AMBTSINSTRUCTIE LEERPLICHT HELMOND 2015Het college van burgemeester en wethouders van Helmond; Gelet op artikel 16, vierde lid van de Leerplichtwet 1969, Besluit: Vast te stellen de Ambtsinstructie leerplicht Helmond 2015 Voorwoord De wijze waarop de leerplichtambtenaren hun taak uitvoeren dient te worden vastgelegd in de Ambtsinstructie Leerplicht. Deze instructie geeft een nadere uitwerking van de wijze waarop de leerplichtambtenaar in Helmond de taken uitvoert (in de andere Peelgemeenten wordt eenzelfde ambtsinstructie vastgesteld). De vorige ambtsinstructie Leerplicht dateert van
(1995)was bedoeld om de mogelijkheden van extra verlof, buiten de schoolvakanties, sterk in te perken. In Helmond wordt er in de geest van deze aanscherping gewerkt. Het onderwijsbelang van de jongere staat voorop. Een jongere die veel lestijd mist, loopt risico. De basis is dat er strikt de hand gehouden wordt aan deze regels, omdat er anders sprake is van precedentwerking. Er is veel overleg tussen de scholen en Leerplicht. Alleen met een strikte en gezamenlijke inspanning is te voorkomen dat extra verlof leidt tot schoolverzuim. In alle gevallen waarbij extra verlof bij Leerplicht wordt aangevraagd, dus als het gaat om meer dan tien schooldagen, wordt een beslissing genomen die voorzien is van een motivering. Artikel6.1Vrijstelling van leerplicht tot zes jaar Vrijstelling van leerplicht tot zes jaar is gebaseerd op artikel 11a van de Leerplichtwet 1969 (LPW). Vanaf vijfjarige leeftijd moet een kind dagelijks een basisschool bezoeken. Is het kind nog geen zes jaar, dan mag het kind vijf uur per week thuisblijven, indien ouders van een beroep op vrijstelling mededeling doen aan het het hoofd van de school. Hiernaast kan het hoofd van de school deze vrijstelling voor ten hoogste vijf uren per week uitbreiden om overbelasting van het kind te voorkomen. Het hoofd van de school beslist betreffende de aanvraag van deze vrijstelling door ouders. Artikel6.2Vrijstelling van inschrijving Vrijstelling tot inschrijving op een school of instelling, op grond van artikel 5 LPW, moet worden aangevraagd bij de gemeente waar de jongere als ingezetene in de Basisregistratie personen (BRP) staat ingeschreven. Het betreft een vrijstelling op basis van lichamelijke of psychische gronden (art. 5 sub a), vanwege bezwaren tegen de richting van het onderwijs (art. 5 sub b), vanwege een schoolinschrijving en het geregeld bezoeken van deze inrichting van onderwijs in het buitenland (art 5 sub c). (artikel 5 aanhef en onder a, b en c, alsmede de artikelen 6, 7, 8 en 9 LPW) Indien een vrijstelling op een van bovenstaande gronden wordt verleend, geldt deze voor maximaal één schooljaar. Hiernaast is er onder voorwaarden ook een vrijstelling van schoolinschrijving mogelijk op grond van artikel 15 LPW. Artikel6.2.1Vrijstelling op grond van artikel 5 Indien ouders een vrijstelling aanvragen op grond van artikel 5 sub a (juncto art. 7) LPW, neemt de leerplichtambtenaar de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 van de wet in ontvangst. De kennisgeving dient voor het eerst uiterlijk 1 maand voor de 5e verjaardag gedaan te worden. Verder dient de aanvraag jaarlijks voor 1 juli opnieuw gedaan te worden, tenzij het besluit geldt voor de duur van plaatsing van het kind op een instelling (MKD). Omdat de beslissing van het college van burgemeester en wethouders geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht betreft, kunnen ouders geen bezwaar aantekenen of beroep instellen tegen het genomen besluit. De leerplichtambtenaar probeert te bewerkstelligen dat de aangewezen deskundige binnen twintig werkdagen de jongere onderzoekt en een schriftelijke verklaring over de geschiktheid van de jongere geeft. Binnen tien dagen na ontvangst van de verklaring van de deskundige5 moeten de ouders een bericht van de gemeente hebben ontvangen. Indien de ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b (juncto art. 8) van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders ten hoogste twintig werkdagen. Als gegronde redenen aanwezig zijn voor een langere termijn, dan deelt de leerplichtambtenaar deze termijn binnen twintig werkdagen aan de ouders mee. Ook deze vrijstellingsaanvraag dient voor het eerst uiterlijk 1 maand voor de 5e verjaardag van het kind te worden gedaan en dient jaarlijks opnieuw voor 1 juli aangevraagd te worden. Bij de aanvraag dient een verklaring ‘overwegende bezwaren’ te zijn gevoegd. De leerling mag niet eerder ingeschreven hebben gestaan op een school waartegen overwegende bedenkingen zijn. Ook dient er een redelijke afstand tot een wel geschikte school te bestaan. Indien de ouders een beroep doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan onderzoekt de leerplichtambtenaar de bij de kennisgeving overgelegde bescheiden. Hij nodigt de ouders uit voor een mondelinge toelichting op het beroep. Hij onderzoekt of de bedenkingen daadwerkelijk de richting van het onderwijs betreffen. De vraag of de bedenkingen werkelijk op de richting van het onderwijs betrekking hebben, dient, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, onderzocht te worden. Als vaststaat dat dat het geval is en aan de overige hierboven genoemde voorwaarden wordt voldaan dan ontstaat de vrijstelling van rechtswege en is geen plaats meer voor onderzoek naar het gewicht van de bedenkingen6. In het bericht aan de ouders, wordt aan de ouders meegedeeld of de ontvangen kennisgeving voldoet aan de eisen van de wet. Tevens worden de gevolgen meegedeeld die verbonden zijn aan het al dan niet voldoen aan de eisen van de wet. Indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet, geeft de leerplichtambtenaar de ouders een redelijke termijn, die doorgaans niet langer is dan twintig werkdagen om de jongere alsnog in te schrijven op een school of instelling. Indien ouders niet aan