← Nederland

Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2010 (Slochteren)

Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2010De raad van de gemeente Slochteren; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.;1 juni 2010 gezien het advies van het Platform Werk en Inkomen d.d.;10 juni 2010 gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet werk en bijstand; overwegende dat op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet werk en bijstand regels dienen te worden gesteld met betrekking tot het verhogen of verlagen van de landelijke bijstandsnormen voor bijstandsgerechtigden van 27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, zoals bedoeld in artikel 30 van die wet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende: “TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE SLOCHTEREN 2010” Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: de Wet werk en bijstand. Gehuwdennorm: de norm, als bedoeld in artikel 21, onderdeel c van de wet. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Slochteren. Schoolverlater: de alleenstaande die, gedurende de eerste zes maanden na beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding, voor zover voor dat onderwijs of die opleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van het vierde hoofdstuk van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, bijstand aanvraagt. Belanghebbende: de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwden, en het kind of de kinderen van de alleenstaande ouder of de gehuwden. Verzorgingsbehoevende: degene die is aangewezen op verpleging of verzorging ter voorkoming van een opname in een verpleeg- of verzorgingshuis. WIJ: de Wet investeren in jongeren. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. Artikel2.Doelgroep 1.De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen, indien beide echtgenoten 27 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn. 2.De bepalingen in het tweede en derde hoofdstuk laten toepassing van artikel 18 van de wet onverlet. 3.De betaling kan geschieden anders dan op rekening van de schuldeiser. 4.De betaling kan geschieden aan anderen dan de schuldeiser. Dit kunnen onder andere de gemeentelijke Kredietbank en door belanghebbende aangewezen derden zijn. Hoofdstuk2.Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm Artikel3.Toeslagen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders 1.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet bedraagt het maximaal genoemde bedrag van artikel 25, tweede lid, van de wet voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander dan een ten last komend kind tot 18 jaar zijn hoofdverblijf heeft. 2.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het eerste lid niet van toepassing is. 3.Voor de toepassing van het tweede lid wordt met het verblijf van een kind van 18 jaar of ouder in de woning geen rekening gehouden, indien het kind gedurende twee maanden per kalenderjaar beschikt over een inkomen dat gelijk is aan of lager is dan 100% van de gehuwdennorm en gedurende tien maanden per kalenderjaar beschikt over een inkomen dat gelijk is aan of lager is dan 60% van de gehuwdennorm. Hierbij wordt het vakantiegeld buiten beschouwing gelaten. 4.Voor de toepassing van het tweede lid wordt geen rekening gehouden met een inwonende verzorgingsbehoevende die door de belanghebbende wordt verzorgd of, als de belanghebbende verzorgingsbehoevende is, met een inwonende die de belanghebbende verzorgt, voor zover de verzorgende en de verzorgingsbehoevende bloedverwanten in de eerste of de tweede graad zijn. 5.Als sprake is van een samenloop van een uitkering op grond van de WWB en een inkomensvoorziening op grond van de WIJ, wordt geen toeslag verleend. Van samenloop is sprake als één van de gehuwden recht heeft op de WIJ en de andere gehuwde recht heeft op algemene bijstand voor levensonderhoud krachtens de WWB. Hoofdstuk3.Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm Artikel4.Verlaging van de bijstandsnorm voor gehuwden 1.De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor gehuwden die een woning delen met één of meer anderen, anders dan met een ten laste komend kind tot 18 jaar. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt met het verblijf van een kind van 18 jaar of ouder in de woning geen rekening gehouden, indien het kind gedurende twee maanden per kalenderjaar beschikt over een inkomen dat gelijk is aan of lager is dan 100% van de gehuwdennorm en gedurende tien maanden per kalenderjaar beschikt over een inkomen dat gelijk is aan of lager is dan 60% van de gehuwdennorm. Hierbij wordt het vakantiegeld buiten beschouwing gelaten. 3.Voor de toepassing van het tweede lid wordt geen rekening gehouden met een inwonende verzorgingsbehoevende die door de belanghebbende wordt verzorgd of, als de belanghebbende verzorgingsbehoevende is, met een inwonende die de belanghebbende verzorgt, voor zover de verzorgende en de verzorgingsbehoevende bloedverwanten in de eerste of de tweede graad zijn. Artikel5.Afwijkende bijstandsnorm voor de schoolverlater 1.Voor de bij zijn ouders inwonende schoolverlater is de bijstandsnorm het bedrag, zoals genoemd in artikel 33, tweede lid, onder a van de wet. 2.Voor de niet bij zijn ouders inwonende schoolverlater is de bijstandsnorm het bedrag zoals genoemd in artikel 33, tweede lid, onder b van de wet. 3.Het bepaalde in de artikelen 3, 4, 6 en 7 is niet van toepassing op de schoolverlater voor wie toepassing wordt gegeven aan het eerste of tweede lid. Artikel6.Woonsituatie 1.De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld, indien de belanghebbende lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm of de toeslag voorzien als gevolg van zijn woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning of het niet hebben van woonkosten in de vorm van huur of hypothecaire verplichtingen. 2.De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van de gehuwdennorm. 3.De belanghebbende op wie het eerste lid van toepassing is op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, ontvangt in afwijking van het tweede lid de eerste zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening een toeslag van 20% van de gehuwdennorm en de daarop volgende zes maanden een toeslag van 15% van de gehuwdennorm. Artikel7.Anticumulatiebepaling De toepassing van de artikelen 3, 4 en 6 geschiedt zodanig dat tenminste 75% van de toepasselijk norm als bedoeld in artikel 21 van de wet resteert. Artikel8.Verrekening Indien aan belanghebbende teveel bijstand inclusief toeslag is verstrekt kan de vordering worden verrekend met de bijstand met ingang van de eerstkomende maand waarover bijstand wordt verleend. Hoofdstuk3a.Regelingen in verband met de wijzingen in de WWB en intrekking van de WIJ per 1 januari 2012 Artikel8a.Wijziging betekenis begrippen 1.Waar in deze verordening de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. 2.Waar in deze verordening wordt gesproken over ‘gehuwde(n)’ of ‘gehuwdennorm’ hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als ‘gezin’ bedoeld in artikel 4, respectievelijk ‘gezinsnorm’, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet. Artikel8b.Wijziging verwijzingen 1.Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel a, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de wet. 2.Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel b, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de wet. 3.Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel c, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 21, eerste lid, van de wet. Artikel8c.Intrekking WIJ 1.In afwijking van artikel 2, eerste lid, zijn de bepalingen van deze verordening vanaf 1 januari 2012 evenzo van toepassing op personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar. 2.In afwijking van artikel 3 wordt aan een alleenstaande van 21 of 22 jaar een toeslag van 5% van de gezinsnorm, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, toegekend in verband met het niet of niet geheel kunnen delen van de kosten, bedoeld in artikel 25, van de wet. 3.Aan het bepaalde in het tweede lid wordt geen toepassing gegeven in de periode dat een verlaging in verband met schoolverlating wordt toegepast als bedoeld in artikel 28, van de wet. Hoofdstuk4.Slotbepalingen Artikel9.Uitvoering 1.De uitvoering van deze verordening berust bij het college. 2.In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel10.Citeertitel en inwerkingtreding 1.Deze verordening kan worden aangehaald als “Toeslagenverordening WWB 2010”. 2.Deze verordening treedt in werking op 8 juli 2010. Per die datum wordt ingetrokken de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2008. Vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juli 2010 De raad voornoemd, , voorzitter. , griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.