← Nederland

Regeling LEADER Kosten samenwerking; Voorbereiding en uitvoering regionale, inter-territoriale en transnationale samenwerkingsactiviteiten LAG, Provin

LAG, Provincie Fryslân 2016Besluit van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 12 juli 2016 tot vaststelling van het openstellingsbesluit Regeling LEADER Kosten samenwerking Plattelandsontwikkelingsprogra

Artikel 5

.6 lid 1, 3 punten;

Artikel 5

.6 lid 2, 4 punten;

Artikel 5

.6 lid 3, 2 punten;

Artikel 5.6 lid 4, 2 punten.

Samenwerkingsprojecten dienen naast het minimaal benodigd aantal punten per criterium tevens in totaal minimaal 20 punten te behalen om voor subsidie in aanmerking te komen. De punten worden verdeeld overeenkomstig de verdeelsleutels zoals aangegeven in de LOS Artikel 8 Bevoorschotting Bevoorschotting vindt plaats overeenkomstig artikel 1.23 van de Regeling, met dien verstande dat er maximaal twee voorschotten per jaar kunnen worden aangevraagd. Artikel 9 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel 10 Citeerdeel Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling LEADER Kosten samenwerking; Voorbereiding en uitvoering regionale, inter-territoriale en transnationale samenwerkingsactiviteiten LAG, Provincie Fryslân