bovengenoemde voorwaarden voldoen, dan zal er een proces-verbaal absoluut verzuim opgemaakt worden. Omdat de beslissing van het college van burgemeester en wethouders geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht betreft, kunnen ouders geen bezwaar aantekenen of beroep instellen tegen het genomen besluit. Indien de kennisgeving wel aan de eisen van de wet voldoet, deelt het college aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten inmoeten indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder c (juncto art. 9) van de wet, dan moeten ouders een verklaring af te geven dat de leerling staat ingeschreven op een school en deze school geregeld bezoekt. Indien de omstandigheden van dien aard zijn dat (nog) geen verklaring van de directeur van de buiten Nederland gelegen school of inrichting van onderwijs kan worden overgelegd, dan deelt de leerplichtambtenaar aan de ouders mee op welke wijze, en op welk moment, door hen zal moeten worden aangetoond dat de jongere in het buitenland onderwijs heeft genoten. De aanvraag dient ieder jaar opnieuw voor 1 juli ingediend te worden. Indien ouders niet aan bovengenoemde voorwaarden voldoen, dan zal ouders een termijn gegund worden om hun kind alsnog op een school in Nederland in te schrijven. Indien dit binnen de gestelde termijn niet gebeurt, zal er een proces-verbaal absoluut verzuim opgemaakt worden. Omdat de beslissing van het college van burgemeester en wethouders geen besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht betreft, kunnen ouders geen bezwaar aantekenen of beroep instellen tegen het genomen besluit. Artikel6.2.2Vrijstelling op grond van artikel 15 Een vrijstelling van een schoolinschrijving, vanwege bijzondere omstandigheden, anders dan in artikel 5 genoemd, kan door het college van burgemeester en wethouders aan de jongere worden verleend, indien wordt aangetoond dat de jongere op een andere wijze voldoende onderwijs volgt. Indien ouders/verzorgers van een kwalificatieplichtige jongere een vrijstellingsaanvraag op grond van art. 15 LPW indienen, beslist het college van B&W, na advisering door de leerplichtambtenaar, op de aanvraag. In eerste instantie zal met school onderzocht worden of er nog mogelijkheden op een school zijn tot een aangepast programma, tot oriëntatie op een opleiding, tot stage/werk. Zijn deze er niet dan zal de vrijstelling toegekend worden onder ondergenoemde voorwaarden: aanwezigheid bijzondere omstandigheden; aantoonbaar voldoende ander onderwijs; arbeids-/stagecontract; informatieplicht bij veranderde omstandigheden. Ouders/verzorgers kunnen bezwaar aantekenen tegen het genomen besluit. Deze mogelijkheid en procedure dient vermeld te worden in het besluit wat aan ouders/verzorgers wordt gezonden. Artikel6.2.3Kennisgeving vrijstelling leerplicht (artikel 6 Leerplichtwet) Op grond van de wet van 11 september 2013 tot wijziging van de Leerplichtwet 1969 en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de registratie van vrijstellingen en vervangende leerplicht, moeten vrijstellingen en vervangende leerplicht met ingang van 1 oktober 2013 opgenomen worden in het vrijstellingenregister van DUO. Met het register is het mogelijk om landelijk uniform de vrijstellingen en vervangende leerplicht op individueel niveau vast te leggen. Het gaat om vrijstellingen op grond van artikel 5 onder a, b en c, artikel 5a en artikel 15 van de Leerplichtwet. En om de vervangende leerplicht op grond van artikel 3a en 3b. (zie voor verdere informatie paragraaf 3.4.3. van deze ambtsinstructie) Artikel6.3Vrijstelling van geregeld schoolbezoek Bij een vrijstelling van geregeld schoolbezoek, op grond van artikel 11, gaat het ofwel om vakantieverlof, of om verlof vanwege ‘andere gewichtige omstandigheden’ of om verlof vanwege verplichtingen voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging. Artikel6.3.1Vakantieverlof Artikel 11 sub f juncto art. 13a LPW lichten het vakantieverlof toe. Als ouders vanwege hun werk alleen buiten de schoolvakanties op vakantie kunnen, is het mogelijk om voor hun kind vakantieverlof aan te vragen. Dat moet schriftelijk gebeuren, bij voorkeur via een speciaal formulier, dat de school de aanvrager op zijn verzoek moet verstrekken. Voorwaarden: aard beroep van een van de ouders (horeca en aanverwante bedrijven); onoverkomelijke bedrijfseconomische belangen (bewijslast bij ouders /verzorgers); eenmaal per schooljaar maximaal 10 schooldagen; niet gedurende eerste twee lesweken van schooljaar. Toestemming voor vakantieverlof kan alleen worden gegeven door de directeur (hoofd) van de school. Vakantieverlof is bedoeld voor de jaarlijkse gezinsvakantie, voor maximaal tien aaneengesloten schooldagen, en niet voor een vakantie tussendoor of voor snipperdagen. Deze toestemming wordt dan ook hooguit één keer per schooljaar verleend. Gaan ouders buiten de schoolvakanties, zonder toestemming van de directeur van de school of de leerplichtambtenaar, op vakantie, dan is er sprake van luxe verzuim. Met het Openbaar Ministerie wordt periodiek overleg gevoerd over de aanpak van luxe verzuim. De afdoeningen zijn conform de landelijke richtlijnen die het Ministerie van Justitie over het leerplichtbeleid heeft geformuleerd. Indien er vermoedelijk sprake is van luxe verzuim, gaat de leerplichtambtenaar in eerste instantie na of er op school extra verlof is aangevraagd en/of deze aanvraag vervolgens is geweigerd of (gedeeltelijk) is toegestaan, al dan niet onder bepaalde voorwaarden. Zowel de verlofaanvraag als de eventuele afwijzing en toekenning door de directeur moeten schriftelijk gedaan worden. Daarbij moeten de ouders zijn gewezen op de bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Ouders/verzorgers kunnen dus bezwaar aantekenen tegen het genomen besluit. De leerplichtambtenaar stelt vervolgens een onderzoek in naar mogelijk