Nota Horecabeleid 2016-2020Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Barneveld ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft; gelet op de Algemene Plaatselijke Verordening Barneveld; besluit: vast te stellen de Nota Horecabeleid 2016–2020 Lijst met afkortingen APV Barneveld: Algemene Plaatselijke Verordening Barneveld Bibob: Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur DHW: Drank- en Horecawet BOA: Buitengewone Opsporingsambtenaren IVA: Instructie Verantwoord Alcoholschenken KHN: Koninklijke Horeca Nederland NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit OddV: Omgevingsdienst de Vallei SVH: Verklaring Sociale Hygiëne VGGM: Veiligheid- en Gezondheidsregio Gelderland Midden Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht 1.Inleiding De gemeente Barneveld is een levendige en toeristisch aantrekkelijke gemeente met verschillende dorpskernen. Er is een groot culturereel aanbod voor zowel de bewoners als voor de bezoekers. Zij zijn het die volop gebruik maken van hetgeen de verschillende kernen hen te bieden hebben. Horeca speelt hierbij een belangrijke rol. Een gemeente als Barneveld kan niet zonder vermaak en een bloeiend uitgaansleven. Een gemeente waar men graag verblijft is ten slotte ook een gemeente die bewoners, ondernemers en bezoekers aan zich bindt. Voor bewoners staat de leefbaarheid centraal. Aan de ene kant betreft dit een aantrekkelijk horecaaanbod, aan de andere kant dient de balans tussen levendigheid en overlastgevende situaties bewaakt te worden en te blijven. Ter bevordering van deze balans tussen horeca en leefbaarheid worden verantwoordelijkheden helder neergezet voor alle inspannende partijen, worden controles gericht ingezet en geldt een duidelijk nalevingsbeleid. Met de voor u liggende nota horecabeleid (2016–2020) willen wij de horeca binnen onze gemeente stimuleren en ondersteunen binnen de mogelijkheden die wij hebben als gemeentelijke overheid. Het doel van deze nota horecabeleid is om de visie en de wettelijke kaders in de gemeente te beschrijven en hiermee een bijdrage te leveren aan het bereiken van een goede balans tussen de belangrijke economische en recreatieve functie van horeca en het bewaken van de woon- en leefsituatie en gezondheid. Daarmee willen we perspectief en duidelijkheid scheppen voor ondernemersorganisaties, ondernemers, burgers en betrokken diensten. Wat vooraf ging De voorliggende nota is opgesteld met een looptijd van vier jaar. Aanleiding om te komen tot een nieuwe nota is onder andere het gegeven dat de vorige horecanota dateert uit
(2016)een tarief van € 32,95 per m2 per jaar (12 maanden). Indien een ondernemer uitsluitend gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om het terras te exploiteren in het zomerseizoen (8 maanden) geldt een tarief van € 21,95. Voor 2017 en volgende jaren bestaat het voornemen om de tarieven voor het gebruik van de gemeentelijke grond te differentiëren naar aard van het terras (soort overkapping). Bij wijziging zal voor volledig overkapte terrassen een hoger tarief gaan gelden. Voor zaken met bestemming detailhandel Barneveld biedt een groot aantal bedrijven, waar de horeca ondergeschikt is aan de primaire detailhandel functie en waar het exploiteren van horeca een minimale weerslag heeft op de omgeving, de mogelijkheid om een gedeelte horeca te exploiteren in de vorm van gevelzitplaatsen. Dit betreft bijvoorbeeld een bakkerij of een slager. De APV Barneveld voorziet in de mogelijkheid om nadere regels te stellen. Op basis van die mogelijkheid wil de gemeente met dit beleid gevelzitplaatsen graag mogelijk maken. De juridische grondslag om dit te doen bevindt zich in artikel 14 lid 3 van de APV waarin staat aangeven dat het college nadere regels kan stellen ten aanzien van (onder meer) uitstallingen. Op basis van dit artikel kan aan de individuele ondernemer een ontheffing worden verleend voor het creëren van gevelzitplaatsen. Gevelzitplaatsen Met de ingang van het horecabeleid 2016–2020 wordt de mogelijkheid gecreëerd om gevelplaatsen bij detailhandel te creëren. Deze nieuwe term ‘gevelzitplaatsen’ wordt als volgt omschreven: Het bieden van zitgelegenheid bij een winkel of dienstverlenend bedrijf door het plaatsen van los staande tafels, stoelen en/of banken. Zoals aangegeven wordt dit geregeld door middel van een ontheffing op basis van artikel 14 APV. In de ontheffing zullen de voorschriften voor gebruik van de gevelzitplaatsen worden opgenomen. Nadere regels op grond van artikel 14 lid 3 APV zorgen ervoor dat door de gevelzitplaatsen de openbare orde en de woon- en leefsituatie in de omgeving van deze gevelzitplaatsen niet nadelig worden beïnvloed. Is er toch sprake van overlast of andersoortige overtreding dan zal handhavend worden opgetreden en kan de ontheffing worden ingetrokken. Voor de gevelzitplaatsen worden de volgende nadere regels vastgesteld: Het plaatsen van gevelzitplaatsen is uitsluitend toegestaan gedurende de openingstijden van de winkel (hierop is de Winkeltijdenwet van toepassing). De gevelzitplaatsen worden dagelijks bij sluitingstijd van de winkel van het openbare gebied verwijderd. 9 Gevelzitplaatsen dienen net als andere uitstallingen na sluitingstijden opgeruimd te worden. Gevelzitplaatsen en uitstallingen worden in de APV beide gebaseerd op artikel 14 dat het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de functie van de weg regelt. Voor deze regel is derhalve aansluiting gezocht bij de nadere regels van de uitstallingen en reclameborden. De gevelzitplaatsen mogen geen zelfstandig karakter krijgen, in die zin dat het ondergeschikt moet zijn aan de hoofdfunctie. Dat betekent dat het geen zelfstandige bezoekersstroom mag aantrekken, dat er geen bediening mag plaatsvinden bij de gevelzitplaatsen en dat er geen reclame wordt gemaakt voor deze gevelzitplaatsen. Er mogen geen consumpties worden verstrekt tegen betaling anders dan behorende tot het assortiment van de winkel. Op deze regel wordt uitsluitend uitzondering gemaakt voor koffie, thee en frisdranken. Schenken van alcoholhoudende drank aan gebruikers van de gevelzitplaatsen is nimmer toegestaan. De uitstalling van gevelzitplaatsen mag niet verder reiken dan de breedte van de gevel (aan de voorzijde) van het pand en de afstand uit de gevel mag niet meer dan 1,25 meter bedragen. Een gevelzitplaats is volledig open en vrij van overkappingen, parasols, (wind)schermen, terrasverwarmers en dergelijke. (Nood)uitgangen mogen niet worden belemmerd. Er moet te allen tijde een vrije doorgang voor voetgangers en minder validen gewaarborgd zijn. Derhalve dient er, bij plaatsing van gevelzitplaatsen op het trottoir, te allen tijde minimaal 1,50 meter vrije ruimte over te blijven tussen de gevelzitplaatsen en de rand van trottoir. Er moet te allen tijde een onbelemmerde doorgang mogelijk zijn voor de hulpverleningsdiensten. Dit betekent dat er een rijstrook van minimaal 3,5 meter en een doorrijhoogte van minimaal 4,2 meter beschikbaar moet zijn. Er mogen geen objecten op de rijbaan geplaatst worden. Een toelichting op het tweede en derde voorschrift: In de gemeente willen we een beperkte overlap van horeca en detailhandel mogelijk maken. Die overlap kan een goede bijdrage zijn aan de aantrekkelijkheid van het winkelen in de dorpskernen, dat in toenemende mate ook een recreatieve component kent. De overlap dient echter wel zodanig beperkt te zijn, dat er geen semi-horeca gebruik in de winkel gaat ontstaan, dan wel dat feitelijk sprake is van een zelfstandig horecagebruik, of anders gezegd: dat het doel om de winkel te bezoeken primair komt te liggen in het ter plekke nuttigen van dranken en etenswaren. Ontheffing voor gevelzitplaatsen wordt door een medewerker van het team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht behandeld. Per geval zal beoordeeld worden of de voorgenomen uitvoering past binnen de gestelde normen van het beleid. De ontheffingen voor gevelzitplaatsen worden doorlopend verleend. Na één jaar volgt een evaluatie van de nieuwe situatie. Indien het eerste peiljaar niet succesvol blijkt kunnen de nadere regels worden aangepast en kunnen, in het uiterste geval, de ontheffingen worden ingetrokken. Indien het eerste peiljaar succesvol blijkt zal dit beleid worden voortgezet. Voor de ontheffing gevelzitplaatsen en, indien van toepassing, voor het gebruik van de gemeentelijke grond zullen kosten worden berekend. Omdat de 'aanvraag ontheffing gevelzitplaatsen' een nieuwe keuzemogelijkheid is, wordt in 2016 gebruikt gemaakt van de in de legesverordening 2016 genoemde leges voor niet benoemde vergunningen, ontheffingen of andere beschikkingen. