Mandaatbesluit Gemeente Stichtse Vecht Zelfstandigenregelingen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7, vierde lid, van de Participatiewet en artikel 34, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; overwegende dat: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht verantwoordelijk is voor de uitvoering van de zelfstandigenregelingen, zijnde het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (hierna Bbz 2004 te noemen) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (hierna IOAZ te noemen); het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht al jarenlang de zelfstandigenregelingen uitvoert voor gemeente Stichtse Vecht en andere gemeenten in de regio; het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht bereid is mandaat te aanvaarden van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht tot de uitvoering van voornoemde zelfstandigenregelingen; besluit: vast te stellen het volgende: Mandaatbesluit Gemeente Stichtse Vecht Zelfstandigenregelingen Artikel1 1.1 Het college van burgemeester en wethouders mandateert aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht de uitvoering van het Bbz 2004 en de IOAZ voor zover het betreft de vaststelling van de rechten en plichten van de zelfstandige en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden de bevoegdheden tot: het innemen van aanvragen, het voorbereiden en het nemen van besluiten in het kader van het Bbz 2004; voor voorschotten op grond van artikel 52 Participatiewet te verstrekken in het kader van het Bbz 2004; voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet aan zelfstandigen voor woonkostentoeslag en verschuldigde premie arbeidsongeschiktheidsverzekering; in het kader van de IOAZ. de financiële afhandeling, waaronder uitbetalen, verrekenen en terugvorderen, van: uitkeringen verstrekt in het kader van het Bbz 2004; voorschotten op grond van artikel 52 Participatiewet, verstrekt in het kader van het Bbz 2004; bijzondere bijstand aan zelfstandigen voor woonkostentoeslag en verschuldigde premie arbeidsongeschiktheidsverzekering. de financiële verantwoording aan het CBS, met uitzondering van de re-integratiestatistiek, betreffende het Bbz 2004; het uitvaardigen van een dwangbevel; het verwerken van gegevens van inwoners uit de deelnemende gemeenten ten behoeve van de uitvoering van het Bbz 2004 en IOAZ met in achtneming van de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet Basisregistratie Personen; het, ten behoeve van de uitvoering van het Bbz 2004 en onderzoek toekenning uitkeringen IOAZ, inzien van GBA-V en Suwinet gegevens van inwoners van de deelnemende gemeenten; het toepassen van de artikelen 4.18 en 4.20 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen; het vestigen van een recht van hypotheek en pand in het kader van verstrekking van bedrijfskapitaal; het opleggen van een maatregel dan wel boete op grond van de Participatiewet in het kader van de uitvoering van het Bbz
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.