ongeoorloofd schoolverzuim bij eventuele andere leerplichtige kinderen binnen het gezin. Indien er naar aanleiding van bovenstaand onderzoek een vermoeden van luxe verzuim bestaat, worden de ouders op dezelfde datum, voor alle kinderen en door dezelfde leerplichtambtenaar opgeroepen en verhoord betreffende het verzuim van alle kinderen. Verschijnen ouders niet op de afspraak, dan wordt er een proces-verbaal bij verstek opgemaakt. In geval dat ouders wel op de afspraak verschijnen, wordt er afhankelijk van hun verweer, door de leerplichtambtenaar besloten om wel of geen proces-verbaal op te maken, al dan niet na overleg met het OM. Artikel6.3.2Verlof om andere gewichtige omstandigheden Er kunnen andere belangrijke redenen zijn waardoor een kind niet naar school kan komen. Ook hiervoor moet de ouder, bij maximaal tien schooldagen, toestemming hebben van de directeur (het hoofd) van de school. Bij meer dan tien schooldagen dient de ouder toestemming te hebben van de leerplichtambtenaar. Dit aantal schooldagen kan bereikt worden in één aanvraag, maar ook in een paar opeenvolgende aanvragen. Bij voorkeur dient het verlof via een speciaal formulier aangevraagd te worden. Het gaat hierbij om verlof op grond van art. 11 sub g juncto art. 14 LPW, vanwege ‘andere gewichtige omstandigheden’. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om ziekte, een verhuizing, een huwelijk of een begrafenis van een bloed- of aanverwanten. (Zie verder bijlage nr. 3) Bewijslast ligt bij ouders. Als geen verlof is aangevraagd, kunnen de directeur van de school (bij 10 schooldagen of minder) of de leerplichtambtenaar alsnog verlof verlenen, als door ouders/verzorgers binnen 2 dagen na ontstaan van de verhindering de redenen daarvan worden meegedeeld. De leerplichtambtenaar hoort de directeur over de aanvraag en draagt er zorg voor dat het oordeel van de directeur over de aanvraag schriftelijk wordt vastgelegd. De leerplichtambtenaar kan de jongere en/of de ouders in de gelegenheid stellen hun/zijn zienswijze kenbaar te maken. Deze wordt schriftelijk vastgelegd. De leerplichtambtenaar legt de behandeling van de aanvraag zorgvuldig vast in het leerlingendossier. Bij de beoordeling van een aanvraag van meer dan tien dagen, controleert de leerplichtambtenaar of er sprake is van een medische of sociale indicatie. De leerplichtambtenaar neemt een beslissing en deelt deze schriftelijk mee aan de ouders. Een afschrift van de brief aan de ouders wordt aan de betreffende directeur van de school of instelling gezonden. De leerplichtambtenaar kan aan een directeur op diens verzoek advies geven over de behandeling en beoordeling van een aanvraag. Indien de leerplichtambtenaar een dergelijk advies geeft, deelt de directeur aan de leerplichtambtenaar zijn beslissing op de aanvraag mee. De leerplichtambtenaar geeft aan de directeuren van de betrokken scholen en/of instelling(
- en)gevraagd of ongevraagd advies over het te voeren beleid betreffende verlofaanvragen wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’ voor tien schooldagen of minder, met het oog op het bevorderen van de rechtsgelijkheid. Wordt de verlofaanvraag van 10 schooldagen of minder afgewezen door de directeur van school, dan kunnen ouders/verzorgers bezwaar aantekenen bij de directie (bevoegd gezag) van de school. Indien ouders/verzorgers geen bezwaar indienen, dan wel het bezwaar niet gegrond wordt verklaard en ouders toch verlof nemen, dan volgt een melding bij de leerplichtambtenaar. Deze start een onderzoek, hoort ouders/verzorgers en maakt indien er geen vrijstellingsgronden zijn een proces-verbaal relatief verzuim op. Wordt de verlofaanvraag van 10 schooldagen of meer afgewezen door de leerplichtambtenaar, dan kunnen ouders bezwaar indienen bij de leerplichtambtenaar die het eerdere besluit heeft genomen. Indien ouders/verzorgers geen bezwaar indienen, dan wel het bezwaar niet gegrond wordt verklaard en ouders toch verlof nemen, dan volgt een oproep voor een verhoor bij de leerplichtambtenaar. Er wordt een proces-verbaal relatief verzuim opgemaakt. Voor de bezwaar- en beroepsprocedure wordt naar bijlage 5 verwezen. Artikel6.3.3Verlof vanwege verplichtingen voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging Verlof op grond van artikel 11 sub e juncto 13 LPW geeft aan dat jongeren wegens de vervulling van plichten voorvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging, bijvoorbeeld met het Suikerfeest, die dag(
- en)vrijgesteld van schoolbezoek zijn. Wanneer het kind vanwege geloofsovertuiging of levensovertuiging niet op school kan zijn, bijvoorbeeld voor een religieuze feestdag dan moet uiterlijk twee dagen voor de verhindering de school (de directie) geïnformeerd worden. ·Een verlofaanvraag op religieuze gronden dient, volgens de jurisprudentie, beschouwd te worden als een mededeling van de ouders aan de directeur van de school. Er is geen toestemming voor verlof nodig van de directeur. Hoofdstuk7Regionale Meld- en Coordinatiefunctie Voorkomen Voortijdig Schoolverlaten Een aantal leerling verlaat jaarlijks het onderwijs zonder een startkwalificatie. Een startkwalificatie is een diploma niveau 2 MBO of een diploma van een HAVO. (artikel 7.2.2. van de Wet Educatie- en Beroepsonderwijs (WEB)). Jongeren die wel in staat zijn om dit onderwijs niveau te behalen maar daarin niet slagen zijn voortijdig schoolverlaters. Nederland heeft in Europees verband afgesproken om het aantal jongeren dat voortijdig het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie terug te dringen. Uit onderzoek blijkt dat jongeren zonder startkwalificatie vaker en langduriger werkloos zijn en vaker geconfronteerd worden met problemen op verschillende levensdomeinen. De RMC regio Helmond – de Peel (inclusief de gemeente Mierlo) is een zelfstandige sub eenheid van de RMC regio Zuidoost Brabant met Eindhoven als