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor deze – niet benoemde – ontheffing bedraagt € 28,20. Vόόr vaststelling van de legesverordening Barneveld 2017 zal de gemeente ervaringscijfers betreffende de aanvraagprocedure opdoen en bezien of deze aanleiding geven tot aanpassing van de leges. Voor de gebruiksvergoeding voor gemeentegrond hanteert de gemeente Barneveld ten tijde van het vaststellen van deze nota een tarief van € 16,50 per m2 per jaar (12 maanden). Indien een ondernemer uitsluitend gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om gevelzitplaatsen te creëren in het zomerseizoen (8 maanden) geldt een tarief van € 11,00. Tot slot zorgt de gemeente, na het verlenen van een ontheffing gevelzitplaatsen, voor markeringen in het wegdek (in de vorm van punaises) die de grenzen van de gevelzitplaatsen aangeven. Gebruik van gevelzitplaatsen mag niet buiten de bij de nadere regels vastgestelde ruimte en buiten de markeerpunten die in het wegdek zijn aangegeven. 4.3.2.Seizoenen terrassen en gevelzitplaatsen Gedurende het hele jaar mogen terrassen en gevelzitplaatsen opgesteld worden. Voor horecagelegenheden en detailhandel geldt geen onderscheid tussen de winter en zomer voor wat betreft de oppervlakte. Kiest een ondernemer ervoor in de winterperiode (vier maanden; 1 november tot 1 maart) geen terras of gevelzitplaatsen te exploiteren dan mogen er geen tafels, stoelen, banken, terrasschermen, parasols en dergelijke op het terras en de gevelzitplaatsen aanwezig zijn. Voor het gebruik van de gemeentegrond worden kosten berekend naar rato van het aantal vierkante meters openbare ruimte en de duur van de periode dat hier gebruik van wordt gemaakt. Voor de gebruiksvergoeding voor gemeentegrond hanteert de gemeente Barneveld voor terrassen een tarief van € 32,95 per m2 per jaar en een tarief van € 21,95 per m2 indien een ondernemer uitsluitend gebruik wenst te maken van de mogelijkheid een terras of gevelzitplaatsen neer te zetten in het zomerseizoen (acht maanden; 1 maart tot 1 november). Voor gevelzitplaatsen geldt respectievelijk € 16,50 per m2 en € 11,00 per m2. 4.3.3.Openingstijden terrassen en gevelzitplaatsen In verband met het voorkomen van overlast, mag een terras van het horecabedrijf alleen worden geëxploiteerd van 06:00 uur tot uiterlijk 24:00 uur. Buiten de openingstijden van het terras mogen bezoekers van de horecagelegenheid geen consumpties op het terras nuttigen en/ of glazen mee naar buiten nemen. Voor de gevelzitplaatsen bij detailhandel geldt dat aansluiting wordt gezocht bij de tijden van de hoofdactiviteit (winkeltijden). Daarbij geldt als uiterste regel dat deze zitplaatsen nimmer de tijden als benoemd in de winkeltijdenwet mogen overtreden. 4.3.4.Afmetingen terrassen De afmetingen van een terras worden per situatie bepaald, op basis van de volgende uitgangspunten: Terrassen die zijn gelegen voor de openbare inrichting zijn niet breder dan het pand van waaruit de openbare inrichting wordt geëxploiteerd. Terrassen op openbaar terrein mogen uitsluitend geplaatste worden conform de door de gemeente gewaarmerkte tekening. Op deze kaart zijn de oppervlakte en de locatie van het terras aangegeven. Het terras en/of het terrasmeubilair mag niet op brandkranen of brandputten geplaatst worden. Tevens dienen (nood-)uitgangen van omliggende gebouwen te allen tijde vrij te blijven van obstakels. Er moet te allen tijde een vrije doorgang voor voetgangers en minder validen gewaarborgd zijn. Derhalve dient er, indien het terras op het trottoir is gevestigd, te allen tijde minimaal 1,50 meter vrije ruimte over te blijven tussen het terras en de rand van trottoir. Er moet te allen tijde een onbelemmerde doorgang mogelijk zijn voor de hulpverleningsdiensten. Dit betekent dat er een rijstrook van minimaal 3,5 meter en een doorrijhoogte van minimaal 4,2 meter beschikbaar moet zijn. Er mogen geen objecten op de rijbaan geplaatst worden. Na het verlenen van een exploitatievergunning (waaronder een terras), zorgt de gemeente daar waar mogelijk voor markeringen in het wegdek (in de vorm van punaises) die de grenzen van het terras aangeven. Het terras mag géén grotere afmetingen hebben dan aangegeven op de bij de vergunning behorende tekening en zoals met markeerpunten in het wegdek is aangegeven. Tevens mogen de bezoekers buiten deze gemarkeerde afmetingen geen consumpties ontvangen. Indien het terras gevestigd is op gemeentelijke grond blijft de locatie te allen tijde onderdeel van de openbare ruimte. Als er werkzaamheden uitgevoerd worden aan de openbare ruimte waar het terras staat mogen deze werkzaamheden niet gehinderd worden door het terras. Om die reden moet een terras verwijderd worden als hier door de gemeente om verzocht wordt. 4.3.5.Geluidsvoorschriften Op horecabedrijven zijn de geldende geluidsnormen van het Besluit algemene regels voor inrichting milieubeheer ofwel het Activiteitenbesluit milieubeheer (zoals besproken in het in het juridische kader, landelijk) van toepassing. Omdat een terras dat bedrijfsmatig wordt gebruikt onderdeel is van het horecabedrijf, gelden de normen van het Activiteitenbesluit ook voor de terrassen. Het gaat hierbij dan in de hoofdzaak om bepalingen die tot doel hebben om hinder voor de omgeving te beperken of te voorkomen. Al het geluid, dat veroorzaakt wordt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen en de werkzaamheden die in de inrichting worden verricht, valt in beginsel onder de geluidsnormen. Stemgeluid van bezoekers op een terras is niet in de beoordeling van bovenstaande geluidsnormen meegenomen. De hoofdregel is dat het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, bij het bepalen van het geluidsniveau buiten beschouwing wordt gelaten. Achtergrondmuziek is toegestaan, mits het geluidsniveau binnen de maximaal toegestane geluidsnormen valt van het Activiteitenbesluit milieubeheer. 4.3.6.Barbecue, mobiele keuken of tap op het terras De afgelopen jaren hebben ondernemers de wens kenbaar gemaakt graag een barbecue of mobiele keuken te plaatsen op het terras. Omdat de gemeente de horeca de ruimte wil geven om te ondernemen wordt het plaatsen van een barbecue of mobiele keuken op het terras met ingang van deze nota horecabeleid toegestaan. In verband met de brandveiligheid en leefbaarheid wordt dit toegestaan mits: geen hinder of overlast voor de directe omgeving wordt veroorzaakt; voldaan wordt aan de eisen van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit milieubeheer); voldaan wordt aan de eisen van de Brandweer I. Toelichting bij punt a: indien bij de gemeente klachten binnenkomen zal met de ondernemer worden overlegd over eventueel aanpassingen die de hinder en/of overlast beperken. Indien blijkt dat geen passende oplossing gevonden kan worden en indien het plaatsen van een barbecue of mobiele keuken ter plaatse gegronde overlast voor en aantasting van het woon- en leefklimaat inhoudt, dan is het niet langer toegestaan om een barbecue te plaatsen op het terras. In het uiterste geval zal handhavend opgetreden worden. Toelichting bij punt b: het Activiteitenbesluit milieubeheer stelt algemene regels aan horecabedrijven met betrekking tot het milieu. Belangrijke milieuthema's voor deze branche zijn geluid, lozingen, geur, veiligheid en afvalstoffen. Per thema gelden specifieke voorschriften. In de meeste gevallen is het niet nodig om een omgevingsvergunning voor het oprichten of veranderen van een milieu-inrichting aan te vragen, maar kan volstaan worden met een melding. Bij het starten of veranderen van activiteiten moeten bedrijven dit melden bij het bevoegd gezag. Zo ook in het geval een ondernemer een barbecue of mobiele keuken op het terras wil plaatsen. De melding voor deze activiteit kan digitaal worden gedaan via de website http://aimonline.nl. Na de melding wordt automatisch weergegeven aan welke eisen voldaan moet worden volgens het Activiteitenbesluit. Toelichting bij punt c: de brandweer stelt eisen aan het plaatsen van een barbecue of mobiele keuken. Deze eisen zien op de gebruiksvoorschriften bij het bereiden van voedsel, de barbecue en de blusmiddelen die voorhanden zijn. Bij deze nota horecabeleid zijn deze regels in de bijlage opgenomen (zie bijlage I). Het plaatsen van een tap op het terras is niet toegestaan. Een terras wordt, wat betreft de verstrekking van dranken, vanuit het besloten deel van de inrichting bediend. Dit in verband met het voorkomen van alcoholgebruik op de openbare weg. 4.3.7.Overkapping terras Het plaatsen van een partytent op of over een terras wordt niet toegestaan. Het plaatsen van een tent in de openbare ruimte drukt een sterke stempel op het beeld en de uitstraling van die openbare ruimte. Een tent op of over het terras is, vanuit het oogpunt van het aanzien van de openbare ruimte en vanuit het oogpunt van brandveiligheid, dan ook niet gewenst. Voor de voorschriften met betrekking tot overkappingen wordt in dit beleid verder verwezen naar de in november 2015 opgestelde notitie 'richtlijnen terrasoverkappingen & serres'. In verband met de wens van verschillende horecabedrijven in de gemeente om het terras te voorzien van een overkapping, zijn regels en richtlijnen opgesteld om ervoor te zorgen dat de overkapping geen negatief effect heeft op het straatbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte. In de notitie zijn toetsingscriteria ten aanzien van de locatie en richtlijnen voor de terrasoverkappingen en serres opgenomen. 