Sociaal StatuutBij organisatieveranderingen in RijnwoudeCollege van burgemeester en wethouders Rijnwoude, 26 augustus 1997 Sociaal Statuut Bij organisatieveranderingen in Rijnwoude 1.ALGEMENE BEPALINGEN Begripsomschrijvingen Artikel1.1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: medewerker: de ambtenaar in de zin van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) ; functie: het geheel van werkzaamheden dat door de medewerker in opdracht wordt verricht; passende functie: een functie van het zelfde werk- en denkniveau, met eenzelfde functieschaal dan wel maximaal een functieschaal lager, die aan de medewerker kan worden aangeboden in verband met de persoonlijke omstandigheden en vooruitzichten van de medewerker. Onder persoonlijke omstandigheden en vooruitzichten kunnen onder meer worden verstaan: interesse, capaciteiten, ervaring, leeftijd en gezondheidstoestand, salarisaanspraken en vastgelegde promotiemogelijkheden; geschikte functie: een functie die niet valt onder het begrip “passendefunctie” maar die medewerker, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden en vooruitzichten als bedoeld in artikel 1 c, bereid is na overleg, te vervullen; herplaatsing: plaatsing in een andere functie binnen dan wel buiten het bureau respectievelijk de sector, dan wel verandering van de werkgever ten gevolge van een organisatieverandering; bovenformatief: niet organiek; salaris het voor de medewerker geldende bedrag van de schaal hetwelk aan de medewerker is toegekend of , indien voor de betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag , als bedoeld in artikel 3:1 CAR/UWO; functieschaal: de voor de functie van toepassing zijnde functieschaal volgens de regeling functiewaardering in de gemeente; salarisaanspraken: het huidige salaris, alsmede de salarisvooruitzichten die aan de huidige functie zijn verbonden; herplaatsingcommissie: de commissie als bedoeld in artikel 2.5; organisatieverandering een ingrijpende wijziging van de organisatie of een organisatie-onderdeel, dan wel een privatisering of verzelfstandiging; Plan van aanpak: de planmatige beschrijving volgens welke de in de gemeente boogde organisatieverandering dient te verlopen, inclusief het daarbij voorgestane sociale beleid; sociale randvoorwaarden: de in de gemeente van toepassing zijnde rechtspositionele regelingen en voor zover noodzakelijk het op basis van deze leidraad respectievelijk dit statuut, na overleg net de commissie voor het georganiseerd overleg, vast te stellen sociale beleid bij het proces van organisatieverandering; implementatiedatum: de door de gemeente c.q. respectievelijke werkgevers vastgestelde datum waarop de organisatieverandering wordt geëffectueerd; overleg: het overleg met de commissie voor het georganiseerd overleg als bedoeld in hoofdstuk 12 van de CAR/UWO; commissie voor het georganiseerd overleg de commissie als bedoeld in hoofdstuk 12 van de CAR/UWO; gemeente: de gemeente Rijnwoude. Uitgangspunten bij organisatieverandering Artikel1.2 1.de geldende rechtspositieregelingen blijven onverkort van toepassing. 2.Aan de medewerker, waarvoor geldt dat de door hem beklede functie komt te vervallen, zal een passende functie worden aangeboden indien een dergelijke functie aanwezig is. 3.Het streven is erop gericht geen gedwongen ontslagen te doen plaatsvinden. Artikel1.3 Voor aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren waarin deze regeling bij organisatieverandering niet voorziet, beslist de werkgever na overleg met de commissie voor het georganiseerd overleg. 2.Het proces van organisatieverandering Artikel2.1 Een door het gemeentebestuur genomen besluit inhoudende een voornemen tot het opstarten van het proces van organisatieverandering dient te worden gemeld aan de ondernemingsraad, de commissie voor het georganiseerd overleg en de medewerkers van de direct betrokken afdelingen. Aanpak om te komen tot organisatieverandering Artikel2.2 1.In navolging op het besluit tot organisatieverandering wordt een plan van aanpak opgesteld ten behoeve van de regulering van het proces. 