kerngemeente. Een goed functionerend netwerk van partners in het onderwijsveld, arbeidstoeleiding, leerplicht en jeugdhulp is noodzakelijk om voor de voortijdige schoolverlaters tot een sluitende aanpak te komen waarbij de RMC functie de schakel- en makelfunctie vervult voor potentiele voortijdig schoolverlaters. De RMC functie richt zich met name op jongeren die niet (meer) leerplichtig zijn en nog geen 23 jaar oud zijn. De RMC functie werkt vooral nauw samen met leerplichtambtenaren waar jongeren het onderwijs dreigen te verlaten. Het streven is om te voorkomen dat jongeren het onderwijs voortijdig verlaten. Wanneer dat niet lukt wordt jongeren een traject aangeboden met als doel alsnog een startkwalificatie te behalen en/of toe te leiden naar een passende plek op de arbeidsmarkt. De RMC functie heeft naast de schakel- en makelfunctie als taak leerplichtige jongeren die voortijdig het onderwijs verlaten te registreren. RMC regio Helmond- De Peel maakt deel uit van de eenheid Jeugdbeleid van de gemeente Helmond en voert namens de de Peelgemeenten en Mierlo de RMC functie uit voor deze regiogemeenten. De inzet van het beleid van RMC is het terugdringen van het voortijdig schoolverlaten. In de praktijk betekent het een aanvulling op de doelstellingen en aanpak vanuit de leerplichtwet. De RMC functie richt zich op: Het komen tot een compleet beeld van het voortijdig schoolverlaten in de Peelregio. Het in beeld brengen van mogelijk voortijdig schoolverlaters (thuiszitters) Het terugdringen van voortijdig schoolverlaten mede door het herplaatsen van uitvallers. Het terugdringen van schoolverzuim van jongeren van 18 jaar en ouder. Het betrekken van relevante partijen bij de problematiek en het zorgen voor de noodzakelijke afstemming en regievoering. Het samenwerken met andere gemeenten op relevante onderdelen. Helmond is hierbij de contactgemeente voor regio Helmond-De Peel. Hoofdstuk8Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Op 1 juli 2013 is de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. Deze meldcode geldt ook voor de leerplichtambtenaar. Werken volgens de meldcode is een wettelijke verplichting. De meldcode op zich is een meldrecht en geen meldplicht. In artikel 16 is vastgelegd op welke wijze de leerplichtambtenaar met de meldcode om dient te gaan en welke stappen er gezet moeten worden. Deze beschrijving is samengesteld aan de hand van het basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling opgesteld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Opname van dit artikel in de ambtsinstructie is verplicht gesteld in de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De meldcode bestaat uit 5 stappen. De leerplichtambtenaar volgt deze stappen. Stap 1: In kaart brengen van signalen. De leerplichtambtenaar brengt de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast in het leerlingdossier. Tevens worden ook de contacten over de signalen vastgelegd, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen. De leerplichtambtenaar beschrijft de signalen zo feitelijk mogelijk. Hypothesen en veronderstellingen worden vastgelegd, daarbij wordt uitdrukkelijk opgenomen dat het gaat om een hypothese of veronderstelling. Als een hypothese of veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht wordt dit vastgelegd met vermelding van de bron als het informatie van derden betreft. Diagnoses worden alleen vastgelegd als ze zijn gesteld door een bevoegde beroepskracht. Indien uit een vertrouwelijk gesprek met een leerling blijkt dat er mogelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling, dan meldt de leerplichtambtenaar aan de leerling dat hij of zij conform de meldcode zal handelen, tenzij er zwaarwegende belangen van de leerling zijn om dit na te laten. Betreffen de signalen huiselijk geweld of kindermishandeling gepleegd door een beroepskracht, dan meldt de leerplichtambtenaar de signalen bij de leidinggevende of de directie. In dat geval zijn de verdere stappen niet van toepassing. Stap 2: Collegiale consultatie en zo nodig raadplegen bij Veilig Thuis (=AMHK - Advies- en Meldpunt Kindermishandeling of het Steunpunt Huiselijk Geweld). De leerplichtambtenaar bespreekt de signalen met een collega bij voorkeur een leerplichtambtenaar lokaal of regionaal. De leerplichtambtenaar vraagt zo nodig ook advies aan Veilig Thuis. De leerplichtambtenaar legt de uitkomst van de bespreking vast in het leerlingdossier. Stap 3: Gesprek met de leerling(ouder dan 12 jaar) en ouders/verzorgers. De leerplichtambtenaar nodigt de leerling en ouders/verzorgers uit om de signalen te bespreken. Dit gesprek wordt bij voorkeur door twee medewerkers gevoerd. In het gesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde: het doel van het gesprek, de feiten die de leerplichtambtenaar heeft vastgesteld en de waarnemingen die zijn gedaan. Aan de leerling en ouders/verzorgers wordt gevraagd hierop te reageren. De leerplichtambtenaar komt pas na deze reactie zo nodig en zo mogelijk met een interpretatie van hetgeen hij heeft gezien, gehoord en waargenomen. De leerplichtambtenaar vertelt de ouders wat de vervolgeacties (kunnen) zijn. De bevindingen van het gesprek worden vastgelegd in het leerlingdossier. Stap 4: De leerplichtambtenaar weegt op basis van de signalen, van het ingewonnen advies en van het gesprek met de leerling en ouders/verzorgers en na consultatie van een collega het risico, de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. De afwegingen worden vastgelegd in het leerlingdossier. Stap 5: De leerplichtambtenaar weegt af of de leerling en het gezin redelijkerwijs voldoende tegen het risico op huiselijk geweld of op kindermishandeling beschermd kan worden door het inschakelen van de noodzakelijke hulp. De leerplichtambtenaar plaatst een melding in de verwijsindex Risicojongeren. De leerplichtambtenaar doet