4.4.Integraal veiligheidsbeleid Barneveld De gemeenten Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel stellen elke vier jaar samen met de politie, het Openbaar Ministerie en de overige veiligheidspartners een integraal veiligheidsplan op voor meerdere jaren. In dit plan worden vanuit de visie en de ambitie een drietal prioriteiten benoemd die een gezamenlijke gecoördineerde aanpak behoeven. In het huidige plan (Integraal Gemeentelijk Veiligheidsplan Barneveld 2015–2018) zijn als topprioriteiten aangemerkt: High Impact Crime (focus op woninginbraken), de aanpak van overlast in de woon- en leefomgeving en aanpak van drank- en drugs gebruik en -overlast. Gelet op de ernst van de materie is bij deze topprioriteiten aangegeven dat hier in het bijzonder aan gewerkt wordt. Dit vertaalt zich met betrekking tot de overlast in de woon- en leefomgeving en, meer specifiek, tot de horeca in het organiseren van het horecaoverleg, mobiel cameratoezicht, toezicht door de Buitengewone Opsporingsambtenaren (BOA'
- s)in de nacht van zaterdag op zondag in horecagebieden, een periodieke nachtelijke schouw en een stappenplan met betrekking tot jeugdoverlast (waarbij politie, BOA’s, jongerenwerkers en eventueel de veiligheidscoördinator worden betrokken). Met betrekking tot de aanpak van het drank- en drugsgebruik houdt de gemeente zich bezig met de naleving van de Drank- en Horecawet, wordt voorlichting gestimuleerd bij diverse instellingen, worden spreekuren gehouden door het Centrum voor Jeugd en Gezin en, wordt in samenwerking met buurgemeenten aandacht besteed aan drugsproblematiek (met name hennep). Door deze integrale en brede aanpak wordt gewerkt aan de gestelde topprioriteiten. De focus op deze prioriteiten geldt, in ieder geval, voor de duur van het huidige integrale veiligheidsplan (2015–2018). 4.5.Evenementen Voor dezelfde periode (2016–2020) als waarin deze nota horecabeleid geldt wordt ook een nieuw evenementenbeleid vastgesteld. Het vernieuwde evenementenbeleid sluit aan bij de risicoclassificatie van de VGGM en geeft aan hoe de gemeente om wil gaan met aanvragen voor evenementen. In dit beleid wordt aangegeven wat van organisatoren verwacht wordt bij het organiseren van een evenement en hoe de risico’s op het terrein van de openbare orde, brandveiligheid, verkeer en vervoer en volksgezondheid worden herkend en gereguleerd. Indien een horecaondernemer een evenement wil organiseren dient hij net als een andere organisator een aparte aanvraag te doen op basis van de APV. Wanneer bij een evenement ook de wens bestaat om alcoholhoudende drank te schenken dient hiervoor een aparte ontheffing op grond van de Drank- en horecawet te worden gevraagd. De houder van de ontheffing dient degene te zijn die ook daadwerkelijk verantwoordelijk is voor het schenken en dus over de juiste papieren beschikt. Dit kan een ander zijn dan de organisator van het evenement. In de aanvraag om een evenementenvergunning dient altijd te worden aangegeven of er alcoholhoudende drank wordt geschonken of niet. Dit is van belang voor het vaststellen van de risicoclassificatie en de te nemen maatregelen door de organisator, welke ook worden vermeld in de verleende vergunning. 4.6.Drugs In de bestuursrechtelijke aanpak tegen drugs is lokaal beleid vastgesteld ten aanzien van de aanwezigheid van hennepkwekerijen in woningen of (niet-) openbare gelegenheden en/ of de handel van zowel soften harddrugs vanuit deze locaties. De Wet Damocles geeft de burgemeester een bevoegdheid om op te treden tegen deze overtredingen. Om uitvoering te geven aan deze wet is in op maart 2016 het 'Damoclesbeleid gemeente Barneveld' in werking getreden. Met dit beleid is het mogelijk om woningen en lokalen waarin een hennepkwekerij wordt aangetroffen of van waaruit drugs worden verhandeld, voor een bepaalde periode volledig af te sluiten. Hiermee wordt beoogd het gevaar voor de openbare orde weg te nemen en het woon- en leefklimaat te herstellen. Naast de aanpak ter uitvoering van de Wet Damocles geldt in de gemeente Barneveld een nulbeleid ten aanzien van coffeeshops. In de bestuursrechtelijke aanpak tegen drugs is afgesproken geen coffeeshops in de gemeente te gedogen. Deze afspraak is vastgelegd in de 'drugsnota Gemeente Barneveld' uit 1997. Mocht er onverhoopt een verkooppunt van cannabis gevestigd worden, dan zal hier handhavend tegen worden opgetreden. Ook wanneer het verkooppunt zich aan de gedoogvoorwaarden van het Openbaar Ministerie houdt ((BI)AHOJG-criteria) is dit nog niet toegestaan. Het gaat immers om een illegaal verkooppunt. In de aanpak tegen drugs is ten slotte in de APV opgenomen dat het in de gemeente Barneveld verboden is om op de weg, die deel uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen gebied, softdrugs 10 Onder softdrugs wordt verstaan: de middelen, genoemd in lijst II, onderdeel b, behorende bij de Opiumwet. te gebruik of openlijk voorhanden te hebben 11 Art. 67 APV Barneveld. . Het verbod op softdrugsgebruik of het om handen hebben van softdrugs geldt onverminderd in een straal van 500 meter rondom onderwijsinstellingen. 4.7.Verboden drankgebruik Op grond van artikel 51 APV Barneveld is het voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 12 Voor personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt hebben geldt dat zij sinds 1 januari 2014 op grond van de Dranken Horecawet strafbaar zijn als ze alcohol bij zich hebben op een openbare plek. 13 Op basis van landelijke wetgeving geldt reeds dat aan minderjarigen geen alcohol verkocht mag worden en dat jongeren onder de 18 jaar strafbaar zijn als ze alcohol bij zich hebben in het openbaar. Voor jongeren onder de achttien jaar geldt dus al dat zij op een openbare plaats geen alcoholhoudende drank bij zich mogen hebben en zij worden derhalve niet genoemd in deze lokale regelgeving. In 2015 is het met een aanwijzingsbesluit door het college gebruik gemaakt van deze bevoegdheid en zijn gebieden aangewezen gebaseerd op de locaties waar in het verleden overlast heeft plaatsgevonden. De aangewezen gebieden zijn met name gelegen rondom de uitgaansgebieden, supermarkten, sportverenigingen, pleinen, speeltuinen, scholen, openbare parkeerplaatsen en recreatiegebied Zeumeren 14 Recreatiegebied Zeumeren is onderverdeeld in drie zones waar gedurende bepaalde tijden of gedurende de hele dag het gebruik van alcoholhoudende drank of het bij zich hebben van aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank niet is toegestaan. . Het gebruik van alcohol in het openbaar op deze locaties kan leiden tot een verstoring van de openbare ruimte en tot overlastsituaties. Om die reden wordt het wenselijk geacht om deze locaties aan te wijzen als gebied waar het gebruik van alcoholhoudende drank of het bij zich hebben van aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank niet toegestaan is. Voor de lijst van gebieden en kaarten met de aangewezen gebieden wordt in dit beleid verwezen naar het 'Besluit tot het aanwijzen van gebieden waar het verboden is alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben (art. 51 APV)'. 4.8.Bibob procedure Zoals besproken in het juridische kader landelijk, beoogt de wet Bibob te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert door onbewust vergunningen te verstrekken ten behoeve van illegale praktijken. De Wet Bibob verschaft aan de gemeente een beleidsruimte bij de besluitvorming omtrent de toepassing van de hun toegekende bevoegdheden. Ter uitvoering van deze bevoegdheid heeft de gemeente beleidsregels opgesteld: de Beleidsregels Wet Bibob Gemeente Barneveld 2012. 