Mandaatbesluit gedeputeerde staten 2016Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland d.d. 19 juli 2016, kenmerk nummer 32, 16010585, tot vaststelling van het Mandaatbesluit gedeputeerde staten 2016. Ged
Artikel 14
, eerste lid jo Artikel 13 Afdelingshoofd Mededeling van niet
Artikel 14
, tweede lid Afdelingshoofd Het eenmalig verlengen van de in artikel 15 lid 2 genoemde termijn met ten hoogste zes weken Artikel 15, derde lid Afdelingshoofd Benoemen deskundige(
- n)/ aanwijzen voorzitter Artikel 16, eerste en derde lid, jo Artikel 14, eerste lid en Artikel 15, eerste lid Afdelingshoofd Verzoeker in kennis stellen van voornemen deskundige(
- n)te benoemen Artikel 16, vijfde lid Afdelingshoofd Het beschikbaar stellen van gegevens aan deskundige(
- n)Artikel 18, eerste lid Afdelingshoofd Instemmen met inwinnen van inlichtingen en adviezen bij derden door deskundige(
- n)Artikel 18, derde lid Afdelingshoofd Vertegenwoordigen bij mondelinge toelichting Artikel 19, tweede lid Afdelingshoofd; Beleidsmedewerker grondverwerving c.a. Of door afdelingshoofd per geval aan te wijzen behandelend ambtenaar. Bedenkingen maken tegen het conceptadvies aan deskundige(
- n)Artikel 19, zesde lid Afdelingshoofd De beslissing, zoals bedoeld in artikel 20 lid 1, op het verzoek om schadevergoeding, onder opgaaf van redenen, eenmaal voor ten hoogste zes weken verlengen Artikel 20, tweede lid Afdelingshoofd Belemmeringenwet Privaatrecht Advisering minister van Infrastructuur en Milieu Afdelingshoofd Aanwijzen plaats zitting, voorzitter zitting, opmaken proces-verbaal Artikel 2 Afdelingshoofd; Beleidsmedewerker grondverwerving c.a. Of door afdelingshoofd per geval aan te wijzen behandelend ambtenaar. Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2013 Subsidieverlening kavelaanvaardingswerken Hoofdstuk 10 Bijzondere bepalingen voor het verstrekken van subsidies voor kavelaanvaardingswerken Afdelingshoofd Vervalt per 1 januri 2017 BEVOEGDHEDEN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND ALLE BEVOEGDHEDEN ZIJN GEMANDATEERD AAN DE SECRETARIS/ALGEMEEN DIRECTEUR, DE DIRECTEUR ORGANISATIE EN DE AFZONDERLIJKE BEVOEGDHEDEN TEVENS AAN DE DAARBIJ GENOEMDE FUNCTIONARIS, AFDELING BEHEER EN ONDERHOUD Omschrijving bevoegdheid/mandaat Wettelijke grondslag Gemandateerd aan Opmerkingen Algemeen Zie mandaten onder algemeen deel en onder afdeling P&O Provinciewet Vaststellen beheersregelingen en het sluiten van overeenkomsten. Artikel 158 Afdelingshoofd Provinciewet/Algemene wet bestuursrecht Toezicht en handhaving in het kader van wetten, waarvan de uitvoering aan het werkveld Uitvoering is opgedragen:Schriftelijke waarschuwing/vooraankondiging, alsmede het besluiten tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Artikel 122 Provinciewet juncto artikel 5.24 Awb Afdelingshoofd Besluiten tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in spoedeisende gevallen. Artikel 122 Provinciewet juncto artikel 5.31, eerste lid Directeur Organisatie Ondertekenen van begeleidende brief bij besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in spoedeisende gevallen. Artikel 122 Provinciewet juncto artikel 5.31, eerste lid Directeur Organisatie Op schrift stellen en bekendmaken van besluit als bedoeld in artikel 5.31, eerste lid, Awb. Artikel 122 Provinciewet juncto artikel 5.31, tweede lid Directeur Organisatie Slechts in zeer spoedeisende gevallen Feitelijke uitvoering bestuursdwang. Afdelingshoofd Besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom. Artikel 122 Provinciewet juncto artikel 5.32 Awb Afdelingshoofd Burgerlijk Wetboek Aansprakelijk stellen + kosten verhaal bij schade aan provincie eigendommen (bijv. bij modder op de weg, olie op de weg, enzovoort) Artikelen 6:162 en 6:174 BW en Artikel 185 Wegenverkeerswet Afdelingshoofd; Unithoofden Het afwikkelen van schadeclaims van derden tot het eigen risico van € 5000,- (anders dan via de Regeling Nadeelcompensatie Verkeers- en Vervoersvoorzieningen en provinciale projecten provincie Zeeland 2010) Artikelen 6:162 en 6:174 BW Afdelingshoofd In gebruik geven provinciale eigendommen Artikel 1 van Boek 5 Afdelingshoofd Regeling Nadeelcompensatie Verkeers- en Vervoersvoorzieningen en provinciale projecten provincie Zeeland 2010 Ontvangstbevestiging binnengekomen verzoek Artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd In gelegenheid stellen verzuim te herstellen Artikel 13, derde lid Afdelingshoofd Niet
Artikel 14
, eerste lid juncto artikel 13 Afdelingshoofd Mededeling van niet
Artikel 14
, tweede lid Afdelingshoofd Het eenmalig verlengen van de in artikel 15 lid 2 genoemde termijn met ten hoogste zes weken Artikel 15, derde lid Afdelingshoofd Benoemen deskundige(
- n)/ aanwijzen voorzitter Artikel 16, eerste en derde lid, juncto artikel 14, eerste lid en artikel 15, eerste lid Afdelingshoofd Verzoeker in kennis stellen van voornemen deskundige(
- n)te benoemen Artikel 16, vijfde lid Afdelingshoofd Het beschikbaar stellen van gegevens aan deskundige(
- n)Artikel 18, eerste lid Afdelingshoofd Instemmen met inwinnen van inlichtingen en adviezen bij derden door deskundige(
- n)Artikel 18, derde lid Afdelingshoofd Vertegenwoordigen bij mondelinge toelichting Artikel 19, tweede lid Afdelingshoofd; Beleidsmedewerker grondverwerving Of door afdelingshoofd per geval aan te wijzen behandelend ambtenaar. Bedenkingen maken tegen het conceptadvies aan deskundige(