alsnog een melding van zijn vermoeden bij Veilig Thuis als er signalen zijn dat het huiselijk geweld of de kindermishandeling niet stopt of opnieuw begint. Alvorens dat de leerplichtambtenaar een melding doet bespreekt hij deze melding met de leerling(ouder dan 12 jaar) en ouders/verzorgers. In dit gesprek geeft de leerplichtambtenaar aan waarom hij van plan is de melding te doen, vraagt de leerling en ouders/verzorgers om een reactie, hoort de eventuele bezwaren op de melding aan en probeert hieraan tegemoet te komen en maakt vervolgens de afweging over de noodzaak en de aard en ernst van het geweld en de noodzaak om de leerling of ouders/verzorgers te beschermen. De leerplichtambtenaar legt het gesprek vast in het leerlingdossier. De leerplichtambtenaar geeft bij de melding aan op grond van welke feiten en gebeurtenissen hij of zij hiertoe besloten heeft. Tevens meldt de leerplichtambtenaar of er informatie van anderen afkomstig is. De leerplichtambtenaar legt de melding vast in het leerlingdossier. Hoofdstuk9Samenwerking regio Zuid-Oost Brabant Uit artikel 16 lid 4 sub c van de Leerplichtwet 1969 (LPW) blijkt dat in de ambtsinstructie Leerplicht moet worden beschreven op welke wijze de ambtenaren bij de uitvoering van hun taken overleg plegen en samenwerken met hun ambtsgenoten van de omliggende gemeenten. De regio Zuidoost Brabant voor de uitvoering van de LPW opgedeeld in twee 2 subregio’s, te weten Helmond-Peelland met 6 gemeenten (Helmond, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek, Someren, Asten, Mierlo) en Eindhoven-De Kempen met 15 gemeenten (Eindhoven, Best, Heeze-Leende, Nuenen, Oirschot, Son-Breugel, Veldhoven, Waalre, Bergeijk, Bladel, Cranendonck, Eersel, Reusel-Mierden, Geldrop en Valkenswaard). Deze gemeenten hebben de opdracht vanuit wetgeving om binnen het gebied (RMC-regio 37) samen te werken en inzet te doen om het voortijdig schoolverlaten en schoolverzuim zoveel mogelijk terug te dringen. Bestuurlijke afstemming Op het gebied van jeugd/onderwijs vindt er binnen de regio Helmond-Peelland afstemming plaats binnen het portefeuillehoudersoverleg jeugd/onderwijs. Artikel9.1Uniformiteit Binnen de regio Zuidoost Brabant zijn er een aantal regionale afspraken gemaakt met betrekking tot de uitvoering van de LPW, om te bevorderen dat er meer uniform en efficiënt gewerkt wordt. Tot 1 augustus 2007 mochten leerplichtambtenaren de LPW alleen uitvoeren in de gemeente waarvoor zij benoemd waren. Vanaf 1 augustus 2007, met de invoering van de kwalificatieplicht, mogen zij in geheel Nederland optreden. Hierdoor is de samenwerking in de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden. Centrale Leerlingenregistratie In de regio Zuid-Oost Brabant wordt door alle 21 gemeenten samengewerkt middels een Centrale Leerlingenregistratie (CLR). Deze centrale leerlingenregistratie (Key2Jongerenmonitor) is op 16 december 2011 van start gegaan. De CLR wordt voor de hele regio uitgevoerd door de gemeente Eindhoven. De Centrale Leerlingen Registratie is opgezet onder verantwoordelijkheid van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven. In 2015 is Metropool Regio Eindhoven (MRE - samenwerkingsorgaan in de regio Zuid-Oost Brabant, (samenwerking na beëindiging van de wettelijke verplichting tot samenwerking WGR+) in dit verband aangewezen als bestuurlijk verantwoordelijke in verband met de centrale afname van BRP (dit kan alleen door een zelfstandig bestuursorgaan). Voor een uniform gebruik van het systeem/werkwijze worden afspraken gemaakt tijdens het gebruikersoverleg K2J. Hieraan neemt een leerplichtambtenaar namens Helmond-de Peelgemeenten deel. Artikel9.2Regionaal leerplichtoverleg Er wordt door de leerplichtambtenaren deelgenomen aan het uitvoerende overleg wat wordt georganiseerd voor leerplichtambtenaren in zowel Helmond als Eindhoven. Voor de regio Helmond-Peelgemeenten zijn vijf regionale overleggen samen met de beleidsmedewerkers Leerplicht. Voor de gehele regio Zuid-Oost Brabant wordt in Eindhoven maandelijks een overleg ingepland. Tijdens dit overleg staat de uitvoering van de taken krachtens de Leerplichtwet en de RMC-wetgeving centraal. Het doel van dit regionaal overleg is om gezamenlijk tot een meer uniforme regionale uitvoering van de LPW en RMC-wetgeving te komen. Hier kan de leerplichtambtenaar van iedere gemeente een bijdrage aan leveren door onderwerpen naar voren te brengen, waarbij regionale afspraken tot een betere bestrijding van schoolverzuim en/of voortijdig schoolverlaten zullen leiden. Er zijn ten aanzien van onderstaande onderwerpen duidelijke werkafspraken gemaakt: de afspraken die met scholen, instellingen en organisaties in de regio gemaakt worden over de inzet en verantwoordelijkheid bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten; met betrekking tot de totstandkoming van een regionaal netwerk van die scholen, instellingen en organisaties; met betrekking tot het organiseren en coördineren van de melding, registratie en doorverwijzing; over de organisatie en inhoud van de contacten met de regionaal werkende instellingen op het gebied van algemeen maatschappelijk werk, jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg en de aansluiting tussen onderwijs en arbeid; de wijze waarop contact wordt onderhouden met de officier van justitie in het kader van de toepassing van artikel 22 van de wet (onderzoek door de leerplichtambtenaar); de toepassing van artikel 14 van de wet (vrijstellingsgronden); de richtlijnen op regionaal niveau inzake het verlenen van verlof op grond van artikel 11 aanhef en onder f en g LPW (extra vakantieverlof/andere gewichtige omstandigheden). Artikel9.3Een contactpersoon per school VO en MBO Na de invoering van de kwalificatieplicht, waarbij de leerplichtambtenaren vanaf 1 augustus 2007 in geheel Nederland mogen optreden, zijn er regionaal nieuwe