Exploitatieverordening Apeldoorn 2007De raad van de gemeente Apeldoorn; gelezen het voorstel van het college d.d. 12 september 2007, nr. 84-2007; gelet op artikel 42 van de Wet op de ruimtelijke ordening, artikel 222 van de Gemeentewet en de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT: vast te stellen de navolgende Verordening, houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden. HOOFDSTUK1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden: het door of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut danwel het door de gemeente verrichten van werkzaamheden en/of nemen van maatregelen, voor zover rechtstreeks betrekking hebbende op het in exploitatie brengen van gronden in het exploitatiegebied, waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken worden gebaat; exploitatiegebied: een als zodanig door de raad aangewezen gebied, dat is gebaat door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut danwel waarop werkzaamheden en/of maatregelen van de gemeente, in het kader van het in exploitatie brengen van gronden, betrekking hebben; exploitant: de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of anderszins rechthebbende van een in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke door het treffen van voorzieningen van openbaar nut is gebaat; exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, onder welke naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met een exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder de gemeente voorzieningen van openbaar nut zal treffen of daaraan medewerking zal verlenen; begroting: de door de gemeente vastgelegde en periodiek bij te houden gedetailleerde financieel economische onderbouwing en verantwoording van de ontwikkeling en realisatie van het exploitatiegebied, ook wel (grond)exploitatieopzet genoemd,die in eerste instantie voorcalculatorisch is en lopende het exploitatieproces telkens wordt bijgewerkt en geactualiseerd. Op basis van de begroting wordt een exploitatiebijdrage berekend; aangevuld bekostigingsbesluit: een besluit van de raad waarin niet alleen overeenkomstig artikel 222 Gemeentewet wordt besloten in welke mate de aan de voorzieningen verbonden lasten zullen kunnen worden verhaald op een daarbij aangeduid gebied, maar waarin ook een omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut en een begroting van kosten en opbrengsten is opgenomen; voorzieningen van openbaar nut: (de aanleg van) voorzieningen en/of (bouw)werken waardoor de in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken worden gebaat, onder meer: riolering, met inbegrip van bijbehorende werken en bouwwerken; wegen, ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers en andere rechtstreeks met de aanleg en inrichting van deze voorzieningen en kunstwerken verband houdende werken en bouwwerken; groenvoorzieningen, waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare parken, plantsoenen, speelplaatsen, trapvelden en speelweiden; straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen en afrasteringen in de openbare ruimte; openbare verlichting, verkeers- en andere borden, verkeersregelinstallaties en brandkranen met de nodige aansluitingen; waterhuishoudkundige voorzieningen, met inbegrip van drainagevoorzieningen; nutsvoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken, voor zover de aanlegkosten niet via de verbruikstarieven kunnen worden gedekt en bij de gemeente in rekening worden gebracht; infrastructuur voor openbare vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken, voor zover de aanlegkosten niet via de gebruikstarieven kunnen worden gedekt en bij de gemeente in rekening worden gebracht; gebouwde parkeervoorzieningen, voor zover deze leiden tot optimalisering van het grondgebruik en verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte, openbaar toegankelijk zijn en voornamelijk worden gebruikt door bewoners en gebruikers van het exploitatiegebied, voor zover de aanlegkosten niet via de gebruikstarieven kunnen worden gedekt en bij de gemeente in rekening worden gebracht; voorzieningen die uit oogpunt van milieuhygiëne, archeologie, ecologie of volksgezondheid noodzakelijk zijn; afstand van gronden aan de gemeente: eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente; aanleg van voorzieningen: de aanleg, vernieuwing, wijziging, plaatsing en/of inrichting van een voorziening van openbaar nut; ontwikkelingsfasen: de verschillende fasen zoals die bij een ruimtelijk ontwikkelingsproject worden doorlopen, binnen de gemeente Apeldoorn ook wel aangeduid met VIPOR (Visiefase, Initiatieffase, Planvormingsfase, Ontwikkelfase en Realisatiefase). Artikel2Kosten van exploitatie Voor de berekening ten behoeve van de begroting van kosten en ten behoeve van de vaststelling van exploitatiebijdragen wordt onder de kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van grond, begrepen: de inbrengwaarde van alle binnen het exploitatiegebied gelegen gronden, zijnde: de waarde van de grond; de waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking van de bestemming niet kunnen worden gehandhaafd; de kosten van vrijmaken van de gronden van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit of beperkt recht en zakelijke lasten; de kosten van sloop, verwijdering en verplaatsing van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen, verhardingen en overige resten; de kosten van het verrichten van onderzoek, waaronder in ieder geval begrepen grondmechanisch en milieukundig bodemonderzoek, akoestisch onderzoek, ander milieukundig onderzoek en archeologisch onderzoek; de kosten van het dempen van oppervlaktewateren zoals sloten en plassen en het verrichten van grondwerken ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut met inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven; de kosten van bodemsanering, voor zover het de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut betreft en voor zover verhaal bij derden van de daarmee verband houdende kosten niet mogelijk is of niet in de rede ligt; de kosten van aanleg binnen een exploitatiegebied door de gemeente van de onder artikel 1, sub g, omschreven voorzieningen van openbaar nut. de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het exploitatiegebied met inbegrip van de inbrengwaarde, zoals bedoeld onder 1, van de daartoe te verwerven ondergronden en nog te bevinden opstallen, een en ander voor zover de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken door deze voorzieningen direct dan wel indirect zijn gebaat; de kosten van het treffen van ecologisch en milieutechnisch noodzakelijke maatregelen en voorzieningen binnen en buiten het exploitatiegebied, ter uitvoering van een bestemmingsplan, ondermeer omvattende de kosten van noodzakelijke compensatie van in het exploitatiegebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen, geluidsvoorzieningen en watervoorzieningen als ook de kosten van noodzakelijke verplaatsing van milieuhinderlijke bedrijven buiten het exploitatiegebied, een en ander voor zover toe te rekenen aan het exploitatiegebied; de kosten van maatregelen, plannen, besluiten en rechtshandelingen met betrekking tot gronden, opstallen, activiteiten en rechten buiten het exploitatiegebied, waaronder mede begrepen het beperken van milieuhygiënische en externe veiligheidscontouren. de kosten van andere voorzieningen en werken, als bedoeld onder 1 tot en met 8, voor zover deze noodzakelijk zijn in verband met het in exploitatie brengen van gronden die in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen; de kosten van voorbereiding, ontwikkeling, beheer en toezicht verband houdende met de aanleg van de voorzieningen en werken, als bedoeld onder 1 tot en met 9; de kosten het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen ten behoeve van het exploitatiegebied. Hieronder wordt tenminste verstaan de kosten verband houdende met het door of in opdracht en voor rekening van de gemeente opstellen/vervaardigen van structuurplannen en bestemmingsplannen, het opstellen van planmatige uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan alsmede van overige planologische maatregelen voor zover deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied; de kosten van andere, door het gemeentelijk apparaat te verrichten werkzaamheden en te nemen maatregelen, voor zover deze rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden kunnen worden toegerekend; de kosten van tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente verworven gronden, zijnde de kosten die ten gevolge van een noodzakelijk actief verwervingsbeleid worden gemaakt en niet dan wel niet geheel door middel van tijdelijke verhuur of verpachting worden gedekt; de kosten van de aanleg van voorzieningen die aan de gemeente door een hogere overheid worden opgelegd, voor zover deze kosten niet via gebruikstarieven kunnen worden gedekt; de kosten van planschade en overige schadevergoedingen en schadeloosstellingen die als gevolg van het in exploitatie brengen van de gronden door de gemeente moeten worden voldaan; niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen over de kostenelementen, genoemd onder 1 tot en met 15; de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten; overige kosten die in beginsel ten laste van de grondexploitatie behoren te worden gebracht. Artikel3Rolverdeling en voorovereenkomst 1.Voorzieningen van openbaar nut worden door of vanwege de gemeente aangelegd, danwel door een ander overheidslichaam tot wiens taak de aanleg behoort. De regierol blijft evenwel te allen tijde bij de gemeente. 