- n)Artikel 19, zesde lid Afdelingshoofd De beslissing, zoals bedoeld in artikel 20 lid 1, op het verzoek om schadevergoeding, onder opgaaf van redenen, eenmaal voor ten hoogste zes weken verlengen Artikel 20, tweede lid Afdelingshoofd Waterverordening Zeeland: vaarwegen ( hfd . 3): Zorg dragen dat overzichtskaart in overeenstemming is met de beheersituatie. Artikel 3.1, derde lid Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot verlenen ontheffing snelheden. Artikel 3.4 Besluiten tot ontheffing voor afmetingen en diepgang van schepen. Artikel 3.5 juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing voor samenstellen, een gekoppeld samenstel en een duwstel. Artikel 3.6 juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing om in, langs, boven, onder of over een vaarweg stoffen of voorwerpen te brengen die schade toebrengen aan de vaarweg en de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer. Artikel 3.9, sub a, juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing voor houtgewas of takken van bomen in of boven de vaarweg te laten hangen die hinder veroorzaken voor de scheepvaart. Artikel 3.9, sub b, juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing om op andere wijze enige belemmering of hinder voor de scheepvaart te veroorzaken. Artikel 3.9, sub c, juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing voor het wijzigen van de vaarweg. Artikel 3.10, sub a, juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing voor het gebruik van kunstwerken te beletten of te belemmeren. Artikel 3.10, sub b, juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing voor werken aan te brengen, te houden, te veranderen of te verwijderen boven, op, in onder of langs de vaarweg, binnen tien meter, horizontaal gemeten vanuit de oeverlijn. Artikel 3.10, sub c, juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing voor het maken, hebben of veranderen van een ligplaats of enige andere voorziening bestemd voor het meren van schepen. Artikel 3.10, sub d, juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing voor het drijven van handel of het afleveren van koopwaar (parlevinkers). Artikel 3.10, sub e, juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Besluiten tot ontheffing voor ligplaats nemen (ankeren en meren). Artikel 3.11 juncto artikel 3.13 Afdelingshoofd; Unithoofden Opdracht om te voorzien in onderhoudsplicht Artikel 3.16 Afdelingshoofd; Unithoofden Aanwijzen van toezichthouders welke zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften Artikel 8.1 Directeur Organisatie Wegenwet Aan een weg de bestemming van openbare weg geven Artikel 4, eerste lid, sub 3 Afdelingshoofd Onttrekking aan het openbaar verkeer van provinciale wegen Artikel 7 juncto artikel 8, tweede lid Afdelingshoofd Onttrekking aan het openbaar verkeer van waterschapswegen Artikel 7 juncto artikel 8, tweede lid Afdelingshoofd Deze bevoegdheid is door provinciale staten, middels statenbesluit op 16 mei 2008, gedelegeerd aan gedeputeerde staten. Goedkeuring verlenen aan overdracht (beheer
- en)onderhoud van een weg door de gemeente of waterschap aan een gemeente of waterschap. Artikel 18a Afdelingshoofd Het onderhoud van een weg, welke door de provincie wordt onderhouden, ten laste te brengen van de gemeente, waarin de weg is gelegen Artikel 19 lid 1 Afdelingshoofd Vaststellen/wijzigen wegenlegger Artikel 39 Afdelingshoofd Wegenverkeerswet 1994 Tijdelijke plaatsing of toepassing van verkeerstekens en het tijdelijk uitvoeren van maatregelen Artikel 17 Wegenverkeerswet 1994 juncto artikelen 34 en 37 Besluit Administratieve bepalingen inzake het wegverkeer Afdelingshoofd Tijdelijke plaatsing of toepassing van verkeerstekens en het tijdelijk uitvoeren van maatregelen Artikel 17 Wegenverkeerswet 1994 juncto artikel 35 Besluit Administratieve bepalingen inzake het wegverkeer Afdelingshoofd; Unithoofden; Rayonmedewerker droge infrastructuur Het nemen van verkeersbesluiten Artikel 18 (en artikel 15 Wegenverkeerswet juncto artikel 12 Besluit Administratieve bepalingen inzake het wegverkeer Afdelingshoofd De bevoegdheden van Gedeputeerde Staten voor de Westerscheldetunnel c.a. (zie Tunnelwet) zijn gemandateerd aan de directeur van de NV Westerscheldetunnel. Vergunning wegwedstrijden verlenen Artikel 148, eerste lid, sub b, juncto artikel 10, eerste lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Voertuigreglement Verlenen ontheffingen bijzondere transporten (zoals voor landbouwvoertuigen) Artikel 7.1 juncto artikel 149, eerste lid, sub b, Wegenverkeerswet 1994 juncto artikel 87 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens Afdelingshoofd; Unithoofd DI Gedeputeerde Staten hebben op 28 januari 2003, nr. 030333/16, mandaat verleend aan Rijksdienst voor Wegverkeer voor het nemen van besluiten inzake de aanvraag van ontheffingen voor exceptionele wegtransporten. Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 Verlenen ontheffingen Artikel 87 Afdelingshoofd; Unithoofd DI Verlenen ontheffingen Zeelandbrug / Oesterdam (invalidenvoertuigen, brommobielen, etc) Artikel 87 Afdelingshoofd; Unithoofd DI Wegenverordening Zeeland 2010 Ontheffing voor het aanbrengen en snoeien of verwijderen van beplanting op een weg Artikel 5 juncto artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Voor het verwijderen van beplanting op een weg, voor zover er sprake is van het vellen of doen vellen van een houtopstand, is een omgevingsvergunning vereist. Een omgevingsvergunning is ook vereist als sprake is van een combinatie van beide. Zie ook artikel 2.2 lid 1 sub g van de Wabo Ontheffing voor het wijzigen en aantasten van een weg (zoals een weg op een bestaande weg aan te sluiten, etc) Artikel 6 juncto artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Voor het hebben, maken of veranderen van een uitweg en / of de aanleg van een weg (voor zover er tevens een verbod geldt als bedoeld in artikel 2.1 sub b van de Wabo) is een omgevingsvergunning vereist. Zie ook artikel 2.2. lid 1 sub d en e. Ontheffing voor zaken op, in en boven wegen (zoals masten, palen, afrasteringen en andere terreinafscheidingen, borden, spandoeken, vlaggen of andere voorwerpen te plaatsen of te hebben en kabels en leidingen te leggen of te hebben) Artikel 7 juncto artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Voor het maken of voeren van handelsreclame is een omgevingsvergunning vereist. Zie artikel 2.2 lid 1 sub h en i. Ontheffing gebruik van een weg en activiteiten op een weg (zoals een weg anders dan voor verkeersdoeleinden te gebruiken, op een weg een standplaats in te nemen of in te richten voor het aanbieden en leveren van producten) Artikel 8 juncto artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Ontheffing voor zaken en activiteiten langs wegen (zoals het aanbrengen of hebben van masten, palen, borden, et cetera, binnen een afstand van 1,80 meter uit de verkeersbaan, niet zijnde een fietspad of ander pad, dan wel binnen een afstand van 0,60 meter uit een fietspad of ander pad) Artikel 9 juncto artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Ontheffing met betrekking tot uitzichtstroken (zoals op of langs een weg buiten de bebouwde kom, ter plaatse van kruisingen, aansluitingen, uitwegen en bochten, bouwwerken, wallen, beplanting, gewassen, terreinafscheidingen en andere uitzicht belemmerende voorwerpen te maken, waardoor het vrije uitzicht wordt belemmerd Artikel 11 juncto artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Hierbij ook rekening houden met het Uitvoeringsbesluit uitzichtstroken wegen (Provinciaal Blad, nr. 36 van 2010) Ontheffing bebouwingsvrije stroken (zoals langs een weg buiten de bebouwde kom een bouwwerk te maken of te hebben binnen een afstand uit de as van de hoofdverkeersbaan of, indien de weg twee hoofdverkeersbanen heeft, uit de as van de dichtbijzijnde gelegen hoofdverkeersbaan, van 40 meter voor wegen die in beheer zijn bij de provincie. Artikel 12, eerste lid juncto artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Ontheffing bestaande bouwwerken binnen de in artikel 12 lid 1 bedoelde stroken, te vernieuwen, te wijzigen of uit te breiden. Artikel 12, tweede lid juncto artikel 13, tweede lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Het verlenen van een ontheffing van het bepaalde in hoofdstuk 3 en het stellen van voorschriften Artikel 13, tweede lid, Artikel 3, derde lid en Artikel 5, derde lid Afdelingshoofd; Unithoofd DI Het uitbrengen van een advies over:de aanvraag ofhet ontwerp van de beschikking op de aanvraag ofde bij de beslissing op de aanvraag te betrekken gegevens ofaan de vergunning te verbinden voorschriften. Artikel 13, vijfde lid juncto artikel 2.26, derde en vierde lid Wabo Afdelingshoofd; Unithoofd DI Het voeren van overleg inzake afwijken van het in artikel 13 lid 5 van de Wegenverordening Zeeland 2010 bedoelde advies Artikel 13, zesde lid Afdelingshoofd Aanwijzen van toezichthouders welke zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften Artikel 16, eerste lid Directeur Organisatie Aanslagen opleggen op benzineverkoop Afdelingshoofd Uitvoeringsbesluit vrijheid van meningsuiting Dit betreft een nadere uitwerking van artikel 7, lid 3 van de Wegenverordening Zeeland 2010 Het in ontvangst nemen van een melding Afdelingshoofd; Unithoofd DI Het geven van instructies Afdelingshoofd; Unithoofd DI Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ( Wabo ): Hoofdstuk 2 – De omgevingsvergunning Uitbrengen advies over de aanvraag of ontwerp beschikking op aanvraag Artikel 2.26, derde lid Wabo juncto artikel 13, vijfde lid, Wegenverordening Zeeland 2010 Afdelingshoofd; Unithoofd DI De Wegenverordening Zeeland 2010 integreert in de omgevingsvergunning voor zover het betreft de activiteiten genoemd in artikel 2.2 lid 1 sub d, e, en g van de Wabo. Uitbrengen advies naar aanleiding van aanvraag om omgevingsvergunning Artikel 2.26, vierde lid Wabo juncto artikel 13, vijfde lid Wegenverordening Zeeland 2010 Afdelingshoofd; Unithoofd DI De Wegenverordening Zeeland 2010 integreert in de omgevingsvergunning voor zover het betreft de activiteiten genoemd in artikel 2.2 lid 1 sub d, e, en g van de Wabo. Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (behorend bij Binnenvaartpolitiereglement) Plaatsen en verwijderen verkeerstekens, dan wel het publiceren van een bekendmaking met eenzelfde strekking Artikel 2 juncto artikel 13 Afdelingshoofd Plaatsen tijdelijke verkeerstekens, dan wel het publiceren van een bekendmaking met eenzelfde strekking bij dringende omstandigheden Artikel 10 juncto artikel 13 Afdelingshoofd; Unithoofd NI Wrakkenwet Besluit tot opruimen object Artikel 2, eerste lid Afdelingshoofd Aankondiging ter plaatse Artikel 2, eerste lid Afdelingshoofd Mededeling rechthebbende Artikel 2, eerste lid Afdelingshoofd Vergunning verwijdering voorwerpen Artikel 2, tweede lid Afdelingshoofd Zekerheidstelling ten genoegen van de beheerder Artikel 2, derde lid Afdelingshoofd Publicatie tijdstip opruiming Artikel 3, eerste lid Afdelingshoofd Vergunning toegang/verblijf op schip/voorwerp Artikel 4 Afdelingshoofd Termijn van betaling stellen Artikel 6 Afdelingshoofd Aanwijzen burgemeester Artikel 6 Afdelingshoofd Waterstaatswet 1900 Schriftelijke aanzegging m.b.t. het dulden van voorbereidingswerkzaamheden Artikel 9 Afdelingshoofd Opmaken proces-verbaal/raming kosten etc. bij schade aan waterstaatswerken Artikel 12c Afdelingshoofd; Unithoofd NI NEN-EN 501101-1 / NEN-EN 50110-2 / NEN 3140 Het toewijzen van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het kader van NEN-EN 501101-1, NEN-EN 50110-2 en NEN 3140 in verband met bedrijfsvoering van elektrische installaties (infrastructuur) in beheer bij de provincie Zeeland aan medewerkers van de afdeling Beheer Algemeen directeur (zie aanhef) Diversen Besluiten omtrent openingstijden objecten vaarwater (bruggen en sluizen) Kanaal door Walcheren en Zeelandbrug. Afdelingshoofd; Unithoofd NI Telecommunicatiewet Instemmen met c.q. overeenstemming hebben over plaats, tijdstip en wijze van aanleg, instandhouding of opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk. Artikel 5.3, 5.7 en 5.8 Afdelingshoofd; Unithoofd DI; Unithoofd NI Vergoeden van schade en verdelen van kosten, één en ander voortvloeiende uit de gedoogplicht. Artikel 5.2 Afdelingshoofd; Unithoofd DI; Unithoofd NI BEVOEGDHEDEN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND ALLE BEVOEGDHEDEN ZIJN GEMANDATEERD AAN DE SECRETARIS/ALGEMEEN DIRECTEUR, DE DIRECTEUR ORGANISATIE EN DE AFZONDERLIJKE BEVOEGDHEDEN TEVENS AAN DE DAARBIJ GENOEMDE FUNCTIONARIS, AFDELING FINANCIËN Omschrijving bevoegdheid/mandaat Wettelijke grondslag Gemandateerd aan Opmerkingen Algemeen Zie mandaten onder algemeen deel en onder afdeling P&O. Goedkeuren begrotingen en rekeningen voorafgaand aan de garantieverlening (door PS). Artikel 216, tweede lid, sub c, Provinciewet Afdelingshoofd Het indienen van declaraties bij derden. Afdelingshoofd Het verzenden aan het ministerie van BZK van door ps vastgestelde begrotingen/-begrotingswijzigingen/jaarrekeningen. Artikel 195, tweede lid Provinciewet Afdelingshoofd Intrekken privaatrechtelijke vorderingen tot een maximum van € 10.000,-- (wijziging bij gs-besluit van 17-3-1998 nr. 15, 06-11-2001 en 24-11-2009). Afdelingshoofd