  1. Leeuwarden, 12 juli 2016Voorzitter J.A. JorritsmaSecretaris A.J. van den Berg Toelichting Deze regeling is bedoeld voor Lokale Actiegroepen (LAG), die ingesteld zijn door Gedeputeerde Staten van Fryslân op basis van het openstellingsbesluit van 5 juli 2016 (zie Provinciaal Blad Nr. …./ Jaargang 2016) in het kader van de LEADER maatregel uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3), en voor rechtspersonen zoals stichtingen/ verenigingen voor dorpsbelang. Het gaat om een subsidie op grond van artikel 3.4.1 tot en met 3.4.6 van de Subsidieregeling Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) Fryslân 2014-2020 (afgekort de Regeling). De onderhavige regeling voorziet in kosten voor het voorbereiden en uitvoeren van interregionale en transnationale samenwerking voor de realisatie van de LEADER ontwikkelingsstrategie. De subsidiabele kostensoorten staan gespecificeerd in art 3.5.
  2. van de Regeling. Dit zijn:a. Voorbereiding van samenwerkingsactiviteiten i. de kosten van haalbaarheidsstudies voor inter territoriale of transnationale samenwerking; ii. de kosten voor het opstellen van een projectplan; iii. operationele kosten en personeelskosten voor de organisatie van een samenwerkingsproject; iv. reis- en verblijfkosten; b. Uitvoering van samenwerkingsactiviteiten i. uitvoeringskosten; ii. operationele kosten en personeelskosten voor de organisatie van een samenwerkingsproject; iii. reis- en verblijfkosten; Selectiecriteria, artikel 6Met behulp van de selectiecriteria zoals opgenomen in de Lokale Ontwikkelings Strategie onder Bijlage III wordt beoordeeld in hoeverre het project tegemoet komt aan de doelstellingen van het LEADER programma. Deze beoordeling vindt plaats met behulp van de volgende selectiecriteria:
  3. De mate waarin het project bijdraagt aan de doelen van de LOS. Deze doelen zijn: a. Versterken van de sociale cohesie; - Is er een aantoonbaar draagvlak voor een nieuwe of te behouden ontmoetingsplaats onder de inwoners; - Wordt de voorziening in stand gehouden door de inwoners na realisatie; - Worden verschillende bevolkingsgroepen (oud en jong/oud en nieuw) met elkaar verbonden; - Wordt met het project leegstand en verpaupering tegengaan; - Worden met het project jongeren gebonden aan de streek; - Zorgt het initiatief voldoende voor werkgelegenheid; - Draagt het project bij aan zorg dichtbij en aan goede regionale voorzieningen; b. Het stimuleren van zelfsturing van dorpen; - Wordt dorp zich met het initiatief bewust van de gevolgen van maatschappelijke veranderingen. - Leert het initiatief van andere en versterken ze elkaar; - Zetten dorpen zich gezamenlijk in voor het behouden van regionale voorzieningen. c. Het stimuleren van sociaal ondernemerschap; - Wordt het dorp door het initiatief zelfredzaam en dragen het bij aan een duurzamere samenleving. - Zorgt het initiatief voor werkgelegenheid; - Wordt het initiatief na afronding minder afhankelijk van subsidie
  4. De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER (bottom-up, integraal, innovatief, samenwerkend, gebiedsgericht); - Hoe bottom-up is het project; is het draagvlak duidelijk aangetoond; - Is er sprake van samenwerking in het gebied en/of wordt er een netwerk opgebouwd; - is het project vernieuwend/innovatief voor het gebied; - Maakt het project gebruik van of is het gericht op gebied specifieke kwaliteiten, uitdagingen, streekidentiteit; - In hoeverre is het project integraal van opzet, bestrijkt het meerdere (sub)doelen? Welke partijen zijn betrokken; - Worden de projectresultaten uitgedragen; - Is het project overdraagbaar en is daar in het communicatieplan concreet aandacht aan besteed.
  5. De mate waarin het project haalbaar is vanuit financieel en organisatorisch oogpunt; - Is er sprake van een deugdelijke transparante begroting die aan regels van de subsidieverordening voldoet; - Is er een sluitend dekkingsplan, inclusief onderbouwing/toezegging cofinanciering? - Is er een projectleider?; - Is er een projectteam?; - Worden de verantwoordelijkheden beschreven in het projectplan?; - Hoe wordt de realisatie van de projectdoelen geborgd? - Wordt het project maatschappelijk verantwoord uitgevoerd?;
  6. De mate van efficiency en doelmatigheid van het project; - Is de balans goed tussen de investeringen, tijdsinzet en te verwachten resultaten: - Wordt er met eigen middelen of private middelen aan het project bijgedragen; - Is er zicht op continuïteit van het project na realisatie. Puntenmethodiek, artikel 7In het openstellingsbesluit is een bepaalde puntenmethodiek opgenomen. Er is voor gekozen voor Noordoost Fryslân en Noardwest Fryslân de zelfde methodiek wordt aangehouden. Deze methodiek houdt in dat per selectiecriterium een maximele puntenscore kan worden behaald. Tevens wordt per criterium een minimumscore gehanteerd. Dit betekent dat voor elk criterium een minimale score moet worden behaald. Wordt bij één criterium niet aan deze eis voldaan, dan komt het project niet voor subsidie in aanmerking. Bij het scores worden wegingfactoren gehanteerd op grond van het belang dat aan een criterium wordt gehecht. De basis voor de score is een schaal van 0, 1, 2 of
  7. Omdat met name aan de criteria ‘
  8. bijdrage van het project aan de actielijnen van de LOS’ en ‘
  9. project passend bij de werkwijze van Leader’ grote waarde wordt gehecht, kunnen voor deze criteria meer punten worden toekend dan de overige twee criteria (‘
  10. haalbaarheid project’ en ‘
  11. efficiëntie/doelmatigheid project’). Aan de vier criteria kunnen de volgende minimale en maximale punten worden worden toegekend: • De mate waarin het initiatief bijdraagt aan de hoofddoelen en actielijnen van de LOS: maximaal 9 punten, minimaal 3 punten • De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER: maximaal 12 punten, minimaal 4 punten • De mate waarin het project haalbaar is vanuit financiëel en organisatorisch oogpunt: maximaal 6 punten, minimaal 2 punten • De mate van efficiëntie en doelmatigheid van het project: maximaal 6 punten, minimaal 2 punten Om te garanderen dat ieder projectvoorstel aan een bepaalde mimimumeis voldoet is in het openstellingsbesluit opgenomen dat als totaalscore een minimum aantal punten van 20 moet worden behaald. Ook hier geldt dat, indien het minimum niet wordt behaald, het project niet voor subsidie in aanmerking komt. Aanvragen moeten volledig bij Gedeputeerde Staten van Fryslân zijn ingediend tussen 1 september 2016 en 31 december
  12. Voor deze aanvragen zijn tevens de algemene bepalingen uit hoofdstuk 1 van de Regeling van toepassing. De Subsidieregeling Plattelandontwikkelingsprogramma (POP3) Fryslân 2014-2020 is terug te vinden via: https://www.provincie-fryslan.nl/pop3

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.