← Nederland

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende het verstrekken van subsidie ter stimulering van projecten die nieuwe of vern

Obsah (4)Artikel 1Artikel 2Artikel 3Artikel 4

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Overwegende dat Provinciale Staten op 11 mei 2012 het Economisch Programma Brabant 2020 hebben vastgesteld waarin de ambitie is uitgesproken om de provincie Noor

Artikel 1

.4 Subsidiabele activiteiten Onderdeel a Deelsectoren Onder eerste Maintenance Onder maintenance verstaan Gedeputeerde Staten onderhoud, revisie, reparatie, vervanging en vernieuwing, dus alles wat nodig is om fabrieken, productiebedrijven, installaties en transportmiddelen zo soepel mogelijk te laten draaien. Onder derde Biobased economy Met biobased economy bedoelen Gedeputeerde Staten dat projecten betrekking moeten hebben op het niet meer afhankelijk zijn van fossiele grondstoffen, maar juist van groene grondstoffen ofwel biomassa. Onder vierde Zorgeconomie Deze deelsector omvat alle economische activiteiten, die direct of indirect een relatie hebben met zorg. Zorg moet hierbij breed gezien worden. Het omvat niet alleen gezondheids- en welzijnszorg, maar ook alle zorg gerelateerde activiteiten binnen de zakelijke en financiële dienstverlening, productie, handel en logistiek, kennis en detailhandel. Onder vijfde Vrijetijdseconomie Gedeputeerde Staten verstaan onder vrijetijdseconomie activiteiten op het gebied van toerisme, recreatie, cultuur en sport. Onder zesde Agrosector Onder agrosector verstaan Gedeputeerde Staten de gehele productiekolom van agrarische bedrijven, inclusief opslag, transport, handel, verkoop aan de consument en inclusief de toeleverende en ondersteunende bedrijven. Artikel 1.6 Subsidievereisten Eerste lid Basisvereisten Onder a MKB-ondernemingen Gedeputeerde Staten willen de positie van MKB-ondernemingen in de speerpuntenregio’s versterken. Het project moet derhalve uitdrukkelijk gericht zijn op of ten goede komen aan MKB-ondernemingen. Onder b Regio West-Brabant Binnen de regio West-Brabant vallen de gemeenten die zijn opgenomen in bijlage 1 onder het economische speerpunt smart industry. Onder d en e Samenwerking Gedeputeerde Staten streven naar meer kennisdeling en een grotere multiplier voor de regio. Samenwerking en het samen dragen van de financiële risico’s van een project draagt hierbij aan. Onder f Innovatief karakter Met innovatief karakter bedoelen Gedeputeerde Staten dat het project specifiek gericht moet zijn op nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen. Innovatie kan plaatsvinden binnen organisaties maar ook binnen bredere - sociale - verbanden. Het proces van innoveren omvat het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing van producten, diensten, productieprocessen. Onder g Regionaal effect Het is uiteraard de bedoeling dat het project een aantoonbaar versterkend effect op de desbetreffende speerpuntenregio heeft. De subsidieaanvrager dient dus onder meer aan te tonen dat de regio meeprofiteert, door bijvoorbeeld gebruik te maken van lokale kennis en toeleveranciers bij de uitvoering van het project. Onder h Economisch toegevoegde waarde Gedeputeerde Staten wensen een bijdrage te leveren aan de regionaal economische versterking. Hiertoe dient de subsidieaanvrager aan te tonen dat het project tot economisch toegevoegde waarde leidt op ten minste drie van de onder h genoemde gebieden. Met nieuwe werkgelegenheid en behoud van werkgelegenheid bedoelen Gedeputeerde Staten dat het project moet bijdragen aan het voorkomen van verlies van arbeidsplaatsen. Het project dient een innovatief karakter te hebben als bedoeld onder f, maar daarnaast moeten de toegepaste innovatieve methoden en technieken ook echt tot economisch toegevoegde waarde te leiden. Versterking van de concurrentiepositie van het regionale bedrijfsleven kan door de subsidieaanvrager worden bereikt, als het project aantoonbaar leidt tot waardevermeerdering of waardecreatie voor het bedrijfsleven. Onder verbetering van het vestigingsklimaat verstaan Gedeputeerde Staten een verbetering van een of meer van het geheel aan factoren die bepaalt hoe aantrekkelijk het voor een MKB-onderneming is zich te vestigen in de regio. Met stimulering van duurzame ontwikkeling in de regio hebben Gedeputeerde blijvende economische groei voor ogen. Onder i Binnen twee jaar afgerond De subsidieaanvrager dient een realistische planning te overleggen, waaruit