2.Van het onder lid 1 gestelde kan, voor zover het de gemeente betreft, slechts worden afgeweken, indien het college heeft ingestemd met een gehele of gedeeltelijke aanleg door de exploitant. Het college neemt geen besluit om aanleg door de exploitant toe te staan dan nadat is gebleken dat een kwalitatief goede uitvoering, zowel qua voorbereiding als qua feitelijke aanleg financieel is gewaarborgd, daartoe voldoende garantie is gesteld, de door de gemeente noodzakelijk geachte regierol voldoende kan worden uitgeoefend en ook overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen voor de uitvoering door de exploitant bestaan. 3.Het college kan voorafgaand aan het daadwerkelijk sluiten van een exploitatieovereenkomst met exploitant reeds nadere afspraken maken over de vergoeding van kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van grond, die de gemeente in de verschillende ontwikkelingsfasen heeft gemaakt of zal maken. Voornoemde afspraken worden vastgelegd in een daartoe strekkende (voor)overeenkomst. HOOFDSTUK2In exploitatie brengen op initiatief van de gemeente Artikel4Vaststelling aangevuld bekostigingsbesluit 1.Voordat op initiatief van de gemeente met het treffen van voorzieningen van openbaar nut in een exploitatiegebied wordt aangevangen, wordt door de raad een aangevuld bekostigingsbesluit voor dat exploitatiegebied vastgesteld en bekend gemaakt op de wijze zoals bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. 2.Het aangevuld bekostigingsbesluit bevat in ieder geval de volgende onderdelen: kaart of aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van de daarin gelegen onroerende zaken die zijn gebaat door de aanleg van voorzieningen van openbaar nut; aanduiding van de mate waarin de kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden, op de exploitant(en) van de onder sub a bedoelde onroerende zaken kunnen worden verhaald; omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van openbaar nut en daarmee verband houdende werkzaamheden; de bepaling dat, in geval met een exploitant niet tot overeenstemming kan worden gekomen over een exploitatieovereenkomst, kostenverhaal zal kunnen plaatsvinden door middel van heffing van baatbelasting; een begroting van de ten laste van de onroerende zaken in het exploitatiegebied komende kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van grond, en van de ten gunste van het in exploitatie nemen van gronden komende opbrengsten. De opbrengsten bestaan uit: subsidies en bijdragen van derden met uitzondering van de subsidies en bijdragen van de gemeente danwel van de genothebbenden krachtens eigendom, bezit of onbeperkt recht van de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden; verkoop/uitgifte van gronden; bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via baatbelasting; overige bijdragen voor zover verband houdende met het in exploitatie brengen van de gronden in het exploitatiegebied. Van deze begroting maakt eveneens deel uit de wijze van toerekening van de totale kosten en opbrengsten aan de onroerende zaken in het exploitatiegebied, zoveel mogelijk naar de mate van het profijt dat de onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel van voorzieningen van openbaar nut. 3.In het aangevuld bekostigingsbesluit kan worden bepaald dat de begroting als bedoeld in het tweede lid, onder e, later door de raad wordt vastgesteld. De begroting kan door de raad periodiek worden herzien. De begroting wordt bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. 4.Voor de berekening van de in het tweede lid, onder e, bedoelde kosten wordt er van uitgegaan dat het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie zal worden gebracht. Artikel5Wijze van toerekening naar mate van profijt 1.Voor de toerekening van het profijt wordt als rekeneenheid gebruikt het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte. 2.Onder de grondoppervlakte wordt verstaan de kadastrale oppervlakte van de onroerende zaken, waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen geprojecteerde kavels (bouw)grond, vermenigvuldigd met factoren voor ligging en bestemming en objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin het profijt van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot uitdrukking komt. 3.Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte geen geschikte grondslag blijkt te zijn, geschiedt de toerekening op basis van een nader door het college te bepalen grondslag welke voorziet in de aanwezige verschillen in profijt. Artikel6Vaststelling exploitatiebijdrage 1.De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten, verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden het bedrag dat volgens de in de begroting, als bedoeld in artikel 4, lid 2, sub e, uitgewerkte wijze aan zijn onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten betrekking hebbende op de afstand van de gronden bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut en de kosten van kadastrale uitmeting en verminderd met de inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de gemeente worden afgestaan. 