Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente MoerdijkHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk gelet op de artikelen: 4:81 Algemene wet bestuursrecht en 35 van de Participatiewet, overwegende dat het wenselijk is om kaders vast te stellen waarbinnen bijzondere bijstand kan worden verleend, BESLUIT vast te stellen de beleidsregel: “Bijzondere bijstand gemeente Moerdijk” HOOFDSTUK1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.Begripsbepaling 1.Alle begrippen die in deze regeling worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: de wet: de Participatiewet (Pw); bijzondere bijstand (artikel 35 Pw): bijstand die bestemd is voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan, die niet kunnen worden voldaan uit het inkomen en/of het vermogen waarover kan worden beschikt; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk; de bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5 onder c van de Pw exclusief vakantie-toeslag en met dien verstande dat de zogenaamde kostendelersnorm als bedoeld in art. 22a van de wet bij de beoordeling van aanvragen bijzondere bijstand buiten toepassing blijft; inkomen: het netto inkomen exclusief vakantietoeslag van de belanghebbende; voorliggende voorziening: een voorziening die naar aard en doel geacht wordt toereikend en passend te zijn voor de belanghebbende, waardoor geen recht op bijzondere bijstand bestaat. Hierbij wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 15 Pw. Bij aanvragen bijzondere bijstand voor medische kosten wordt de voordeligste zorgverzekering voor minima, inclusief de module welke dekking biedt voor de door het Centraal Administratiekantoor (CAK) opgelegde eigen bijdragen op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), aangemerkt als voorliggende voorziening; belanghebbende: de aanvrager/ontvanger van bijzondere bijstand en de tot zijn gezin behorende gezinsleden. HOOFDSTUK2 Draagkracht Artikel2.Draagkracht uit vermogen 1.Het volgens artikel 34 van de wet in aanmerking te nemen vermogen wordt geheel in beschouwing genomen. 2.Bij de toepassing van artikel 34 wordt ook het vermogen in de door belanghebbende bewoonde woning met bijbehorend erf in aanmerking genomen voor zover tegeldemaking, of (verdere) bezwaring van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen hiervan in redelijkheid niet kan worden verlangd. 3.Het vermogen boven het vrij te laten bescheiden vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet, wordt gezien als draagkracht uit vermogen. Het vermogen boven dit vrij te laten vermogen wordt voor de berekening van de bijzondere bijstand volledig als draagkracht in aanmerking genomen. 4.Bezittingen zoals bedoeld in artikel 34 tweede lid van de wet worden niet tot het draagkracht-vermogen gerekend. Artikel3.Draagkracht uit inkomen 1.De belanghebbende met een inkomen tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm wordt geacht geen draagkracht uit inkomen te hebben. 2.Als het netto inkomen van de belanghebbende hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstands-norm wordt 35% van het overschrijdingsbedrag voor de berekening van de bijzondere bijstand als draagkracht uit inkomen in aanmerking genomen tenzij het een aanvraag voor bijzondere bijstand betreft voor de onder lid 3 genoemde kostensoorten. Als de kostensoort daartoe aanleiding geeft, kan door het college van deze regel worden afgeweken. 3.Betreft het een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kostensoorten: inkomensaanvulling jongeren 18 – 21 jaar, woonkostentoeslag, doorbetaling vaste lasten bij detentie of verblijf in een inrichting, overbruggingsuitkering, of toeslag compensatie alleenstaande ouder-kop (ALO-kop) kindgebonden budget, dan wordt het netto inkomen voor zover dit de bijstandsnorm overstijgt volledig als draagkracht uit inkomen in aanmerking genomen. 