blijkt dat het project uiterlijk binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie kan worden afgerond. Daarbij dient hij uiteraard ook in te gaan op eventuele risicofactoren. Tweede lid Specifieke vereisten In het eerste lid worden de vereisten genoemd waar alle projecten aan dienen te voldoen. Daarnaast dienen de projecten, bedoeld in artikel 1.4, onder a, nog specifiek gericht te zijn op de genoemde deelsectoren en te voorzien in de behoefte van die deelsectoren, doordat ze vraag gestuurd en niet aanbod gestuurd zijn. Artikel 1.7 Subsidiabele kosten Tweede lid De subsidieaanvrager gaat bij het berekenen van subsidiabele uurtarieven uit van de berekeningswijze op basis van een forfaitair vastgesteld uurtarief. Het standaard uurtarief voor personeelsuren en arbeidsuren bedraagt op grond van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant € 50. Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten Onder e Onder inventaris wordt verstaan regulier kantoormeubilair, inclusief reguliere hardware als computers, printers en kopieermachines. Inventaris bevat niet speciaal voor het project noodzakelijke geachte hardware als een 3d-printer en VR-brillen. Artikel 1.11 Subsidiehoogte Deze subsidie kan voordeel in de vorm van staatssteun opleveren voor subsidieontvangers. Aangezien de maximale hoogte van de subsidie onder de € 200.000 blijft, maken Gedeputeerde Staten in deze paragraaf gebruik van de mogelijkheid van de-minimissteun. Bij de vaststelling van de maximale subsidiehoogte op € 24.999 is hiermee rekening gehouden. Hierdoor is er geen sprake van staatssteun. Indien uit het aanvraagformulier blijkt dat de subsidieaanvrager van meerdere overheden subsidie heeft ontvangen, dient de subsidieaanvrager een de-minimisverklaring in te vullen, waaruit blijkt dat in het jaar van aanvraag en de twee daaraan voorafgaande jaren niet meer dan € 200.000 aan de-minimissteun is ontvangen. Artikel 1.14 Prestatieverantwoording Ambtshalve vaststelling Op deze paragraaf is arrangement 1b van het Rijkssubsidiekader van toepassing. Dat wil zeggen dat Gedeputeerde Staten de subsidie eerst verlenen en na afloop van de prestatie de subsidie ambtshalve, dat wil zeggen zonder aanvraag tot vaststelling van de subsidieontvanger, vaststellen. Zolang de termijn voor de ambtshalve vaststelling (22 weken na afloop van het project) nog niet is verstreken, kunnen Gedeputeerde Staten steekproefsgewijs om verantwoording vragen en de subsidie zo nodig terugvorderen als de prestatie niet of niet geheel is geleverd. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij de subsidieontvanger fysiek of administratief controleren of aan de verplichtingen is voldaan. De steekproef is gebaseerd op een risicogeoriënteerde benadering, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang, samenstelling en achtergrond van de doelgroep. In de subsidiebeschikking wordt vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht en welke bewijsstukken de subsidieontvanger in de eigen administratie dient te bewaren. Meldingsplicht Als de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen verricht, dient hij dit verplicht te melden bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen dan, afhankelijk van de situatie, de subsidie ambtshalve op een lager bedrag vaststellen. Ook kan er ambtshalve een gewijzigde verleningsbeschikking worden vastgesteld, waarin nieuwe afspraken met de subsidieontvanger worden gemaakt. Als bij de desgevraagde verantwoording of controle blijkt dat niet aan de meldingsplicht is voldaan, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente. Paragraaf 2 Versterking social innovation in de regio Midden-Brabant Algemeen Achtergrond De samenwerking tussen de vier o’s (Ondernemers, Organisaties, Onderwijsinstellingen en Overheden), de multi-stakeholder benadering, is de nieuwe werkwijze om te komen tot succesvolle projecten. Van government naar governance. Midden-Brabant is daarmee koploper in social innovation. Sociale innovaties dragen bij aan de groei en het versterken van economie, mens, samenleving, leefomgeving en milieu. Vanuit het Economisch Programma Brabant zien Gedeputeerde Staten kansen om social innovation vooral in te zetten op de deelsectoren smart industry, zorg, leisure en logistiek. Midden-Brabant is de leisure regio van Brabant bij uitstek en Gedeputeerde Staten willen mede vanuit de maatschappelijke opgave juist daar de projecten op leisure stimuleren.

