Beleidsregels Inkomstenvrijlating RDWI 2016Het Dagelijks Bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (hierna: het Dagelijks Bestuur), gelet op het voorstel van het MT van de Regionale Dienst Werk en Inkomen van maart 2016, gelet op artikel 31, lid 2 onder n en r van de Participatiewet , artikel 8, lid 2 en 5 lOAW van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 8, lid 3 en 9 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregels Inkomstenvrijlating RDWI 2016 Hoofdstuk I Algemeen Artikel1.Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: RSD: Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug; uitkering: de door de RSD verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ; inkomstenvrijlating: de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31,lid 2 onder n en r van de Participatiewet, artikel 8, lid 2 en 5 lOAW en artikel 8, lid 3 en 9 lOAZ. Hoofdstuk II Invulling bijdrage inkomstenvrijlating Artikel2.Recht op inkomstenvrijlating De RSD stelt het recht op een inkomstenvrijlating ambtshalve vast. De inkomstenvrijlating geldt voor alle vormen van parttime werk die vanuit een uitkeringssituatie wordt verkregen, voor zover de totale inkomsten blijven beneden de voor belanghebbende toepasselijke bijstandsnorm of grondslag. Geen inkomstenvrijlating geldt voor inkomsten uit arbeid die niet zijn opgegeven bij de Unit Regie en/of Unit Backoffice. Voor de periode van inkomstenvrijlating is niet vereist dat het een aaneengesloten periode betreft. De belanghebbende die bij het inwerking treden van deze beleidsregel inkomsten uit arbeid heeft en deze inkomsten korter dan zes maanden ontvangt, hebben recht op vrijlating voor de resterende maanden. De belanghebbende moet wel voldoen aan alle overige voorwaarden zoals genoemd in deze beleidsregel. Hoofdstuk III Slotbepalingen Artikel3.Onvoorziene situaties. In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist de RSD. Artikel4.Citeertitel en inwerkingtreding. Deze beleidsregel treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 april 2016 en kan worden aangehaald als de “Beleidsregels Inkomstenvrijlating 2016”. Toelichting op de beleidsregels Inkomstenvrijlating 2016 AlgemeenDe Participatiewet heeft een complementair karakter. Dat houdt in dat een bijstandsuitkering enkel wordt verstrekt als aanvulling op eventuele eigen middelen. Als iemand bijvoorbeeld een klein inkomen heeft, vult de bijstandsuitkering dit inkomen aan tot het niveau van de norm die op de betreffende persoon van toepassing is. Er zijn hierop echter een paar uitzonderingen waarbij bepaalde middelen van de bijstandsgerechtigde worden vrijgelaten. Zo kan de RSD inkomen uit arbeid gedeeltelijk vrijlaten. De bijstandsgerechtigde mag dan een deel van het verdiende geld houden bovenop de bijstandsuitkering. Het doel van het vrijlaten van een deel van de in komsten uit arbeid is het bevorderen van de arbeidsparticipatie. Iemand die gaat werken heeft dan een hoger totaalinkomen dan een bijstandsgerechtigde die niet werkt. Het stimuleert mensen minder om te gaan werken als ze hetzelfde bedrag per maand krijgen dan iemand die niet werkt en enkel een bijstandsuitkering ontvangt. Er zijn met ingang van 1 januari 2015 drie soorten vrijlatingen geregeld in de Participatiewet voor iemand die algemene bijstand ontvangt: Artikel 31 lid 2 onderdeel n Participatiewet -> inkomsten uit arbeid tot 25% van deze inkomsten, met een maximum van € 198,00 per maand. Voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat: die inkomsten gedurende maximaal 6 maanden niet tot de middelen worden gerekend; de inkomsten moeten volgens de RSD bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling. Artikel 31 lid 2 onderdeel r Participatiewet -> inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5% van deze inkomsten, met een maximum van € 123,69 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, ingeval: hij de volledige zorg heeft voor een ten laste komend kind tot 12 jaar, de periode van maximaal 6 maanden (onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.