15 Ten tijde van het schrijven van dit beleid gelden de Beleidsregels Wet Bibob gemeente Barneveld 2012. Deze beleidsregels hebben tot doel duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop het bestuursorgaan de Wet Bibob toepast. De beleidsregels bepalen dat het bestuursorgaan in geval van een horecabedrijf met vergunning, als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet, altijd de wet Bibob toepast. Er is in ieder geval aanleiding om de Wet Bibob toe te passen indien er op basis van de indicatorenlijst aanwijzingen zijn dat de beschikking of opdracht mogelijk mede kan worden gebuikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen. Deze aanleiding kan er ook zijn omdat dergelijke aanwijzingen blijken uit feiten en/of omstandigheden waarmee de gemeente op andere wijze bekend is geworden. Tot slot bestaat er aanleiding om de wet Bibob toe te passen in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van de Wet Bibob wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen. Bij een vergunningsaanvraag, zowel exploitatie als drank- en horecavergunning, vult de aanvrager een algemeen vragenformulier in op grond van artikel 30 van de Wet Bibob. Een medewerker van het team Veiligheid, Vergunningen en Toezicht zal deze aanvraag behandelen (mede aan de hand van de bij het bestuursorgaan bekende feiten en omstandigheden, alsmede aan de hand van de ingevulde indicatorenlijst). Het openbaar bestuur mag in het kader van een vergunning zelf een (beperkt) onderzoek doen naar de antecedenten van de aanvrager. Daarbij moet worden gedacht aan de herkomst van diens vermogen, zijn financieringsrelaties en zijn bezittingen. Omdat het openbaar bestuur beperkt is in haar mogelijkheden, kan zij advies vragen aan het landelijk Bureau Bibob. Dit bureau heeft inzage in nagenoeg alle registers. Het bestuursorgaan informeert de aanvrager van de vergunning schriftelijk over een adviesaanvraag aan het landelijk bureau Bibob. In het kader van de Wet Bibob kan het bestuursorgaan de volgende beslissingen nemen: De vergunning wordt verleend De vergunning wordt afgewezen op grond van de Wet Bibob 3. Het bestuursorgaan wint advies in bij het landelijk Bureau Bibob. Tot slot bestaat er geen mogelijkheid om tegen het Bibob advies van het Bureau Bibob in bezwaar of beroep te gaan. De bezwaar- en beroepsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op Bibob-adviezen. Deze bepalingen zijn wel van toepassing op de uiteindelijke beschikking van het bestuursorgaan om geen vergunning te verlenen of de bestaande vergunning in te trekken. 4.9.Paracommercie In de Drank- en Horecawet is aan de gemeenten de verplichting gesteld om voor 1 januari 2014 een verordening op te stellen om alcoholverstrekking in paracommerciële horeca te reguleren. De belangrijkste doelen hiervan zijn het voorkomen van oneerlijke concurrentie met reguliere horeca en het bevorderen van verantwoorde alcoholverstrekking in de paracommerciële horecabedrijven. In de gemeente Barneveld is ter uitvoering van deze verplichting de Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld van kracht. Deze is gebaseerd op een model dat in regionaal verband is voorbereid. Lokaal gelden op basis van de Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld voor paracommerciële inrichtingen de onderstaande schenktijden voor alcoholhoudende drank. 16 Artikel 7 Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld. Voor alle duidelijkheid: de schenktijden hoeven niet overeen te komen met de openingstijden. In In afwijking van deze tijden hanteren de in onderstaand schema opgenomen typen de in het onderstaand schema typen paracommerciële inrichtingen de hierna opgenomen schenktijden 17 Artikel 8 Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld. De burgemeester kan op aanvraag permanent, dan wel tijdelijk, ontheffing verlenen van de hierboven gestelde schenktijden. Aan deze ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 18 Artikel 18 lid 1 Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld. In de verordening is verder ter voorkoming van oneerlijke mededinging geregeld dat het verboden is in een paracommerciële inrichting alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften of partijen, of tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de beherende paracommerciële rechtspersonen zijn betrokken. 19 Artikel 9 Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld. Dit verbod is niet van toepassing op gemeenschapshuizen die met middelen van de overheid zijn opgericht om de hierboven genoemde bijeenkomsten te faciliteren. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van alle hierboven gestelde regels uit artikel 7, 8 en 9 van de Drank- en horecaverordening. 20 Artikel 18 lid 2 Drank- en Horecaverordening gemeente Barneveld. Het beginsel 'Lex silencio positivo', waarmee een vergunning van rechtswege wordt verleend indien het bevoegde orgaan bij een aanvraag te laat of niet reageert, is bij niet van toepassing op de facultatieve ontheffingen uit de Drank- en horecaverordening. 4.10.Volksgezondheid In de Drank- en Horecawet is aan de gemeenteraad de verplichting opgelegd om uiterlijk zes maanden na inwerkingtreding van het desbetreffende artikel een preventie-en handhavingsplan alcohol vast te stellen. In Barneveld is hier aan voldaan door het 'Preventie- en Handhavingsplan gemeente Barneveld'. Dit plan is regionaal opgesteld in het kader van het FrisValley project. 21 Het preventie-en handhavingsplan alcohol zal met ingang van september 2016 onderdeel gaan uitmaken van de nota gezondheidsbeleid vanwege de verplichting uit artikel 43a van de Drank- en Horecawet. Hierin is opgenomen dat het preventie- en handhavingsplan (na de eerste maal) elke vier jaar gelijktijdig met de vaststelling van de lokale nota gezondheidsbeleid wordt vastgesteld. In dit plan is opgenomen wat de doelstellingen zijn van het preventie- en handhavingsplan alcohol, welke acties worden ondernomen om alcoholgebruik te voorkomen, welke handhavingssancties worden ondernomen en de wijze waarop het handhavingsbeleid wordt uitgevoerd en de beoogde resultaten. De acties en activiteiten zijn met name gericht op de jonge drinkers. Hierbij spelen intermediairs als ouders, alcoholverstrekkers en scholen een belangrijke rol met betrekking tot voorlichting, educatie en communicatie. Behalve de acties zoals opgenomen in het Preventie- en Handhavingsplan geldt in het kader van volksgezondheid tevens de door de gemeente vastgestelde regelgeving die van directe invloed is op het alcoholgebruik door jongeren. Hiermee wordt verwezen naar de Drank- en Horecawetverordening, het evenementenbeleid en het keetbeleid. De Drank- en Horecawetverordening en het evenementenbeleid zijn hierboven reeds aangehaald. Het Keetbeleid is opgenomen in de in 2008 opgestelde Nota ketenbeleid gemeente Barneveld. Hierin is opgenomen dat commerciële keten direct worden aangepakt, buurtketen worden afgebouwd (deze kent de gemeente Barneveld niet op het moment van schrijven) en dat (verlengde) huiskamerketen – onder voorwaarden- kunnen blijven bestaan. 5.Organisatie in de gemeente Barneveld Samenvatting Bij de landelijke en lokale wetgeving zijn de vergunningen en ontheffingen uiteengezet die een ondernemer kan aanvragen voor zijn zaak. In dit hoofdstuk wordt het proces van vergunningverlening besproken. Kort gezegd komen alle vergunningsaanvragen terecht bij de medewerkers van het team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht. Aldaar worden de termijnen van vergunningverlening bewaakt en de toetsing van de vergunningsaanvraag gecoördineerd. Een aanvraag wordt getoetst door verschillende gemeentelijke diensten, politie, omgevingsdienst en de Veiligheidsregio. In dit hoofdstuk wordt uiteengezet waar en wanneer een ondernemer een vergunning aan moet vragen, hoe het proces van aanvraag tot vergunning in de gemeente Barneveld verloopt en hoe lang een proces in beslag neemt. 