4.Als de belanghebbende een vast periodiek inkomen heeft, wordt bij de vaststelling van het inkomen uitgegaan van het inkomen over de maand voorafgaand aan die waarin de aanvraag voor bijzondere bijstand is ingediend. Indien de belanghebbende wisselende inkomsten heeft, wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de laatste drie maanden; 5.Bij een aanvraag met terugwerkende kracht, wordt uitgegaan van het (periodieke) inkomen in de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan; 6.De vrijlatingen genoemd in artikel 31 tweede lid van de wet, worden niet tot het in aanmerking te nemen inkomen gerekend; 7.Bij de berekening van de draagkracht uit inkomen, blijft artikel 22a Pw (=kostendelersnorm) buiten toepassing; 8.Bij de vaststelling van de draagkracht uit inkomen, worden de: individuele inkomenstoeslag (artikel 36 Pw), koopkrachttegemoetkoming (artikel 36a Pw) en de individuele studietoeslag (art. 36b Pw), buiten beschouwing gelaten; 9.Als de belanghebbende op datum aanvraag bijzondere bijstand de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt de pensioenvrijlating genoemd in art. 33 lid vijf van de wet niet tot het in te aanmerking nemen inkomen gerekend; 10.Bij de berekening van de draagkracht wordt geen rekening gehouden met een eventueel executoriaal beslag op inkomen; 11.De belanghebbende die deelneemt aan een schuldsaneringstraject op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP), wordt geacht geen draagkracht uit inkomen te hebben; 12.Ondanks dat de Wet op de Inkomstenbelasting de mogelijkheid biedt om bepaalde medische kosten als aftrekpost op te kunnen voeren wat een lagere definitieve aanslag inkomstenbelasting tot gevolg kan hebben, wordt dit mogelijk recht op belastingvermindering -of teruggave buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand. Artikel4.Draagkrachtperiode 1.De draagkracht wordt telkens voor een periode van een jaar vastgesteld, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend; 2.Bij aanvragen met terugwerkende kracht wordt uitgegaan van de eerste dag van de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan; 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, kan voor een specifiek benoemde groep belang-hebbenden waarvan is bepaald dat hun persoonlijke –en/of financiële omstandigheden niet aan relevante wijziging onderhevig zijn, de draagkracht voor een langere periode worden vastgesteld; 4.De draagkracht kan voor een kortere of langere periode worden vastgesteld als de periode waarop de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd betrekking hebben daartoe aanleiding geeft; 5.Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode een nieuwe aanvraag voor bijzondere bijstand wordt ingediend en de persoonlijke –en/of financiële omstandigheden van belanghebbende zijn niet ingrijpend (=minimaal 20%) gewijzigd, blijft de reeds vastgestelde draagkracht voor die periode gelden. Artikel5.Draagkrachtverrekening 1.De draagkracht wordt in één keer verrekend met de toe te kennen c.q. uit te betalen bijzondere bijstand; 2.Bij periodieke bijzondere bijstand kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, de draagkracht naar rato van het aantal maanden waarop de bijstand betrekking worden verrekend met een maximale verrekening termijn van 12 maanden. Artikel6.Wijziging reeds vastgestelde draagkracht Een reeds vastgestelde draagkracht, of draagkrachtperiode, kan slechts worden gewijzigd als de persoonlijke –en/of financiële omstandigheden van belanghebbende gedurende de al vastgestelde draagkrachtperiode ingrijpend wijzigen. HOOFDSTUK3 Drempelbedrag, vorm van de bijstand, bijstand met terugwerkende kracht en specifiek kostensoortenbeleid Artikel7.Drempelbedrag Van de in artikel 35 lid 2 van de wet genoemde bevoegdheid om bijzondere bijstand te weigeren indien de kosten binnen 12 maanden het in dat artikel genoemde bedrag niet te boven gaan, wordt geen gebruik gemaakt. Er wordt dan ook geen drempelbedrag gehanteerd. Artikel8.Vorm van de bijzondere bijstand Bijzondere bijstand kan worden verleend in de vormen zoals die zijn opgenomen in de wet te weten: om niet, in de vorm van een geldlening, borgtocht of in natura. Artikel9.Mogelijkheid aanvragen bijstand met terugwerkende kracht 1.Er wordt geen bijzondere bijstand met terugwerkende kracht verstrekt. 2.In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan bijzondere bijstand met terugwerkende kracht worden verstrekt als: de aanvraag bijzondere bijstand betrekking heeft op meerdere noodzakelijke bijzondere kosten van het bestaan die tezamen een bedrag van maximaal € 150,-- per kalenderjaar niet te boven gaan. Zodra binnen het lopende kalenderjaar deze noodzakelijke bijzondere kosten dit genoemde bedrag dreigen te overstijgen, dient de aanvraag bijzondere bijstand binnen uiterlijk 1 maand na ontvangst van de factuur waarmee de € 150,-- wordt overschreden te worden ingediend; de aanvraag betrekking heeft op: advocaatkosten of kosten bewindvoering, dan mag de aanvraag worden ingediend tot uiterlijk 1 maand na de ontvangst van de rekening/factuur