Beleidsregel sociale prestatie en dagondersteuning gemeente UtrechtBeleidsregel sociale prestatie en dagondersteuning gemeente Utrecht Artikel 1 Beleidsregel Dit is een beleidsregel als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening (Asv);de bepalingen van de Asv zijn dan ook van toepassing. De bepalingen uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Utrechtse Verordening en Beleidsregel Wmo zijn ook van toepassing. Artikel 2 Begripsbepalingen Bijzondere vrijwilliger: een deelnemer voor wie het groepsaanbod sociale prestatie niet voldoende uitdaging (meer) biedt. Hij of zij redt zich met minder intensieve ondersteuning en zet zich in op een vrijwilligersfunctie, buiten de beschermde of bekende omgeving. Hij of zij wordt na een inwerkperiode op afstand individueel ondersteund, kan terugvallen op groepsaanbod van organisatie die de ondersteuning biedt. Artikel 3 Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is om bij te dragen aan de participatie van sociaal kwetsbare inwoners. Meer specifiek worden, door het mogelijk maken van zinvolle daginvulling, de volgende doelstellingen beoogd: • Het voorkomen van sociaal isolement en het verhogen van de kwaliteit van leven door vormen van participatie; • Het bijdragen aan een goede gezondheid, het voorkomen respectievelijk verminderen van het beroep op zorg en hulpverlening en het ontlasten van mantelzorgers; • Het vergroten van de zelfregie van kwetsbare Utrechters; • Kwetsbare inwoners kunnen hun mogelijkheden zo veel mogelijk benutten. Artikel 4 Definitie aanvrager subsidie De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. Artikel 5 Vaststelling subsidieplafond Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond middels de subsidiestaat vast. Artikel 6Subsidiabele activiteiten 1.Groepsactiviteitenaanbod Het realiseren van groepsactiviteiten die bijdragen aan participatie en zingeving. Het aanbod is gericht op de Wmo-brede doelgroep, tenzij het aantoonbaar van belang is de activiteiten te richten op een specifieke doelgroep. Uitgangspunt bij dit aanbod is dat het gebaseerd is op de interesse en behoefte van deelnemers en zoveel mogelijk door de deelnemers georganiseerd wordt. De activiteit sluit aan bij veranderende interesse en behoeften van de deelnemers. De activiteit staat open voor nieuwe deelnemers. 2.Ondersteuning van groepen Het ondersteunen van de deelnemers van groepsactiviteiten zoals beschreven bij artikel 6 punt 1. De professionals die ingezet worden voor de ondersteuning zijn kundig en ervaren in het werken met de betreffende doelgroepen. Voor en door: Het gaat het om de ondersteuning die de betrokkene zelf aangeeft nodig te hebben om over drempels heen te stappen, de eigen talenten in te zetten en duurzaam actief te zijn. Het principe van ‘voor en door’ is een belangrijk uitgangspunt. Dat houdt ook in dat de betaalde beroepskracht zich meer op de achtergrond bevindt. We denken daarbij aan een ondersteuningsnorm van 1 fte op minimaal 40 deelnemende beperkt zelfredzame inwoners, naar rato van de omvang van de daginvulling (100% is 10 dagdelen). Aansluiten bij vraag en talent: De ingezette werkwijzen sluiten aan op deze vraag en zijn dus flexibel. Bij alle vormen van ondersteuning is het talent in plaats van de beperking het uitgangspunt en is er aandacht voor empowerment, stigmabestrijding en diversiteit. Dit kan onder andere worden ingevuld door het benutten van ervaringsdeskundigheid. Samenwerken in buurt en stad: De deelnemer wordt door de organisatie ondersteund bij groei of terugval in competenties en verandering van interesses. Als de organisatie deze veranderde behoefte niet zelf kan ondersteunen, wordt een doorverwijzing gefaciliteerd. De organisatie heeft een goed netwerk in de buurt en in de stad om dit mogelijk te maken. 3.Ondersteuning van Bijzondere vrijwilligers De organisatie die de ondersteuning biedt aan Bijzondere vrijwilligers: • onderhoudt contact met het netwerk van vrijwilligersorganisaties, andere zorg/welzijnsaanbieders en (kleine) (sociaal) ondernemers, zodat door goede netwerksamenwerking de best passende plek kan worden gevonden voor de Bijzondere vrijwilliger; • zorgt ervoor dat de organisatie waar de Bijzonder vrijwilliger aan de slag gaat voorbereid is op zijn of haar komst, • zorgt ervoor dat de Bijzondere vrijwilliger wordt ingewerkt, • houdt regelmatig contact met de Bijzondere vrijwilliger en houdt daarmee de voortgang en behoeften in de gaten in gemiddeld 60 minuten per week, • biedt zelf ook groepsaanbod sociale prestatie aan, zodat de Bijzondere vrijwilliger hierop kan terugvallen indien nodig, • is aanspreekpunt voor de collega’s van de Bijzondere vrijwilliger. Artikel 7 Subsidiabele kosten Uitsluitend de strikt noodzakelijke kosten voor uitvoering van de activiteiten zijn subsidiabel conform de ASV. Er is geen kostensoort uitgesloten. Op eventuele bijdragen van deelnemers zelf is de Wmo-verordening van de gemeente Utrecht van toepassing. Artikel 8 Eisen aan de subsidieaanvraag De aanvraag dient voor de periode van een jaar te worden ingediend. De aanvraag mag voor meerdere(subsidie)jaren tegelijk worden ingediend, mits in het voorstel en de begroting duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de (subsidie)jaren. Bij de subsidieaanvraag levert u het volgende aan: Een voorstel waarin u uw zienswijze verwoordt en uw activiteitenplan concretiseert. U gaat tenminste in op de hieronder aangegeven onderwerpen. Dit voorstel dient duidelijk en beknopt te zijn, u kunt als richtlijn 5 tot 7 pagina’s aanhouden; Een sluitende begroting waarin u onderscheid maakt tussen de subsidiabele activiteiten zoals beschreven in artikel 6. Uit uw voorstel moet blijken: • Welke behoefte u signaleert en in welke buurt(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.