← Nederland

Gedragscode Integriteit verenigde vergadering HHSK 2015 (Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard)

Gedragscode Integriteit verenigde vergadering HHSK 2015Inleiding Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode. In de gedragscode worden de volgende begrippen gehanteerd: politiek

: Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het lid van het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Paragraaf3 -Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Het dagelijks bestuur van het waterschap en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 89 Waterschapswet). Het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de vv bevat bepalingen die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie. Geheimhouding Een ieder die is betrokkenbij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevenswaarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededelingvoortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). Het dagelijksbestuur van het waterschap kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de waterschapvoorzitter heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook het algemeen bestuur van het waterschap, onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 37 en 43 Waterschapswet). Het schendenvan de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Artikel3.1 Het lid van het algemeen bestuur zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. Artikel3.2 Het lid van het algemeen bestuur maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie. Artikel3.3 Het lid van het algemeen bestuur houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is of wordt toegestaan op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel3.4 Het lid van het algemeen bestuur gaat verantwoord om met de e-mail- en internetfaciliteiten alsmede met de sociale media van het waterschap.

Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raaplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie. Paragraaf4 -Omgaan met geschenken en uitnodigingen Wettelijk kader De eed of beloftedie het lid van het algemeen bestuur op grond van artikel 34 van de Waterschapswet moet afleggenheeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wettekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkomingvan belangenverstrengeling. Artikel4.1

  1. Een lid van het algemeen bestuur accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.
  2. Onverminderd het eerste lid kan het lid van het algemeen bestuur incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50 vertegenwoordigen behouden.
  3. Geschenken die het lid van het algemeen bestuur uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van het waterschap.
  4. De secretaris-directeur legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan €
  5. In het register is aangegeven welke bestemming het waterschap hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
  6. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Artikel4.2
  7. Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan het waterschap maakt het lid van het algemeen bestuur binnen één week na deelname openbaar. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen.
  8. De informatie is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel4.3
  9. Een lid van het algemeen bestuur meldt de secretaris-directeur de ondernomen buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan het waterschap binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval het doel, de bestemming en de duur van de reis en wat daarvan de kosten waren.
  10. De secretaris-directeur legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Artikel 4

.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het lid van het algemeen bestuur kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het lid van het algemeen bestuur worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van het waterschap dat zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 het waterschap heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Artikel 4.2 en 4.3 Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als lid van het algemeen bestuur aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder. Paragraaf5 -Gebruik van voorzieningen van het waterschap Artikel5.1

  1. Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteert heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij het waterschap.
  2. Het lid van het algemeen bestuur verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures. Artikel5.2 Een lid van het algemeen bestuur declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Artikel5.3 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van het waterschap ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier andere afspraken over zijn gemaakt. Artikel5.4 1.Uitgaven worden uitsluitend vergoed indien dat op grond van wettelijke voorschriften is toegestaan en de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een bestuurslid is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden. 2.Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd: met de uitgave is het belang van het waterschap gediend en de uitgave vloeit voort uit de functie.
  3. De kosten die een bestuurslid maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt, worden in beginsel vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.
  4. Bij twijfel omtrent uitgaven, declaraties of over het correct gebruik van een door het hoogheemraadschap beschikbaar gestelde creditcard door een lid van het algemeen bestuur wordt dit ter beslissing voorgelegd aan de waterschapsvoorzitter en zo nodig aan het college.

Artikel 5

.1 Aan leden van het algemeenbestuur worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen terbeschikking gesteld; indien een voorziening of verstrekking nietin bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijkuitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekeningvan de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het lid van het algemeenbestuur zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden. Artikel 5.3 Stelregel is dat privégebruik van voorzieningen van het waterschap niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, zoals privégebruik van een mobiele telefoon. Artikel 5.4 In deze bepaling staat de verantwoording van de uitgaven, declaraties en het gebruik van een creditcard centraal. Artikel6 -Uitvoering gedragscode Artikel6.1

  1. Het algemeen bestuur bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Ingeval van leemtes of onduidelijkheden in de gedragscode vindt bespreking plaats in het college of de verenigde vergadering.
  2. Naast het bepaalde in artikel 6.3 kunnen leden van het algemeen bestuur integriteitsvragen voorleggen aan de dijkgraaf. Behandeling van de vragen gebeurt door het college. In het geval zwaarwegende belangen aan het voorleggen van integriteitvragen aan de dijkgraaf in de weg staan, kunnen leden van het algemeen bestuur die vragen voorleggen aan het college.
  3. Leden van het algemeen bestuur ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code.
  4. De leden van het algemeen bestuur zijn aanspreekbaar op de naleving van deze gedragscode. Artikel6.2
  5. Op voorstel van de waterschapsvoorzitter maakt het algemeen bestuur in ieder geval afspraken over: de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder; de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager van het waterschap.
  6. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van deze gedragscode. Artikel6.3
  7. De dijkgraaf spreekt jaarlijks in het evaluatiegesprek met de fractievoorzitters over integriteit en naleving van de gedragscode.
  8. Als aanspreekpunt integriteit worden aangewezen: de vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Regeling Melding Vermoeden Misstand en/of Integriteitsschending[1]; de secretaris-directeur. 3.In geval van een melding betreffende een vermoeden van een integriteitsschending is de procedure als beschreven in de Regeling Melding Vermoeden Misstand en/of van overeenkomstige toepassing. Als zwaarwegende belangen de toepassing van deze procedure in de weg staan, kan een vermoeden van misstand en/of integriteitschending rechtstreeks worden gemeld bij het Meldpunt Onderzoeksraad Integriteit Overheid. [1] Deze regeling is bestemd voor medewerkers van HHSK.

Artikel 6

.1 Het algemeen bestuur ishet hoogste bestuursorgaan enals zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en een eenduidige interpretatie daarvan. In geval van leemtes en onduidelijkheden voorziet het college of het algemeen bestuur hierin. Dat alles in het belang van een correcte naleving. Artikel 6.2 De Waterschapswet verplichthet algemeen bestuur om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politiekeambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De voorzitter van het waterschap krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn waterschap te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgenen daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.Dewaterschapvoorzitter hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de secretaris-directeur) kan hier in relatie tot het algemeen bestuureveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat het algemeen bestuur met de waterschapvoorzitter nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incidentof een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Datgeeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. Al deze processuele en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken vande gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2, eerste lid, zijn niet uitputtend. Artikel 6.3 Op naleving van de gedragscode moeten bestuurders kunnen worden aangesproken. Het beschikbaar stellen van een aanspreekpunt is van belang om vermeende integriteitsschendingen aan de orde te kunnen stellen. Vastgesteld in de verenigde vergadering van 30 september 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.