5.1.Jaarlijks overzicht vergunningen Voorafgaand aan een nieuw kalenderjaar wordt aan alle ondernemers met vergunningen omtrent horeca in de gemeente Barneveld een overzicht gestuurd ten behoeve van de vergunningverlening. In dit overzicht, dat door een medewerker van het team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht wordt verstrekt, staan onder andere de adresgegevens en eerder aangevraagde (en lopende) vergunningen, ontheffingen en/of gedane meldingen met betrekking tot exploitatie (en daarbij in gebruik te nemen gemeentegrond), sluitingstijden, Drank- en Horecawet en leidinggevenden. Indien deze gegevens wijziging behoeven voor het daaropvolgende jaar wordt de ondernemer gevraagd te reageren op deze brief. Bij geen reactie worden de vergunningen die gelden voor de duur van één jaar, mits er zich geen bijzondere situaties voordoen, opnieuw verstrekt voor de duur van één kalenderjaar. De leges en eventuele precariokosten worden aan de hand van het opgestuurde overzicht opnieuw berekend. Indien er geen reactie volgt terwijl toch een wijziging van de gegevens nodig blijkt kan dit uiteraard worden afgestemd met de betrokken medewerker binnen het team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht. Het overzicht wordt louter verstrekt om ondernemers in te laten zien welke zaken op dit moment zijn aangevraagd en gemeld, zodat de nieuwe vergunningen tijdig opgemaakt kunnen worden voor het nieuwe jaar. 5.2.Ondernemingsdossier Aanvragen, wijzigingen en meldingen kunnen naar keuze op twee verschillende manieren aan de gemeente worden toegezonden. Ten eerste is het mogelijk om via de website van de gemeente (www.barneveld.nl; via digitaal loket, formulieren en ondernemen), formulieren te downloaden en deze vervolgens per post of digitaal aan de gemeente te zenden. Een tweede mogelijkheid, welke de gemeente graag wil stimuleren, is gebruik van het online platform 'het ondernemingsdossier'. Het ondernemingsdossier is een digitaal dossier voor (horeca)ondernemers van commerciële horecagelegenheden en paracommerciële instellingen. 22 Aanvankelijk konden alleen ondernemers van commerciële horecagelegenheden werken met het ondernemingsdossier. Bij de invoering van deze nota horecabeleid zal het ook voor ondernemers van paracommerciële instellingen mogelijk zijn om met het ondernemingsdossier te werken. Voor hen gelden dezelfde voordelen als voor commerciële horecagelegenheden. De informatievoorziening en aanvraagbehandeling tussen onderneming en gemeente wordt op deze manier makkelijker en efficiënter ingericht. Voor de ondernemer heeft het ondernemingsdossier veel voordelen: Digitale vergunningen aanvragen en meldingen kunnen gedaan worden waar en wanneer het de ondernemer uitkomt; het systeem wijst op verplichte velden en bijlagen, waarmee voorkomen wordt dat onvolledige aanvragen worden gedaan (en dientengevolge een aanvraag niet in behandeling genomen kan worden); een ondernemer hoeft de reeds bekende gegevens niet opnieuw in te vullen; een ondernemer heeft direct inzicht in relevante wet- en regelgeving en eventueel te nemen acties; alle informatie staat op een centrale plek bij elkaar en is derhalve overal en altijd beschikbaar; een ondernemer kan een melding instellen als acties of vergunning verlopen; het systeem voorziet in diverse regelhulpen die wet- en regelgeving in een model van vraag- en antwoorddialogen weergeeft. Bezoekt een ondernemer voor de eerste keer de website van het ondernemingsdossier, dan moet een wachtwoord (een zogenaamde e-herkenning) aangevraagd worden. Deze inloggegevens worden enkele werkdagen later per post toegestuurd. Met deze gegevens kan een ondernemer vanaf dat moment gebruik maken van het ondernemingsdossier. De volgende zaken kunnen (bij aanvang van dit beleid) via het ondernemingsdossier geregeld worden: Exploitatievergunning (inclusief terras) aanvragen; Drank- en horecavergunning aanvragen; Aan- of afmelden van leidinggevende; Aanvragen verlenging sluitingstijden; Aanvragen van een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten; Acties inplannen middels diverse regelhulpen om aan de wet- en regelgeving te kunnen voldoen. De gemeente wil stimuleren dat ondernemers alle zaken met betrekking tot horeca regelen via het ondernemingsdossier. Dientengevolge kan een ondernemer, indien een vergunning wordt aangevraagd via het ondernemingsdossier, rekenen op een kortingstarief van twintig procent op de leges van de desbetreffende vergunning. Dit kortingstarief is van toepassing bij de volgende diensten: aanvraag exploitatievergunning, aanvraag drank- en horecavergunning, aanvraag vergunning verruiming sluitingstijd en het bijschrijven van leidinggevenden. 5.3.Vergunningen 5.3.1.Exploitatievergunning Een ondernemer heeft in de gemeente Barneveld een exploitatievergunning nodig als hij/zij eten en/of drinken verkoopt dat mensen direct in de zaak of op het terras consumeren. Dit geldt niet alleen voor cafés of restaurants, maar bijvoorbeeld ook voor een jongerencentrum, een cafetaria of een sportvereniging met kantine. De exploitatievergunning wordt verleend aan en op naam gezet van de houder 23 De natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wies rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd. en is niet overdraagbaar. In een exploitatievergunning worden de volgde zaken vastgesteld: de ondernemingsvorm van het bedrijf; het adres; de soort en omvang van de activiteit van het horecabedrijf; de voorschriften voor exploitatie; de toestemming en omvang van een terras in het geval dit is aangevraagd. In de APV zijn een aantal gevallen benoemd waarbij geen exploitatievergunning is vereist voor een openbare inrichting, dit is het geval indien de openbare inrichting zich bevindt in: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een zorginstelling; een museum; een bedrijfskantine- of restaurant. In een aantal gevallen dient de exploitatievergunning opnieuw aangevraagd of gewijzigd te worden, dit is verplicht indien: de rechtsvorm van de onderneming verandert (bijvoorbeeld van een eenmanszaak naar een BV). In dat geval dient de ondernemer een wijziging van de exploitatievergunning aan te vragen; de horecagelegenheid wordt overgenomen. Heeft de horecaonderneming nog een geldige vergunning en blijven de openingstijden en de exploitatievorm ongewijzigd, dan heeft de nieuwe ondernemer vanaf het moment van overname vier wekende tijd om de nieuwe vergunning aan te vragen. Zolang de bestaande vergunning nog geldig is, mag die aangehouden worden totdat een beslissing is genomen over de aanvraag. de horecagelegenheid verhuist naar een ander adres. In dat geval dient de horecaondernemer een nieuwe vergunning aan te vragen. de zaak bouwkundig gewijzigd of uitgebreid wordt. In dat geval dient de ondernemer een wijziging van de exploitatievergunning aan te vragen; de wens bestaat een terras te exploiteren of uit te breiden. In dat geval dient de ondernemer een wijziging van de exploitatievergunning aan te vragen; een nieuwe activiteit uitgevoerd gaat worden. In dat geval dient een ondernemer contact op te nemen over een eventueel aan te vragen wijziging van de exploitatievergunning. Als de aanvraag volledig is ingediend en alle benodigde documenten zijn aangeleverd kan een aanvraag in behandeling worden genomen. Daarna duurt de beslistermijn van een exploitatievergunning, mits er zich geen bijzondere situaties voordoen, maximaal acht weken. Deze periode kan op basis van artikel 2 lid 2 van de APV ten hoogste met acht weken worden verlengd. Doorgaans duurt een aanvraagprocedure in de Gemeente Barneveld zes tot acht weken. Bij een aanvraag om een horecabedrijf te exploiteren wordt er allereerst gekeken of het bedrijf past op de plek waar de wens bestaat om deze te vestigen. Zo zal het bestemmingsplan nader worden bekeken en wordt beoordeeld of het horecabedrijf geen nadelige invloed zal hebben op de omgeving. Ook wordt gekeken of de eigenaar en de leidinggevenden geschikt zijn om een horecaonderneming te leiden naar aanleiding van de in de APV gestelde eisen. Voor de verlening van de exploitatievergunning wordt altijd getoetst via de Bibob-procedure. Hierdoor kan een beslistermijn soms langer duren dan de hierboven genoemde termijn. De exploitatievergunning (inclusief Bibob-formulier) kan via het ondernemingsdossier en via de website worden aangevraagd. De gemeente wil stimuleren dat ondernemers alle zaken met betrekking tot horeca regelen via het ondernemingsdossier. Dientengevolge kan een ondernemer, indien een exploitatievergunning wordt aangevraagd via het ondernemingsdossier, rekenen op een kortingstarief van twintig procent op de leges van deze vergunning. De duur van de exploitatievergunning loopt voort zolang deze niet vervalt naar aanleiding van een beëindiging, een overdacht, het geen gebruik maken van de vergunning voor de duur van zes maanden na onherroepelijk worden van de vergunning, het geen gebruik maken van de vergunning gedurende een jaar wegens overmacht of het geheel intrekken door de burgemeester in verband met de ontoelaatbare woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of nadelige beïnvloeding op ontoelaatbare wijze van de openbare orde. Voor de behandeling van de vergunningsaanvraag worden legeskosten in rekening gebracht. Deze kosten worden jaarlijks vastgesteld in de legesverordening van de gemeente Barneveld. 