Verzoek doen teruggave dividendbelasting. Wet Dividendbelasting Afdelingshoofd Doen van aangifte en afdragen omzetbelasting en opgave BTW compensatiefonds. Wet Omzetbelasting Afdelingshoofd Doen van aangifte en afdragen vennootschapsbelasting. Wet VPB Afdelingshoofd Financieel afwikkelen van schadeclaims van derden indien gedekt door verzekering. Afdelingshoofd Taxaties laten uitvoeren i.v.m. verzekeringen. Afdelingshoofd Financieel afwikkelen van claims op derden bij schade aan provinciale eigendommen. Afdelingshoofd Accepteren/sluiten verzekeringscontracten. Artikel 158 Provinciewet Afdelingshoofd Brieven vaststellen inzake administratieve organisatie of administratieve procedures in de uitvoerende sfeer. Artikel 216 Provinciewet Afdelingshoofd Verzenden aanmaningen tot betaling van openstaande vorderingen. Afdelingshoofd Vaststellen rekening-courant percentages. Artikel 216 Provinciewet Afdelingshoofd Verrichten betalingen. Afdelingshoofd; Medewerkers Financiën Gebruik creditkaart. Afdelingshoofd Het maken van betalingsafspraken met debiteuren. Artikel 216 Provinciewet Afdelingshoofd Besluiten inzake financieringen en uitzettingen voor de periode van max. 1 jaar. Artikel 216 Provinciewet Afdelingshoofd BEVOEGDHEDEN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND ALLE BEVOEGDHEDEN ZIJN GEMANDATEERD AAN DE SECRETARIS/ALGEMEEN DIRECTEUR, DE DIRECTEUR ORGANISATIE EN DE AFZONDERLIJKE BEVOEGDHEDEN TEVENS AAN DE DAARBIJ GENOEMDE FUNCTIONARIS, AFDELING INFORMATIEVOORZIENING EN AUTOMATISERING Omschrijving bevoegdheid/mandaat Wettelijke grondslag Gemandateerd aan Opmerkingen Algemeen Zie mandaten onder algemeen deel en onder afdeling P&O Aanbieden van gegevens, informatie etc., waaronder open data (verkeersinformatie, enz.). Afdelingshoofd Unithoofden Bevoegdheid tot het aangaan van ICT overeenkomsten om niet, benodigd voor het aansluiten op landelijke ICT basisvoorzieningen Artikel 158 eerste lid sub e Provinciewet Afdelingshoofd Unithoofden Bevestigen ontvangst van brieven, verzoeken, aanvragen, besluiten e.d. DIV-medewerkers Ontvangstbevestiging postregistratiesysteem BEVOEGDHEDEN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND ALLE BEVOEGDHEDEN ZIJN GEMANDATEERD AAN DE SECRETARIS/ALGEMEEN DIRECTEUR, DE DIRECTEUR ORGANISATIE EN DE AFZONDERLIJKE BEVOEGDHEDEN TEVENS AAN DE DAARBIJ GENOEMDE FUNCTIONARIS, AFDELING FACILITAIR Omschrijving bevoegdheid/mandaat Wettelijke grondslag Gemandateerd aan Opmerkingen Algemeen Zie mandaten onder algemeen deel en onder afdeling P&O In bruikleen geven van Abdijplein, Prinsenlogement en de Oude Dormter Artikel 7a:1777 BW Afdelingshoofd Indien en voor zover met dat gebruik het provinciaal belang is gediend en voor zover met de activiteit waarvoor deze provinciale eigendommen in bruikleen worden gegeven geen commerciële belangen worden nagestreefd. Het afwikkelen van schadeclaims tot het eigen risico van € 5.000 Artikelen 6:162 en 6:174 BW Afdelingshoofd Aangaan van bruikleenovereenkomsten roerende zaken Artikel 7a:1777 BW Afdelingshoofd Aansprakelijk stellen + kosten verhaal bij schade aan provincie eigendommen Artikelen 6:162 en 6:174 BW Afdelingshoofd Het indienen van declaraties i.v.m. het leveren van energie aan derden. Afdelingshoofd Vaststellen jaarlijkse huurverhoging voor door provincie verhuurde panden Afdelingshoofd BEVOEGDHEDEN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND ALLE BEVOEGDHEDEN ZIJN GEMANDATEERD AAN DE SECRETARIS/ALGEMEEN DIRECTEUR, DE DIRECTEUR ORGANISATIE EN DE AFZONDERLIJKE BEVOEGDHEDEN TEVENS AAN DE DAARBIJ GENOEMDE FUNCTIONARIS, AFDELING COMMUNICATIE Omschrijving bevoegdheid/mandaat Wettelijke grondslag Gemandateerd aan Opmerkingen Algemeen Zie mandaten onder algemeen deel en onder afdeling P&O Aangaan van overeenkomsten tot overdracht van auteursrechten en het verlenen van een gebruiksrecht op auteursrechten Afdelingshoofd BEVOEGDHEDEN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND ALLE BEVOEGDHEDEN ZIJN GEMANDATEERD AAN DE SECRETARIS/ALGEMEEN DIRECTEUR, DE DIRECTEUR PROGRAMMA’S EN PROJECTEN EN DE AFZONDERLIJKE BEVOEGDHEDEN TEVENS AAN DE DAARBIJ GENOEMDE FUNCTIONARIS, PROGRAMMA'S EN PROJECTEN Omschrijving bevoegdheid/mandaat Wettelijke grondslag Gemandateerd aan Opmerkingen Algemeen Zie mandaten genoemd onder algemeen deel en onder afdeling P&O. Directeur Programma's en projecten Alle handelingen en correspondentie van procedurele en uitvoerende aard t.b.v. de projecten en programma's, zoals opgenomen in het werkplan Ontwikkeling en in voorkomende gevallen opgedragen door de secretaris/algemeen directeur; rekening houdend met de bevoegdheden van de diverse taakgebieden/afdelingen. Directeur Programma's en projecten Onteigeningswet Volmacht en machtiging voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen die verband houden met het vertegenwoordigen van de Staat der Nederlanden bij het verwerven bij minnelijke overeenkomst van de op grond van de Onteigeningswet te onteigenen hertogin Hedwigepolder. Directeur Programma's en projecten OnderdeelII BEVOEGDHEDEN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND IN HET KADER VAN DE BUDGETHOUDERSREGELING Omschrijving bevoegdheid/mandaat Wettelijke grondslag Gemandateerd aan Opmerkingen besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten in hoedanigheid van budgethouder Artikel 158 eerste lid sub e Provinciewet Secretaris/algemeen directeur; Directeur Organisatie; Directeur Programma's en projecten; Afdelingshoofd Kabinet; Afdelingshoofd Concernstaf tevens concerncontroller; Afdelingshoofd Water, bodem en natuur; Afdelingshoofd Mobiliteit en samenleving; Afdelingshoofd Ruimte; Afdelingshoofd Economie en duurzaamheid; Afdelingshoofd Planvorming en realisatie; Afdelingshoofd Beheer en onderhoud; Unithoofd DI; Unithoofd NI; Afdelingshoofd Personeel en organisatie; Afdelingshoofd Financiën; Afdelingshoofd Informatie en Automatisering ; Unithoofd ICT-GEO; Unithoofd I-zaak; Afdelingshoofd Facilitair; Afdelingshoofd Communicatie; Afdelingshoofd Juridisch, inkoop en subsidieloket (JIS); Programmaleider; Projectleider Voor zover het door gedeputeerde staten beschikbaar gestelde betreffende budget toereikend is en voor de doeleinden waartoe het budget is toegewezen. Deze bevoegdheid kan voorts slechts worden uitgeoefend in afstemming met en na instemming van JIS (Inkoop- en aanbesteding) en in overeenstemming met provinciaal inkoop- en aanbestedingsbeleid en het relevante wettelijk kader. Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten in hoedanigheid van budgethouder Artikel 158 eerste lid sub e Provinciewet Statengriffier Voor zover het betreffende budget toereikend is en voor de doeleinden waartoe het budget is toegewezen. Besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten in hoedanigheid van budgethouder Artikel 158 eerste lid sub e Provinciewet Secretaris; Algemene Rekenkamer Voor zover het betreffende budget toereikend is en voor de doeleinden waartoe het budget is toegewezen. Toelichtingbehorende bij het mandaatbesluit gedeputeerde staten 2016 1. ALGEMEEN Aanleiding voor het nieuwe mandaatbesluit Het besluit tot wijziging van de topstructuur heeft onder meer wijziging tot gevolg van de indeling van de ambtelijke organisatie als vastgelegd in de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016. De aanstelling van de directeur Organisatie en van de directeur Programma's en Projecten maakt een wijziging van het huidige mandaatbesluit gedeputeerde staten 2015 (afgekort: mandaatbesluit
- gs)noodzakelijk. De wijziging van de indeling van de ambtelijke organisatie heeft eveneens betrekking op het aanwijzen van programma- en projectleiders ter uitvoering van het streven meer opgaven gestuurd en resultaatgericht te werken. Omdat vooralsnog niet helder in beeld is tot welke mandaten dit zou moeten leiden voor programma- en projectleiders is deze wijziging niet meegenomen in de wijziging van het mandaatbesluit gs. Zodra genoeg ervaring is opgedaan met het meer opgaven gestuurd en resultaatgericht werken zal verdere wijziging en aanvulling van het mandaatbesluit gs plaatsvinden. De in het Mandaatbesluit van gedeputeerde staten inzake personeelsaangelegenheden 2014 opgenomen mandaten zijn overgeheveld naar het mandaatbesluit gedeputeerde staten 2015 en in een afzonderlijk hoofdstuk opgenomen. Zo zijn alle mandaten van gedeputeerde staten terug te vinden in één besluit. Dit bevordert de doelmatigheid en toegankelijkheid voor de functionarissen die de bevoegdheid hebben om besluiten in mandaat te nemen. Onderscheid mandaat, machtiging en volmacht Bijna dagelijks moeten er allerlei beslissingen door gedeputeerde staten (hierna te noemen:
- gs)worden genomen. Het zou niet werkbaar zijn als die beslissingen steeds in de vergadering van gs moeten worden genomen. Daarom bestaat al sinds jaar en dag de mogelijkheid dat gs aan een ander de bevoegdheid toekennen om dit namens hen te doen. Er is dus sprake van vertegenwoordiging van het bestuursorgaan. Er zijn verschillende vormen van vertegenwoordiging (mandaat, machtiging en volmacht). Hieronder wordt uitleg gegeven over het onderscheid tussen de begrippen mandaat, machtiging en volmacht. Mandaat In de Algemene wet bestuursrecht is een algemene regeling opgenomen over mandaat, en wel in afdeling 10.1.1. In artikel 10.1 van deze Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder mandaat verstaan: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (lees in casu:
- gs)besluiten te nemen. Met andere woorden: degene aan wie mandaat wordt verleend (= de gemandateerde) krijgt de bevoegdheid om een besluit te nemen dat geldt als een besluit van het bestuursorgaan dat het mandaat heeft verleend. De functionaris heeft dan 'mandaat' van gs. Het door de gemandateerde genomen besluit geldt dan ook als een besluit van het bestuursorgaan en heeft dezelfde juridische gevolgen als een door het bestuursorgaan zelf genomen besluit. Mandaat heeft alleen betrekking op het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. In deze wet wordt onder besluit verstaan “een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling”. Het gaat hier om typische overheidsbeslissingen, zoals het verlenen van een vergunning of het nemen van een besluit op een subsidieaanvraag. Het bestuursorgaan dat mandaat heeft verleend (= de mandaatgever) blijft volledig verantwoordelijk voor het besluit dat in mandaat is genomen. Machtiging Van machtiging is sprake bij het verrichten van feitelijke handelingen. Feitelijke handelingen zijn geen privaatrechtelijke handelingen of besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Feitelijke handelingen zijn bijvoorbeeld het geven van informatie of het voeren van het woord in een juridische procedure. De functionaris aan wie de machtiging is verleend noem je de 'gemachtigde'. De schakelbepaling van artikel 10:12 van de Awb bepaalt dat de bepalingen in de Awb die betrekking hebben op mandaat (afdeling 10.1.1) tevens van toepassing zijn indien het bestuursorgaan aan een ander, werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid, machtiging verleent tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Soms wordt het begrip machtiging ook wel gebruikt als verzamelbegrip voor de verschillende vormen van vertegenwoordiging. Volmacht Volgens het Burgerlijk wetboek wordt onder volmacht verstaan: de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten (artikel 3:60 lid 1 Burgerlijk wetboek). Een door de gevolmachtigde "binnen de grenzen van zijn bevoegdheid in naam van de volmachtgever verrichte rechtshandeling treft in haar gevolgen de volmachtgever" (artikel 3:61 lid 1 Burgerlijk wetboek). Volmacht heeft altijd betrekking op privaatrechtelijke rechtshandelingen, zoals bijvoorbeeld het ondertekenen van een overeenkomst of convenant of het verrichten van betalingen. Evenals bij machtiging geldt dat de mandaatregeling van afdeling 10.1.1 van de Awb van overeenkomstige toepassing is wanneer een bestuursorgaan volmacht verleent. Het aangaan van een overeenkomst Het aangaan van een overeenkomst is een privaatrechtelijke rechtshandeling waarbij in de regel de provincie partij is. Het gaat daarbij om de provincie als privaatrechtelijke rechtspersoon en niet om gs of de commissaris van de Koning(hierna: cvdK) als bestuursorganen. Omdat de provincie als bestuursorgaan niet bestaat, zijn gs op grond van de Provinciewet bevoegd om te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen (artikel 