: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet; Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Beesel; Melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet; Onverwijld: zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen drie werkdagen; Persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; Uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning
verschuldigd is; welke andere voorzieningen relevant (kunnen) zijn. 3.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking in ieder geval: aan welk resultaat het persoonsgebonden budget kan worden besteed; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het persoonsgebonden budget; wat de hoogte van het persoonsgebonden budget is en hoe dit tot stand is gekomen; wat de duur is van de verstrekking waarop het persoonsgebonden budget ziet; de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget, en; of een
verschuldigd is. Artikel13.Persoonsgebonden budget 1.De hoogte van het persoonsgebonden budget is toereikend voor de aanschaf van een passende voorziening. 2.De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura. 3.Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 4.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten. 5.Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 6.Tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval wordt er geen persoonsgebonden budget verstrekt voor ondersteuning uit het netwerk. 7.Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over de hoogte van het persoonsgebonden budget. Artikel14.Controle 1.Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. 2.Het college kan in het Besluit nadere regels stellen met betrekking tot de controle op de besteding. Artikel15.Wijziging situatie belanghebbende Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op de noodzakelijkheid van de voorziening. Artikel16.Intrekking Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. Artikel17.Wijziging gemeentelijk beleid 1.Het college kan een besluit tot het verstrekken van een voorziening als bedoeld in deze verordening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de belanghebbende wijzigen voor zover veranderde omstandigheden, gewijzigde inzichten, veranderd of aangepast beleid zich tegen (ongewijzigde) voortzetting verzetten. 2.Alvorens een besluit wordt genomen als bedoeld in lid 1 van dit artikel vindt een gesprek plaats als bedoeld in artikel 6 van deze verordening op basis waarvan het college rekening houdende met alle feiten en omstandigheden een voorgenomen besluit neemt tot wijziging of intrekking van de verstrekte voorziening. 3.Alvorens het college een besluit neemt, wordt belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven over het voorgenomen besluit. 4.Het college kan nadere regels vaststellen over de toepassing van de termijn als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat per individueel geval een redelijke overgangstermijn kan worden vastgesteld. Artikel18.Terugvordering 1.Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. 2.Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens 3.Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens. Hoofdstuk4:
.
1.Een cliënt is een
verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een persoonsgebonden budget. 2.Het college kan een bijdrage voor een algemene voorziening, niet zijnde cliëntondersteuning, doen gelden. 3.De
overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 4.De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of; in overleg met de aanbieder. 5.De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het verstrekte bedrag. 6.De bedragen en percentages die gelden voor een
zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het uitvoeringsbesluit. 7.De bijdragen in de kosten van een maatwerkvoorziening worden door het CAK vastgesteld en geïnd. 8.Als een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de
verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en; degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Artikel20.Regeling tegemoetkoming zelfredzaamheid en participatie 1.Het college kan een individuele tegemoetkoming treffen in de kosten van een algemene voorziening ter bevordering van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie; 2.Het college stelt in het Besluit nadere regels over de aard van de regeling en voorwaarden voor verstrekking. Hoofdstuk5:Kwaliteit en veiligheid Artikel21.Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1.Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder voldoende deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg; erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard. 2.Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. 3.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel22.Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1.Het college houdt bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren diensten en voorzieningen, rekening met een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit, waaronder de deskundigheid van het personeel van de aanbieder en de daarbij passende arbeidsvoorwaarden. 2.Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen gelden voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit. Artikel23.Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1.Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldincidenten bij de levering van een voorzieningen door een aanbieder. 2.Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere voorwaarden gelden. Hoofdstuk6:Waardering mantelzorgers Artikel24.Waardering mantelzorgers In haar mantelzorgbeleid regelt de gemeente haar blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Hoofdstuk7:Klachten, medezeggenschap en inspraak Artikel25.Klachtregeling 1.Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van hun aanbod. 2.Het college ziet toe op naleving van de eisen genoemd in lid 1, dit is nader bepaald in de nadere regels. Artikel26.Medezeggenschap 1.Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van hun aanbod. 2.Het college ziet toe op naleving van de eisen genoemd in lid 1, dit is nader bepaald in de nadere regels. Artikel27.Betrekken van ingezetenen bij het beleid Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. Hoofdstuk8:Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel28.Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per 4 jaar geëvalueerd. Artikel29.Nadere regels en hardheidsclausule 1.In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2.Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze verordening. 3.Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel30.Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.De Wmo verordening gemeente Beesel 2015, vastgesteld op 15 december 2014 door de gemeenteraad van Beesel wordt ingetrokken. 2.Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Wmo verordening gemeente Beesel 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 3.Aanvragen die zijn ingediend onder de Wmo verordening gemeente Beesel 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de Wmo verordening gemeente Beesel 2016, worden afgehandeld krachtens de Wmo verordening gemeente Beesel 2015. 4.Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. 5.Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Wmo verordening gemeente Beesel 2015, geschiedt op grond van de Wmo verordening gemeente Beesel 2015, die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. 6.Van het in lid 5 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Artikel31.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2016. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Wmo verordening gemeente Beesel 2016. Inhoudsopgave Besluit Hoofdstuk 1: Begrippen Artikel 1. Begripsbepalingen Hoofdstuk 2: Melding, onderzoek en aanvraag Artikel 2. Melding Artikel 3. Cliëntondersteuning Artikel 4. Persoonlijk plan Artikel 5. Informatie Artikel 6. Gesprek Artikel 7. Verslag Artikel 8. Aanvraag Artikel 9. Onderzoek en advies Hoofdstuk 3: Maatwerkvoorziening Artikel 10. Criteria voor maatwerkvoorziening Artikel 11. Voorwaarden en weigeringsgronden Artikel 12. Beschikking Artikel 13. Persoonsgebonden budget Artikel 14. Controle Artikel 15. Wijziging situatie belanghebbende Artikel 16. Intrekking Artikel 17. Wijziging gemeentelijk beleid Artikel 18. Terugvordering Hoofdstuk 4:
.
. Regeling tegemoetkoming zelfredzaamheid en participatie Hoofdstuk 5: Kwaliteit en veiligheid Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.