2.De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond die door de exploitant is ingebracht, wordt door de gemeente en de exploitant gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde vastgesteld door een commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de gemeente, een door de exploitant en een derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of, indien zij het daarover niet eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde kantonrechter. 3.Indien de exploitant zelf conform artikel 7, derde lid, onder e, voorzieningen van openbaar nut aanlegt, bestaat de exploitatiebijdrage uit de bijdrage, zoals deze op grond van het eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten van de door exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor zover deze kosten corresponderen met de begroting van kosten zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder e. Artikel7Inhoud exploitatieovereenkomst 1.Het verhaal van kosten verband houdende met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden vindt plaats met inachtneming van de voorgaande artikelen. Van de exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien de exploitatie-overeenkomst mede een grondtransactie betreft, is dit, voor wat betreft de grondtransactie, een notariële akte. 2.Het college besluit tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst op initiatief van de gemeente slechts nadat een aangevuld bekostigingsbesluit is vastgesteld. 3.De exploitatieovereenkomst bevat in ieder geval bepalingen over: de aard, omvang en kwaliteit (duurzaamheid) van de door de gemeente of exploitant aan te leggen voorzieningen van openbaar nut; het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden uitgevoerd; de ten laste van de exploitant komende bijdrage, als bedoeld in artikel 6, lid 1; in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut, en in deze gevallen het verrichten van onderzoek naar bodemverontreiniging op kosten van de exploitant; in gevallen waarbij het college besluit de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant op te dragen: deze opdracht, de (financiële) randvoorwaarden en uitgangspunten bij deze opdracht en de waarborging van een tijdige en kwalitatief goede, duurzame uitvoering; een betalingsregeling; in voorkomende gevallen een taakverdeling; in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde omstandigheden, wanprestatie, aansprakelijkheid en faillissement; (voor zover van toepassing) afspraken over de betaling van kosten die de gemeente na het sluiten van een exploitatieovereenkomst doch ten aanzien van de diverse ontwikkelingsfasen heeft gemaakt, terwijl het in exploitatie brengen als bedoeld in hoofdstuk 3 door exploitant niet wordt voltooid, een en ander voor zover niet reeds in een overeenkomst als bedoeld in artikel 8, lid 6, is gemaakt. HOOFDSTUK3In exploitatie brengen op verzoek van exploitant Artikel8Indiening aanvraag voor medewerking 1.Een belanghebbende kan bij het college een aanvraag indienen voor medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden. 2.Het college verleent slechts medewerking aan het op aanvraag van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat lid 2 van voornoemd artikel in dat geval niet van toepassing is. 3.Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen onroerende zaken; gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of kan worden; gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)werkzaamheden. Het college kan in daartoe strekkende gevallen gegevens verlangen waaruit blijkt dat de exploitant financieel in staat is tot exploitatie van de betreffende gronden over te gaan en hiertoe de benodigde zekerheden kan stellen. 4.Ingeval door het college een aanvraag voor een bouwvergunning, eventueel in combinatie met een aanvraag voor vrijstelling, wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant komende kosten, verband houdende met het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens zal daarbij de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor medewerking. 5.Het college reageert op de aanvraag om medewerking, hetzij met een aanhouding als bedoeld in artikel 9, hetzij met een weigering als bedoeld in artikel 10, hetzij met de aanbieding van een concept-overeenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop het verzoek is ontvangen. 