Coffeeshopbeleid gemeente Rhenen 2016 De burgemeester van de gemeente Rhenen, Gelet op hetgeen bepaald is in de Opiumwet, de Aanwijzing Opiumwet, artikel 1:8 en afdeling 8 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Rhenen en de Algemene wet bestuursrecht; Gehoord hebbende hetgeen besproken is in de lokale driehoek van 2 augustus 2016; Overwegende dat: in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is bepaald dat het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en vervaardigen van soft- en harddrugs verboden is; het College van procureurs-generaal de Aanwijzing Opiumwet heeft opgesteld, waarin onder meer is opgenomen onder welke voorwaarden niet tegen het verkopen van softdrugs wordt opgetreden, de AHOJGI-criteria; het lokale bestuur – in aanvulling op de richtlijnen van het College van procureurs-generaal - lokaal beleid mag opstellen met betrekking tot het gedogen/vestigen van zogeheten coffeeshops; zowel de Gemeentewet als de Opiumwet de burgemeester aanwijzen als het bevoegd gezag wat betreft het coffeeshopbeleid; handhaving serieus ter hand genomen wordt en dat de zwaarte van de maatregelen wordt afgestemd op de ernst en aard van de desbetreffende overtreding; de leden van de lokale driehoek hebben conform het landelijk beleid besproken dat een handelsvoorraad in de coffeeshop niet meer dan 500 gram mag bedragen; BESLUIT: I vast te stellen het Coffeeshopbeleid gemeente Rhenen 2016 Rhenen, 16 augustus 2016 Hoofdstuk 1: Inleiding Het coffeeshopbeleid van de gemeente Rhenen is de lokale uitwerking van het landelijke cannabisbeleid, zoals vastgelegd in de Aanwijzing Opiumwet. Het coffeeshopbeleid van de gemeente Rhenen beschrijft de randvoorwaarden, eisen en de handhaving bij de vestiging van coffeeshops in de gemeente. Op dit thema is verregaande samenwerking noodzakelijk zodat er meer effectiviteit ontstaat in de aanpak en om het zogenaamde ‘waterbedeffect’ te voorkomen. Deze samenwerking is niet vrijblijvend. We zijn afhankelijk van elkaar en kunnen elkaar versterken. Om uniformiteit te creëren en bestuursrechtelijke maatregelen op elkaar af te stemmen wordt in de gemeenten binnen het basisteam Heuvelrug (de gemeenten Veenendaal, Renswoude, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Rhenen) met dezelfde uitgangspunten voor bestuurlijke handhaving gewerkt. Deze beleidsregels hebben tot doel: te realiseren dat geconstateerde overtredingen gevolgd worden door een reactie die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de aard en de ernst van de overtreding (proportionaliteit en subsidiariteit); te bewerkstelligen dat er door de gekozen bestuursdwangmaatregel een einde komt aan de verboden situatie ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat; te bewerkstelligen dat herhaling van de overtreding wordt voorkomen; kenbaar te maken aan de burger welke maatregelen hij van de overheid kan verwachten na een overtreding; de handhavingsactiviteiten van politie, openbaar ministerie en gemeente op elkaar af te stemmen en complementair te laten zijn. Hoofdstuk 2: (Juridische) kaders voor het coffeeshopbeleid Het coffeeshopbeleid is gebaseerd op een geheel aan wet- en regelgeving en landelijk en lokaal beleid. In dit hoofdstuk wordt beschreven welke wet- en regelgeving en beleid van toepassing is. Ook wordt beschreven hoe de bevoegdheden zijn verdeeld. Artikel 2.1 Bevoegdheden burgemeester De bevoegdheid om beleid te voeren rond de vestiging van coffeeshops is expliciet bij het bestuursorgaan burgemeester neergelegd. Er is op dit punt geen (juridische) rol weggelegd voor het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad. De burgemeester kan bestuurlijk optreden en bestuursdwang toepassen bij overtredingen rond coffeeshops. Artikel 2.2 Opiumwet Om een betere basis voor bestuurlijk optreden te scheppen is in 1999 artikel 13b in de Opiumwet opgenomen (Wet Damocles). Het artikel is per 1 november 2007 aangepast. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen indien in een lokaal of woning drugs worden verhandeld of aanwezig is. Bij een coffeeshop zal over worden gegaan tot sluiting indien de maximale gedoogvoorraad van 500 gram wordt overschreden dan wel er sprake is van een handelsvoorraad harddrugs. Artikel 2.3 Wet bevordening integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) Het toepassingsbereik van de Wet Bibob is vastgelegd in beleidsregels (Wet BIBOB beleidsregels 2013). Coffeeshops vallen in hun hoedanigheid van alcoholvrij horecabedrijf onder deze beleidsregels. Artikel 2.4 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Drank en Horecawet Een coffeeshopexploitant is op grond van artikel 2:28 APV exploitatievergunningplichtig. Een gedoogverklaring maakt de verkoop van softdrugs mogelijk in de coffeeshop. De exploitatievergunning wijkt af van een ‘gewone’ exploitatievergunning door de aanvullende voorschriften. De coffeeshop is een alcoholvrije inrichting. Hiervoor is geen drank- en horecavergunning nodig. Artikel 2.5 AHOJGI criteria De AHOJGI criteria zijn door het openbaar ministerie opgestelde criteria waar coffeeshops zich aan dienen te houden. De afkorting staat voor de volgende criteria: A: geen affichering: dit betekent geen enkele vorm van reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit; H: geen harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht worden; O: geen overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshop, geluidshinder, vervuiling of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten; J: geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar; G: geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (= 5 gram); I: geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland. Hoofdstuk 3: Algemene uitgangspunten met betrekking tot vestiging van een coffeeshop In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en criteria benoemd voor de vestiging en exploitatie van een coffeeshop binnen de gemeente Rhenen. Artikel 3.1 Maximumstelsel en ruimtelijke criteria Om overlast te beperken, de controle te kunnen behouden en de drempel tot coffeeshops voor jongeren te verhogen worden enkele criteria vastgesteld. Het betreft de volgende criteria: De gemeente houdt vast aan de 1-optie. Dat betekent dat er ruimte is voor één coffeeshop binnen de gemeente Rhenen (conform de in regionaal verband gemaakte afspraken in 2000). Een coffeeshop mag zich niet binnen een loopafstand van 350 meter van instellingen voor voortgezet en beroepsonderwijs voor jongeren jonger dan 18 jaar bevinden. Artikel 3.2 Voorwaarden exploitatie De burgemeester verbindt aan de vereiste exploitatievergunning voorschriften die onder andere verband kunnen houden met de bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde, zoals bijvoorbeeld sluitingstijden. De vergunningvoorschriften en/of beperkingen voor coffeeshops wijken af van de voorschriften en/of beperkingen voor overige horecabedrijven. Naast de standaardvoorschriften en/of –beperkingen die voor deze bedrijven gelden, worden in de vergunning voor coffeeshops voorschriften en/of beperkingen opgenomen die ontleend zijn aan het lokale coffeeshopbeleid. In de exploitatievergunning voor een coffeeshop wordt dus de AHOJGI-criteria als geldend voorschrift opgenomen en tenminste de aanvullende voorwaarden die in dit hoofdstuk zijn geformuleerd. Voorlichting(materiaal) over risico's (soft)drugsgebruik Met het oog op de verantwoorde bedrijfsvoering, dient de eigenaar en/of leidinggevende van de coffeeshop, de (potentiële) gebruiker op de hoogte te stellen van de (potentiële) gevaren van sofdrugsgebruik. Daarnaast dient deze ook deugdelijk schriftelijk voorlichtingsmateriaal zichtbaar in de inrichting aanwezig en beschikbaar te hebben. De drugsvoorlichting vindt plaats op een in overleg met de gemeente en instelling(en) voor verslavingszorg vastgestelde wijze. Verkoopverbod en verwijzingsplicht bij redelijk vermoeden van probleemgebruik Met het oog op een verantwoorde bedrijfsvoering, dient de eigenaar en/of leidinggevende van de coffeeshop actief op te treden in geval van indicaties van problematisch drugsgebruik. Indien er aanwijzingen bestaan van problematisch druggebruik, dient de eigenaar en/of leidinggevende af te zien van de verstrekking van drugs en dient hij/zij de betrokkene te verwijzen naar een instelling voor verslavingszorg. Verbod op schenken en/of verkopen alcohol Het gecombineerde gebruik van alcohol en softdrugs leidt tot een onwenselijke combinatie van bewustzijn beïnvloede middelen en tot een verhoogd gevaar voor overlast veroorzakend gedrag in en rond de inrichting. De gecombineerde verkoop van genoemde genotmiddelen veroorzaakt tevens een gecumuleerd verslavingsrisico. Ook de confrontatie van reguliere horecabezoekers met gebruikers van softdrugs leidt tot een verhoogd risico voor ordeverstoringen. Verbod op Kansspeelautomaten Onderzoek heeft aangetoond, dat kansspelverslaving in veel gevallen aanleiding vormt tot het plegen van (verwervings)criminaliteit. Gelijktijdige beschikbaarheid van softdrugs en kansspelautomaten leidt tot een onwenselijke cumulatie van verslavingsrisico's, met alle gevaren van dien. De inrichting mag dagelijks geopend zijn van 12.00 uur tot 00.00 uur. De inrichting mag niet voorzien zijn van een terras. Hoofdstuk 4: Handhavingsarrangement Artikel 4.1 Doel van het handhavingsarrangement Het coffeeshopbeleid van de gemeente Rhenen stelt dat maximaal één coffeeshop in de gemeente kan worden gedoogd. De coffeeshop dient te voldoen aan de in het beleid vastgestelde voorwaarden. De bestuurlijke keuze om maximaal één coffeeshop te gedogen, is gekoppeld aan de eis dat dit gebeurt onder een handhavingsregime, waarin wordt opgetreden tegen overtredingen van de gestelde justitiële gedoogcriteria en de vergunningvoorschriften en/of beperkingen. De landelijke beleidslijn ten aanzien van coffeeshopbeleid en de handhaving van gestelde voorwaarden voor coffeeshops zijn de afgelopen jaren aangescherpt. De burgemeester is bevoegd, na overleg met de driehoek, om een handhavingsarrangement vast te stellen. In het handhavingsarrangement wordt beschreven op welke wijze wordt opgetreden tegen ongewenste verkoop van drugs vanuit coffeeshops. Per overtreding is vastgesteld wat het sanctiebeleid is en hoe de verschillende partners hun bevoegdheden aanwenden. Het handhavingsarrangement is een beleidsregel. In ernstige gevallen kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken. Het handhavingsarrangement kan tussentijds door de burgemeester worden aangepast, na overleg met de driehoek. Ter uitoefening van vorenstaande bevoegdheid dient de handhavingsmatrix coffeeshop en bijbehorende erven, waarin de verschillende bestuurlijke maatregelen zijn opgenomen, die is opgenomen in bijlage
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.