5.3.2.Ontheffing gevelzitplaatsen De gemeente biedt met dit beleid en de nadere regels bij artikel 14 lid 3 APV een mogelijkheid om gevelzitplaatsen bij de detailhandel te creëren. Om gevelzitplaatsen te mogen creëren dient een ondernemer een ontheffing voor gevelzitplaatsen aan te vragen. Deze ontheffing kan aangevraagd worden via het ondernemingsdossieren via een formulier op de website van de gemeente Barneveld. 24 De aanvraag van deze ontheffing is mogelijk vanaf het moment dat deze nota horecabeleid in werking treedt. Als de aanvraag volledig is ingediend en alle benodigde documenten zijn aangeleverd kan een aanvraag in behandeling worden genomen. De aanvraag ontheffing gevelzitplaatsen wordt door een medewerker van het team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht behandeld. Per geval wordt zal beoordeeld worden of de voorgenomen uitvoering past binnen de gestelde normen van het beleid. Aan het besluit een ontheffing te verlenen kunnen voorschriften worden verbonden. Omdat gevelzitplaatsen beschouwd worden als nieuwe keuzemogelijkheid voor ondernemers ten behoeve van de levendigheid in het centrum zal de ontheffing aanvankelijk worden verleend voor de periode van één jaar. Na afloop van dat jaar zal een evaluatie volgen van de nieuwe situatie. Indien het eerste peiljaar succesvol blijkt zal dit beleid worden voortgezet en worden doorlopende ontheffingen verleend. Voor de ontheffing gevelzitplaatsen en, indien van toepassing, voor het gebruik van de gemeentelijke grond worden kosten berekend. Omdat de 'aanvraag ontheffing gevelzitplaatsen' een nieuwe keuzemogelijkheid is, wordt in 2016 gebruik gemaakt van de in de Legesverordening 2016 genoemde leges voor niet benoemde vergunningen, ontheffingen of andere beschikkingen. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor deze – niet benoemde – ontheffing bedraagt € 28,20. Vόόr vaststelling van de legesverordening Barneveld 2017 zal de gemeente ervaringscijfers betreffende de aanvraagprocedure opdoen en bezien of deze aanleiding geven tot aanpassing van de leges. Voor de gebruiksvergoeding voor gemeentegrond hanteert de gemeente Barneveld ten tijde van het vaststellen van deze nota een tarief van € 16,50 per m2 per jaar (12 maanden) 25 Dit tarief geldt ten tijde van de inwerkingtreding van deze nota horecabeleid. . Indien een ondernemer uitsluitend gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om gevelzitplaatsen te creëren in het zomerseizoen (8 maanden) geldt een tarief van € 11,00. 5.3.3.Drank- en Horecawetvergunning Een Drank- en Horecawetvergunning is vereist indien in een gelegenheid alcohol wordt geschonken aan klanten. Dat wil zeggen: in het geval alcohol wordt verkocht die mensen direct consumeren. Dit geldt zowel voor commerciële horecazaken, bijvoorbeeld een horecaondernemer met een café die voornemens is zwak- en of/ sterk alcoholische drank te schenken, alsook voor paracommerciële rechtspersonen, bijvoorbeeld kantines van sportverenigingen. De Drank- en Horecawetvergunning is een aparte vergunning. Voor het exploiteren van een zaak waar alcohol wordt verkocht voor directe consumptie is in alle gevallen tevens een exploitatievergunning vereist. Deze beide vergunningen kunnen gelijktijdig worden aangevraagd. Zoals toegelicht in het juridisch kader landelijk onder het kopje Drank- en Horecawet, worden voor een Drank- en Horecawetvergunning eisen gesteld aan de inrichting van de horecazaak en aan de eigenaar en leidinggevenden van de horecazaak. Een Drank- en Horecawetvergunning wordt alleen verstrekt als de horecagelegenheid voldoet aan de gestelde eisen uit de Drank- en Horecawet. Als de aanvraag volledig is ingediend en alle benodigde documenten zijn aangeleverd kan een aanvraag in behandeling worden genomen. Daarna duurt de aanvraagprocedure van een Drank- en Horecawetvergunning, mits er zich geen bijzondere situaties voordoen, maximaal acht weken. Deze periode kan ten hoogste met acht weken worden verlengd. Naast de eisen die gesteld worden aan de persoon van de ondernemer en de leidinggevenden (zie Drank- en Horecawet onder juridisch kader landelijk) is het verplicht dat alle leidinggevenden worden vermeld op de vergunning. Is er sprake van een eenmanszaak of een vennootschap onder firma, dan is de ondernemer zelf ook leidinggevende. Bij een BV worden ook alle bestuurders als leidinggevenden beschouwd. Dit heeft als gevolg dat zij die als leidinggevende worden beschouwd ook dienen te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan de leidinggevende. 26 Voor een beperkt aantal leidinggevenden, voor wiens rekening en risico het horecabedrijf wordt uitgeoefend, geldt een uitzondering met betrekking tot de vereiste om te beschikken over de Verklaring Sociale Hygiëne. Deze uitzondering is van toepassing is het geval de leidinggevende permanent in het buitenland verblijft. Zij hoeven niet aan deze kenniseis te voldoen indien zij geen enkele bemoeienis hebben met de bedrijfsvoering of exploitatie van het horecabedrijf. In een commerciële horecagelegenheid moet altijd minimaal één leidinggevende aanwezig zijn als de zaak voor publiek toegankelijk is. Voor paracommerciële horeca inrichtingen gelden andere regels. Hier geldt dat er minimaal twee leidinggevenden op de Drank- en Horecawetvergunning moeten staan. Zij hebben echter geen aanwezigheidsplicht als de paracommerciële inrichting geopend is. Wel moet er altijd minimaal één barvrijwilliger aanwezig zijn die een voorlichtingsinstructie heeft ontvangen op het gebied van sociale hygiëne, de Instructie Verantwoord Alcoholschenken (IVA). Het bijschrijven van leidinggevenden dient via het ondernemingsdossier of via een formulier gemeld te worden bij de gemeente. Een afschrift van de ontvangstbevestiging van de melding dient in het horecabedrijf aanwezig te zijn. Bij commerciële horecabedrijven raadt de gemeente ten zeerste aan dat elke bedrijf meerdere leidinggevenden op de vergunning schrijft in het geval dit mogelijk is. De ervaring leert dat één leidinggevende bij een horeca inrichting met een drank- en horecavergunning problemen kan opleveren in het geval zich onvoorziene omstandigheden voordoen. Dit vanwege de vereiste dat er altijd een leidinggevende aanwezig dient te zijn als er alcoholhoudende dranken worden geschonken. Een voorbeeld: een horecaondernemer is enig leidinggevende op de drank- en horecavergunning van zijn onderneming. Bij ziekte en dientengevolge afwezigheid van deze leidinggevende mag er op dat moment geen alcohol geschonken worden in het bedrijf. Om dergelijke situaties te voorkomen raadt de gemeente aan, indien mogelijk, meerdere leidinggevenden op de vergunning bij te schrijven. In een aantal gevallen dient de Drank- en horecawetvergunning gewijzigd te worden, dit is verplicht indien: Er een wijziging optreedt met betrekking tot de leidinggevenden. In dat geval moeten deze worden bijgeschreven op het aanhangsel van de vergunning; de zaak bouwkundig uitbreidt. In dat geval dient de ondernemer een wijziging van de drank- en horecavergunning aan te vragen; de rechtsvorm van de onderneming verandert (bijvoorbeeld van een eenmanszaak naar een BV). In dat geval dient de ondernemer een wijziging van de drank- en horecavergunning aan te vragen; De Drank- en Horecawetvergunning kan via het ondernemingsdossier en via de website worden aangevraagd. Tevens kunnen leidinggevenden op deze wijze aan- en afgemeld worden. De gemeente wil stimuleren dat ondernemers alle zaken met betrekking tot horeca regelen via het ondernemingsdossier. Dientengevolge kan een ondernemer, indien een vergunning wordt aangevraagd via het ondernemingsdossier, rekenen op een kortingstarief van twintig procent op de leges van de desbetreffende vergunning. Ditzelfde kortingstarief wordt gehanteerd ten aanzien van het bijschrijven van leidinggevenden. Voor de behandeling van de vergunningsaanvraag en voor het bijschrijven van leidinggevenden worden legeskosten in rekening gebracht. Deze kosten worden jaarlijks vastgesteld in de legesverordening van de gemeente Barneveld. 