werkafspraken gemaakt. Deze zijn noodzakelijk omdat jongeren niet allemaal in de eigen gemeente naar school gaan. De scholen voor het Voortgezet onderwijs (VO) en Middelbaar beroepsonderwijs (MBO) kennen dikwijls een instroom vanuit verschillende gemeenten, binnen en buiten de regio. Hierdoor was het voor deze scholen vaak niet makkelijk om de betrokken leerplichtambtenaren te bereiken, dan wel voor de leerplichtambtenaren om al deze, buiten de gemeentegrenzen liggende, scholen te bezoeken. Dit maakte het ook lastig om de LPW uniform voor alle leerlingen op de bestreffende school uit te voeren. Wat veranderd is, is dat er aan iedere school in het VO en binnen het MBO een leerplichtambtenaar is toegewezen, die voor de school het aanspreekpunt is, onafhankelijk van waar de leerling woonachtig is. Indien de leerling woonachtig is in een gemeente buiten de regio Zuid-Oost Brabant, dan zal deze leerplichtambtenaar de melding doorzetten aan een collega van de gemeente buiten de regio, waar deze leerling woonachtig is. Dit doet de leerplichtambtenaar ook, indien hij in zijn contacten met scholen, instellingen of instanties bemerkt dat er sprake kan zijn van een overtreding van de LPW of een bedreiging van de schoolloopbaan van de jongere. Deze praktische wijziging maakt een meer uniforme uitvoering van de LPW mogelijk en maakt het voor school een stuk makkelijker om verzuim te melden. Het verzuimloket (DUO) dat in 2009 ingevoerd is, heeft onder andere hetzelfde doel voor ogen. Artikel9.4Afspraken met het Openbaar Ministerie (OM) Hiernaast is er ook binnen het strafrechtelijk kader het een en ander veranderd. Binnen de regio Zuid-Oost Brabant bestaat het Justitieel Casus Overleg – Leerplicht (JCO). Dit JCO fungeert als 'voorportaal' voor het kantongerecht. Een melding bij het JCO kan leiden tot een extra maatregel tussen de melding bij Bureau Halt en de gang naar de rechter. Binnen het JCO worden alternatieve straffen opgelegd aan leerplichtige/kwalificatieplichtige leerlingen tussen de twaalf en de achttien jaar die in overtreding zijn. Naast bovengenoemde regionale afspraken, worden er ten aanzien van leerplichtovertredingen themazittingen Leerplicht voor de regio zuid-oost Brabant georganiseerd. Namens Helmond/De Peelgemeenten is één leerplichtambtenaar van de gemeente Helmond aanspreekpunt, die het contact met het OM onderhoudt en werkafspraken maakt. Hoofdstuk10Samenwerking met diensten en instellingen De achtergrond van de meeste zaken van verzuim is tamelijk tot zeer complex. Voor een goede diagnose, maar ook voor de goede oplossingen is het belangrijk te beschikken over veel formele en informele contacten met instanties die een bijdrage kunnen leveren aan de begeleiding van jeugd. In de gemeente Helmond zal Leerplicht blijven investeren in een goede samenwerking met deze diensten en instellingen. Er zal sprake moeten zijn van een sluitende aanpak. Om inzichtelijk te krijgen of jongeren daadwerkelijk aankomen bij een organisatie en verder worden begeleid, is een goede samenwerking, delen van informatie en registratie nodig voor het handhavingstraject. In bijlage nr.1 is een lijst van ketenpartners bijgevoegd. De samenwerking met een aantal van deze ketenpartners zal hieronder worden toegelicht. Artikel10.1Centrum Jeugd en Gezin - lokaal Vanuit Leerplicht wordt altijd geprobeerd eerst vanuit een vrijwillig kader te werken. Dit betekent dat ouders en jongeren die zich begeleidbaar opstellen veelal de mogelijkheid wordt geboden een of andere vorm van vrijwillige hulp aan te gaan. Dit kan variëren van een bezoek aan de schoolarts of begeleiding via het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). Vanaf 1 januari 2015 ligt de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg bij de gemeenten. De gemeenten (Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren) zijn al vanaf 1 januari 2014 verantwoordelijk voor de provinciaal gefinancierde jeugdzorg die in de gezinnen, in de thuissituatie van ouders en kinderen wordt geboden. Hiervoor is het CJG Peelland aangewezen als eerste aanspreekpunt voor jeugdzorg. In Helmond zijn in alle wijken opvoedondersteuners direct telefonisch of via de website bereikbaar. Daarnaast zijn op alle scholen opvoedondersteuners aangesteld. Bij afstemmingsgesprekken met de betrokkenen instanties en (meestal) met de ouders is de leerplichtambtenaar aanwezig als het met leerplicht te maken heeft. Artikel10.2Bureau Jeugdzorg Vanaf 1 januari 2015 voert Bureau Jeugdzorg Jeugdbescherming en jeugdreclassering uit in heel Noord-Brabant. In Helmond/Peelland is ook Veilig Thuis (Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling) ondergebracht bij Bureau Jeugdzorg. Indien er een gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg bij een jongere is betrokken, betreffende waarvan een verzuimmelding is binnen gekomen, overlegt de leerplichtambtenaar over de gewenste aanpak betreffende het schoolverzuim, met deze gezinsvoogd. Artikel10.3Openbaar Ministerie De strafbepalingen uit de Leerplichtwet 1969 (LPW) (artikelen 26, 27 en 28 LPW) vormen het justitiële sluitstuk van de wet. Zij zijn van toepassing op de overtredingen zoals deze zijn genoemd in de artikelen 2, 4a, 18 en 21 LPW. In de Handleiding Strafrechtelijke aanpak schoolverzuim is een stappenplan onderzoek schoolverzuim ten behoeve van de uniforme handhaving van de leerplichtwet opgenomen. De leerplichtambtenaar kan aangaande bovengenoemde bepalingen zijn bevindingen in de vorm van een proces-verbaal aan de officier van justitie van het Openbaar Ministerie (OM) zenden. Artikel10.4Raad voor de Kinderbescherming De formele relatie met de Raad van de Kinderbescherming is gelegen in artikel 22 lid 4 LPW. Indien de leerplichtambtenaar een proces-verbaal tegen de jongere in verband met relatief verzuim aan de Officier van Justitie zendt, zendt hij tevens