158, eerste lid sub e). gs zullen dus moeten besluiten om een bepaalde overeenkomst aan te willen gaan. Vervolgens is bepaald dat de cvdK de provincie in en buiten rechte vertegenwoordigt (artikel 176 Provinciewet). Dit houdt zowel formele procesvertegenwoordiging (in rechte) als vertegenwoordiging bij het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (buiten rechte). De cvdK is daarom degene die de overeenkomst namens de provincie ondertekent. Voor het aangaan van een overeenkomst is dus zowel een mandaat nodig van gs (voor het beslissen om een overeenkomst aan te gaan) als een volmacht van de cvdK om de overeenkomst te ondertekenen. De volmacht van de cvdK is geregeld in het 'mandaatbesluit cvdK 2016' met bijbehorend register. Naast het contracteren inzake privaatrechtelijke bevoegdheden kan ook sprake zijn van het middels privaatrechtelijke overeenkomst vastleggen van afspraken inzake (het gebruik van) publiekrechtelijke bevoegdheden door het bestuursorgaan. In dat geval komt de bevoegdheid tot ondertekening van de bedoelde overeenkomst toe aan het bestuursorgaan. In de regel is dat het college van gedeputeerde staten. Als men een gedeputeerde wil aanwijzen die de ondertekening op zich neemt gebeurt dat via mandaat. Uitgangspunten Het besluit van gs tot wijziging van de topstructuur, heeft onder meer wijziging tot gevolg van de indeling van de ambtelijke organisatie als vastgelegd in de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016. De aanstelling van de directeur Organisatie en van de directeur Programma's en Projecten alsmede het aanwijzen van programma- en projectleiders ter uitvoering van het streven meer opgaven gestuurd en resultaatgericht te werken, leidt tot aanpassing van een drietal besluiten/regelingen: de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016; het mandaatbesluit gedeputeerde staten 2015; de Regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2010. Ad
- a)Aanpassing Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016 Deze regeling is de algemene 'kapstok' waarin het organisatorische uitgangspunt wordt uitgewerkt dat verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie worden neergelegd. In de regeling wordt in dat verband de link gelegd naar het mandaatbesluit van gedeputeerde staten en de Regeling budgetbeheer (de budgethoudersregeling). Naast de tekstuele aanpassing van enkele artikelen die de aansturing van de ambtelijke organisatie en de organisatie-eenheden regelen, wordt de algemene vervangingsregeling aangevuld met een regeling voor de vervanging van een unithoofd, en wordt daarnaast een specifieke vervangingsregeling opgenomen voor de budgethouder. In een dergelijke vervangingsregeling was nog niet voorzien. De reden dat nu wel te doen is dat als gevolg van het meer opgaven gestuurd en resultaatgericht werken, onder meer programma's en projecten zullen worden benoemd die worden geleid door een programma- of projectleider. Aan deze functionarissen worden budgetten toegewezen ter uitvoering van het betreffende programma of project. Vanwege het belang van continuering van de dienst is een vervangingsregeling voor functionarissen in de hoedanigheid van budgethouder opportuun, De grondslag voor het aanwijzen van budgethouders is de budgethoudersregeling, die dienovereenkomstig is aangepast. Aan deze functionarissen worden tevens toereikende mandaten verleend en toegevoegd aan het mandaatbesluit gs. Daarnaast is de budgethoudersregeling in overeenstemming gebracht met de actuele organisatiestructuur en organisatie-eenheden en de functionarissen die daarvan deel uitmaken. Ten aanzien van programma- en projectleiders: Programma- en projectleiders maken deel uit van de ambtelijke organisatiestructuur als beschreven in de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016. Aan deze functionarissen komen specifieke bevoegdheden toe ter uitvoering van hun leidinggevende taken in het betreffende programma of project. Zij kunnen in dat kader tevens worden aangewezen als budgethouder als bedoeld in de Regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2016. Als budgethouder zijn zij bevoegd binnen de grenzen van het toegewezen budget, al datgene te doen en te besluiten ter uitvoering van het programma of project, op grond van het betreffende programma- of projectplan. Ter toelichting van deze bevoegdheden wordt verwezen naar het onderdeel Budgethoudersregeling in de toelichting bij het Mandaatbesluit gedeputeerde staten 2016. Het gaat hierin met name om de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten naar privaatrecht bij het beschikken over het toegewezen budget. Programma- of projectleider is de formele aanduiding voor de leidinggevende functionaris van een programma of project. In artikel 1, van de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016, is een definitie opgenomen van programma en project. In de dagelijkse praktijk van de provinciale organisatie kan het voorkomen dat andere benamingen worden gebruikt, zoals die van opgave-manager. Een opgavemanager geldt naar de aard van zijn functie als programmaleider in de zin van de Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016. Zo zijn er ook andere benamingen denkbaar die steeds moeten worden gekwalificeerd als programma- of projectleider. Het verdient de voorkeur de formele functiebenaming te hanteren, maar als dat onder de gegeven omstandigheden niet is gewenst, dan dient men zich te realiseren wat het formele kader is. Ad
- b)Aanpassing mandaatbesluit gedeputeerde staten 2015 Voor een adequate functie-uitoefening dienen de directeur Organisatie en de directeur Programma's en Projecten over toereikende mandaten te beschikken. Mede daarom is de wijziging vooralsnog gericht op de topstructuur van de organisatie: d.w.z. dat mandaten aan de directeur Organisatie en aan de directeur Programma's en Projecten worden toegekend. Voor het overige blijft het mandaatbesluit intact, behalve wat betreft P&O-mandaten (zie onder kopje Mandaten inzake personeelsaangelegenheden) Als uitgangspunt voor het nieuwe mandaatbesluit geldt derhalve de structuur van het 'oude' mandaatbesluit en –register. Het mandaat besluit geeft een algemeen kader waarbinnen kan worden beoordeeld of een bevoegdheid namens gs kan worden uitgeoefend. In de bij dit besluit behorende bijlage (register