6.De bepalingen in hoofdstuk 2 zijn overeenkomstig van toepassing, een en ander voor zover in deze verordening niet anders is bepaald. Artikel9Aanhouding aanvraag De reactie op een aanvraag kan worden aangehouden: ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing zijnde bestemmingsplan of een herziening daarvan nog niet is afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van (het betreffende deel van) het bestemmingsplan of de herziening daarvan; ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 10 genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn weggenomen. Artikel10Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft niet te worden verleend indien: de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt; de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met het bestemmingsplan, de Woningwet of andere relevante wet- en regelgeving; het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of herinrichting, danwel met het volkshuisvestelijk beleid van de gemeente; het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten laste van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en andere voorzieningen van openbaar nut; de exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van aanleg van voorzieningen van openbaar nut; exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is; de exploitant niet bereid of in staat is de bij de aanvraag verlangde gegevens aan de gemeente te overhandigen; de exploitant niet bereid of in staat is sluitende waarborgen te stellen voor tijdige, kwalitatief goede en duurzame uitvoering c.q. nakoming van zijn feitelijke en financiële verplichtingen; de exploitant niet bereid of in staat is de voorzieningen van openbaar nut door de gemeente te laten aanleggen; de door de gemeente noodzakelijk geachte regie naar haar beoordeling niet kan worden uitgeoefend; de exploitant niet bereid is grond ter beschikking te stellen voor particulier opdrachtgever-schap of woningbouw voor de verhuur tot aan de huursubsidiegrens. HOOFDSTUK4Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalinstrumenten Artikel11Relatie met baatbelasting In een gebied waarvoor een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen zal, indien de exploitant een exploitatieovereenkomst aangaat, in de overeenkomst worden bepaald dat, met betrekking tot de uitvoering van de in deze overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullend kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de betreffende onroerende zaak zal plaatsvinden. Artikel12Uitzonderingsbepalingen 1.Het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en in de artikelen 4, 6, en 7 is niet van toepassing voor voorzieningen van openbaar nut van ondergeschikt belang, onder andere een uitweg op de openbare weg of een aansluiting op het openbare riool. In dergelijke gevallen besluit het college onder welke voorwaarden deze voorzieningen van openbaar nut door of met medewerking van de gemeente zullen worden aangelegd. 2.Het bepaalde in artikel 2, eerste lid, voor zover geen betrekking hebbend op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut, en in artikel 6, eerste en tweede lid, kan buiten toepassing blijven ten aanzien van: een exploitatiegebied dat in de naaste toekomst niet of niet geheel voor bebouwing in aanmerking komt; de in een exploitatiegebied gelegen gronden die in de naaste toekomst niet voor bebouwing in aanmerking komen. HOOFDSTUK5Overgangs- en slotbepalingen Artikel13Overgangsbepalingen Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat op het moment van inwerkingtreding van deze verordening reeds een aangevuld bekostigingsbesluit is genomen, een exploitatie- overeenkomst is afgesloten, de voorzieningen van openbaar nut reeds in uitvoering zijn danwel reeds een aanvraag als bedoeld in artikel 8 is ingediend, vinden de bepalingen van deze verordening voor dat exploitatiegebied, voor zover nodig, op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. Artikel14Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking, op de wijze als bedoeld in artikel 139 Gemeentewet. 2.Op hetzelfde tijdstip vervalt de 'Exploitatieverordening Apeldoorn 1994', zoals vastgesteld op 29 december 1993. Artikel15Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als 'Exploitatieverordening Apeldoorn'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 13 september 2007Gepubliceerd in Weekend Totaal d.d. 21 september 2007Inwerking getreden d.d. 29 september 2007TOELICHTING EXPLOITATIEVERORDENING APELDOORN ALGEMEENNaar verwachting zal per 1 juli 2008 de Grondexploitatiewet van kracht worden. De Grondexploitatiewet zal dan in beginsel de publiekrechtelijke basis zijn voor ondermeer het kostenverhaal voor wat betreft de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. Het instrument is van toepassing bij zowel bestemmingsplannen en projectbesluiten op grond van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) die voor de eerste maal voorzien in nieuwbouw als bij belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen (wanneer die medewerking van de gemeente vereisen ten aanzien aan te leggen voorzieningen van openbaar nut). Voor wat betreft het kostenverhaal binnen (bestaande) bestemmingsplannen (die vóór de ingangsdatum zijn vastgesteld) luidt het overgangsrecht momenteel nog dat daarop de vigerende Exploitatieverordening van kracht zal blijven. Om nu in de nabije toekomst bij het aangaan van (privaatrechtelijke) exploitatieovereenkomsten aan te sluiten op de verbeterde mogelijkheden zoals straks met toepassing van de (publiekrechtelijke) Grondexploitatiewet mogelijk is, is actualisering van de Exploitatieverordening gewenst. De huidige Exploitatieverordening dateert van 1994. In de tussenliggende tijd hebben zich diverse relevante ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van jurisprudentie en gewijzigde wetgeving, onder meer op het terrein van planschade en de invoering van het duale stelsel. Deze ontwikkelingen hebben eveneens een actualisering van de Exploitatieverordening wenselijk gemaakt. Naar aanleiding van voornoemde achtergrond zijn in onderhavige Exploitatieverordening ten opzichte van de Exploitatieverordening 1994 een aantal relevante wijzigingen/aanvullingen aangebracht. Allereerst is een nadere definiëring gegeven van voorzieningen van openbaar nut en zijn de te verhalen kosten die onderdeel kunnen uitmaken van de exploitatieovereenkomst nader bepaald (artikel 1, sub g, en artikel 2). Dit met oog op de voorhanden zijnde wijzigingen in de Wet op de ruimtelijke ordening (beter bekend als de Grondexploitatiewet). Daarnaast is een artikel toegevoegd (artikel 3) waarin de expliciete rol van de gemeente bij de aanleg van voorzieningen van openbaar nut wordt bepaald. Bovendien is de mogelijkheid ingebracht (artikel 3, lid 3) dat de gemeente in een daartoe strekkende overeenkomst nadere afspraken kan maken met een exploitant over de vergoeding van kosten in met name de Visie-, Initiatief- en Planvormingsfasen van een ontwikkeling. Het gaat hierbij om afspraken over ieders inzet terwijl er nog geen exploitatieovereenkomst is. Tenslotte is een aantal gronden toegevoegd op grond waarvan de gemeente haar medewerking aan een exploitatie kan weigeren (artikel 10). ARTIKELGEWIJS Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 42 Wro geeft aan dat de Exploitatieverordening de voorwaarden bevat waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden. Daarnaast geeft het tweede lid van artikel 42 Wro aan dat de Exploitatieverordening onder meer voorschriften bevat omtrent het aandeel van de kosten van voorzieningen van openbaar nut dat ten laste wordt gebracht van de gebate gronden. De medewerking kan dus zowel bestaan uit het treffen van voorzieningen van openbaar nut, als uit werkzaamheden die de gemeente verricht teneinde de aanleg van voorzieningen van openbaar nut door een derde (eventueel exploitant zelf) mogelijk te maken. De definitie van medewerking aan het in exploitatie brengen van grond sluit ook aan op de voor de baatbelasting gehanteerde definitie. Dit betekent dat alle eigenaren en genothebbenden van gebate onroerende zaken in een door voorzieningen gebaat gebied, ook de eigenaren van reeds bebouwde percelen, in aanmerking komen voor een exploitatie-overeenkomst. In ieder geval dient hiermee in de omslag van kosten rekening te worden gehouden. In de baatbelasting wordt omschreven wie belastingplichtig is. Deze verordening beoogt een zo nauw mogelijke samenhang in de inzet van privaatrechtelijk en fiscaalrechtelijk kostenverhaal. Om die reden is een definitie van een mogelijke contractpartner in het kader van de Exploitatieverordening gekozen die de omschrijving van een mogelijke belastingplichtige 'dekt'. Met exploitanten zal ten eerste worden getracht langs privaatrechtelijke weg tot kostenverhaal te komen. Indien dit niet mogelijk blijkt, zal fiscaalrechtelijk tot kostenverhaal worden gekomen. Hoewel voor de baatbelasting geldt dat economische eigenaren van gronden die gebaat worden door de aanleg van openbare voorzieningen niet worden geacht 'genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht' van die gronden te zijn, zijn zij uitdrukkelijk wel partij voor een te sluiten exploitatieovereenkomst. Om verwarring te voorkomen is daarom in de definitie ook de 'anderszins rechthebbende' expliciet vermeld. In ieder geval valt onder de definitie van exploitant ook de economisch eigenaar en degene die op een andere wijze kan aantonen dat hij de grond in eigendom zal (kunnen) verkrijgen (zie ook artikel 8, derde lid, onder b). De aanwijzing van exploitatiegebieden maakt ook toepassing mogelijk op onroerende zaken in stads- en dorpsvernieuwingsgebieden. Het kan met andere woorden zowel om nieuwbouwlocaties als om reconstructie van bestaand bebouwd gebied gaan. Artikel 2 Kosten van exploitatie De gemeente brengt de kosten in rekening verband houdende met het door of met medewerking van de gemeente treffen van voorzieningen van openbaar nut. Dit kan meer zijn dan alleen de directe kosten van de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. In dit artikel wordt aangegeven welke voorzieningen voor kostenverhaal in aanmerking komen en vervolgens welke daarmee samenhangende kosten. Ten opzichte van de vorige Exploitatieverordening
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.