van de advocaat of bewindvoerder. Artikel10.Specifiek beleid voor bepaalde kostensoorten 1.Voor een aantal met name genoemde kostensoorten geldt specifiek gemeentelijk beleid; 2.Deze kostensoorten zijn opgenomen in de “Bijlage kostensoorten bijzondere bijstand”; 3.De “Bijlage kostensoorten bijzondere bijstand” maakt integraal onderdeel uit van deze beleidsregel; 4.Deze beleidsregel is niet van toepassing op de verstrekking van bijzondere bijstand in de vorm van een collectieve aanvullende zorgverzekering, of in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten van de premie van een dergelijke verzekering zoals bedoeld in art. 35 lid 3 Pw. HOOFDSTUK4 SLOTBEPALINGEN Artikel11.Citeertitel Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Moerdijk “. Artikel12.Inwerkingtreding 1.De Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Moerdijk treedt in werking met ingang van 1 september 2016, of op de derde dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 september 2016; 2.Met ingang van 1 september 2016 wordt de ‘Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Moerdijk’. vastgesteld in de vergadering van het college d.d. 4 mei 2015 van de gemeente Moerdijk ingetrokken. Artikel13.Overgangsrecht De rechtsgevolgen van aanvragen bijzondere bijstand welke zijn toegekend in de periode voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel, blijven van kracht met dien verstande dat wanneer de nieuwe beleidsregel gunstigere bepalingen voor de belanghebbende bevat, dat dan het nieuwe beleid prevaleert. Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van gemeente Moerdijk op datum.., de secretaris, de burgemeester, A.E.B. Kandel J.P.M. Klijs , Bijlage:Bijlage kostensoorten bijzondere bijstand. Algemene toelichting bij de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Moerdijk De verlening van algemene bijstand is het vangnet van de Nederlandse sociale zekerheid. Door bijzondere omstandigheden kan zich de situatie voordoen dat in het individuele geval het op het huishouden toepasselijke sociaal minimum niet volledig toereikend is om te voorzien in bepaalde noodzakelijke kosten. Met andere woorden, voor sommige mensen zijn – gelet op hun individuele bijzondere omstandigheden - de mazen van het sociaal vangnet te groot. In die situaties kan de bijzondere bijstand een oplossing bieden. Maatwerk is dan ook de hoofdregel van de verlening van bijzondere bijstand. Dit impliceert dat de gemeente gehouden is de bijzondere bijstand te verlenen aan personen bij wie is vastgesteld dat de betreffende kosten in het voorliggende individuele geval ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn en dat ze daadwerkelijk zijn gemaakt. Er dient primair een toetsing aan de omstandigheden van het individuele geval plaats te vinden. De aard van het inkomen van belanghebbende, een uitkering of inkomen uit arbeid, is in dit verband niet relevant. De bijzondere bijstand moet derhalve heel gericht worden ingezet voor de vergoeding van de daadwerkelijke kosten van mensen die hier echt zelf niet in kunnen voorzien, en deze aanvullende ondersteuning echt nodig hebben. Individueel maatwerk geldt bij het verlenen van aanvullende inkomensondersteuning dan ook als belangrijkste uitgangspunt. Mat andere woorden de bijzondere bijstand moet alleen terechtkomen bij de mensen die deze echt nodig hebben. Om die reden is met de invoering van de Participatiewet de mogelijkheid tot verstrekking van categoriale bijzondere bijstand beperkt tot alléén de aanvullende zorgverzekering. De regering heeft tijdens de parlementaire behandeling van de Participatiewet wel aangegeven dat het binnen de wettelijke kaders van de individuele bijzondere bijstand wel is toegestaan om groepen aan te wijzen, waarvan vaststaat dat zij door de bijzondere omstandigheden waarin zij verkeren, daadwerkelijk specifieke noodzakelijke kosten hebben. Via die methodiek is het dus (nog steeds) mogelijk om, gebruik makend van groepskenmerken, maatwerkondersteuning te bieden in de vorm van individuele bijzondere bijstand, en tegelijkertijd de uitvoeringskosten beperkt te houden. De Participatiewet geeft de gemeente een hoge mate van autonomie bij de vormgeving van het bijzondere bijstandsbeleid. Dit geldt voor algemene onderdelen zoals het beleid ten aanzien van de draagkracht uit inkomen en vermogen, wel of niet toepassen van het z.g. drempelbedrag als bedoeld in artikel 35 lid 2 Pw en beleid over bijvoorbeeld het verlenen van terugwerkende