- gs)wordt concreet aangegeven om welke bevoegdheden het gaat. Of deze besluiten c.q. (rechts)handelingen inderdaad 'in mandaat' kunnen worden afgedaan, kan worden beoordeeld aan de hand van de in artikel 2 genoemde criteria. Er wordt in het besluit en register geen onderscheid gemaakt tussen mandaten, volmachten en machtigingen, omdat dit voor de werkwijze geen consequenties heeft. Te meer ook omdat het merendeel van de bevoegdheden mandaten betreffen, hanteren we als verzamelnaam het begrip ‘mandaat’ maar wanneer wordt gesproken over mandaat zou het dus best kunnen zijn dat het in feite een volmacht (b.v. het doen van betalingen) of machtiging (b.v. het voeren van het woord in een juridische procedure; het verstrekken van informatie) betreft. mandaten inzake personeelsaangelegenheden De mandaten die zijn opgenomen in het Mandaatbesluit van gedeputeerde staten inzake personeelsaangelegenheden 2014 zijn overgeheveld naar het mandaatbesluit gs en in een afzonderlijk hoofdstuk opgenomen. Zo zijn alle mandaten van gs terug te vinden in één besluit. Dit bevordert de doelmatigheid en toegankelijkheid voor de functionarissen die de bevoegdheid hebben om besluiten in mandaat te nemen. Ad
- c)Aanpassing Regeling budgetbeheer Provincie Zeeland 2010 In de hoedanigheid van budgethouder kunnen gs beschikken over budgetten voor bepaalde activiteiten en/of projecten. In die hoedanigheid kunnen zij, mits passend binnen de doeleinden waarvoor het budget is toegewezen en voor zover het budget toereikend is, ingevolge artikel 158, eerste lid sub e Provinciewet besluiten inzake het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten. In de Regeling budgetbeheer provincie Zeeland 2010 is separaat mandaat verleend aan ambtelijke functionarissen tot het beschikken over bepaalde budgetten en voorts in het kader daarvan tot het besluiten inzake het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten. Als gevolg van de nieuwe organisatiestructuur is het wenselijk budgethouderschap toe te kennen aan de directeur Organisatie, de directeur Programma's en Projecten en aan programma- en projectleiders. Het betreft een aanvulling op het bestaande budgethouderschap van de secretaris/algemeen directeur, de afdelingshoofden en unithoofden. De vervanging van budgethouders wordt geregeld in artikel 15 van de (nieuwe) Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016. Om het vorenstaande mogelijk te maken dient de Regeling budgetbeheer provincie Zeeland 2010 (budgethoudersregeling) te worden gewijzigd en dient aan budgethouders de bevoegdheid te worden toegekend tot het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten in de hoedanigheid van budgethouder binnen de doeleinden van het aan hen toegekende budget. Een volledige herziening van de budgethoudersregeling wordt aanstaand najaar voorbereid. De regeling is op meerdere punten verouderd waardoor actualisering nodig is. Zodra meer duidelijkheid komt over opgavegericht werken én het projectmatig werken verder is geprofessionaliseerd kan aan de implementatie hiervan in de budgethoudersregeling worden gewerkt. (Streefdatum inwerkingtreding 1-1-2017). Om het mandaatbesluit en -register zo volledig mogelijk te maken zijn ook de mandaten, voortvloeiend uit de budgethoudersregeling hierin opgenomen. Het is vanuit praktisch oogpunt belangrijk dat in één register kenbaar is wie als budgethouder is aangemerkt en bevoegd is om de actie uit te voeren. De bevoegdheid tot ondertekening van privaatrechtelijke overeenkomsten waarbij de provincie Zeeland partij is, is wettelijk toegekend aan de cvdK, die op zijn beurt toestemming heeft gegeven aan één of meerdere provinciale functionaris(sen) om dit namens hem te doen. Dit laatste is mogelijk op grond van artikel 176, tweede lid Provinciewet. Juridisch gezien is dit geen mandatering maar verleent de cvdK volmacht aan een functionaris. De aanvulling van deze ondertekeningsvolmachten dient te worden geregeld in het mandaatbesluit en –register van de cvdK . Dit laat onverlet dat de bevoegdheid tot ondertekening van overeenkomsten over het gebruik van publiekrechtelijke bevoegdheden aan het bestuursorgaan toekomt. In de regel is dat het college van gedeputeerde staten. Als men een gedeputeerde wil aanwijzen die de ondertekening op zich neemt gebeurt dat via mandaat. 2. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1. Verlenen mandaat Uitgangspunten herziening mandaatbesluit gs en –register Uitgangspunt is het toekennen van meervoudig mandaat. (=de bevoegdheid komt aan meerdere functionarissen toe). Mandaten worden verleend aan de secretaris/algemeen directeur, de directeur Organisatie, de directeur Programma's en Projecten, de afdelingshoofden, en unithoofden. De eerste functionaris is de secretaris/algemeen directeur, de tweede de directeuren (directeur Organisatie en directeur Programma's en Projecten) en de derde de functionaris in de organisatie die daadwerkelijk in de dagelijkse praktijk van die bevoegdheid gebruik maakt (afdelingshoofd, unithoofd etc.). De bevoegdheden van de functionaris 'senior–ontwikkelmanager' zijn geschrapt omdat deze functie is komen te vervallen. Dit geldt eveneens voor de 'werkveldmanager'. Uitzondering: een aantal mandaten is uitsluitend aan de directeur Organisatie toegekend: besluitvorming omtrent het opleggen van een last onder dwangsom in spoedeisende gevallen. aanwijzen van toezichthouders welke zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften. Daarnaast behoudt de secretaris/algemeen directeur conform de algemene uitgangspunten ter zake van mandatering zijn bevoegdheden (vangnetfunctie). t.a.v. mandaten inzake personeelsaangelegenheden: een aantal bevoegdheden is enkel aan de directeur Organisatie toegekend. Dit betreffen bevoegdheden die nu nog uitsluitend aan de secretaris/algemeen directeur zijn gemandateerd. (bijvoorbeeld: besluiten inzake aanstellingen en inzake bezoldiging), en die in lijn zijn met de aard van de functie van de directeur Organisatie. de bevoegdheden ter zake van het nemen van orde- en strafmaatregelen op grond van de CAP blijven vanwege het bijzondere karakter daarvan