Beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase Arnhem 2010Beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase Arnhem 2010 Artikel1Toepassing Deze beleidsregels zijn van toepassing op kostenvergoeding in bezwaarprocedure aangaande alle besluiten genomen door het college van burgemeester en wethouders. Artikel2Voorwaarden proceskostenvergoeding De voorwaarden welke zijn genoemd in artikel 7:15 tweede lid Algemene wet bestuursrecht en in het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn onverminderd van toepassing. Artikel3Wegingsfactoren Voor het toepassen van de wegingsfactoren die genoemd zijn in onderdeel C1 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht geldt het volgende. Het wettelijke uitgangspunt is wegingsfactor 1 (gemiddeld). Dit betreft bezwaren tegen besluiten die juridisch en/of inhoudelijk als gangbaar worden aangemerkt. De wetgeving of de jurisprudentie biedt voldoende uitkomst. Aangenomen wordt dat de meeste zaken als gemiddeld zijn aan te merken. Van wegingsfactor 1 wordt afgeweken, indien een zaak niet dient te worden aangemerkt als zijnde gemiddeld maar als: zeer licht (wegingsfactor 0,25). Dit betreft onder andere kennelijk gegronde bezwaren waarvan onmiddellijk vaststaat dat er sprake is van strijd met de wet. Hieronder kunnen ook vallen, bezwaren die kennelijk niet ontvankelijk zijn; licht (wegingsfactor 0,50). Dit betreft zaken waarbij weinig tot geen beleidsvrijheid voor het betreffende bestuursorgaan bestaat, zoals bij gebonden beschikkingen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij bouwvergunningen zonder vrijstelling, langdurigheidtoeslag, bijzondere bijstand, Arnhem Card en categoriale bijzondere bijstand voor Chronisch Zieken en Gehandicapten; zwaar (wegingsfactor 1,5). Dit betreft zaken die inhoudelijk of juridisch als ingewikkeld c.q. complex of omvangrijk moeten worden aangemerkt. Hierbij valt onder andere te denken aan bezwaren tegen besluiten die betrekking hebben op onduidelijke nieuwe wetgeving of besluiten waarin meerdere rechtsgebieden/regelgevingen een relevante rol spelen; zeer zwaar (wegingsfactor 2). Dit betreft zaken die inhoudelijk of juridisch als zeer ingewikkeld c.q. complex of zeer omvangrijk moeten worden aangemerkt. Hierbij kan worden gedacht aan (Europeesrechtelijke) zaken, waarbij zowel de wetsuitleg als de jurisprudentie geen uitkomst bieden. Daarnaast kan ook gedacht worden aan zaken met zeer complexe schade aspecten. Per individuele zaak zal beoordeeld moeten worden, welke wegingsfactor van toepassing is. Artikel4Samenhangende zaken In geval van samenhangende zaken, als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt naast de van toepassing zijnde wegingsfactor, de factor 1 gehanteerd bij minder dan vier samenhangende zaken en de factor 1,5 bij vier of meer samenhangende zaken. Artikel5Intrekking oude regeling De “Beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase” wordt ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van het besluit “Beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase Arnhem 2010”. Artikel6Citeertitel en inwerkingtreding Dit besluit wordt aangehaald als “Beleidsregels proceskostenvergoeding bezwaarfase Arnhem 2010”. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking. TOELICHTINGAlgemeen Op 12 maart 2002 is de Wet kosten bestuurlijke voorprocedure en het gewijzigde Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna te noemen: het Besluit) in werking getreden. Als gevolg hiervan is de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb) gewijzigd. Artikel 7:15 Awb maakt nu vergoeding van de proceskosten in de bezwaarprocedure mogelijk. De kosten die voor vergoeding in aanmerking komen en de berekeningswijze ervan, is geregeld in het Besluit. Het bestuursorgaan heeft de bevoegdheid om in beleidsregels vast te leggen, op welke wijze de wegingsfactoren worden gehanteerd. Ten behoeve van eenduidige beoordeling bij het toepassen van de wegingsfactoren heeft het college van burgemeester en wethouders deze beleidsregels vastgesteld. Voorwaarden proceskostenvergoeding Op de voorwaarden die verbonden zijn aan proceskostenvergoeding, wordt nader ingegaan bij de toelichting op artikel 2. Welke kosten worden vergoed?In het Besluit zijn limitatief de volgende kosten opgenomen: kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand; kosten van getuigen of deskundigen die door betrokkene zijn ingeschakeld; reis- en verblijfskosten; verletkosten; kosten van uittreksels uit openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale faxen en internationale telefoongesprekken; kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is. Ad a. Indien beroepsmatig rechtsbijstand is verleend, worden de kosten vergoed volgens een forfaitair tarief. Over de vergoeding van deze kosten volgt in deze toelichting een afzonderlijke uitleg. Ad b. Hiervoor geldt een vergoeding conform de (uitvoerige) regeling in de wet en het Besluit tarieven in strafzaken. Ad c. Hiervoor geldt een vergoeding conform het Besluit tarieven in strafzaken. Reiskosten worden vergoed op basis van de laagste klasse openbaar vervoer, dan wel een kilometervergoeding per kilometer indien openbaar vervoer niet of niet voldoende mogelijk is. Verblijfskosten worden vergoed tot een maximumbedrag per dag. Verzoeker moet de gemaakte kosten voldoende specificeren. Ad d. Hiervoor geldt een vergoeding tussen de € 4,54 en € 53,09 per uur. De verzoeker moet aannemelijk maken dat inkomsten zijn gederfd. Daarnaast dient de verzoeker de gederfde inkomsten voldoende te specificeren. Ad e. De werkelijke gemaakte kosten worden vergoed op grond van gespecificeerde nota’s. Ad f. Hiervoor geldt dat de vergoeding is bepaald op de helft van de vergoeding voor bijstand door een professionele rechtsbijstandverlener. De punten zoals opgenomen in de bijlage van het besluit dienen namelijk gehalveerd te worden. Vergoeding van de beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De wegingsfactoren zoals deze zijn opgenomen in artikel 3, tweede lid van de beleidsregel, zijn relevant voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding van de beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Voor de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand is in de bijlage bij het Besluit bepaald dat deze kosten (slechts) voor vergoeding in aanmerking komen op basis van de volgende formule: A X B X CA = aantal punten voor de verrichte proceshandeling: Bezwaarschrift 1 punt hoorzitting 1 punt nadere hoorzitting 0,5 punt B = waarde per punt: € 437,- C = wegingsfactor (drukt het gewicht van de zaak uit): zeer licht 0,25 licht 0,50 gemiddeld 1 zwaar 1,5 zeer zwaar 2 Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Dit artikel behoeft geen verdere toelichting. Artikel 2 Uit artikel 7:15, tweede lid Awb, blijkt dat aan proceskostenvergoeding de onderstaande voorwaarden zijn verbonden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.