Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen (L); gelet op de artikelen 12, derde lid en 14, vijfde lid, 18 en 22, vierde lid van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bergen (L) 2015, "1e wijziging". besluit vast te stellen de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Bergen (L) 2016 Hoofdstuk1Regels voor een persoonsgebonden budget (PGB) bij een maatwerkvoorziening Paragraaf1.1Hoogte PGB voor de inkoop van diensten De maximale hoogte van een PGB is begrensd op de kostprijs van de in de betreffende situatie door het college ingekochte maatwerkvoorziening in natura. Bij de vaststelling van de tarieven voor dienstverlening wordt een onderscheid gemaakt tussen zorgverlening door professionals in dienst van een instelling, professionals niet in dienst van een instelling en niet-professionals (zoals werkstudenten, sociaal netwerk). Het PGB voor dienstverlening door professionals in dienst van een instelling is gelijk aan het door het college vast te stellen tarief. De tarieven voor professionals niet in dienst van een instelling (zoals ZZP-ers) en niet professionals zijn hiervan afgeleid. Voor de inzet van een niet professional geldt een maximum van € 25,- per eenheid. Voor begeleiding specialistisch kennen wij geen PGB toe voor de inzet van niet professionals, omdat voor het leveren van deze begeleiding vakkennis vereist is. In de bijlage zijn de PGB tarieven voor de diverse producten opgenomen. Tussenpersonen of belangbehartigers mogen niet uit het PGB betaald worden. De gemeente keert een “bruto” PGB uit aan het SVB, hierop is geen eigen bijdrage in mindering gebracht. Paragraaf1.2Hoogte PGB voor de aankoop van voorzieningen Het PGB-bedrag voor voorzieningen is toereikend en vergelijkbaar met de natura voorziening. De bedragen zijn afgeleid van de bedragen voor de door de gemeenten aangeschafte natura voorzieningen. Om de kosten van individuele afgestemde aanpassingen te bepalen moeten minimaal twee offertes worden overlegd. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven. In de beschikking wordt een bedrag opgenomen voor verzekering en onderhoud en reparaties. Deze kosten worden vergoed tot het in de beschikking vastgestelde maximum bedrag per jaar. De hoogte van het PGB-bedrag en de voorwaarden voor de verantwoording zijn opgenomen in de beschikking. Een aanvraag voor een PGB kan geweigerd worden voor zover de kosten van het PGB hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura. Cliënten kunnen zelf bijbetalen wanneer de door hen gewenste voorziening duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. Het college weigert het PGB dan voor het gedeelte dat duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen doordat de gemeente voorzieningen goedkoper kan inkopen dan iemand die zelf een voorziening koopt. Artikel1.2.1PGB voor rolstoelen, vervoersvoorzieningen en niet bouwkundige voorzieningen Rolstoel: de kostprijs van een vergelijkbare voorziening voor de gemeente bij de door haar gecontracteerde leverancier. Voor onderhoud en reparatie vergoeden wij het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie gebaseerd op het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar; Sporthulpmiddel: Voor een sporthulpmiddel geldt een PGB van maximaal €2.500,00 hierin is een bedrag voor drie jaar onderhoud en reparatie inbegrepen. Niet bouwkundige woonvoorzieningen: Op basis van de bedragen die de gemeente heeft afgesproken met de gecontracteerde leveranciers, eventueel verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie. Woonvoorzieningen die niet kunnen worden geleverd door de gecontracteerde leveranciers: de kostprijs op basis van de door het college geaccepteerde offerte; Onderhoud, keuring en reparatie roerende woonvoorzieningen: het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie gebaseerd op het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar; Auto-aanpassing: Een PGB voor een auto-aanpassing is gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte. Er moeten minimaal twee offertes ter beoordeling worden overgelegd. Wij houden rekening met de persoonskenmerken van de aanvrager en gaan uit van een levensduur van minimaal 5 jaar van de aanpassingen. Paragraaf1.3PGB voor Bouwkundige en woontechnische voorzieningen Bouwkundige of woontechnische voorzieningen aan de eigen woning tot en met een bedrag van € 7.500,00 op basis van standaardbedragen. Bouwkundige of woontechnische voorzieningen aan de eigen woning vanaf een bedrag van € 7.500,00 op basis van twee of meer offertes. De hoogte van het persoonsgebonden budget is het bedrag van de goedkoopste door het college geaccepteerde offerte. Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een bouwkundige woningaanpassing wordt rekening gehouden met de volgende kostensoorten: de aanneemsom (waarin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; het architectenhonorarium tot ten hoogste tien procent van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1997 van de Bond van Nederlandse Architecten; de kosten van het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van twee procent van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; Hoofdstuk2Maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming Bij sommige voorzieningen leent de aard van de voorziening zich niet voor een verstrekking in natura. Als dit het geval is dan wordt gekeken naar een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Artikel2.1Financiële tegemoetkoming De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal € 2.500,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.