Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2006De raad van de gemeente Dronten, gelezen het voorstel van het college van 17 januari 2006, No. B05.001643; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; gezien het advies van de raadscommissie Algemene Zaken van 9 februari 2006; B E S L U I T: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2006 (Verordening Toeristenbelasting 2006). Artikel1.Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is te overnachten; seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte waar gedurende het seizoen hetzelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst en dat na afloop van het seizoen wordt verwijderd; toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; standplaats ten behoeve van een arrangement: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een arrangement in de periode van 1 april tot en met 30 juni of van 1 september tot en met 31 oktober van een kalenderjaar hebben van een mobiel kampeeronderkomen. Artikel2.Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachtingen binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven. Artikel3.Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4.Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5.Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel6.Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: mobiele kampeeronderkomens, stacaravans en vakantieonderkomens op vaste jaarplaatsen bepaald op 2,6; mobiele kampeeronderkomens, stacaravans en vakantieonderkomens op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,5; mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen bepaald op 2,4; mobiele kampeeronderkomens op voor- of naseizoenplaatsen bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.