: Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het lid van het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Paragraaf3 -Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Het dagelijks bestuur van het waterschap en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 89 Waterschapswet). Het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de vv bevat bepalingen die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie. Geheimhouding Een ieder die is betrokkenbij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevenswaarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededelingvoortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). Het dagelijksbestuur van het waterschap kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de waterschapvoorzitter heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook het algemeen bestuur van het waterschap, onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (artikelen 37 en 43 Waterschapswet). Het schendenvan de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht). Artikel3.1 Het lid van het algemeen bestuur zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. Artikel3.2 Het lid van het algemeen bestuur maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie. Artikel3.3 Het lid van het algemeen bestuur houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is of wordt toegestaan op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel3.4 Het lid van het algemeen bestuur gaat verantwoord om met de e-mail- en internetfaciliteiten alsmede met de sociale media van het waterschap.
Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raaplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie. Paragraaf4 -Omgaan met geschenken en uitnodigingen Wettelijk kader De eed of beloftedie het lid van het algemeen bestuur op grond van artikel 34 van de Waterschapswet moet afleggenheeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wettekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkomingvan belangenverstrengeling. Artikel4.1
.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het lid van het algemeen bestuur kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het lid van het algemeen bestuur worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van het waterschap dat zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 het waterschap heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Artikel 4.2 en 4.3 Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als lid van het algemeen bestuur aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder. Paragraaf5 -Gebruik van voorzieningen van het waterschap Artikel5.1
.1 Aan leden van het algemeenbestuur worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen terbeschikking gesteld; indien een voorziening of verstrekking nietin bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijkuitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekeningvan de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het lid van het algemeenbestuur zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden. Artikel 5.3 Stelregel is dat privégebruik van voorzieningen van het waterschap niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, zoals privégebruik van een mobiele telefoon. Artikel 5.4 In deze bepaling staat de verantwoording van de uitgaven, declaraties en het gebruik van een creditcard centraal. Artikel6 -Uitvoering gedragscode Artikel6.1
.1 Het algemeen bestuur ishet hoogste bestuursorgaan enals zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en een eenduidige interpretatie daarvan. In geval van leemtes en onduidelijkheden voorziet het college of het algemeen bestuur hierin. Dat alles in het belang van een correcte naleving. Artikel 6.2 De Waterschapswet verplichthet algemeen bestuur om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politiekeambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De voorzitter van het waterschap krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn waterschap te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgenen daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.Dewaterschapvoorzitter hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de secretaris-directeur) kan hier in relatie tot het algemeen bestuureveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat het algemeen bestuur met de waterschapvoorzitter nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incidentof een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Datgeeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. Al deze processuele en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken vande gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2, eerste lid, zijn niet uitputtend. Artikel 6.3 Op naleving van de gedragscode moeten bestuurders kunnen worden aangesproken. Het beschikbaar stellen van een aanspreekpunt is van belang om vermeende integriteitsschendingen aan de orde te kunnen stellen. Vastgesteld in de verenigde vergadering van 30 september 2015.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.