2.Het plan geeft een overzicht van de acties en tijdstippen gericht op: besluitvorming, inclusief de te voeren overlegprocedures; invoering, inclusief de wijze waarop het personeel betrokken wordt; sociale randvoorwaarden 3.Dit plan wordt op voor wat betreft het gestelde in artikel 12:1:5 CAR/UWO voorgelegd aan de commissie voor het georganiseerd overleg en op basis van artikel 25 van de wet op de Ondernemingsraden aan de ondernemingsraad. 4.Met de commissie voor het georganiseerd overleg wordt tevens overlegd in hoeverre deze leidraad respectievelijk het sociaal statuut van toepassing zal zijn c.q welke onderdelen hiervan toepassing zullen zijn bij de beoogde organisatieverandering dan wel de onderdelen van deze verandering. Besluitvorming tot verandering Artikel2.3 1.Het college van de burgemeester en wethouders neemt mede op basis van het voorstel van de gemeente secretaris (hoofd van dienst) in samenwerking met het managementteam een besluit met betrekking tot de na te streven organisatieverandering. 2.Het voorstel is gemotiveerd en daarbij wordt verwoord de mate waarin gerekend kan worden op het benodigde draagvlak en in hoeverre bij het voorstel rekening is gehouden met de reactie van de direct betrokkenen. Opstellen functiebeschrijvingen Artikel2.4 1.De betekenis van de organisatieverandering voor de in de organisatie voorkomende functies dient – voor zover een of meerdere hoofdbestanddelen wijzigen – vastgelegd te worden in nieuwe dan wel te wijzigen functiebeschrijvingen. 2.Afhankelijk van de aard van en omvang van het proces van organisatie verandering kan besloten worden tot het vooraf uitbrengen van een voorlopig respectievelijk na implementatie definitief vast te stellen functieboek. 3.In een eventueel op te stellen functieboek wordt inzicht gegeven in de tot stand te komen nieuwe functies inclusief beschrijvingen. 4.Het functieboek wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. 5.Vastgestelde functiebeschrijvingen worden ter kennisgeving uitgereikt aan de betrokken medewerkers. 6.Bij voorkeur binnen 1 en maximaal 2 jaar na implementatie van de organisatieveranderingen worden nieuwe dan wel gewijzigde functies gewaardeerd volgens het in de gemeente geldende functiewaarderingssysteem. Herplaatsing van medewerkers Artikel2.5 1.Ten aanzien van de functie van medewerkers doen zich bij organisatieverandering de volgende mogelijkheden voor: een medewerker behoudt zijn functie omdat -onverlet eventuele wijzigingen in de structuur van de organisatie – zijn werkzaamheden onveranderd of grotendeels onveranderd blijven; indien aan het onder a gestelde geen uitvoering kan worden gegeven, dan wordt de medewerker – indien mogelijk – in een passende functie herplaatst; indien aan het onder b gestelde geen uitvoering kan worden gegeven, dan wordt de medewerker – indien mogelijk – in een geschikte functie herplaatst. 2.Ten behoeve van de herplaatsing van grotere aantallen medewerkers als gevolg van omvangrijke organisatieveranderingen fungeert een herplaatsingcommissie. 3.De herplaatsingcommissie bestaat uit de gemeentesecretaris, een lid van het managementteam en personeelsadviseur. 4.Afhankelijk van de aard en omvang van de organisatieverandering kan besloten worden tot het opstellen van een door de herplaatsingcommissie op te stellen herplaatsingsplan, waarin de volgende punten aan de orde komen: een overzicht van de nieuwe functies en de daaraan te verbinden(voorlopige) functieniveaus waarop de medewerkers kunnen worden geplaatst; een overzicht van de functieniveaus, salarisniveaus en vooruitzichten van de medewerkers; een tijdschema ten behoeve van de plaatsingsactiviteiten. 5.De herplaatsingcommissie stelt een herplaatsingadvies op, nadat de medewerker is gehoord. Bij het herplaatsingadvies verwoordt de plaatsingscommissie het gevoelen van de medewerker met betrekking tot de voorgestelde herplaatsing. De herplaatsingscommissie neemt de voorkeursvolgorde zoals genoemd bij artikel 2.5 lid 1 sub b en c in acht. 6.Het college van burgemeester en wethouder neemt een besluit over de benoeming/herplaatsing van medewerkers. Bezwaren Artikel2.6 Bij bezwaren tegen herplaatsingen dan wel andere besluiten ten gevolge van organisatieveranderingen waarbij het belang van een medewerker direct betrokken is, wordt aangesloten bij de bepalingen over bezwaar en beroep in de Algemene wet bestuursrecht. 3. Sociale Randvoorwaarden Begeleiding Artikel3.1 1.De medewerker die wordt (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.