Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2005De raad van de gemeente Dronten, op voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 9 november 2004, no. B04.001416; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; gezien het advies van de raadscommissie Algemene Zaken van 9 december 2004; B E S L U I T: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2005 (Verordening Toeristenbelasting 2005). Artikel1.Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens, dan wel soortgelijke voertuigen, welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan; standplaats ten behoeve van een arrangement: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een arrangement plaatsen van een mobiel kampeeronderkomen in de periode van 1 april tot en met 30 juni of van 1 september tot en met 31 oktober van een kalenderjaar. Artikel2.Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding, in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoons-gegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam "toeristenbelasting" een directe belasting geheven. Artikel3.Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4.Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centrale Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5.Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel6.Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: vakantieonderkomens en niet beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen; mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op: 2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt. mobiele kampeeronderkomens op standplaatsen ten behoeve van arrangementen, genoemd in artikel 1, letter e, bepaald op: 2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt. 2.Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens of in niet beroepsmatig verhuurde ruimten welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste drie maanden bepaald op 50; meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 100; meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 175; meer dan negen maanden bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.