Artikel 2

.4 Subsidiabele activiteiten Onderdeel a Deelsectoren Onder eerste Smart industry Onder de deelsector smart industry verstaan Gedeputeerde Staten het toepassen van ICT om productieprocessen slimmer te laten verlopen in de maakindustrie. Onder tweede Zorg Gedeputeerde Staten bedoelen met zorg het introduceren van nieuwe product- en marktcombinaties in de hele zorgketen. Onder derde Leisure Met leisure doelen Gedeputeerde Staten op de vrijetijdseconomie, waar activiteiten op het gebied van toerisme, recreatie, cultuur en sport worden ontwikkeld. Onder vierde Logistiek Projecten binnen de deelsector logistiek dienen gericht te zijn op het versterken van de positie van de regio Midden-Brabant als logistieke hotspot. Artikel 2.6 Subsidievereisten Eerste lid Basisvereisten Onder a MKB-ondernemingen Gedeputeerde Staten willen de positie van MKB-ondernemingen in de speerpuntenregio’s versterken. Het project moet derhalve uitdrukkelijk gericht zijn op of ten goede komen aan MKB-ondernemingen. Onder b Regio Midden-Brabant Binnen de regio Midden-Brabant vallen de gemeenten die zijn opgenomen in bijlage 1 onder het economische speerpunt social innovation, inclusief de gemeente Heusden. Onder d en e Samenwerking Gedeputeerde Staten streven naar meer kennisdeling en een grotere multiplier voor de regio. Samenwerking en het samen dragen van de financiële risico’s van een project draagt hierbij aan. Onder f Innovatief karakter Met innovatief karakter bedoelen Gedeputeerde Staten dat het project specifiek gericht moet zijn op nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen. Innovatie kan plaatsvinden binnen organisaties maar ook binnen bredere - sociale - verbanden. Het proces van innoveren omvat het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing van producten, diensten, productieprocessen. Onder g Regionaal effect Het is uiteraard de bedoeling dat het project een aantoonbaar versterkend effect op de desbetreffende speerpuntenregio heeft. De subsidieaanvrager dient dus onder meer aan te tonen dat de regio meeprofiteert, door bijvoorbeeld gebruik te maken van lokale kennis en toeleveranciers bij de uitvoering van het project. Onder h Economisch toegevoegde waarde Gedeputeerde Staten wensen een bijdrage te leveren aan de regionaal economische versterking. Hiertoe dient de subsidieaanvrager aan te tonen dat het project tot economisch toegevoegde waarde leidt op ten minste drie van de onder h genoemde gebieden. Met nieuwe werkgelegenheid en behoud van werkgelegenheid bedoelen Gedeputeerde Staten dat het project moet bijdragen aan het voorkomen van verlies van arbeidsplaatsen. Het project dient een innovatief karakter te hebben als bedoeld onder f, maar daarnaast moeten de toegepaste innovatieve methoden en technieken ook echt tot economisch toegevoegde waarde te leiden. Versterking van de concurrentiepositie van het regionale bedrijfsleven kan door de subsidieaanvrager worden bereikt, als het project aantoonbaar leidt tot waardevermeerdering of waardecreatie voor het bedrijfsleven. Onder verbetering van het vestigingsklimaat verstaan Gedeputeerde Staten een verbetering van een of meer van het geheel aan factoren die bepaalt hoe aantrekkelijk het voor een MKB-onderneming is zich te vestigen in de regio. Met stimulering van duurzame ontwikkeling in de regio hebben Gedeputeerde blijvende economische groei voor ogen. Onder i Binnen twee jaar afgerond De subsidieaanvrager dient een realistische planning te overleggen, waaruit blijkt dat het project uiterlijk binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie kan worden afgerond. Daarbij dient hij uiteraard ook in te gaan op eventuele risicofactoren. Tweede lid Specifieke vereisten In het eerste lid worden de vereisten genoemd waar alle projecten aan dienen te voldoen. Daarnaast dienen de projecten, bedoeld in artikel 2.4, onder a, nog specifiek gericht te zijn op de genoemde deelsectoren en te voorzien in de behoefte van die deelsectoren, doordat ze vraag gestuurd en niet aanbod gestuurd zijn. Artikel 2.7 Subsidiabele kosten Tweede lid De subsidieaanvrager gaat bij het berekenen van subsidiabele uurtarieven uit van de berekeningswijze op basis van een forfaitair vastgesteld uurtarief. Het standaard uurtarief voor personeelsuren en arbeidsuren bedraagt op grond van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant € 50. Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten Onder e Onder inventaris wordt verstaan regulier kantoormeubilair inclusief reguliere hardware als computers, printers en kopieermachines. Inventaris bevat niet speciaal voor het project noodzakelijke geachte hardware als een 3d-printer en VR-brillen. Artikel 2.11 Subsidiehoogte Deze subsidie kan voordeel in de vorm van staatssteun opleveren voor subsidieontvangers. Aangezien de maximale hoogte van de subsidie onder de € 200.000 blijft, maken Gedeputeerde Staten in deze paragraaf gebruik van de mogelijkheid van de-minimissteun. Bij de vaststelling van de maximale subsidiehoogte € 50.000 is hiermee rekening gehouden. Hierdoor is er geen sprake van staatssteun. Indien uit het aanvraagformulier blijkt dat de subsidieaanvrager van meerdere overheden subsidie heeft ontvangen, dient de subsidieaanvrager een de-minimisverklaring in te vullen, waaruit blijkt dat in het jaar van aanvraag en de twee daaraan voorafgaande jaren niet meer dan € 200.000 aan de-minimissteun is ontvangen. Artikel 2.14 Prestatieverantwoording Ambtshalve vaststelling Op deze paragraaf is arrangement 2 van het Rijkssubsidiekader van toepassing. Omdat het in deze paragraaf gaat om innovatieve projecten, waarbij het niet mogelijk is de prestatie vooraf te definiëren, biedt het subsidiesysteem de subsidieontvanger de mogelijkheid om te verantwoorden op basis van een opgave van de totale kosten. De subsidieontvanger dient een bestuursverklaring te overleggen over het totaal van kosten en baten van de prestatie. Hiervoor dient de subsidieontvanger gebruik te maken van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten. Het gaat daarbij om een globaal overzicht waaruit blijkt dat de gesubsidieerde activiteit heeft plaatsgevonden met daaraan verbonden kosten; dus geen gedetailleerde kostenverantwoording. Een volledige en diepgaande prestatieverantwoording komt daarmee te vervallen. Volstaan kan worden met een beknopte toelichting op de prestatie. De opgave van de gerealiseerde baten en lasten leidt tot het totale subsidiebedrag. Als de kosten lager zijn dan begroot, stellen Gedeputeerde Staten de subsidie lager vast en wordt te veel verstrekte subsidie teruggevorderd. Als de kosten hoger uitvallen, keren Gedeputeerde Staten maximaal het verleende subsidiebedrag uit. Meldingsplicht Als de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen verricht, dient hij dit verplicht te melden bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen dan, afhankelijk van de situatie, de subsidie ambtshalve op een lager bedrag vaststellen. Ook kan er ambtshalve een gewijzigde verleningsbeschikking worden vastgesteld, waarin nieuwe afspraken met de subsidieontvanger worden gemaakt. Als bij de desgevraagde verantwoording of controle blijkt dat niet aan de meldingsplicht is voldaan, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente. Paragraaf 3 Versterking agrifood sector in de regio Noordoost Brabant Algemeen Achtergrond Noord-Brabant wil tot de slimste en duurzaamste agrifoodregio’s van Europa behoren. Hiertoe hebben Gedeputeerde Staten ook het Innovatieprogramma Brabantse Agrofood 2020 opgesteld. Enerzijds willen Gedeputeerde Staten met deze subsidieparagraaf de sterke economische toppositie en het concurrentievermogen van de agrifood sector in de regio Noordoost-Brabant vernieuwen en verder versterken. Anderzijds willen Gedeputeerde Staten de transitie van de primaire sector ondersteunen naar een vitaal, duurzaam en maatschappelijk gewaardeerd onderdeel van het agrifoodcluster, met focus op kwaliteit en toegevoegde waarde. Voeding en gezondheid, duurzame technologie en biobased economy zijn de deelsectoren waar Gedeputeerde Staten zich daarbij op richten. Daarbij onderschrijven Gedeputeerde Staten de organische verandering die de regio heeft ondergaan van de 5o’s naar Food-Health-Farma en de keuze om als regio Noordoost-Brabant te richten op Agrifood.