5.3.4.Vergunning verruiming sluitingstijd Met betrekking tot de sluitingstijden is het de houder van een openbare inrichting verboden zonder een vergunning verruiming sluitingsuur de lokaliteit geopend te hebben tussen 24.00 en 06:00 uur. 27 Art. 26 lid 1 APV Barneveld. Wil de houder van een openbare inrichting buiten deze tijden de zaak exploiteren, dan moet een vergunning verruiming sluitingstijd aangevraagd worden. Bij de lokale wetgeving onder 'opening en sluiting horecagelegenheden' is een toelichting gegeven op de sluitingstijden van de verschillende horecagelegenheden. De openstelling kan, afhankelijk van het soort horecagelegenheid en de dag van de week, worden verruimd tot respectievelijk 01:00, 02:00 of 03:00 uur. Deze vergunning geldt niet voor een eventueel bij de openbare inrichting behorend terras. Als de aanvraag volledig is ingediend en alle benodigde documenten zijn aangeleverd kan een aanvraag in behandeling worden genomen. Na de aanvraag zal een medewerker van het Team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht de aanvraag toetsen en, indien de aangevraagde tijden mogelijk zijn volgens de APV en nadere regels, de vergunning verlenen. De aanvraagprocedure van een vergunning verruiming sluitingstijd neemt ongeveer vier weken in beslag. De vergunning verruiming sluitingstijd wordt elk jaar opnieuw verstrekt. Deze geldt dus voor de looptijd van één jaar. Indien er naar aanleiding van het toegestuurde overzicht geen wijziging wordt doorgegeven wordt deze automatisch opnieuw verstrekt. De vergunning verruiming sluitingstijd kan via het ondernemingsdossier en via de website worden aangevraagd. De gemeente wil stimuleren dat ondernemers alle zaken met betrekking tot horeca regelen via het ondernemingsdossier. Dientengevolge kan een ondernemer, indien de vergunning verruiming sluitingstijd wordt aangevraagd via het ondernemingsdossier, rekenen op een kortingstarief van twintig procent op de leges van de deze vergunning. Voor de behandeling van de vergunningsaanvraag worden legeskosten in rekening gebracht. Deze kosten worden jaarlijks vastgesteld in de legesverordening van de gemeente Barneveld. 5.3.5.Aanwezigheidsvergunning Indien een ondernemer speelautomaten wil plaatsen in een horecabedrijf dient een aanwezigheidsvergunning aangevraagd te worden. Deze is vereist bij speelautomaten waarmee geld te winnen is, bijvoorbeeld fruitautomaten. Een ondernemer kan maximaal twee kansspelautomaten aanvragen indien de horeca inrichting als hoogdrempelig wordt bestempeld. In het juridisch kader landelijk is meer te lezen over het verschil tussen laag- en hoogdrempelige inrichtingen. Ook de aanwezigheidsvergunning kan via het ondernemingsdossier en via het aanvraagformulier op de website van de gemeente worden aangevraagd. De aanvraagprocedure van een aanwezigheidsvergunning duurt maximaal acht weken. Doorgaans neemt de aanvraagprocedure van deze vergunning ongeveer vier weken in beslag. De aanwezigheidsvergunning wordt elk jaar opnieuw verstrekt. Deze geldt dus voor de looptijd van één jaar. Indien er naar aanleiding van het toegestuurde overzicht geen wijziging wordt doorgegeven wordt deze automatisch opnieuw verstrekt. Voor de behandeling van de vergunningsaanvraag worden legeskosten in rekening gebracht. De leges voor de aanwezigheidsvergunning zijn landelijk vastgesteld in het Speelautomatenbesluit 2000. Bij één kansspelautomaat geldt een tarief van ten hoogste € 56,50 voor de vergunning en bij twee kansspelautomaten (het maximum) een tarief van ten hoogste € 90,50 euro. Deze tarieven zijn in de gemeente Barneveld van toepassing. 5.4.Publicatie vergunningen Nieuwe aanvragen exploitatievergunning, nieuwe aanvragen Drank- en Horecawetvergunning en de aanvraag ontheffing gevelzitplaatsen worden per 1 juli 2016 gepubliceerd in het Gemeenteblad en op de pagina 'bekendmakingen' van de website van de gemeente Barneveld. Omwonenden en andere belanghebbende hebben veertien dagen de tijd om schriftelijk hun zienswijze kenbaar te maken waarna definitieve besluitvorming plaats zal vinden. Dit betekent dat zij hun mening kunnen geven over de plannen ten tijde van de behandeling van de aanvraag. Tevens staat de mogelijkheid open om bezwaar te maken tot zes weken nadat een vergunning is verleend. Een zienswijze moet binnen veertien dagen na publicatie binnen zijn. Deze kan gericht worden aan: De burgemeester T.a.v. Team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht Afdeling Bestuur & Dienstverlening Onder vermelding van: zienswijze aanvraag (locatie aanvraag vermelden) Postbus 63 3770 AB Barneveld Een zienswijze kan tevens digitaal toegezonden worden naar horeca@barneveld.nl. 5.5.Ontvangst vergunningen Op alle aanvragen, wijzigingen en meldingen wordt namens de gemeente in ieder geval terstond gereageerd met een ontvangstbevestiging. Indien deze aanvraag, wijziging of melding gedaan is via het ondernemingsdossier zal ook de communicatie via dezelfde weg naar de ondernemer terug worden gezonden. Indien een aanvraag, wijziging en/of melding via een formulier aan de gemeente is toegezonden zal een reactie worden gestuurd naar het opgegeven correspondentieadres. Daarenboven worden ondernemers bij nieuwe aanvragen uitgenodigd voor een gesprek met een medewerker van team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht. Het is verboden om een horeca inrichting te exploiteren en/of drank te verstrekken, kansspelautomaten aanwezig te hebben of gevelzitplaatsen te creëren alvorens een vergunning of ontheffing voor deze activiteiten is verleend en verkregen. 5.6.Handhaving Voor het toezicht op en de handhaving van de naleving van de regelgeving voor horeca-inrichtingen zijn verschillende instanties verantwoordelijk. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de brandweer, de politie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Omgevingsdienst de Vallei (OddV) en de gemeente. De gemeente acht de ondernemers primair verantwoordelijk voor hun zaak, klanten, omwonenden en omgeving. Wangedrag voor de deur door klanten of overmatig alcoholgebruik in de horecazaak worden tegengegaan door de ondernemer. De gemeente heeft met betrekking tot de horeca een verantwoordelijkheid waar het gaat om toezicht en/of naleving van het Bouwbesluit 2012, de Drank- en Horecawet 28 Het toezicht en de naleving van de Drank- en Horecawet is regionaal georganiseerd in Frisvalley verband. Op 1 januari 2016 is FrisValley 3.0 van start gegaan; een voortzetting van de Regio FoodValley-gemeenten die de tot stand is gekomen en jongeren wijst op de gevaren van te vroeg, te vaak en te veel alcoholgebruik. Binnen FrisValley is besloten om het toezicht van de Dranken Horecawet regionaal te regelen. De daarvoor aangewezen BOA's hebben een Drank- en Horecadiploma gehaald en zijn vanaf dat moment belast met het reguliere toezicht op de naleving van de Drank- en horecawet. , de Wet op de kansspelen, de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV), nadere regels en de beleidsregels. Daarnaast houden de Bijzondere Opsporingsambtenaren van de gemeente zich bezig met het toezicht. Effectief toezicht heeft een preventieve en een repressieve functie en heeft tot doel om zowel feitelijke vormen van onveiligheid als gevoelens van onveiligheid te verminderen. In de gemeente Barneveld geldt nalevingsbeleid ten aanzien van de handhaving. Per september 2016 zal het geactualiseerde nalevingsbeleid integraal onderdeel uit gaan maken van de nota gezondheidsbeleid van de gemeente Barneveld. 29 Het nalevingsbeleid zal met ingang van september 2016 onderdeel gaan uitmaken van de nota gezondheidsbeleid vanwege de verplichting uit artikel 43a van de Drank- en Horecawet. Hierin is opgenomen dat het preventie- en handhavingsplan (na de eerste maal) elke vier jaar gelijktijdig met de vaststelling van de lokale nota gezondheidsbeleid wordt vastgesteld. In het nalevingsbeleid zijn beleidsregels opgesteld met betrekking tot de wijze waarop door de gemeente handhaving plaatsvindt. Handhaving heeft tot doel bij een geconstateerde overtreding door een horecabedrijf een passende maatregel op te leggen die qua zwaarte zo goed mogelijk aansluit bij de ernst van de overtreding. Daarnaast is het een doel om de horecaondernemer duidelijkheid te verschaffen over de te volgen maatregel. Uitgangspunten bij dit beleid zijn en blijven het terugdringen en voorkomen van aantasting van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat. De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente. Hij beschikt over een scala aan bestuurlijke middelen om de openbare orde en veiligheid te beschermen. Bij elke type overtreding staat in het nalevingsbeleid beschreven welke sanctioneringstappen in acht worden genomen in het kader van handhaving. Dit vindt plaats volgens een zogeheten stappenplan. Dat betekent dat wanneer ondanks een eerdere sanctie wederom dezelfde overtreding wordt begaan, een volgende zwaardere stap volgt. Elk stappenplan kent tot slot een verjaringstermijn voor wat betreft de sanctioneringsstappen. 