alleen zwak-alcoholhoudende drank met minder dan 15% alcohol zoals bier en wijn worden verstrekt. Aan de ontheffing kunnen beperkingen en voorschriftenen worden verbonden, bijvoorbeeld het gebruik van kunststof glazen en laagalcoholisch bier, zie hierna. Ook kan als voorschrift worden gesteld dat de ontheffingshouder, dan wel organisator van het evenement gebruik moet maken van een polsbandjesregeling of een andere methode van leeftijdscontrole. Voor het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank tijdens een evenement gelden in elk geval de volgende, wettelijke, voorschriften: degene die als aanvrager op de ontheffing staat, moet continu aanwezig zijn als er alcohol wordt geschonken; aan personen van wie niet is vastgesteld dat zij de leeftijd van 18 jaar bereikt hebben, wordt geen alcoholhoudende drank verstrekt; nabij de plaats waar de zwakalcoholische drank wordt verstrekt, moet op duidelijk leesbare en zichtbare wijze aan het publiek kennis worden gegeven dat aan personen beneden de leeftijd van 18 jaar geen alcoholhoudende drank wordt verstrekt; de organisatie dient de bezoekers door het laten tonen van een legitimatiebewijs te controleren op leeftijd. De organisatie kan deze controle eenmalig do