VERORDENING GEMEENTELIJK NOODFONDS 2004De raad van de gemeente Apeldoorn; gelezen het voorstel van het college d.d. 13 december 2004, nr. 118-2004; gelet op de bepalingen van de Wet werk en bijstand, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de navolgende Verordening Gemeentelijk Noodfonds. Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: college: het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn; aanvrager: een inwoner van de gemeente Apeldoorn, die als zodanig staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens; noodfonds: het Gemeentelijk Noodfonds; commissie: de adviescommissie Gemeentelijk Noodfonds. Artikel2Het noodfonds 1.Het noodfonds is een voorziening, in het leven geroepen om inwoners van de gemeente Apeldoorn, die een minimaal inkomen hebben, in individuele schrijnende situaties financieel tegemoet te komen. 2.Op het noodfonds kan eerst nà toepassing van de Wet Werk en Bijstand en andere voorzieningen een beroep worden gedaan. 3.Het noodfonds is niet bedoeld voor tegemoetkomingen van fiscale aard. 4.Het noodfonds voorziet niet in tegemoetkomingen indien de financiële noodtoestand veroorzaakt is door verwijtbaar gedrag van de aanvrager. Artikel3De aanvraag 1.Ter voorziening in individuele financiële noodsituaties kan een bijdrage uit het noodfonds worden gevraagd. Ook kan een borgstelling via het noodfonds worden gevraagd, ten behoeve van het sluiten van een overeenkomst van geldlening met de Stadsbank. 2.Elke aanvraag om een bijdrage uit, dan wel een borgstelling via het noodfonds wordt individueel beoordeeld. Daarbij wordt niet alleen gelet op de draagkracht van de aanvrager, maar ook op diens betalingscapaciteit. 3.Het college neemt, de commissie gehoord, binnen 4 weken na het indienen van de aanvraag om een bijdrage dan wel een borgstelling een besluit. 4.De maximale bijdrage à fonds per du bedraagt in beginsel € 2.000,=. Het maximale bedrag waarvoor via het noodfonds een borgstelling wordt gegeven bedraagt in beginsel € 3.000,=. 5.Per kalenderjaar kan een aanvrager in beginsel slechts één maal een beroep doen op het noodfonds. 6.Een aanvraag wordt slechts toegekend indien en voor zover de financiële middelen in het noodfonds daarvoor toereikend zijn. Artikel4Het beheer 1.Het noodfonds wordt beheerd door het college. 2.Het college wordt bij het beheer van het noodfonds bijgestaan door de commissie. Artikel5De Adviescommissie 1.De commissie bestaat uit 5 leden, te benoemen door het college met in achtneming van lid 2 en lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.