een afschrift van het proces-verbaal naar de Raad voor de Kinderbescherming (Art. 22, lid 5 LPW) Indien er tegen de ouders (in verband met schoolverzuim) al eerder een proces-verbaal is opgemaakt, zendt de leerplichtambtenaar een afschrift van het proces-verbaal naar de Raad. Artikel10.5Aanwijzing deskundige - lokaal Vanwege de mogelijkheid van een beroep op vrijstelling op grond van de artikelen 5 sub a en 7 LPW zijn er afspraken gemaakt met de GGD (een onafhankelijk deskundige) die een verklaring betreffende de geschiktheid tot toelating tot een school of instelling geeft. Artikel10.6Justitieel Casus Overleg - Leerplicht Er wordt nauw samengewerkt met Bureau jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie en andere belangrijke ketenpartners, gericht op een snellere en adequatere aanpak bij die gevallen van risicovol verzuim, waarbij een meer kaderstellende aanpak gewenst lijkt. Jongeren, waarbij sprake is van complex en of hardnekkig verzuim, zullen besproken worden in het Justitieel Casus Overleg. Hierin wordt samen door onder andere Bureau jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie en Leerplicht besproken wat de beste aanpak voor de betrokken jongere is. Uitgangspunt hierbij is dat een mogelijke interventie zo snel mogelijk tot een gedragsverandering leidt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de ernst van het schoolverzuim. Bij licht schoolverzuim is de school verantwoordelijk voor de reactie. Bij matig schoolverzuim vindt de reactie via Bureau HALT plaats. Bij hardnekkig schoolverzuim wordt binnen het Justitieel Casus Overleg beslist welke reactie moet volgen. Mislukt de gekozen interventie, dan wordt de strafzaak alsnog aan de Kantonrechter voorgelegd. Artikel10.7Bureau Halt Schoolverzuim is sinds 2010 een zogenaamd 'Halt-waardig' feit. Voor verwijzing bij schoolverzuim geldt een onder- en een bovengrens. De ondergrens is: meerdere dagdelen verzuim of 12 te laat komen. De ondergrens laat ruimte voor maatwerk. Leerplichtambtenaren, scholen en Halt kunnen hierover binnen hun werkgebied afspraken maken. De bovengrens is: maximaal 60 uur verzuim of 60 keer te laat komen. De Halt-regeling is bedoeld voor leerlingen met beginnend verzuim, die wel duidelijk zijn aangesproken en gewaarschuwd door de school en de leerplichtambtenaar en waarbij de school zelf maatregelen heeft genomen en ten minste de ouders heeft gewaarschuwd. Bepalend is dus of er al meerdere keren is verzuimd en tegelijkertijd dat nog geen sprake is van langdurig structureel zorgelijk verzuim. Scholen moeten daarnaast een regeling voor verzuim en te laat komen in hun reglement hebben opgenomen. Artikel10.8De inspectiedienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De leerplichtambtenaar draagt op grond van artikel 23 LPW (en artikel 5 van de Leerplichtregeling 1995) zorg voor een goede informatieverstrekking aan het districtshoofd van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot: Jongeren voor wie vervangende leerplicht is goedgekeurd op grond van artikel 3b van de wet; Jongeren voor wie vrijstelling van de inschrijfplicht bestaat op grond van artikel 5, onder a of b van de wet, en die 16 jaar of ouder zijn; Jongeren ten aanzien van wie hij bemerkt dat deze in strijd met de voorschriften arbeid verrichten. Artikel10.9Verwijsindex risicojongeren: Zorg voor Jeugd De leerplichtambtenaar draagt er zorg voor dat de voor hem geldende afspraken uit het (regionale) convenant betreffende de verwijsindex risicojongeren Zorg voor Jeugd worden nageleefd. Artikel10.10Samenwerkingsverbanden Passend onderwijs Met de invoering van passend onderwijs hebben scholen zorgplicht. Dat betekent dat ze verantwoordelijk zijn voor het zoeken van de juiste onderwijsplek voor elke leerling die zich bij hen heeft ingeschreven. Ouders melden hun kind aan bij de school van hun keuze, en de school zoekt een passende onderwijsplek. Het samenwerkingsverband Helmond-Peelland Voortgezet Onderwijs (SWV Helmond-Peelland VO) omvat de gemeenten Asten, Boekel, Deurne, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze, Laarbeek, Helmond en Someren. De gemeente Nuenen sluit in dit kader aan bij de regio Eindhoven. Het samenwerkingsverband voor het Primair Onderwijs, omvat de scholen in de regio Helmond/De Peel en gemeenten Nuenen, Heeze en Geldrop-Mierlo. De kern Leende wordt ingedeeld bij de regio Kempen. Hoofdstuk11Jaarverslag leerplicht en beleidsontwikkeling Artikel11.1Jaarverslag Leerplicht dient, op grond van artikel 25 van de Leerplichtwet 1969 (LPW), jaarlijks voor 1 oktober de noodzakelijke gegevens aan het college van burgemeester en wethouders aan te leveren, in verband met het jaarlijks uit te brengen verslag aan de gemeenteraad. Deze bepaling is in de instructie opgenomen om een actieve betrokkenheid van de gemeenteraad te stimuleren en ervoor te zorgen dat de gemeente voldoende stil staat bij de leerplichtuitvoering die zij wil hebben. De jaarlijkse rapportage biedt de mogelijkheid om de resultaten en ontwikkelingen op dit gebied te volgen. De leerplichtambtenaar draagt zorg voor het jaarlijks aan de minister uit te brengen verslag inzake de omvang en behandeling van het schoolverzuim. Het verslag zal de kwantitatieve gegevens bevatten die aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) moeten worden gemeld, maar tevens ingaan op het gevoerde beleid. Vanaf het schooljaar 2012-2013 wordt door de gemeente Eindhoven een statisch regiojaarverslag leerplicht samengesteld met een weergave van resultaten van het afgelopen schooljaar. De gegevens worden per gemeente uitgesplitst. Artikel11.2Beleidsontwikkeling Om beleidsontwikkeling, indien nodig, mogelijk te maken draagt Eenheid Jeugd – Leerplicht er zorg voor dat de ervaringen met de uitvoering van de LPW binnen het werkgebied, kwantitatief en kwalitatief, op een systematische wijze worden