kracht, maar ook voor specifiek beleid op kostensoortniveau. Met deze beleidsregel wordt nadere invulling gegeven aan deze lokale beleidsbevoegdheid. Artikelsgewijze toelichting bij de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Moerdijk Artikel1.Begripsbepalingen In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd die verder in deze beleidsregel worden vermeld. De bijstandsnorm als bedoeld in art. 5 onder c van de Pw is een all-in norm inclusief vakantietoeslag om de algemene kosten van bestaan te kunnen voldoen. Gebruikelijk is dat de vakantietoeslag jaarlijks in de maand mei of juni wordt uitbetaald. Als een aanvraag bijzondere bijstand wordt ingediend en de belanghebbende moet de hoogte van diens (maand)inkomen opgeven en daarvan een bewijsstuk overleggen, dan zal deze om die reden dus veelal een inkomen opgeven exclusief vakantietoeslag. Omdat per 01 jan. 2016 het overgangsrecht Wet hervorming kindregelingen is vervallen en de Participatiewet geen aparte bijstandsnorm voor een alleenstaande oudergezin meer kent, is bij een alleenstaande oudergezin ook de norm voor een alleenstaande van toepassing. Bij de te maken draagkrachtberekening dient het inkomen van de aanvrager afgezet te worden tegen de op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm. Voor een correcte berekening dienen dan het inkomen van de aanvrager en de in aanmerking te nemen bijstandsnorm dus beiden in –of exclusief vakantietoeslag te zijn. Omdat het gebruikelijk is dat de vakantietoeslag niet periodiek maar jaarlijks wordt uitbetaald, wordt om praktische redenen geopteerd voor een draagkrachtberekening exclusief vakantietoeslag. Om die reden dient dus bepaald te worden dat uitgegaan moet worden van het inkomen en de bijstandsnorm beiden exclusief vakantietoeslag. Beleidslijn voor aanvragen bijzondere bijstand voor medische kosten is dat de gemeentelijke collectieve zorgverzekering als voorliggende voorziening wordt aangemerkt. Omdat die zorg-verzekering uit meer dan één polis type bestaat, dient duidelijk te zijn welk polis type dan concreet als voorliggende voorziening wordt gezien. Artikel2.Draagkracht uit vermogen Onder draagkracht wordt verstaan de eigen middelen (=vermogen en/of inkomen) die de aanvrager/ belanghebbende zelf moet aanwenden voor de betaling van de bijzondere kosten van het bestaan. Het is logisch dat de aanvrager/belanghebbende niet al zijn/haar middelen daarvoor behoeft aan te wenden want anders resteert er immers helemaal niets voor de betaling van de algemene kosten van levensonderhoud zoals bijv. woon –en energiekosten, voeding, kleding etc. Om die reden wordt een deel van de middelen niet meegenomen bij de berekening van de draagkracht. Voor wat betreft de draagkracht uit vermogen wordt dat deel van het vermogen wat de Pw-vermogensvrijlating te boven gaat, volledig als draagkracht aangemerkt. Artikel 34 lid 2 Pw benoemt nog een aantal specifieke vermogensbestanddelen (bijv. sommige bezittingen in natura, of vergoeding voor immateriële schade) die niet worden meegenomen bij de bepaling van de draagkracht uit vermogen. Artikel3.Draagkracht uit inkomen Bij de toelichting op artikel 2 is het begrip draagkracht (uit vermogen) al omschreven. Dit artikel regelt de draagkracht uit inkomen. De zes gemeenten waarvoor het Werkplein Hart van West-Brabant de bijzondere bijstand uitvoert hebben tijdens intergemeentelijk overleg (3D-overleg d.d. 02 juli 2015 en POHO WI d.d. 31 aug. 2015) uitgesproken dat zij hun gemeentelijke inkomensgrenzen (zie onderstaand schema) vooralsnog niet willen aanpassen/harmoniseren. De overwegingen hierbij waren dat: de verschillen tussen de laagste en hoogste inkomensgrens vrij groot zijn, door zo’n aanpassing de omvang van de doelgroep wordt verkleind of verruimd en dat dit niet past binnen het thans voorgestane armoede –en minimabeleid en dat een forse ophoging van de inkomensgrens grote budgettaire consequenties heeft. Schema weergave draagkrachtpercentages zes gemeenten Gemeente: Etten-Leur Halderberge Moerdijk Roosendaal Rucphen Zundert Inkomensgrens voor draagkracht 120% Pw-norm 120% Pw-norm 110% Pw-norm 100% Pw-norm 100% Pw-norm 105% Pw-norm Hoofdregel is dat bij een inkomen boven de door de gemeente gehanteerde inkomensgrens, het overschrijdingsbedrag voor 35% als draagkracht uit inkomen wordt aangemerkt. Op deze hoofdregel bestaan enige uitzonderingen. De eerste uitzondering is beschreven in lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.