berusten bij de secretaris/algemeen directeur. Daarnaast behoudt de secretaris/algemeen directeur conform de algemene uitgangspunten ter zake van mandatering zijn bevoegdheden (vangnetfunctie). Voor de onderlinge vervanging van functionarissen is van toepassing de algemene vervangings-regeling van artikel 14, en de specifieke vervangingsregeling voor de budgethouder van artikel 15 van Regeling ambtelijke organisatie en instructie voor de secretaris 2016. Ondermandaat is niet toegestaan, enkel in uitzonderlijke gevallen Artikel 2. Beperking Naast de wettelijke beperking die artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht aangeeft somt dit artikel criteria op waardoor het voor de gemandateerde mogelijk wordt om te beoordelen of hij een bevoegdheid c.q. beslissing in mandaat kan uitoefenen en/of nemen. Mandaat kan enkel worden verleend indien het gevallen betreft die routinematig (waarvan onomstotelijk vaststaat dat zij passen binnen het vastgestelde beleid), administratief, procedureel of formeel van aard zijn. Bij zaken die het routinematig karakter te boven gaan valt te denken aan gevallen waarin het besluit leidt tot afwijking of aanvulling van het vastgestelde beleid, en/of er precedentwerking te verwachten is, of indien een besluit betrekking heeft op zaken die politiek of bestuurlijk gevoelig liggen. Van dit laatste is bijvoorbeeld sprake wanneer redelijkerwijs te verwachten is dat een gedeputeerde door de pers aangesproken kan worden over een genomen beslissing. Bij twijfel overlegt de gemandateerde met de portefeuillehouder(s). In ieder geval kan een bevoegdheid niet worden verleend indien het een besluit betreft dat genomen moet worden nadat in een voorbereidingsprocedure is gebleken dat tegen het ontwerp besluit bedenkingen, zienswijzen of bezwaren zijn ingediend óf waarbij wordt afgeweken van adviezen. Bij twijfel of een te nemen besluit valt onder deze uitzondering dient de gemandateerde te overleggen met de portefeuillehouder(s). Artikel 3. Inlichtingen en verantwoording Omdat gs, ook al hebben zij mandaat verleend, verantwoordelijk blijven voor de 'in mandaat' genomen beslissing is het van belang dat zij op de hoogte worden gesteld van die beslissingen of handelingen waarvan kennisneming door hen van belang is. Artikel 4. Ondertekening In dit artikel wordt concreet aangeven hoe de ondertekening plaats dient te vinden. In het onderhavige mandaatbesluit en –register wordt er wanneer mandaat aan een ambtelijk functionaris wordt verleend, vanuit gegaan dat die zowel het besluit neemt als ondertekent. Het besluit en register gaan derhalve uit van zgn. 'afdoeningsmandaten'. Kenbaarheid speelt hierbij een rol, dat wil zeggen dat naar buiten toe duidelijk is wie de beslissing 'in mandaat' heeft genomen. 3. TOELICHTING REGISTER De algemene mandaten zijn vastgelegd in een register. In bijzondere gevallen kunnen gs (buiten het register
- om)besluiten om een mandaat te verlenen. Dit dient dan plaats te vinden in een afzonderlijk gs-besluit. Zoals hiervoor reeds aangehaald is het uitgangspunt bij het nieuwe besluit en –register dat meervoudig mandaat wordt verleend. Dit heeft tot gevolg dat de bevoegdheid aan meerdere functionarissen toekomt. In de praktijk houdt dit in dat primair de functionaris in de organisatie die daadwerkelijk in de dagelijkse praktijk van die bevoegdheid gebruik maakt (dus afdelingshoofd, unithoofd etc.) gebruik maakt van het mandaat. De twee directeuren, voor zover het bevoegdheden betreft die tot hun taakveld behoren, en de secretaris/algemeen directeur geven in tweede instantie uitvoering aan de mandaten. Zij kunnen altijd als vangnet dienen. Let op: Een aantal mandaten zijn uitsluitend aan de directeur Organisatie en aan de secretaris/algemeen directeur toegekend. Hoofdstuk algemeen In een algemeen hoofdstuk zijn de mandaten ondergebracht die voor de gehele organisatie gelden. Dit verbetert de toegankelijkheid en leesbaarheid van het register. Als voorbeeld van de hierin opgenomen onderwerpen kan worden genoemd: Procesvertegenwoordiging Awb-mandaten Mandaten op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet-tijdig beslissen Mandaten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur Aanbestedingen subsidies aanbestedingen en inkoop Voor diverse besluiten zoals het afwijken van de algemene inkoopvoorwaarden is vooraf een advies van een jurist van de afdeling JIS nodig. Dit is van belang om de juridische kwaliteit van het afwijkingsbesluit te waarborgen. heffen van leges In het mandaatregister is het mandaatbesluit van de heffingsambtenaar tot het heffen van leges opgenomen in het algemeen deel van onderdeel I van het mandaatregister. Hoewel het hier formeel geen mandaat van gs betreft maar een mandaat van de door gs ingevolge de Provinciewet aangewezen heffingsambtenaar (het afdelingshoofd Financiën), is de strekking van het aanwijzingsbesluit uit praktische overwegingen ook in het mandaatregister vermeld. Het heffen van leges wordt door de heffingsambtenaar toegekend aan de secretaris/algemeen directeur, de directeur Organisatie, de directeur Programma's en Projecten, de afdelingshoofden en unithoofden. Hoofdstuk afdeling P&O De directeur Organisatie krijgt bevoegdheden toegekend die eerst enkel aan de secretaris/algemeen directeur waren toegekend. (bijvoorbeeld: besluiten inzake aanstellingen en inzake bezoldiging). De bevoegdheden zijn in lijn zijn met de aard van de functie van de directeur Organisatie. Dit laat onverlet dat de secretaris/algemeen directeur daarnaast bevoegd blijft t.a.v. alle personeelsmandaten. (vangnetfunctie). De bevoegdheden ter zake van het nemen van orde- en strafmaatregelen op grond van de CAP blijven vanwege het bijzondere karakter daarvan berusten bij de secretaris/algemeen directeur. Daarnaast is de secretaris/algemeen directeur overigens bevoegd tot uitoefening van alle personeelsmandaten (vangnetfunctie). Naast de bestaande mandaten op grond van de CAP zijn voor zover mogelijk en gewenst enkele rechtspositionele regelingen (lokale regelingen en regelingen waarover in het SPA overeenstemming is bereikt) gemandateerd. Mandatering vindt plaats aan de directeur Programma's en projecten, de directeur Organisatie, het afdelingshoo