verzameld. De leerplichtambtenaar blijft hiertoe goed op de hoogte van regionale, provinciale en landelijke ontwikkelingen die voor de uitvoering van de LPW van belang zijn en zorgt voor verwerking van die ontwikkelingen in voorstellen voor aanpassingen van het gemeentelijke beleid. Er vindt betreffende deze voorstellen overleg met de beleidsambtenaar plaats met als doel deze noodzakelijke aanpassingen van het beleid te bewerken. Om goed op de hoogte blijven van regionale ontwikkelingen, vindt meerdere malen per jaar ambtelijk overleg plaats met de regiogemeenten. Ook op uitvoerend niveau vindt overleg plaats om de aanpak en werkwijze af te stemmen. Hoofdstuk12Privacy- en klachtenprocedure Leerplichtambtenaren handelen zoals vanuit hun ambtelijke functie en de Leerplichtwet 1969 (LPW) wordt verlangd. Ook speelt de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp) een belangrijke rol. Op het gebruik van leerplichtgegevens is deze wet namelijk van toepassing. De leerplichtambtenaar gaat met leerplichtgegevens om zoals in deze wet is vastgelegd. De leerplichtambtenaar verstrekt slechts gegevens uit het leerlingdossier aan derden, binnen de grenzen van deze wet en het Vrijstellingsbesluit Wbp. In het bijzonder artikel 20 van dit Vrijstellingsbesluit. Dit artikel regelt de voorwaarden voor vrijstelling van de meldingsplicht van de leerlingenadministratie. De gemeente hoeft de verwerking van persoonsgegevens van leer- en kwalificatieplichtigen dan niet te melden bij het Centraal Bureau Persoonsregistratie (CBP). De leerplichtambtenaar is officieel als leerplichtambtenaar beëdigd en handelt hiernaar. De leerplichtambtenaar is tevens buitengewoon opsporingsambtenaar en handelt conform de hiervoor wettelijk gestelde regelgeving. De gemeentelijke bezwaarprocedure is van toepassing op besluiten die door de leerplichtambtenaar worden genomen, waarbij zij het bestuurorgaan zijn. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is op deze besluiten van toepassing. Dit geldt niet voor de beslissingen die de leerplichtambtenaar binnen het strafrechtelijke traject, als buitengewoon opsporingsambtenaar, neemt. Hierop is het Strafrecht van toepassing. Klachten worden behandeld volgens de gemeentelijke klachtenprocedure. Hoofdstuk13Slotbepalingen In artikel 16 van de Leerplichtwet 1969 is uitdrukkelijk bepaald dat het college van burgemeester en wethouders de instructie vaststelt. Voordat burgemeester en wethouders de instructie vaststellen kan desgewenst de gemeenteraad van de instructie kennisnemen. Deze instructie treedt in werking na de dag van bekendmaking. Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding bij de leerplichtambtenaar in behandeling zijn, worden zo veel mogelijk in overeenstemming met deze instructie behandeld, tenzij de belangen van de jongere daardoor geschaad worden. De instructie wordt aangehaald als: "Ambtsinstructie Leerplicht Helmond 2015". Met het vaststellen van de instructie komt de “Ambtsinstructie Leerplicht gemeente Helmond” van 2008 te vervallen. Voetnoot: Daar waar in de tekst over ouder gesproken wordt, kan afhankelijk van de situatie van de jongere, ook de feitelijke verzorger of voogd bedoeld worden. Bij absoluut verzuim van de leerplicht geldt dat de jongere niet staat ingeschreven bij een school in overeenstemming met de bepalingen van de LPW (artikel 2, lid 1 LPW). Bij absoluut verzuim ten aanzien van de kwalificatieplicht geldt dat een jongere niet staat inschreven als leerling bij een instelling overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2a van de LPW (artikel 4a in verbinding met artikel 2, lid 1 LPW). Daar waar in de tekst 'hij' geschreven staat, kan dit ook worden vervangen door 'zij'. Een door B&W te benoemen onafhankelijke arts, psycholoog of andere academisch gevormde. Dit strookt met de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgens welke er geen sprake is van een bevoegdheid om een besluit te nemen over de bedenkingen. Besloten in de vergadering van 5 januari 2016.De burgemeester van Helmond, Mevr. P.J.M.G. Blanksma-van den HeuvelDe secretaris,Mr. drs. A.P.M. ter Voert Bekend gemaakt op: 19 juli 2016De gemeentesecretaris,Mr. drs. A.P.M. ter VoertNawoord Zoals eerder aangegeven is het raadzaam om periodiek te bezien of de ambtsinstructie Leerplicht geactualiseerd dient te worden. Zeker gezien alle ontwikkelingen die momenteel nog gaande zijn, onder andere binnen de samenwerking met collega’s van de gemeenten in de regio Helmond-de Peelgemeenten. Er is gedurende de afgelopen jaren een hechtere samenwerking tussen de regiogemeenten tot stand gekomen. Hierdoor is een meer uniforme en kwalitatief betere werkmethodiek naar leer- en kwalificatieplichtigen ontstaan. Toch blijven er een aantal knelpunten bestaan. Zonder volledig te willen zijn, volgen hieronder enkele knelpunten, die momenteel door de leerplichtambtenaren binnen de gemeenten van de regio Helmond - de Peelgemeenten ervaren worden: Er bestaan kwaliteitsverschillen binnen de regio tussen de leerplichtambtenaren van de verschillende gemeenten, waardoor de gewenste kwaliteit en deskundigheid niet overal hetzelfde is. Bepalend hierbij zijn onder andere de omvang van de gemeente, de formatie, verschillen in opleidings- en ervaringsniveau, prioritering en gemeentebeleid, etc.. Vrijstellingen moeten aangevraagd te worden bij de gemeente waar de jongere als ingezetene in de Basis Registratie Personen (BRP) staat ingeschreven. Ook hier kleven praktische bezwaren aan als een jongere op een school in een andere gemeente ingeschreven staat. Momenteel is de praktijk dan ook anders. De leerplichtambtenaar die als contactpersoon aan de school verbonden is beoordeelt de vrijstellings- of verlofaanvraag en het daadwerkelijk besluit wordt genomen door of het college van de woongemeente of de leerplichtambtenaar. Bijlagen Bijlagen