Regeling melden vermoeden misstanden en/of onregelmatigheid gemeente Krimpenerwaard 2016Gemeente Krimpenerwaard Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard; gelet op: artikel 160 van de Gemeentewet alsmede de artikel van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (hierna CAR-UWO); de instemming van de Bijzondere Commissie voor Georganiseerd Overleg van 27 november 2014; B E S L U I T : vast te stellen de navolgende Regeling melden vermoeden misstanden of onregelmatigheid gemeente Krimpenerwaard 2016 Begripsbepalingen Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: medewerker: de ambtenaar in de zin van artikel 1:1, 1e lid onder a van de CAR-UWO die werkzaam is (geweest) bij de gemeente; bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders; vermoeden van een misstand of onregelmatigheid: een vermoeden van: een strafbaar feit; een schending van regelgeving of beleidsregels het misleiden van justitie een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu het bewust achterhouden van informatie over deze feiten misbruik van positie misbruik van bevoegdheden belangenverstrengeling lekken van vertrouwelijke informatie misbruik van informatie melder: de medewerker die een vermoeden van een misstand en/of onregelmatigheid meldt; melding: de melding van een vermoeden van een misstand en/of onregelmatigheid door de melder; vertrouwenspersoon: de functionaris als zodanig benoemd door hetbevoegd gezag; extern meldpunt: de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO). Voor de toepassing van deze regeling wordt degene die anders dan op basis van een ambtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is binnen de gemeente gelijkgesteld met een medewerker als bedoeld in het 1e lid, onder a. Bescherming van de melder Artikel 2 Een ieder die betrokken is bij de behandeling van een melding maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder zijn instemming, dat zijn in ieder geval de leidinggevende, de vertrouwenspersoon en het externe meldpunt. De medewerker zal als gevolg van de melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie. Onder nadelige gevolgen worden in ieder geval verstaan: a. het verlenen van ongevraagd ontslag; b. het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd; c. het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een vaste aanstelling; d. de opgelegde benoeming in een andere functie; e. het treffen van disciplinaire maatregelen; f. het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of toekenning van vergoedingen; g. het onthouden van promotiekansen; h. het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover dit redelijkerwijs verband houdt met de door de melder gedane melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de melder ook anderszins bij de uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen van de melding ondervindt. Het bepaalde in het 2e en 3e lid van dit artikel geldt ook voor de medewerker die te goeder trouw een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid in een andere organisatie dan die van gemeente Krimpenerwaard, volgens de in die organisatie geldende regels, bij die organisatie heeft gemeld. De bescherming geldt alleen als de medewerker: a. uit hoofde van zijn functie met die andere organisatie samenwerkt of heeft samengewerkt; b. uit hoofde van zijn functie kennis heeft verkregen van de vermoede misstand en/of onregelmatigheid; c.het vermoeden van de misstand en/of onregelmatigheid tijdig bij zijn leidinggevende heeft gemeld; d.zich heeft gehouden aan de afspraken die ter zake van deze melding met hem of haar zijn gemaakt door het bevoegd gezag. De medewerker heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van het te goede trouw melden van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie, tijdens en/of na het volgen van deze regeling. Deze juridische bijstand wordt gefinancierd door de gemeente. De vertrouwenspersoon Artikel 3 Het bevoegd gezag wijst een of meer vertrouwenspersonen aan. De vertrouwenspersoon heeft tot taak de melder te adviseren. De vertrouwenspersoon maakt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van de aard en de omvang van het aantal interne meldingen. Dit verslag wordt aan het bevoegd gezag en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt. De vertrouwenspersoon geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, 2e tot en met het 5e lid, tegen benadeling van zijn rechtspositie als gevolg van de hem bij deze regeling toebedeelde taken. Het externe meldpunt Artikel 4 Het bevoegd gezag wijst als extern meldpunt aan de Onderzoeksraad Integriteit Overheid. De Onderzoeksraad Integriteit Overheid heeft tot taak een door de melder gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en het bevoegd gezag daarover te adviseren. Interne meldingsprocedure Melding Artikel 5 De medewerker doet een melding bij zijn leidinggevende, bij de vertrouwenspersoon of, indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij het externe meldpunt. Een melding laat de wettelijke verplichting tot het doen van aangifte van een strafbaar feit onverlet. Melding door een ex-medewerker Artikel 6 De ex-medewerker die een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid wil melden doet dit binnen een periode van twaalf maanden na zijn ontslag of beëindiging van zijn werkzaamheden voor de gemeente bij een vertrouwenspersoon. Hij kan alleen een melding van een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid doen als hij in de hoedanigheid van ambtenaar kennis heeft gekregen van het vermoeden. Informeren van het bevoegd gezag Artikel 7 De leidinggevende of de vertrouwenspersoon bij wie een melding is gedaan draagt er zorg voor dat de gemeentesecretaris en het bevoegd gezag onverwijld op de hoogte worden gesteld van de melding en van de datum waarop de melding ontvangen is. Ontvangstbevestiging door het bevoegd gezag Artikel 8 Het bevoegd gezag zendt aan de melder of de vertrouwenspersoon bij wie het vermoeden van een misstand of onregelmatigheid is gemeld een ontvangstbevestiging. In het laatste geval stuurt de vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan de melder. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en/of onregelmatigheid en de datum waarop de melder het vermoeden heeft gemeld. Het bevoegd gezag informeert de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de identiteit van de melder die overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 of 6 een melding heeft gedaan, niet verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de behandeling van de melding. Onderzoek door het bevoegd gezag Artikel 9 Het bevoegd gezag stelt na ontvangst van de melding onverwijld een onderzoek in. Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand en/of onregelmatigheid. Het bevoegd gezag kan een deskundige raadplegen. Standpunt en kennisgeving door het bevoegd gezag Artikel 10 Het bevoegd gezag stelt de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan binnen tien weken na ontvangst van de melding schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand of onregelmatigheid. Indien niet binnen tien weken een standpunt kan worden gegeven worden de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan voordat deze termijn is verstreken daarvan door middel van een kennisgeving schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Het bevoegd gezag kan het advies met ten hoogste vier weken verdagen. Externe meldingsprocedure Melding bij het externe meldpunt Artikel 11 De melder kan zijn vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn melden bij het externe meldpunt, indien: hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 10; hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijnen bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.