Artikel 3

.4 Subsidiabele activiteiten Onderdeel a Deelsectoren Onder tweede Duurzame technologie Deze deelsector ziet op het ontwikkelen van technologieën met het oog op de milieugebruiksruimte die men op lange termijn over bijvoorbeeld 50 jaar wil bereiken. Het betreft dus technieken waarmee in de toekomst wordt gekeken en waarvoor men heden technologieën ontwikkelt. Onder derde Biobased economy Met biobased economy bedoelen Gedeputeerde Staten dat projecten betrekking moeten hebben op het niet meer afhankelijk zijn van fossiele grondstoffen, maar juist van groene grondstoffen ofwel biomassa. Onder vierde Keteninnovatie Met de deelsector keteninnovatie bedoelen Gedeputeerde Staten het doorvoeren van vernieuwing in meerdere schakels uit de agrifood keten of innovatie die leidt tot een nieuwe agrifood keten. Artikel 3.6 Subsidievereisten Eerste lid Basisvereisten Onder a MKB-ondernemingen Gedeputeerde Staten willen de positie van MKB-ondernemingen in de speerpuntenregio’s versterken. Het project moet derhalve uitdrukkelijk gericht zijn op of ten goede komen aan MKB-ondernemingen. Onder b Regio Noordoost-Brabant Binnen de regio Noordoost-Brabant vallen de gemeenten die zijn opgenomen in bijlage 1 onder het economische speerpunt agrifood sector, inclusief gemeente Heusden. Onder d en e Samenwerking Gedeputeerde Staten streven naar meer kennisdeling en een grotere multiplier voor de regio. Samenwerking en het samen dragen van de financiële risico’s van een project draagt hierbij aan. Onder f Innovatief karakter Met innovatief karakter bedoelen Gedeputeerde Staten dat het project specifiek gericht moet zijn op nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen. Innovatie kan plaatsvinden binnen organisaties maar ook binnen bredere - sociale - verbanden. Het proces van innoveren omvat het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing van producten, diensten, productieprocessen. Onder g Regionaal effect Het is uiteraard de bedoeling dat het project een aantoonbaar versterkend effect op de desbetreffende speerpuntenregio heeft. De subsidieaanvrager dient dus onder meer aan te tonen dat de regio meeprofiteert, door bijvoorbeeld gebruik te maken van lokale kennis en toeleveranciers bij de uitvoering van het project. Onder h Economisch toegevoegde waarde Gedeputeerde Staten wensen een bijdrage te leveren aan de regionaal economische versterking. Hiertoe dient de subsidieaanvrager aan te tonen dat het project tot economisch toegevoegde waarde leidt op ten minste drie van de onder h genoemde gebieden. Met nieuwe werkgelegenheid en behoud van werkgelegenheid bedoelen Gedeputeerde Staten dat het project moet bijdragen aan het voorkomen van verlies van arbeidsplaatsen. Het project dient een innovatief karakter te hebben als bedoeld onder f, maar daarnaast moeten de toegepaste innovatieve methoden en technieken ook echt tot economisch toegevoegde waarde te leiden. Versterking van de concurrentiepositie van het regionale bedrijfsleven kan door de subsidieaanvrager worden bereikt, als het project aantoonbaar leidt tot waardevermeerdering of waardecreatie voor het bedrijfsleven. Onder verbetering van het vestigingsklimaat verstaan Gedeputeerde Staten een verbetering van een of meer van het geheel aan factoren die bepaalt hoe aantrekkelijk het voor een MKB-onderneming is zich te vestigen in de regio. Met stimulering van duurzame ontwikkeling in de regio hebben Gedeputeerde blijvende economische groei voor ogen. Onder i Binnen twee jaar afgerond De subsidieaanvrager dient een realistische planning te overleggen, waaruit blijkt dat het project uiterlijk binnen twee jaar na het verlenen van de subsidie kan worden afgerond. Daarbij dient hij uiteraard ook in te gaan op eventuele risicofactoren. Tweede lid Specifieke vereisten In het eerste lid worden de vereisten genoemd waar alle projecten aan dienen te voldoen. Daarnaast dienen de projecten, bedoeld in artikel 3.4, onder a, nog specifiek gericht te zijn op de genoemde deelsectoren en te voorzien in de behoefte van die deelsectoren, doordat ze vraag gestuurd en niet aanbod gestuurd zijn. Artikel 3.7 Subsidiabele kosten Tweede lid De subsidieaanvrager gaat bij het berekenen van subsidiabele uurtarieven uit van de berekeningswijze op basis van een forfaitair vastgesteld uurtarief. Het standaard uurtarief voor personeelsuren en arbeidsuren bedraagt op grond van de Regeling uniforme kostenbegrippen en berekeningswijzen subsidies Noord-Brabant € 50. Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten Onder e Onder inventaris wordt verstaan regulier kantoormeubilair inclusief reguliere hardware als computers, printers en kopieermachines. Inventaris bevat niet speciaal voor het project noodzakelijke geachte hardware als een 3d-printer en VR-brillen. Artikel 3.11 Subsidiehoogte Deze subsidie kan voordeel in de vorm van staatssteun opleveren voor subsidieontvangers. Aangezien de maximale hoogte van de subsidie onder de € 200.000 blijft, maken Gedeputeerde Staten in deze paragraaf gebruik van de mogelijkheid van de-minimissteun. Bij de vaststelling van de maximale subsidiehoogte € 50.000 is hiermee rekening gehouden. Hierdoor is er geen sprake van staatssteun. Indien uit het aanvraagformulier blijkt dat de subsidieaanvrager van meerdere overheden subsidie heeft ontvangen, dient de subsidieaanvrager een de-minimisverklaring in te vullen, waaruit blijkt dat in het jaar van aanvraag en de twee daaraan voorafgaande jaren niet meer dan € 200.000 aan de-minimissteun is ontvangen. Artikel 3.14 Prestatieverantwoording Ambtshalve vaststelling Op deze paragraaf is arrangement 2 van het Rijkssubsidiekader van toepassing. Omdat het in deze paragraaf gaat om innovatieve projecten, waarbij het niet mogelijk is de prestatie vooraf te definiëren, biedt het subsidiesysteem de subsidieontvanger de mogelijkheid om te verantwoorden op basis van een opgave van de totale kosten. De subsidieontvanger dient een bestuursverklaring te overleggen over het totaal van kosten en baten van de prestatie. Hiervoor dient de subsidieontvanger gebruik te maken van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten. Het gaat daarbij om een globaal overzicht waaruit blijkt dat de gesubsidieerde activiteit heeft plaatsgevonden met daaraan verbonden kosten; dus geen gedetailleerde kostenverantwoording. Een volledige en diepgaande prestatieverantwoording komt daarmee te vervallen. Volstaan kan worden met een beknopte toelichting op de prestatie. De opgave van de gerealiseerde baten en lasten leidt tot het totale subsidiebedrag. Als de kosten lager zijn dan begroot, stellen Gedeputeerde Staten de subsidie lager vast en wordt te veel verstrekte subsidie teruggevorderd. Als de kosten hoger uitvallen, keren Gedeputeerde Staten maximaal het verleende subsidiebedrag uit. Meldingsplicht Als de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen verricht, dient hij dit verplicht te melden bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen dan, afhankelijk van de situatie, de subsidie ambtshalve op een lager bedrag vaststellen. Ook kan er ambtshalve een gewijzigde verleningsbeschikking worden vastgesteld, waarin nieuwe afspraken met de subsidieontvanger worden gemaakt. Als bij de desgevraagde verantwoording of controle blijkt dat niet aan de meldingsplicht is voldaan, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente. Paragraaf 4 Versterking high-tech industrie in de regio Zuidoost Brabant Algemeen Achtergrond De regio Zuidoost-Brabant is bekend onder de naam Brainport en is de tweede economische regio van Nederland. Gedeputeerde Staten vinden het van belang om aldoor innovatie te blijven stimuleren in deze regio, om deze positie vast te houden, maar ook te kunnen concurreren met soortgelijke regio’s buiten de provincie. Juist de high-tech industrie heeft gezorgd dat Brainport deze positie heeft kunnen bemachtigen. Om te komen tot innovatie is de samenwerking van bedrijven in de Brainportregio heel belangrijk. Gedeputeerde Staten stimuleren dat en richten zich daarbij op de deelsectoren high-tech systemen en materialen, automotive, lifetec en chemie. Het blijven vernieuwen en innoveren in deze deelsectoren is belangrijk.

Artikel 4

.4 Subsidiabele activiteiten Onderdeel a Deelsectoren Onder eerste High-tech systemen en materialen Onder de deelsector high-tech systemen en materialen vallen een aantal nauw met elkaar verweven maakindustrieën. Het betreft daarbij de machine- en systeemindustrie, automotive, lucht- en ruimtevaart en materialen inclusief staal. Onder tweede Automotive Gedeputeerde Staten zien automotive als een containerbegrip voor alles wat past in de bedrijfskolom auto industrie. Onder derde Lifet

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.