Verordening Rechtspositie gemeentelijke ombudsman GroningenDE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN; Gelet op artikel 81p e.v. Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht; Gezien het advies van het Presidium d.d. 18 mei 2016; Overwegende dat het aanbeveling verdient de Verordening rechtspositie gemeentelijke Ombudsman Groningen te actualiseren en op redactionele punten te wijzigen; HEEFT BESLOTEN: de Verordening Rechtspositie Gemeentelijke Ombudsman Groningen vast te stellen. Artikel1Begripsbepaling 1.Deze verordening verstaat onder: Ombudsman: degene, die is benoemd in de functie bedoeld in artikel 1 van de Verordening gemeentelijke Ombudsman Groningen. 2.Toekomstige wijzigingen van artikelen van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Groningen (ARG) of andere rechtspositieregelingen van de gemeente Groningen waarnaar in de onderhavige verordening wordt verwezen, zijn van overeenkomstige toepassing op de ombudsman. 3.Waar in de artikelen genoemd in het tweede lid wordt gesproken van ‘college’ dient de ‘raad’ hierin te worden gelezen. Artikel2Bericht van aanstelling Aan de ombudsman wordt bij aanstelling zo spoedig mogelijk kosteloos een bericht van aanstelling uitgereikt, welke tenminste vermeldt: de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de ombudsman; de datum, met ingang waarvan hij tot Ombudsman is benoemd; de duur waarvoor de aanstelling geldt; het salaris (en eventuele salaristoelagen) welke de ombudsman wordt toegekend. Artikel3Salaris en salaristoelagen 1.De ombudsman heeft aanspraak op salaris en salaristoelagen met ingang van de datum waarop zijn benoeming ingaat. 2.Het salaris en de salaristoelagen worden in maandelijkse termijnen betaalbaar gesteld. 3.De aanspraak op het salaris en salaristoelagen eindigt met ingang van de dag: van ontslag; volgend op die dag waarop de termijn van benoeming is verstreken; volgend op die waarop de ombudsman is overleden. 4.De ombudsman wordt ingeschaald in salarisschaal 15 van bijlage IIa van de CAR, salaristabel gemeenteambtenaren tenzij de Raad anders besluit. 5.De plaatsvervangend ombudsman wordt ingeschaald overeenkomstig de juridisch (onderzoeks)medewerker bij het bureau van de ombudsman, waarbij artikel 3:3 ARG juncto artikel 2 Lokaal beloningsbeleid van overeenkomstige toepassing is. 6.De plaatsvervangend ombudsman vervangt de ombudsman daadwerkelijk op een door de gemeenteraad te bepalen datum zodra mag worden aangenomen, dat de ombudsman voor langere duur zijn functie niet zal kunnen vervullen. Hij ontvangt in dat geval een tijdelijke maandelijkse toelage door de Raad vastgesteld, tot dat de ombudsman zijn werkzaamheden heeft hervat, dan wel tot dat een nieuwe ombudsman in functie treedt. Artikel4Salaris en salaristoelagen tijdens afwezigheid 1.Indien de ombudsman wegens vakantie of afwezigheid verhinderd is zijn functie te vervullen, behoudt hij gedurende deze verhindering zijn salaris en salaristoelagen, voor zover de ARG niet anders bepaalt. 2.Ingeval van ziekte van de ombudsman is hoofdstuk 7 ARG van overeenkomstige toepassing. Artikel5Werken op zon- en feestdagen, vakantie en vakantietoelage a.Ten aanzien van de vakantie van de ombudsman zijn de bepalingen van de artikelen 4:5, 6:1, 6:1:1, 6:2, 6:2a, 6:2b, 6:2:1, 6:2:2, 6:2:3, 6:2:4, 6:2:6, 6:4:1, 6:4:1a, 6:4:3 en 6:4:6 ARG van overeenkomstige toepassing. b.De ombudsman heeft aanspraak op een vakantietoelage overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 6:3 en 6:3:1 ARG. Artikel6Aanspraken bij ziekte 1.Hoofdstuk 7 ARG is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 7:14, eerste lid, en 7:16, eerste lid onder a en b. 2.Het Concern Verzuimprotocol is van overeenkomstige toepassing, waarbij voor werkgever gelezen wordt: de raad. 3.De geneeskundige begeleiding van de ombudsman geschiedt door de Arbo-dienst op de wijze zoals is aangegeven in artikel 7:2:2, tweede lid ARG. Artikel7Verplaatsingskosten Hoofdstuk 18 van de ARG en de krachtens deze paragraaf vastgestelde regelingen zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel8Ambtsjubileum en eindejaarsuitkering Artikel 3:19 juncto artikel 13 Lokaal beloningsbeleid inzake gratificatie wegens 25-, 40- of 50-jarige dienstvervulling en de daaruit voortvloeiende regelgeving alsmede artikel 3: 18a ARG inzake eindejaarsuitkering zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel9Reis- en verblijfskosten De ombudsman heeft aanspraak op vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig de Reisregeling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.