5.7.Communicatie en overlegstructuren De basis van een goede samenwerking tussen gemeente, brandweer, politie, horecaondernemers, Koninklijke Horeca Nederland en ondernemers begint bij een goede communicatie en wederzijdse uitwisseling van informatie en ideeën. De overlegstructuur tussen horeca en gemeente moet de communicatie waarborgen. De gemeente Barneveld kent een vaste overlegstructuur met betrekking tot horeca gerelateerde onderwerpen. Zo bestaat er een periodiek horeca overleg waarbij horecaondernemers, 30 Hiermee wordt in dit geval bedoeld alle horecabedrijven waarin uitsluitend of in de hoofdzaak bedrijfsmatig alcoholhoudende drank voor directe consumptie ter plaatse wordt verstrekt (cafés, bars en dergelijke). omwonenden, een vertegenwoordiging van Koninklijke Horeca Nederland, politie en betrokken medewerkers van de gemeente (vergunningverlening, beleid en handhaving) aansluiten. Tijdens dit overleg worden alle zaken aangaande horeca besproken en is er ruimte om vragen te stellen. Voorafgaand aan dit overleg vindt een overleg plaats tussen de medewerkers van de gemeente en de vertegenwoordiging van Koninklijke Horeca Nederland. Horecaondernemers kunnen tevens hun vragen stellen bij medewerkers van het team Veiligheid, Vergunningen & Toezicht en het Ondernemersloket van de gemeente Barneveld. Medewerkers van het team Veiligheid, Vergunningen en Toezicht kunnen de ondernemer meer vertellen over het beleid en de aanvraag van ontheffingen en vergunningen. Het Ondernemersloket is daarnaast de schakel tussen het lokale bedrijfsleven en de gemeente. Voor overige vragen over onder andere bestemmingsplannen, horeca en detailhandel of de kortste weg naar de juiste informatie binnen de gemeente kan een ondernemer altijd contact opnemen met het Ondernemersloket. 6.Overige bepalingen 6.1.Evaluatie De samenleving, ook in de Gemeente Barneveld, is voortdurend aan verandering bezig. Nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar in snel tempo op en het moet mogelijk zijn om hierop in te spelen. Het is dan ook belangrijk om het horecabeleid regelmatig te evalueren. Om die reden wordt deze nota horecabeleid vier jaar na inwerkingtreding geëvalueerd. Nieuwe ontwikkelingen kunnen dan worden meegenomen. Als bovendien uit de overlegstructuren of uit evaluatie blijkt dat de nota horecabeleid leidt tot onbedoelde (neven)effecten, dan zullen zo spoedig mogelijk aanvullende regels worden gesteld en/of andere maatregelen genomen worden. 6.2.Inwerkingtreding Deze nota horecabeleid 2016–2020 treedt in werking op 1 juli 2016. Aldus vastgesteld op 14 juni 2016,Burgemeester en wethouders en de burgemeester voornoemd,drs. D. BakhuizenSecretarisdr.J.W.A. van Dijk,BurgemeesterBijlage 1: Regels met betrekking tot het plaatsen van een barbecue of mobiele keuken 1. Kleine blusmiddelenOp plaatsen waar gekookt, gebakken en/of gebraden wordt dient een brandblusapparaat aanwezig te zijn met een inhoud van ten minste 6 kg poeder (of gelijkwaardig). Een klein blusmiddel moet voor iedereen duidelijk zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn, voor direct gebruik gereed zijn en in goede staat van onderhoud verkeren. Een klein blusmiddel moet zijn verzegeld en voorzien van een geldig Rijkskeurmerk met rangnummer en moet ten minste eenmaal per twee jaar op een adequate wijze worden gecontroleerd en onderhouden. Een draagbaar blustoestel moet zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is aangegeven. Na gebruik van een blustoestel moet deze onmiddellijk gevuld c.q. vervangen worden. Dit geldt ook indien het blustoestel niet geheel leeg is. 2. Gebruiksvoorschriften bij het bereiden van voedselHet bereiden van voedsel dient op een zodanige wijze plaats te vinden dat hierdoor geen brandgevaar ontstaat en bij een brand de uitbreiding beperkt blijft. Gasinstallaties, niet zijnde mobiele bakwagens Tussen gasfles en verbruikstoestel moet de verbinding bestaan uit een metalen leiding of uit een goedgekeurde GIVEG-slang van maximaal 1 meter lengte. De slangen van een gasfles (naar een verbruikstoestel) moeten in goede staat van onderhoud verkeren, mogen niet uitgedroogd zijn of andere beschadigingen vertonen en is niet ouder dan de productspecificatie aangeeft met een maximum van 10 jaar. Een gasfles moet zijn voorzien van een door het Lloyd’s Register - Stoomwezen erkend geldig keurmerk. De gasdrukregelaar van een gasfles moet een door het Lloyd’s Register - Stoomwezen goedgekeurd type zijn en niet ouder dan 5 jaar zijn. Gasflessen, afsluiters en veiligheidstoestellen mogen uitsluitend door hiertoe aangewezen en deskundig personeel of door de leverancier worden gerepareerd of veranderd. Flessen en tanks mogen slechts tot 80% worden gevuld. Een lege fles moet altijd met gesloten afsluiter worden bewaard. Afsluiters moeten tegen omvallen zijn beschermd. Indien de bescherming bestaat uit een afneembare kop, moet deze bij niet aangesloten flessen zijn afgeschroefd. De ruimte waarin de gasfles(sen) staan: moeten op de buitenlucht zijn geventileerd door middel van tenminste twee, zover mogelijk uit elkaar liggende, niet afsluitbare ventilatieopeningen nabij, of in de vloer; moet gasdicht zijn gescheiden van de gebruiksruimte; moet gasdicht zijn gescheiden van de gebruiksruimte; mag slechts van buitenaf door middel van een deur of luik bereikbaar zijn; Een gasflessenopslag moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in deel 15 Avan de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS 15), met name Hoofdstuk 6 van deze PGS 15. Gasflessen of de gasflessenopslag mogen in een omtrek van 3 meter niet worden geplaatst nabij rioolputten, gemeten vanuit het hart van de rioolput. Bakkramen, niet zijnde mobiele bakwagens Een frituurtoestel is thermisch zodanig beveiligd dat de temperatuur van het bakmedium niet boven 200°C kan oplopen. Binnen handbereik van het baktoestel is voor iedere bak een passend deksel of een blusdeken aanwezig waarmee de bakken ingeval van brand worden afgedekt. Het draagvlak onder de bak- en braadtoestellen moet ten minste 0,1 meter buiten de toestellen onbrandbaar zijn dan wel zijn bekleed met een onbrandbaar en de warmte slecht geleidende materiaal. De wanden, in de nabijheid waarvan toestellen zijn geplaatst, moeten 0,30 meter buiten het toestel op dezelfde wijze zijn bekleed. Voor de opstelling van bakkramen ten opzichte van de omliggende bebouwing gelden de volgende opstellingseisen: kook- en bakactiviteiten zijn voor geheel blinde gevels van omliggende bebouwing toegestaan; kook- en bakactiviteiten zijn voor gevels van omliggende bebouwing met ramen slechts toegestaan bij een minimale afstand van 2 meter uit de gevel, zowel naar links als naar rechts toe; een bakkraam in de omgeving van brandgevaarlijke materialen is niet toegestaan. Er dienen zodanige maatregelen getroffen te worden, bijvoorbeeld door het verplaatsen van de kraam of het aanbrengen van een isolerende laag, dat de brandbare materialen niet hun eigen ontbrandingstemperatuur zullen bereiken. 3. BarbecueEr moet voortdurend toezicht zijn van een meerderjarig persoon. De barbecue moet op een open plaats staan die erboven en ten minste 2 meter rondom vrij is van opstallen, bomen en struiken; Een barbecue moet zodanig zijn opgesteld of uitgevoerd dat deze niet eenvoudig kan omvallen of kan worden omgestoten; Vaste brandstof (niet anders zijnde dan briketten of houtskool) in een barbecue mag alléén ontstoken worden met aanmaakblokjes, aanmaakvloeistof en/of aanmaakgel; De barbecue mag niet worden verlaten alvorens het vuur gedoofd is; In de directe nabijheid van de barbecue moet een blusmiddel in de hoedanigheid van (een) emmer(
- s)water of zand (minimaal 10 liter) voor onmiddellijk gebruik gereed staan.